De hele opvoeding is een kwestie van liefde, geduld en wijsheid. En de laatste twee groeien, waar de eerste heerst.
Jan Ligthart (1859-1916).
Nederlands onderwijzer en pedagoog.
Wee de leraar die klaagt, dat de leerlingen bij hem niet opletten. Waarom niet? Och, gewoonlijk omdat hij geen persoonlijkheid is, of zijn persoonlijkheid niet geven wil, of althans, omdat hij daar te doceren staat, geen levendmakend deel van zijn persoonlijkheid is geworden: omdat, terwijl zijn mond en zijn hoofd daar als een spreekmachine voor de klas te kakelen staat, zijn persoonlijkheid thuis is bij zijn boeken, bij zijn vrouw, bij zijn zaken, bij zijn politiek of zijn vrienden. Neen, het leren van onze leerlingen is geen openhouden van geestesmonden waar wij zo maar stukjes vlees in kunnen werpen, die wij in de slagerswinkel van het schoolboek een half uurtje te voren even kopen gaan· We moeten een persoonlijkheid zijn niet alleen, maar ook de onderwijsstof, zo in hart en nieren hebben opgenomen, dat wij met het doceren van die stof, ook vanzelf onze persoonlijkheid aan onze leerlingen weg kunnen schenken, en wij moeten zo vol zijn van onze heerlijke taak, dat wij niet alleen kœnnen, maar ook willen en doen; en dat, onafhankelijk van kwaaie of goede buien, onafhankelijk van goed of slecht weer, onafhankelijk vooral van de talenten en de aantrekkelijkheid onzer leerlingen zelf. Anders toch is er heel veel gevaar, dat gij u alleen bezig gaat houden, alleen iets gaat voelen voor uw knappe of vriendelijke leerlingen, en de minderbegaafden of minder aantrekkelijken maar laat zitten of laat lopen. [·]
Jac. Van Ginneken (1877-1945).
Nederlands hoogleraar opvoedkunde.
Een grote en mooie uitvinding is het geheugen, dat altijd nuttig is om te leren en om te leven.
Dialexeis ("Gesprekken"), ca. 400 v.C.
Wanneer we ouder worden, wijten vele mensen de verslechterende prestaties aan het verlies van hersencellen. We verliezen inderdaad hersencellen naarmate we ouder worden, maar niet zo snel als men vaak denkt. Een 70-jarige heeft nog ongeveer 97 % van de hersencellen die hij had toen hij 25 was.
David Thomas.
International Grandmaster of Memory.
In: "Verbeter uw geheugen".
We zijn wat we vaak doen. Uitmuntendheid is dus geen act, maar een gewoonte.
Aristoteles (384-322 v. C.).
Grieks wijsgeer.
Geesten zijn als parachutes: ze werken het best als ze open zijn.
Lord Thomas Dewar (1864-1930).
Brits sportman en verteller.
Mind Mapping, een concept dat in de jaren 1970 door Tony Buzan in Londen bedacht werd, is een leerinstrument dat door meer dan 100 miljoen mensen gebruikt wordt.
David Thomas.
International Grandmaster of Memory.
In: "Verbeter uw geheugen".
Een goede geest hebben volstaat niet. U moet hem vooral goed gebruiken.
Réné Descartes (1596-1650).
Frans filosoof.
Het verschil tussen een amoebe en Einstein is dat, alhoewel ze beiden gebruik maken van eliminatie door de methode van "gissen-en-missen" ("trial-and-error"), de amoebe het missen verafschuwt terwijl Einstein erdoor geïntrigeerd wordt: hij zoekt aandachtig de fouten in de hoop te leren uit hun ontdekking en hun eliminatie.
Karl Popper (1902-1992).
Oostenrijks-Brits filosoof.
We erven de aarde niet van onze ouders, we ontnemen haar aan onze kinderen.
Oud Indiaans gezegde.
Na de middelbare leeftijd zijn zware lichaamsoefeningen gevaarlijk, vooral als je ze doet met mes en vork.
Anoniem.
Men moet de mens niet beoordelen naar zijn opinies, maar naar wat de opinies van hem gemaakt hebben.
Georg Lichtenberg (1742-1799).
Duits schrijver en natuurkundige.
