De geschiedenis van de wetenschappen is de enige geschiedenis die de vooruitgang van de mensheid kan illustreren.
George Sarton (1884-1956).
Vlaams-Amerikaans historicus
van de geschiedenis van de wetenschappen.
De natuur gaf ons twee ogen en maar één mond. Luisteren en op tijd zwijgen brengt vaak meer op dan ruzie stoken.
Briek Schotte (1919-2004).
Vlaams wielrenner.
Op een half-landelijke plek bij Mainz in Duitsland bleek het stof in de lucht niet alleen te bestaan uit roet, as en andere vervuilende stoffen van menselijk makelij. In extreme gevallen bleek tot de helft van al het ultrafijne stof in de lucht uit biologische substanties te bestaan: vezels uit de vacht van dieren, huidschilfers, schimmels, virussen, bacteriën, eiwitten, wiertjes, stuifmeel en minuscule stukjes plantenresten.
Ruprecht Jänicke.
Universiteit van Mainz,
in "De Standaard" (1 april 2005).
Virussen zijn de kleinste organismen die bestaan. Het zijn in feite niet eens organismen, ze kunnen niet op zichzelf bestaan, ze zijn afhankelijk van andere levende cellen, van mensen, dieren of planten. Het idee dat iets wat je zelfs niet onder een microscoop kunt zien, catastrofes kan veroorzaken als mond-en-klauwzeer, mazelen, aids en influenza (of griep), dat miljoenen mensen en andere dieren kan doden, is op zich een fascinerend gegeven.
...
Sars (severe acute respiratory syndrom) is gelukkig geen groot probleem geworden, maar het had wel de potentie om wereldwijd te gaan. Als er niets tegen gedaan was, en als het virus véél langer onontdekt was gebleven, had het de wereld veroverd voor we het in de gaten hadden.
...
Influenza is momenteel niet de grootste bedreiging voor de mens. Nu is dat aids. Er sterven elk jaar 3 tot 4 miljoen mensen aan aids, en er zijn nog geen vaccins beschikbaar. Wel antivirale middelen, maar de behandeling daarmee is heel duur en omslachtig en bereikt wereldwijd amper tien procent van de slachtoffers.
...
Je hebt virussen die honderd procent dodelijk zijn, zoals hondsdolheid: als je dat krijgt, ga je altijd dood. Maar dat is niet altijd de beste strategie. Voor een virus is het altijd beter als zijn gastheer in leven blijft. Mijn Belgische collega Guido van der Groen heeft het in dit verband over "machovirussen", zoals het ebolavirus. Die maken meteen een aantal slachtoffers en krijgen daarom veel aandacht, maar ze laten zo wel de kans om grootschaliger verspreiding liggen.
...
Apen zijn een soort collaterale schade voor het streven naar een betere mensenwereld. Mensen die tegen proefdierexperimenten zijn, moeten goed beseffen wat ze zeggen, want dan mogen ze ook geen vaccins gebruiken. En dat is een waanzinnige beslissing. Als je ziet hoe hoog de sterftecijfers in Afrika zijn voor bijvoorbeeld mazelen – dat gemakkelijk te counteren is, maar waar toch elk jaar bijna een miljoen kinderen aan sterven – dan steiger je omdat je dat niet ingedijkt krijgt bij gebrek aan middelen. Je moet natuurlijk altijd het kostenplaatje in het oog houden: hoeveel het kost om wat te realiseren? Maar als je ziet wat we met vaccinatie allemaal bereikt hebben, dat is fantastisch.
...
Uiteraard laat ik mij tegen griep vaccineren. Iemand die nu bij ons een normale griep krijgt, is zo onverstandig geweest zich niet te laten vaccineren, het risico te lopen een week ziek in bed te liggen en nog twee weken gammel rond te lopen. De vaccinatiegraad moet in West-Europa en in de nieuwe Europese landen nog drastisch omhoog, zeker in de risicogroepen.
Albert Osterhaus.
Viroloog, in "Knack" (30 maart 2005).
Waarom wil de mens zich steeds maar onderscheiden van de andere dieren? Waarom willen wij per se speciaal zijn? Uiteindelijk zijn wij niet meer dan een soort die zich wat anders gedraagt dan de andere soorten, omdat wij recent een wat complexer hersennetwerk in ons hoofd kregen, dat ons toelaat een zelfbewustzijn te ontwikkelen, kathedralen te bouwen en kunstwerken te maken, of – in een andere versie – gaskamers en atoombommen.
