Voedsel is iets irrationeels geworden. We weten tegenwoordig beter dan ooit wat goed voor ons is en wat niet en toch worden onze diëten steeds ongezonder. Het nadeel van de ongezonde voeding is dat je de negatieve effecten pas op lange termijn voelt. Een kind haalt zijn schouders op bij het woord gezond. Hij heeft voorlopig geen last van dat beetje te veel vet, dat teveel aan suiker en dat tekort aan vitaminen en mineralen. De echte gezondheidsproblemen ontwikkelen zich later, tenzij het kind zich extreem overeet. Maar dat is slechts een minderheid. Dat de meerderheid van de kinderen steeds ongezonder eet, vergeet men te vaak. Het bewijs is er: het onderzoek ernaar is in België onbestaand.
Stefan De Henauw.
Maatschappelijke gezondheidskunde Universiteit Gent.
Goed voor hart en bloedvaten, omdat het gunstige vetzuren bevat, is al wat rent (wild dus), vliegt( gevogelte) en zwemt(vis).
Anoniem.
Wie rap leeft, leeft niet lang.
Stijn Streuvels (1871-1969).
Vlaams auteur.
Met de vooruitgang in de geneeskunde hebben we infectieziekten bestreden, maar meteen ook de ideale biotoop gecreëerd voor de verspreiding ervan. Een exponentieel stijgende bevolking, waarvan een groot deel de wereld afreist en/of in heel hoge densiteit samenleeft, is de gedroomde habitat voor de doorsnee bacterie, schimmel, prion, parasiet of virus. De strijd tegen het aidsvirus is een eindeloze wedloop die we voorlopig niet blijken te kunnen winnen: de ziekte blijft ongeneeslijk, en de effecten van deze 'slow killer' laten zich voelen op wereldschaal.
Kris Thienpont.
Bioantropoloog Universiteit Gent,
in 'Knack'.
Een vagina is als een regenwoud, dat zichzelf in balans houdt. Crèmes en spoelingen hoeven echt niet.
Goedele Liekens.
Vlaamse seksuologe.
Het project houdt de transplantatie in van het hoofd van een veelzijdig verlamde patiënt, wiens lichaam na een jarenlang bestaan in bed of rolstoel, zonder enige lichaamsactiviteit en mobiliteit, overal doorligplekken vertoont en met de dag verder achteruit gaat. Als dat lichaam, waarvan het lijden niet kan worden verlicht, niet wordt verpleegd en verzorgd, loopt de patiënt het gevaar te sterven terwijl al zijn intellectuele, geestelijke en morele vermogens intact zijn. Het voorstel van Robert J. White [verrichtte succesvol kop-lichaamtransplantaties bij bavianen]: scheid het hoofd van het lichaam van een klinisch dode donor, begraaf dat hoofd waarin de hersenen in het geheel niet meer functioneren en zet op de nieuwe drager (het ontvangende lichaam) het hoofd (nomadisch lichaamsdeel) van de verlamde, die zo wordt verlost van een lichaam dat nutteloos is geworden en de rest van het individu niet kan schaden...
[...]
Enige bezwaar, een zwaarwegend: verlamming, want men beschikt nog niet over de mogelijkheden de neuronen weer met elkaar te verbinden en de zenuwbrug te herstellen tussen de van elkaar gescheiden materies – tussen het merg dat vanaf de tweede halswervel naar beneden loopt en vanaf het heiligbeen naar boven... Voor de tetraplegiepatiënt is het probleem niet ernstig, want hij komt in dezelfde toestand te verkeren als voorheen; het is natuurlijk wel belangrijk voor een individu dat wel mobiel is; zijn mobiliteit wordt hem door de ingreep onherroepelijk ontnomen. We kunnen ons voorstellen dat het op middellange termijn door transgenese mogelijk zal zijn de zenuwweefsels te herstellen en dat de transplantatie van een hoofd op een lichaam kan worden uitgevoerd zonder dat die ernstige schade wordt aangericht... Er zijn al bemoedigende tekens die in die richting wijzen.