Kinderen zijn er niet gelukkig mee dat er niets is wat mag vergeten worden. En het is precies daarvoor dat ouders geschapen werden.
Nash Ogden (1902-1971).
Amerikaans dichter.
Geniaal zijn zonder onderwijs is als zilver in de mijn.
Benjamin Franklin (1706-1790).
Amerikaans staatsman en natuurkundige.
Het is een mirakel dat de nieuwsgierigheid toch het formele onderwijs overleeft.
Albert Einstein (1879-1955).
Duits-Amerikaans fysicus.
Het is alleen de onwetende die het onderwijs misprijst.
Publius Syrus (ca. 85-43 v.C.).
Latijns dichter.
De mens is nog slechter dan een beest als hij een beest is.
Rabindranath Tagore (1861-1941).
Bengaals dichter en wijsgeer.
Wijsheid bestaat uit twee delen:
1. heel wat te vertellen hebben,
2. en het niet zeggen.
Anoniem.
Al te dikwijls geven we kinderen antwoorden die ze zich moeten herinneren, eerder dan problemen die ze moeten oplossen.
Roger Lewin.
Amerikaans wetenschapsjournalist.
Het lot van een land hangt af van het onderwijs aan het volk van dat land.
Benjamin Disraeli (1804-1881).
Engels staatsman.
Het zou moeten mogelijk zijn om de wetten van de fysica uit te leggen aan een barmeid.
Albert Einstein (1879-1955).
Duits-Amerikaans fysicus.
De enige persoon die onderwezen is, is degene die heeft geleerd hoe te leren en hoe te veranderen.
Carl Rogers (1902-1987).
Amerikaans psycholoog.
Als het groen is, is het biologie, als het stinkt, is het chemie, als er getallen mee gemoeid zijn, is het wiskunde, en als het niet werkt is het technologie.
Anoniem.
Iedereen weet hoe je kinderen moet opvoeden, behalve degenen die er hebben.
P. J. O'Rourke (° 1947).
Amerikaans satireschrijver.
Als je ouders geen kind hebben gehad, is er veel kans dat je er ook geen zult hebben.
Clarence Day (1874-1935).
Amerikaans essayist.
De wetenschap is de asymptoot van de waarheid. Zij nadert wel altijd, maar raakt nooit.
Victor Hugo (1802-1885).
Frans dichter.
Het zijn alleen de amoeben die zich delen om zich te vermenigvuldigen.
Hervé le Tellier (° 1957).
Frans wetenschapsjournalist en romancier.
Onderwijs begint op de schoot van de moeder en ieder woord dat het kind kan horen, draagt bij tot de vorming van zijn karakter.
Hosea Ballon (1771-1852).
Amerikaans dominee.
Welk groter en beter geschenk kunnen we de republiek geven dan het onderwijzen van onze jeugd?
Marcus Tullius Cicero (106-43 v.C.).
Romeins staatsman.
Onderwijs is datgene wat overblijft nadat men heeft vergeten wat men op school geleerd heeft.
John Dryden (1631-1700).
Engels dramaturg.
Waarom zou een samenleving zich alleen verantwoordelijk moeten voelen voor het onderwijs van kinderen, en niet voor het onderwijs van volwassenen van alle leeftijden?
Erich Fromm (1900-1980).
Duits-Amerikaans cultuurpsycholoog.
De mensen zouden niet langer dan enkele maanden in leven blijven indien alle insecten en alle andere op het land levende geleedpotigen zouden verdwijnen.
Edward O. Wilson (° 1929).
Amerikaans hoogleraar biologie.
In een typisch regenwoud zoals bij Manaus in het Amazonegebied in Brazilië bevat elke hectare een paar dozijn vogels en zoogdieren, maar meer dan een miljard ongewervelden, waarvan de overgrote meerderheid uit mijten en springstaarten bestaat. Per hectare is er ongeveer 200 kg drooggewicht aan dierlijk weefsel, en 93 % daarvan wordt geleverd door ongewervelden. Mieren en termieten vormen daarvan een derde deel. Dus als u door een tropisch woud loopt, [ ·] dan trekken vooral gewervelden de aandacht, maar u bent op bezoek in een wereld die voornamelijk uit ongewervelden bestaat.
Edward O. Wilson (° 1929).
Amerikaans hoogleraar biologie.