Waarom zouden wij meer rechten moeten krijgen? Omdat wij de enige soort zijn die de concepten rechtvaardigheid of rechtspraak kan invullen? Dat is een zwak argument. Niemand heeft ons het recht gegeven de aarde als een monopolie te beschouwen, laat staan een zware hypotheek te leggen op het voortbestaan van steeds meer leefgemeenschappen.
Dirk Draulans.
Bioloog, journalist, in "Knack" (30 maart 2005).
Zeventien landen bezitten samen 60 tot 70 procent van 's werelds biodiversiteit: Bolivia, Brazilië, China, Colombia, Costa Rica, de Democratische Republiek Kongo, Ecuador, India, Indonesië, Kenya, Madagascar, Maleisië, Mexico, Peru, Filippijnen, Zuid-Afrika en Venezuela.
In "Mo Mondiaal Magazine" (maart 2005).
De mens heeft de natuur in de afgelopen vijftig jaar meer en sneller veranderd dan ooit tevoren. De biologische diversiteit op Aarde gaat daardoor onomkeerbaar achteruit, en veel diensten die de natuur ons levert, raken uitgeput. De gestage degradatie van de planeet dreigt naar een veel steilere afgrond te leiden. Een drastische ommekeer is nodig.
Millenium Ecosystem Assessment.
Rapport van de Verenigde Naties (2005).
De geschiedenis der wetenschappen is een geschiedenis van vergissingen. Deze zijn enorm geweest en soms zeer belachelijk, maar alles bij elkaar genomen strekken ze de mens tot eer, terwijl de geschiedenis van het wereldgebeuren een droevige aaneenschakeling is van dwaasheid, moord en leugen.
Charles Richet (1850-1935).
Nobelprijs geneeskunde 1913.
Wetenschappers zijn de helden van de dag: zij brachten ons auto's, pesticiden en genetische modificatie. Wetenschappers zijn de boosdoeners van de dag: zij brachten ons auto's, pesticiden en genetische modificatie.
Daniel Koshland, jr.
Amerikaans hoogleraar celbiologie.
Wetenschap is de stelselmatige ordening van de ervaring.
George Henry Lewes (1817-1878).
Brits psycholoog.
Wetenschap is het wijzigen van vroegere kennis.
Aristoteles (384-322 v.C).
Grieks wijsgeer.
Maar mijn vader herinnerde zich zijn leraren met diep respect en grote affectie. Zij hadden hem niet alleen zijn lessen geleerd, maar in hun vrije tijd hadden ze hun intelligente sloppenwijkkinderen ook nog eens meegenomen naar musea en concerten, om hun te laten zien dat het leven van de sloppenwijk niet het enig mogelijke leven was. Op deze manier werd mijn vader er bewust van gemaakt dat er zoiets als mogelijkheden zijn.
Voor een kind dat nu in een achterstandswijk geboren wordt met dezelfde hoge intelligentie als mijn vader, is de kans verwaarloosbaar klein dat hij zulke mentors tegenkomt. De leraren van tegenwoordig, die doordrenkt zijn van het idee dat het verkeerd is om beschavingen, culturen of levensstijlen hiërarchisch te ordenen, zouden het bestaan of de waarde van een hogere beschaving immers ontkennen, en in elk geval niet in staat zijn die waarde over te dragen. Voor hen is er geen hoog of laag, geen superioriteit of inferioriteit, geen diepgang of oppervlakkigheid, er is alleen verschil. Zij twijfelen er zelfs aan of er wel een goede manier is om een woord te spellen of een zin samen te stellen – een twijfel die gevoed wordt door populaire en gezaghebbende werken als het boek van professor Steven Pinker, The Language Instinct (dat natuurlijk geschreven is zonder spelling- of grammaticale fouten) [in het Nederlands vertaald: "Het taalinstinct"]. De huidige leraren veronderstellen dat het kind uit de achterstandswijk cultureel voldoende aan zijn trekken komt in de omgeving waarin hij leeft. Zijn taalgebruik voorziet per definitie in zijn behoeften, zijn smaak is per definitie acceptabel en niet slechter of minder dan de smaak van ieder andere. Er is geen reden om een leerling in te wijden, want er is niets om ingewijd te worden.