Michel Onfray (° 1959).
Franse filosoof,
in 'Het lichaam, het leven en het lijden' (Lemniscaat, 2004).
Om de vijf seconden sterft een kind van honger.
Honger en ondervoeding eisen 25.000 levens per dag en 10 miljoen per jaar.
Om de vier uur wordt iemand blind door een gebrek aan vitamine A.
Wereldwijd gaan elke avond 842 miljoen mensen met honger naar bed.
Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties.
Kwantitatieve ondervoeding betekent dat je minder dan 1.720 kcal per dag opneemt. Als die toestand aanhoudt, raakt een mens chronisch ondervoed en wordt een normaal actief leven onmogelijk. Zo'n chronische ondervoeding komt nog massaal voor, vooral in Zuid-Azië en Afrika.
Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties.
[Over nieuwe transparanten voor het biologieonderwijs] Dit is eindelijk weer iets nieuws – niet ouderwets als cd-i of cd-rom, zoals wij in Amerika zouden zeggen. Dit is prachtig en zo praktisch.
Dolores Culkin.
Export-manager Nystrom WorldDidac, Basel.
De eerste kwaal van het leren bestaat erin als de mens woorden en niet de materie bestudeert.
Francis Bacon (1561-1626).
Engels staatsman en geleerde.
Voorzien van talent en de vaste wil om te leren, had Charles Darwin maar in het veld te gaan, te observeren, te denken en opnieuw te observeren. Er is inderdaad geen andere weg om wetenschap te leren. Men moet speculeren, hypotheses opstellen en voorspellingen maken. Het belangrijkste is dat het pijnlijke proces van het ontdekken van de redenen van de onvermijdelijke fouten en mislukkingen. Want alleen door vast te stellen dat een voorspelling verkeerd is en door dan de basispremissen en de redeneringen te onderzoeken, is het mogelijk om de techniek te beheersen van het stellen van zinvolle vragen aan de natuur. Een leraar of een leerboek kan een grote hulp betekenen, maar met uitzondering van het verzamelen van feiten (en in dit stadium is een methode veel belangrijker), kan leren niet een passieve bezigheid zijn. Het was dit actieve proces van het testen van theoretische ideeën in verband met concrete ervaringen die van Darwin een wetenschapper maakten. Een leraar was niet noodzakelijk, en het was een onderwijs van de hoogste rang.
Michael T. Ghiselin.
Amerikaans hoogleraar dierkunde,
In 'The Triumph of the Darwinian Method' (1969).
Om biologie te begrijpen moet men Darwin lezen. [...] Of men het graag heeft of niet, maar de twintigste eeuw is de eeuw van Darwin.
Michael T. Ghiselin.
Amerikaans hoogleraar dierkunde,
in 'The Triumph of the Darwinian Method' (1969).
Luguber zal de morgen zijn als we zullen ontwaken en de luipaarden er niet meer zijn, of als de zwermen mussen niet meer zullen kwetteren in de platanen, of als de eenzame kater niet meer zal terugkeren van zijn nachtelijke avonturen, of als de roodborstjes niet meer hun uitdagende kreten zullen uitstoten in de richting van de struiken naast het grasperk, of als er geen leeuweriken meer in de lucht en geen konijnen meer in het struikgewas zullen zijn, of als de valken zullen ophouden met rondjes te vliegen, of als de rotsen de kreten van de meeuwen niet meer zullen weerkaatsen, of als de verscheidenheid van de soorten het ochtendgloren niet meer zal kleuren en als ook de verscheidenheid van de mensen zal verdwenen zijn. Als dat de ochtend is die ons wacht, laat me dan om godswil sterven in mijn slaap!
Robert Ardrey (1908-1980).
Amerikaans antropoloog.