Een kind uit een achterstandswijk zal geen leraren zoals die van mijn vader tegenkomen, omdat het geloof in de gelijkheid van culturen, dat lange tijd alleen maar het dogmatische geloof van pedagogen was, nu is doorgedrongen tot de hele bevolking.
Theodore Dalrymple, psychiater.
In "Leven aan de onderkant.
Het systeem dat de onderklasse instandhoudt" (Spectrum, Utrecht, 2004).
In het algemeen vertoont het publiek een zekere bezorgdheid, misschien zelfs een zeker wantrouwen, voor de richting waarin de genetica en het "Human Genome Porject" evolueren. Dit wantrouwen ontstaat, althans toch voor een deel, door een onduidelijk zicht op de manier waarop de wetenschap met de samenleving omgaat (massavernietigingswapens, dubbelzinnige toepassingen van de kernenergie, enz.). Daarnaast heerst er ook voor een deel de overtuiging dat genetische modificatie bij de mens niet natuurlijk en dus verkeerd is. Rationeel denken over de ethische aspecten van de genetische modificatie vereist het begrijpen van de op onderzoek steunende analyse en het bezit van een algemeen wetenschappelijke en in het bijzonder biologische basiskennis. Bij de meeste burgers ontbreken deze inzichten. Het is mijn eigen aanvoelen dat wetenschappers de katalysatoren kunnen zijn van een opvoedingsproces van de samenleving, waarbij ze zich engageren om mee te helpen aan het onderwijs van de wetenschappelijke vakken in het lager en het middelbaar onderwijs. Kinderen en ook hun leerkrachten worden geprikkeld door praktische activiteiten en op onderzoek gerichte wetenschappelijke experimenten. Indien alle wetenschappers zich zouden engageren om in hun onmiddellijke omgeving mee te helpen aan het onderwijs in de wetenschappen, zouden we leven in een samenleving die in staat is om analytisch en rationeel te denken over de uitdagingen en de waardevolle mogelijkheden van de wetenschappen – inbegrepen de genetische modificatie.
Leroy Hood.
Hoogleraar moleculaire biotechnologie,
in "Engineering the Human Germline"
(Oxford University Press, 2000).
Ooit is gezegd dat een goede ontlasting niet mag geuren, een stevige consistentie moet hebben, de kleur van een herfstblad moet dragen en de anus niet mag bevuilen. Het is nog maar de vraag of dat ideaal te bereiken valt, en vooral of dat ook moet. Gelukkig zijn herfstbladeren er in vele kleuren.
Henk Mochel en Theo Richel,
in "Onze afgang" (Uitg. Kok, Kampen, 1987).
Ons land behoort samen met Nederland en Duitsland tot de meest vervuilde streken in Europa op het gebied van luchtvervuiling. Volgens het "Clean Air for Europe"-project, een werkgroep in de schoot van het Europees parlement, zouden jaarlijks minstens driehonderdduizend mensen te vroeg overlijden ten gevolge van luchtvervuiling en leven we met zijn allen minstens negen maanden minder lang. Dit zijn gemiddelde cijfers, want veel hangt af van de streek waarin men woont, de weersomstandigheden en van de individuele gevoeligheid.
De belangrijkste vervuilers zijn koolstofmonoxide, stikstofoxiden, fijn stof, roetstofdeeltjes, zwaveldioxide en vluchtige organische stoffen zoals benzeen. Onder invloed van zonlicht op bepaalde van deze gassen wordt daarbovenop nog ozon gevormd, dat eveneens schadelijk is voor de gezondheid.
Industrie en uitlaatgassen in het verkeer zijn de belangrijkste vervuilers. Maar ook binnenshuis slaat de vervuiling toe. In onze goed geïsoleerde huizen stapelen polluenten zoals allergenen (huisstofmijten, kattenharen...), uitwasemingen van verven, drukinkten van tijdschriften en reinigingsproducten zich op.
De verpeste lucht leidt tot een toename van hartklachten en bepaalde kankers en tot een verergering van ademhalingsproblemen.
Het besef dat er dringend maatregelen nodig zijn om de vervuiling terug te dringen, neemt toe. Ondertussen kunnen wij zelf ook actie ondernemen om de blootstelling te beperken.
Jan Vanderveene,
in "Uw gezondheid & het milieu"
(Knack – Extra Editie, april 2005).
Jarenlang gingen artsen ervan uit dat stofdeeltjes die in de longblaasjes terechtkwamen, nagenoeg niet of hooguit zeer traag tot in het bloed raakten. Onderzoek uit Leuven suggereert echter het tegendeel. Een klein deel van de ultrafijne stofdeeltjes wordt bijna onmiddellijk na het inademen reeds in het bloed aangetroffen. Vijf gezonde deelnemers, allemaal niet-rokers, ademden een gas in dat koolstofdeeltjes bevatte die kleiner waren dan 0,1 micron, d.i. een tienduizendste van een mm. Aan de koolstofdeeltjes was vooraf een licht radioactieve stof vastgehecht zodat de koolstofdeeltjes via apparatuur opgespoord konden worden. Binnen één minuut na de inademing van het gas konden de radioactieve deeltjes reeds in het bloed geregistreerd worden. Na tien tot twintig minuten had het aantal radioactieve deeltjes in het bloed een maximum bereikt. Voor alle zekerheid werd gecontroleerd of de radioactieve stof losgekomen kon zijn, maar dit bleek niet het geval te zijn. De radioactieve deeltjes die men in het bloed of de verschillende organen kon meten, zaten wel degelijk nog steeds vast aan de koolstofbolletjes.
Dit onderzoek toont aan dat de barrière in de longblaasjes tussen de lucht en de bloedvaten veel minder gesloten is dan tot voor kort werd aangenomen.
"Uw gezondheid & het milieu"
(Knack – Extra Editie, april 2005).
Zwemmen heeft de voorbije tientallen jaren een hele ontwikkeling gekend, onder meer met de opkomst van zogenaamde tropische zwemparadijzen. Helaas nemen zwemmers het niet altijd even nauw met de hygiënische voorschriften. Vooraf douchen wordt zelden gedaan. Met elke zwemmer belandt er bijgevolg een ruime lading van micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels, en van organische stoffen, zoals zweet, urine en huidschilfers, in het zwembadwater. Men schat dat er ongeveer één miljard kiemen in het zwembad terechtkomen wanneer iemand in het water springt zonder een grondige douche vooraf.
"Uw gezondheid & het milieu"
(Knack – Extra Editie, april 2005).
Heel wat groenten en vruchten bevatten residu's van pesticiden, maar die zijn doorgaans veel lager dan de wettelijk toegelaten norm of ADI-waarden (Aanvaardbare Dagelijkse Inname). Bovendien is de schadelijkheid voor de gezondheid van veel pesticiden (nog) niet aangetoond. De eventuele schadelijkheid van een pesticide zou niet zozeer in het product zelf zitten, dan wel in de hoeveelheid die we ervan innemen. En die blijft, na eenvoudige culinaire voorbereidingen, zoals wassen en schillen, meestal ver beneden de ADI-waarden. De risico's voor de gezondheid door consumptie van groenten en fruit wegen, volgens de auteurs van het onderzoek, zeker niet op tegen de positieve effecten op de gezondheid. Groenten en fruit zijn rijk aan vezels, vitaminen en mineralen.
"Uw gezondheid & het milieu"
(Knack – Extra Editie, april 2005).
Vooralsnog is het water uit de kraan geschikt als drinkwater. Flessenwater en waterfilters zijn daarom in de meeste gevallen zinloos, duur en een verspilling van energie en grondstoffen. Bovendien garanderen geavanceerde zuiveringstechnieken een goede kwaliteit van drinkwater, maar de aantasting van het milieu zet de kwaliteit van het drinkwater steeds meer onder druk.
"Uw gezondheid & het milieu"
(Knack – Extra Editie, april 2005).
Aan de universiteit van Arizona in de Verenigde Staten hebben onderzoekers in honderd huishoudens alle natte doeken en sponsjes die in de keukens gebruikt werden, verzameld en aan een microbiologisch onderzoek onderworpen. In zeventig procent werd minstens één ziekteverwekkende kiem teruggevonden. Bij twintig procent van de gevallen ging het zelfs om salmonella en staphylococcus, twee beruchte oorzaken van infecties en vergiftiging door voedsel.
"Uw gezondheid & het milieu"
(Knack – Extra Editie, april 2005).