Van wetenschappen ligt de gewone man duidelijk niet wakker. Dat verbaast me niet echt en het lijkt me ook wel een tijdloos fenomeen. Verontrustender vind ik de relatief onverschillige houding van de jongeren. Dat zal wel wat aan de tijdsgeest liggen, maar er is meer aan de hand. Volgens mij situeert een deel van het probleem zich in het secundair onderwijs. Ik denk niet dat wetenschappen daar gepresenteerd worden als wat ze in wezen zijn: een uitdaging voor de geest. Interesse komt niet vanzelf. Je moet de nieuwsgierigheid prikkelen door jongeren zelf fenomenen te laten ontdekken, en hen dan uitdagen die te verklaren. Nu werkt men veel te vaak met voorgekauwde materie en beantwoordt men vragen die nooit gesteld werden. Tja, als je de jeugd enkele oppervlakkige informatie geeft, moet je niet verbaasd zijn dat ze ook oppervlakkig opgroeit.
Alain Verschoren.
Wiskundige, voorzitter van de Universiteit Antwerpen,
in 'Knack'.
Een vlinder die zijn vleugels uitslaat in Europa, kan een orkaan veroorzaken in de Verenigde Staten.
Anoniem.
De ecologische voetdruk van de Belg is 4,9. Dat wil zeggen dat wij 4,9 hectare aardoppervlakte nodig hebben om onze levenswijze mogelijk te maken: om te wonen, te eten, ons te kleden... Probleem is dat er op aarde maar 1,8 hectare per wereldburger beschikbaar is. Met andere woorden: als iedereen zou leven als de Belgen, hebben we drie wereldbollen nodig om aan de behoeften te voldoen.
Sabien Leemans.
Wereldnatuurfonds (WWF).
Tussen 1970 en 2000 namen de populaties van de gewervelde dieren die op het land en in zee leven met dertig procent af. Voor zoetwatersoorten is de situatie nog ernstiger: zij kennen een terugval van vijftig procent. Het Wereldnatuurfonds WWF gelooft dat dit een rechtstreeks gevolg is van de stijgende menselijke vraag naar voedsel, vezels, energie en water.
Wereldnatuurfonds (WWF).
De mens zal de zee moeten gebruiken. Hij heeft geen andere keuze. De wereldbevolking neemt met zo'n hoog ritme toe dat morgen de opbrengst van de akkers onvoldoende zal zijn. Vlees, groenten, mineralen, meststoffen, leem, aardolie, antibiotica zullen in overvloed door de zee geleverd worden.
Jacques-Yves Cousteau (1910-1997).
Oceanograaf.
[Schattingen van het aantal genen van de mens: van 100.000 over 30 tot 40.000, nu naar 20 tot 25.000 ] Niet hun aantal telt, wel hoe de natuur ze gebruikt. Elk gen van de mens is alsof het een Zwitsers mes is, met de vele mogelijkheden afhankelijk van hoe het gebruikt wordt.
Geneticus in het blad 'Nature' (2004).
In het westerse denken is er weinig verschil tussen een voorwerp als de microfoon waarin ik nu praat en een paard. Het zijn allebei instrumenten die je naar believen kunt gebruiken en daarna vernietigen. Dat het in het ene geval om een levend wezen gaat en in het andere geval niet, maakt in het westen geen verschil. Voor een boeddhist wel.
Laszlo Zsolnai.
Hongaars hoogleraar economie.
De verworvenheden van de wetenschap blijven hypothesen die, ook al zijn ze zorgvuldig getest, toch niet als dusdanig definitief vastliggen: men kan niet aantonen dat ze waar zijn. Zeker, dat zijn ze misschien wel. Maar zelfs al zijn ze niet waar, toch blijven het schitterende gissingen die de weg openen naar betere verklaringen.
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.