De darm is constant in beweging en wordt voortdurend vernieuwd. Elke dag worden niet minder dan 70 miljard cellen in zijn wand vervangen. [...] Hij huist niet minder dan 100.000 miljard microben, dat zijn tien keer meer microben dat er cellen in het hele mensenlichaam zitten. [...] Voorlopig zijn er al niet minder dan achthonderd soorten darmbacteriën geïdentificeerd, en de verwachting is dat er finaal veel meer zullen worden.
Dirk Draulans.
Bioloog en wetenschapsjournalist,
in "Knack" (4 mei 2005).
Onze hersenen zijn een bijzonder complex orgaan. Ze wegen amper anderhalve kilogram, slechts twee procent van ons lichaamsgewicht, maar ze staan wel in voor 20 tot 25 procent van ons totale energieverbruik. De hersenen zijn opgebouwd uit honderd miljard zenuwcellen – dat is meer dan er bomen staan in het Amazonewoud of sterren in het melkwegstelsel. Elk van deze zenuwcellen staat gemiddeld met meer dan tienduizend andere zenuwcellen in verbinding. Voor het geheel van onze hersenen zijn dat meer verbindingen dan er bladeren hangen aan de bomen van het regenwoud. Het aantal contacten benadert het getal 10 tot de 15de macht! Dat is ongeveer een half miljard contacten per kubieke millimeter! We zouden tweeëndertig miljoen jaar bezig zijn om al deze verbindingen één voor één te tellen!
In "Mijn bijzonder brein",
Koning Boudewijnstichting (2004).
We leven in 2023. Iedereen neemt bij zijn ontbijt een pilletje. Dat pilletje bevat een stimulerend middel waardoor men alert blijft, een antidepressivum en twee substanties die het geheugen verbeteren. Oorspronkelijk waren deze pilletjes, "Tetratabs", ontwikkeld voor 60-plussers. Met succes overigens, want de Tetratabs wisten heel efficiënt ouderdomskwalen als vergeetachtigheid, lusteloosheid en neerslachtigheid te onderdrukken. Bovendien waren de Tetratabs heel veilig want ze bleken geen ongewenste bijwerkingen te hebben. Maar ook jongeren leerden de Tetratabs kennen. De illegale handel op het internet nam zulke proporties aan dat de overheid ingreep. Op scholen en universiteiten werd immers de kloof immens tussen kinderen van welgestelde ouders, die zich het product konden veroorloven, en de anderen. Omwille van deze sociale ongelijkheid besloten diverse regeringen om de Tetratabs voortaan in de vrije handel te brengen tegen sterk verlaagde prijzen.
Maar daardoor escaleerde het probleem helemaal. Het ging zelfs zover dat ouders die het geneesmiddel eigenlijk niet aan hun kinderen wilden geven, zich moreel verplicht zagen om het toch te doen. Anders zouden hun kinderen uit de boot vallen in de steeds hardere strijd voor een diploma en kwalificaties.
Er ontstond een protestbeweging van verontruste ouders want zij zaten opgescheept met kinderen die hun leerstof alleen op het laatste moment nog instudeerden. De rest van de tijd werd besteed aan computerspelletjes waarbij hun enorm verbeterde reflexen bijzonder goed van pas kwamen. Pogingen om het geneesmiddel te laten verbieden, stuitten op weerstand van de farmaceutische sector. Die konden immers moeiteloos bewijzen dat de Tetratabs doeltreffend waren en zonder gevaar... en dat is toch wel precies wat men van een geneesmiddel verwacht! De mensen uit de protestbeweging vroegen zich af hoe het zo ver was gekomen. Ze keerden zich tegen de wetenschappers die het duivelse medicijn destijds hadden ontwikkeld. Zoals zo vaak antwoordden de wetenschappers dat het de politici waren die beslisten hoe hun ontdekkingen werden gebruikt. De politici antwoordden dan weer dat economische argumenten de doorslag hadden gegeven...
Destijds, in 2003, had een kleine reflectiegroep wel de alarmbel geluid, maar men had er maar heel weinig aandacht aan besteed... als we de tijd maar konden terugdraaien!
Sciencefictionverhaal uit
'the Lancet Neurology" (augustus 2003),
in "Mijn bijzonder brein",
Koning Boudewijnstichting (2004).
Laat uw geneesmiddel uw voeding zijn en uw voeding uw geneesmiddel.
Hippocrates (ca 460 v.C.-ca 377 v.C.).
Grieks arts, "de vader van de geneeskunde".
Eén op de drie Belgische werknemers vindt dat zijn gezondheid lijdt onder het werk. Als grote boosdoeners worden steevast de hoge werkdruk en stress aangehaald. Toch heeft niet elke werknemer daar evenveel last van. Boswachters, maar ook astronomen, bibliothecarissen en schoonheidsspecialistes lijden volgens een Nederlands onderzoek maar zelden aan werkstress. Onderwijzers, verpleegkundigen, gevangenisbewaarders en militairen daarentegen haken in grote getale af... bezweken onder de werkdruk en de stress.
Cijfers? In Nederland wordt elke drieëneenhalve minuut een werknemer arbeidsongeschikt als gevolg van stress, overspanning of burn-out. Op Europees niveau zouden 28 % van de werknemers lijden aan de gevolgen van stress. In België is het niet anders: stress wordt rechtstreeks (23 %) als een van de belangrijkste klachten aangehaald. Bovendien hangen driekwart van de andere klachten – maagklachten, prikkelbaarheid, slapeloosheid of angst – ook samen met stress.
In: "Mijn bijzonder brein",
Koning Boudewijnstichting (2004).
Heel wat landen voelden de noodzaak aan om het begrip "dood" opnieuw wettelijk vast te leggen. In een eerste stap werden in 1968 de zogenaamde Harvard-criteria gepubliceerd. Deze criteria legden het begrip hersendood vast aan de hand van een aantal voorwaarden: de afwezigheid van antwoord op prikkels, het ontbreken van bewegingen of ademhalen, de afwezigheid van reflexen en de bevestiging van de diagnose door middel van een electro-encefalogram (EEG). Als het EEG volledig vlak is, dan wijst dat erop dat er geen elektrische activiteit in de hersenen meer is. Een andere methode is vast te stellen of er binnen de hersenen nog een doorstroming van bloed is. Als uit scans blijkt dat de hersenen niet meer doorbloed worden, dan gaat men er eveneens vanuit dat de hersenen niet meer functioneren en de patiënt overleden is.
Een patiënt die hersendood is, zal zelf niet meer ademen en zijn hart zal niet meer spontaan kloppen. Zijn organen kunnen echter nog enige tijd kunstmatig "in leven" worden gehouden om artsen de tijd te geven een orgaantransplantatie voor te bereiden.
In: "Mijn bijzonder brein",
Koning Boudewijnstichting (2004).
Tot enkele tientallen jaren geleden werd jongeren met acne bijna steeds een voedingsadvies meegegeven en ook nu blijft het vooroordeel dat voeding een rol speelt bij acne nog steeds hardnekkig verder leven. Steevast wordt daarbij gewezen in de richting van vette voeding, zoals chocolade, frieten, chips, junkfood, maar ook frisdranken, snoep, enz. Nochtans werd reeds in 1969 duidelijk aangetoond dat de ernst van acne niet beïnvloed wordt door het eten van chocolade. Het verband dat mensen leggen tussen vetten in de voeding en vetten in de huid is al te eenvoudig. De voedingsvetten komen niet rechtstreeks in de talgklieren terecht.
Hugo Degreef.
Hoogleraar dermatologie KU Leuven,
in "Gezondheidsbrief" (april 2005).
Het doel is iedere dag een uur lichamelijke opvoeding. Daarnaast kan beweging in andere lessen aan bod komen. Zo kunnen in de les biologie niet alleen de cellen van het menselijke lichaam aan bod komen, maar ook de echte werking van het lichaam.
Paul De Knop, voorzitter van de Raad van Bestuur
van het gemeenschapsonderwijs, in "De Standaard" (27.4.2005).
De middelbare scholen zijn volgens hun leerlingen net niet geslaagd in gezondheidsacties en gelijkaardige initiatieven. Op de maatregelen voor gezonde voeding krijgen scholen maar net voldoende. En in de lessen mag er gerust wat meer aandacht naar gezondheid gaan. Ouders en leerkrachten zijn geruster. Zij geven de school gemiddeld ruim voldoende. Leerlingen in het basisonderwijs zijn gematigder. "Dat er tussen lager en secundair onderwijs een kloof is, verwondert me niet", zegt hoofdredacteur Leo Bormans van het onderwijstijdschrift "Klasse" daarover. "Want in de lagere school wordt gezondheid in de lessen behandeld. Dat is in de middelbare scholen niet meer het geval."