Uit de aard zelve ontdekt elk organisme problemen en lost ze op. Maar een werkwijze om problemen op te lossen houdt evaluaties in en dus waarden. Het is maar met het leven dat de problemen en de waarden zich voordoen. En wat mij betreft, denk ik niet dat computers op een bepaalde dag nieuwe belangrijke problemen of nieuwe waarden zullen uitvinden. De eerste van die waarden, namelijk de zelfkritische houding, verscheen met de objectieve verwezenlijkingen van de levenden, zoals de spinnenwebben, de vogelnesten, de dammen van de bevers: producten die hersteld en verbeterd kunnen worden. Met het verschijnen van deze attitude, is men getuige van iets dat nog belangrijker is, namelijk de kritische benadering, een aanpak die in dienst van de objectieve waarheid het wapen van de kritiek gebruikt.
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.
[Volgens Léone Bourdel bestaat bij de mens een correlatie tussen het temperament en zijn bloedgroep.]
De 'Harmonische' bezit bloedgroep A en wordt aangetrokken door wat het meest op het plan van het zijn ligt. Onze observaties hebben uitgewezen dat, statistisch gezien, personen met bloedgroep A, net zoals kinderen, meer dan anderen aangetrokken worden door objecten, dan door ideeën, enkel dan door de actie en in de laatste plaats door personen, omdat die te veel problemen vertonen op het gebied van de aanpassing.
De 'Melodische' met bloedgroep O daarentegen wordt aangetrokken door alles wat hem de gelegenheid biedt om interacties met anderen te vermenigvuldigen, d.w.z. om hun aanpassingsvermogen te ontplooien ten opzichte van personen en vervolgens van ideeën. Objecten die al te onbeweeglijk en aan elkaar gelijk zijn, trekken hem alleen in de laatste plaats aan, en alleen als ze nieuw zijn en eerder een motief bieden om ermee om te gaan.
De 'Ritmische' met bloedgroep B interesseert zich voor ideeën, die voor hem een bron van fysische of mentale activiteiten zijn, en voor de eigenlijke actie, de beweging. Personen en objecten zijn voor hem bijkomstig en blijven ondergeschikt aan de actie of aan het domein van de ideeën.
De 'Complexe' met bloedgroep AB wordt door alles tezelfdertijd aangetrokken: ideeën, acties, objecten en personen, zonder dat een of andere categorie de overhand heeft. Zijn voorkeuren zijn intens en veelvormig en duwen hem in alle richtingen.
Léone Bourdel (1907-1966).
Frans hoogleraar psychologie,
in 'Les Tempéraments psychobiologiques' (1961).
Tot 1945 had ik op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek de volgende conventionele ideeën. Eerst zijn hypothesen het resultaat van een zorgvuldige en methodische verzameling van experimentele gegevens. Het gaat hier dus over de inductieve benadering van de wetenschappen volgens de ideeën van Francis Bacon en John Mill. Het merendeel van de wetenschappers en filosofen geloven nog altijd dat dit de ware wetenschappelijke methode is. Dan, ten tweede, worden de kwaliteiten van een wetenschapsbeoefenaar geëvalueerd op basis van de geloofwaardigheid van de hypothesen die hij ontwikkeld heeft. Die geloofwaardigheid neemt dan vervolgens toe door de inbreng van nieuwe gegevens en die dienen dan, althans dat hoopt men toch, als stevige en zekere grondslagen voor nieuwe theoretische ontwikkelingen. Een wetenschapper verkiest te spreken over zijn experimentele gegevens en beschouwt hypothesen als eenvoudige raamwerken. Uiteindelijk – en dat is het belangrijkste punt – is het dan zeer betreurenswaardig en een teken van een mislukking als een wetenschapper zich inzet voor een hypothese die door nieuwe gegevens gefalsificeerd of verworpen wordt, met als gevolg dat men ten slotte de hypothese volledig moet verlaten. Dat was nu mijn probleem. Ik had heel lang een hypothese verdedigd vooraleer ik begreep dat ze naar alle waarschijnlijkheid verworpen moest worden, wat me enorm deprimeerde. Inderdaad, ik was betrokken in een discussie in verband met de synaps, de verbinding tussen zenuwcellen. In die tijd dacht ik dat de synaptische overdracht tussen zenuwcellen voor het grootste deel van elektrische aard was. Ik erkende wel het bestaan van een chemische component, maar die was heel langzaam en ik was ervan overtuigd dat de snelle overdracht in de synapsen via elektrische weg gebeurt. Het is dan dat Karl Popper me leerde dat er, vanuit wetenschappelijk standpunt, niets vernederends is van te erkennen dat de hypothesen die men gevormd heeft vals zijn. Het was het mooiste nieuws dat ik sinds lange tijd gehoord had. Popper heeft me dan ervan overtuigd om hypothesen te vormen over de aanvurende en de afremmende elektrische overdracht bij synapsen. Deze hypothesen moeten dan voldoende precies en streng geformuleerd worden zodat ze konden leiden tot het verwerpen ervan. Tegenwoordig kan ik me vergenoegen in de falsificatie van een theorie die mijn voorliefde had, want een falsificatie van die aard is een wetenschappelijk succes.