Pieter Lesaffer.
Journalist in "De Standaard" (3.5.2005).
In het onderwijs planten we te veel uitroeptekens en zaaien we te weinig vraagtekens.
Mark Eyskens.
Belgisch Minister van Staat.
Levend in een periode van snel toenemende industrialisering en landontginning, constateerde hij [de Brusselse hoogleraar plantkunde Jean Massart (1865-1925)] met spijt dat landschap en natuur gaandeweg aan kwaliteit inboetten. Om die reden schreef hij in 1912 een indrukwekkend, op wetenschappelijke leest geschoeid pleidooi: "Pour la protection de la nature en Belgique". Zijn stelling kan als volgt omschreven worden: beschaafde naties zijn niet zomaar de bezitters van het landschappelijk erfgoed, ze moeten er zich rekenschap van geven dat ze de plicht hebben het te behoeden tegen aftakeling. Alleen dan zullen de volgende generaties zich nog een idee kunnen vormen van landschappen die nog niet verminkt werden door ongebreidelde ontginningsdrang. In dit natuurbehoudsmanifest avant-la-lettre kwam hij op voor het behouden van niet minder dan 75 landschappen. Een derde hiervan viel binnen onze regio [bedoeld is het Vlaamse Gewest]. (...) Van Massarts hoofdbekommernis, een snelle vrijwaring van de geselecteerde gebieden voor de toekomstige generaties, kwam weinig terecht. Geen enkele van zijn geselecteerde bos- en wastinelandschappen bleef ongeschonden bewaard tot onze tijd. Integendeel, de wastines gingen bijna compleet verloren. [Een wastine is een door bosdegradatie ontstaan gebied, bijvoorbeeld heide, broek, moeras, duin.]
G. Tack, P. Van den Bremt en M. Hermy.
In "Bossen van Vlaanderen" (Davidsfonds, 1993).
De huidige bosoppervlakte binnen de regio [bedoeld is het Vlaamse Gewest] bedraagt ongeveer 6 %, dus minder dan de helft van de situatie ten tijde van de Ferrariskaart (1771-1778). De situatie is helemaal dramatisch voor het wastineareaal, dat gereduceerd is tot een luttele ha. Op Europees niveau behoort Vlaanderen tot een van de meest bosarme regio's! Bosuitbreiding is, mede in het licht van de enorme import van hout uit het buitenland, een absolute noodzaak. Het is een belegging voor onze kleinkinderen en hun kinderen.
G. Tack, P. Van den Bremt en M. Hermy.
In "Bossen van Vlaanderen" (Davidsfonds, 1993).
Ex ovo omnia. – Alles ontstaat uit een ei.
William Harvey (1578-1658).
Engels arts, ontdekker van de gesloten bloedsomloop.
De mens die met de strengste zorgvuldigheid observaties uitvoert, kan zich toch zwaar vergissen bij de meest eenvoudige feiten. We hebben in de geschiedenis van de fysiologie duizenden voorbeelden daarvan. (...) Ik kan je niet genoeg de ervaring aanraden en altijd het experiment als tegenproef voor de feiten waarvan je denkt dat je ze ontdekt hebt. Dat is, geloof me vrij, de toetssteen van de waarheid. Indien men dat verwaarloost, gaat men de weg op van het toeval en eindigt men op een dwaalweg.
François Magendie (1783 - 1855).
Frans hoogleraar fysiologie.
In "Leçons sur le sang" (1839).
Als we ons houden aan gissingen zullen we vele keren de zwaarste fouten begaan. Je hoort me dikwijls de nadruk leggen op die stelling en mijn vraag naar een materiële proef. Want eigenlijk is de ervaring de lichtende fakkel van de fysiologie, terwijl hypothesen die verleidelijk kunnen zijn of die goed verenigbaar zijn met andere hypothesen of die goed passen bij het behandelde onderwerp, toch een onoverkoombare hindernis kunnen zijn voor de vooruitgang van onze wetenschap.
François Magendie (1783 - 1855).
Frans hoogleraar fysiologie.
In "Leçons sur le sang" (1839).
Het gezag van een citaat is al net zo'n vreselijk wapen als elk ander dat het menselijk verstand kan verzinnen.
J. Chapman.