John Carew Eccles (1903-1997).
Australisch fysioloog. Nobelprijs geneeskunde 1963.
Het is betreurenswaardig dat het merendeel van de onderzoekers van de hersenen nog altijd in hun onderzoek de inductieve methode toepassen. Ze denken dat wetenschap erin bestaat om observeerbare feiten te verzamelen die dan tot een wetenschappelijke waarheid leiden. De literatuur gewijd aan de hersenen is revelerend op dat punt en bestaat uit een ontzaglijk grote verzameling van feiten waarvan niemand in het licht van wetenschappelijke hypothesen de zin vraagt. Karl Popper heeft in 'The logic of Scientific Discovery' (1958) aangetoond dat de inductie als wetenschappelijk methode weinig waardevol is. De vooruitgang van de wetenschap komt ideaal tot stand door de redenering met hypothesen en deductie. Deze zogenaamde hypothetisch-deductieve methode bestaat erin een hypothese over een situatie te formuleren en om die dan te testen met terzake doende feiten en om ze te evalueren op haar mogelijkheid om verklaringen te geven.
John Carew Eccles (1903-1997).
Australisch fysioloog. Nobelprijs geneeskunde 1963.
In de breedte van een mensenhaar is plaats genoeg voor een miljoen atomen naast elkaar.
De lever wordt warm van al dat verteerwerk. Die warmte dient om je bloed op te warmen.
Ons maagzuur is sterk genoeg om een stuk metaal aan te vreten.
Wetenschapskrant september 2004.
Die irrationele, onbeargumenteerde terughoudendheid tegenover genetica is iets typisch Europees. Van mij krijgt iedereen het recht op wantrouwen, maar het moet wel redelijk blijven. De emotie regeert, en daar kun je als wetenschapper maar moeilijk tegen vechten. Als men gewoon eens even naar de bewijzen zou kijken en eens eerlijk nadenkt... Wereldwijd hebben miljoenen mensen al genetisch gewijzigde producten gegeten en niemand is daar ziek van geworden. Nog nooit is er één enkel reëel gevaar vastgesteld. En toch hoor je om de haverklap dat de moderne genetica een wetenschappelijk doos van Pandora is. [ ... ] Dat jongeren zelfs nog sceptischer blijken tegenover genetica dan oudere mensen, is des te erger, maar tegelijk ook niet verrassend. De jeugd doet haar kennis overwegend op school op en daar zeggen de meeste biologieleraren steevast dat genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) de ondergang van onze planeet betekenen. Ik heb er het raden naar met welke argumenten ze dat menen te kunnen onderbouwen. [ ... ] Het wantrouwen jegens de genetica ligt ongetwijfeld voor een groot deel aan de wetenschappers zelf. Zij hebben de mensen nooit moeten vertellen waarmee ze bezig zijn. Nu is het hoog tijd dat we dat wel doen, zodat de man in de straat weet dat ook wij respect hebben voor de mens als wezen en dat ook wij ethische grenzen hebben. Mensen klonen is op dit moment bijvoorbeeld onethisch omdat er te veel fout kan en zal gaan.
Marc Van Montagu.
Hoogleraar genetica Universiteit Gent, in 'Knack' (27.10.04).
De rol van de leerkracht is heel belangrijk. Hij moet niet alleen kennis overdragen. Tegenover zijn klas moet hij zich als een vader – of een moeder – opstellen. De leerkracht is niet alleen een opleider maar ook een begeleider. Dat moet misschien beter aangeleerd worden in de lerarenopleiding. Zo is het belangrijk dat een leerkracht naar een leerling toestapt wanneer die tijdens de speeltijd alleen staat. Ik begrijp dat dit niet iedereen gegeven is. Maar als de helft van de leerkrachten het doet, is dat al goed.
Piet Casier.
Adviseur Centra voor Leerlingenbegeleiding, in 'De Standaard'.
Er groeien ruim 80.000 plantensoorten op onze aarde, maar daarvan consumeert de mens er maar 150. In het Westen behoren zelfs maar 30 planten tot het gangbare voedsel. Daardoor worden honderden interessante groentesoorten in het hoekje geduwd. [ Jac Nijskens probeert talloze historische en smaakvolle gewassen van de ondergang te redden, bijvoorbeeld het Katwijks worteltje, de kardoen (verwant aan de artisjok), de kliswortel (een soort schorseneer), Victoriaans moes (savooiekool) en Limburgse gele peren.]
Jac Nijskens.
Nederlandse oprichter van het
Nederlands Genootschap der Vergeten Groenten.
[ Heeft u het moeilijk met de gedachte dat kamerplanten in de slaapkamer 's nachts een ietsepietsie meeademen en zo met de levensnoodzakelijke zuurstof aan de haal gaan? ] We hebben zo op het eerste gezicht geen problemen met een partner als medeslaper. Die verbruikt nochtans, net als wijzelf, meer dan het duizendvoud van een plant. Een gedachte om eens goed over te slapen.
Geert Potters.
Plantenfysioloog Universiteit Antwerpen.
Als ik kunstenaar was, zou ik wel eens een zaal in een museum willen inrichten. In het midden van de ruimte zou ik een baby in een box neerzetten. Daaromheen: 7.000 broden, 1.300 kilo vlees, 10.000 appels, 3.500 repen chocolade, 500 kilo drop, 1.500 gebakjes, 8.000 liter melk, 6.500 liter koffie, 10.000 liter thee, 8.000 liter bier – alles wat die baby in zijn leven nog naar binnen gaat werken. Dus voeg in gedachten nog maar vele duizenden kilo's pasta, rijst, aardappelen, vis, groenten, ijs, pepermunt, koekjes, (pinda)kaas, hagelslag, jam en tienduizenden liters wijn, frisdrank en sap aan de expositie toe.
Ruud Hollander.
Hoofdredacteur 'Psychologie Magazine' (11.2004).
Sinds 1 september 2004 zijn in Frankrijk op middelbare scholen de snoep- en frisdrankautomaten verboden. Dat helpt, want als het lekkers er niet is, kom je ook niet in de verleiding.
Denise de Ridder.
Hoogleraar gezondheidspsychologie.
Het lijkt erop dat leraar en lerarenambt slecht gekende begrippen zijn. De vakbonden leggen uiteraard en terecht de klemtoon op de leraar als werknemer. Daarmee duiden ze zijn status aan. Zijn functie die velerlei is, geven ze evenwel zelden of niet aan.
Leraren werken immers niet, ze zijn bedrijvig. Ze nemen een taak op zich die voor en na de lesuren niet loslaat. Altijd zijn ze bezig, omdat de grote verscheidenheid van de leerlingen steeds weer tot nieuwe communicatie en interactie en uitbreiding van de zorgbreedte leidt. Dat vergt mensenkennis, vooral luisterbereidheid, empathie en inzicht in de groei, ontwikkeling en levensomstandigheden van de jongere. De antennes van de leraar in spe moeten daarom tijdens de lerarenopleiding afgestemd worden op de psyche van de leerling. De aspirant moet niet alleen opgeleid worden als vakdeskundige of vakspecialist, hij moet zich ook kunnen ontplooien tot pedagogisch begeleider en zelfs tot opvoeder in spe. Daarom moet hij zich reeds in de initiële lerarenopleiding door modularisering kunnen voorbereiden op het (samen)werken met specifieke doelgroepen. Dat mag niet alleen een zaak van nascholing zijn. Hij moet in de lerarenopleiding de passende omgeving vinden om zich aldus te vormen. De lerarenopleiding moet hem in staat stellen – zonder daarbij grote woorden te gebruiken – een deontologische houding aan te nemen die de jongere opvangt, beschermt en tegelijk stimuleert om voortgang te maken in een hernieuwd als zinvol begrepen oriëntatie.
Ludo Frateur.
Hoofdredacteur van 'VVL-Ideeën',
tijdschrift van de 'Vereniging Vlaamse Leerkrachten'.
Hoe mooi onze plannen, structuren en middelen ook zijn, onderwijs staat of valt met de kwaliteit en de motivatie van de leerkrachten. We moeten leerkrachten ontlasten van allerhande zaken die niets met hun opdracht te maken hebben.
Ludo Sannen.
Gewezen leraar; Vlaams parlementslid.
Ach, wat is het leven: geboren worden, geknecht worden in een pedagogische broeikast, vrijen, trouwen, kinderen krijgen, rijk of arm worden en altijd braaf zijn.
Gerard Walschap (1898-1989).
Vlaams auteur.
Hoe groter je bent, hoe groter de kans op borst-, prostaat- en darmkanker, leukemie en een lymfoedeem. Maar als je klein bent, is het risico op hart- en vaatziekten of een beroerte veel groter.
David Gunnell.
Hoogleraar epidemiologie Universiteit van Bristol.
Wetenschap is feilbaar, omdat ze 'des mensen' is.
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.
Vraag: Als ecologisch ongunstige economische ontwikkelingen mensen uit de armoede kunnen halen, wat heeft dan de prioriteit? Antwoord: Er moet helemaal niet gekozen te worden. Je kunt mensen niet redden door het milieu te vernietigen. Want als je het milieu vernietigt, ga je dood. Dat zegt het boeddhisme: wie de natuur beschadigt, beschadigt zichzelf. Niet alleen metaforisch, maar heel letterlijk.
Laszlo Zsolnia.
Hongaars hoogleraar economie in'Knack' (2004).
Het ontbreekt de beschouwing der natuur aan een leidende gedachte, en het ontbreekt de filosofische bespiegeling aan ervaring.
Francis Bacon (1561-1626).
Engels staatsman en geleerde.
Een bewijs dat op ervaring berust, verdient de voorkeur boven een bewijs dat op redenering gegrond is.
Otto von Guericke (1602-1686).
Duits natuurkundige.
Genie is vlijt.
Wolfgang Johann Goethe (1749-1832).
Duits schrijver en natuuronderzoeker.
Niet alleen in de werkhuizen is gebrek aan lucht en licht, dat is ook zoo in de scholen, gewoonlijk slecht verlicht en nog slechter verlucht; de kinderen zijn er opgepropt de eene tegen de andere; en die gebreken zijn nog vermeerderd sedert de onderwijzer de vrijheid van onderwijs naar zijn zienswijze en volgens zijn persoonlijk belang uitlegt en zijn leerlingen in een kot bijeen steekt of in een armtierige hut, die dienst moet doen en voor woning voor zijn gezin, en voor herberg en voor schoollokaal.
Geneeskundige commissie van Lier (1840).
[ Over de vervuiling van de zeeën.] De Middellandse Zee is een toilet dat nooit doorgetrokken wordt.
Jane Hightower.
Amerikaanse interniste,
Onderzoekster van de invloed van kwik op de gezondheid.