In: "Kijk op de natuur".
De positie van de biologie in onze snel veranderende samenleving is toe aan een herijking. Immers, de maatschappij vraagt niet alleen om een inventarisatie van alles wat leeft en bloeit om ons heen, maar stelt steeds dwingender eisen aan zaken als de voorziening van voldoende en veilig voedsel - hier en elders in de wereld - , een lang en zo gezond mogelijk leven, een adequate bescherming en zo mogelijk ontwikkeling van levende natuur om ons heen, en een adequate energievoorziening voor een groeiende wereldbevolking die eigenlijk steeds minder gebruik zou moeten gaan maken van fossiele (biologische) brandstoffen. Aan de oplossing van die maatschappelijke problemen kan biologische kennis en inzicht een bijdrage leveren. Tegelijk roept een aantal menselijke activiteiten, mede mogelijk gemaakt door wetenschappelijke en technologische vernieuwing, ethische vragen op. Vinden we, met name ook als menselijke samenleving, dat alles wat kan ook mag?
De maatschappelijke positie van de biologie als wetenschapsgebied is blijkens vele uitspraken steeds belangrijker. De 21ste eeuw is de eeuw van de biologie. Dat geldt voor de wetenschap, maar tegelijkertijd ook voor het brede onderwijs in de biologie voor alle burgers. Immers, deze burgers moeten de ontwikkelingen dragen en moeten deze op waarde kunnen schatten en dat vergt in feite biologische/ecologische oplettendheid.
Uit: Advies van de Biologische Raad (Nederland).
"Biologieonderwijs: een vitaal belang" (2003).
In het rapport van de Verkenningscommissie Biologie, "Biologie: het leven centraal" (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 1997), wordt uiteengezet dat de biologie als wetenschap zich in de afgelopen vijftien jaar onstuimig heeft ontwikkeld. De biologie heeft zich in die periode dan ook ontwikkeld tot een discipline met een grote maatschappelijke betekenis. De afgelopen decennia hebben de biologie en de biotechnologie op het gebied van gezondheid, voeding en milieu een zodanige explosieve groei vertoond, dat thans iedereen dagelijks met aspecten daarvan in aanraking komt. Door het toegenomen belang van de biologie voor onze samenleving is echter ook de verwachting dat maatschappelijke problemen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, voeding en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, door de biologie kunnen worden opgelost, sterk toegenomen. Zonder overdrijving kan worden gesteld dat biologie thans, in het begin van de 21ste eeuw, zowel voor de huidige, sterk technologische, kennissamenleving als voor mensen individueel van vitaal belang is.
De toegenomen maatschappelijke betekenis van de biologie vraagt om een herwaardering van het schoolvak biologie. Immers, als de betekenis van de biologie maatschappelijk gezien zo sterk is toegenomen, ligt het ook voor de hand dat de biologie ook een belangrijke plaats inneemt als schoolvak.
Uit: Advies van de Biologische Raad (Nederland).
"Biologieonderwijs: een vitaal belang" (2003).
In het rapport "Biologie: het leven centraal" (1997) worden vijf ontwikkelingen geschetst die zich de afgelopen vijftien jaar in het biologisch onderzoek hebben voorgedaan:
1. Voortgaande integratie van onderzoek op verschillende organisatieniveaus, met name door toepassing van moleculaire technieken in ontwikkelingsbiologie, fysiologie en ecologie.
2. Onderzoek vindt in toenemende mate plaats aan modelorganismen, vanuit het inzicht dat fundamentele biologische processen veelal soortonafhankelijk zijn. Als gevolg daarvan zijn de grenzen tussen zoölogie, botanie en microbiologie grotendeels vervaagd.
3. Biologisch onderzoek wordt in toenemende mate gestuurd vanuit maatschappelijke problemen op het gebied van voeding, gezondheid en milieu. Onderzoek aan deze maatschappelijke problemen vraagt veelal om een multi- of interdisciplinaire aanpak.
4. Het biologisch onderzoek heeft zich sterk verdiept door uitbreiding van technologische en methodische mogelijkheden op het gebied van informatietechnologie, het modelleren van biologische processen, moleculaire technieken, en methodieken om onderzoek in situ uit te voeren.
5. De aandacht voor ethische aspecten van biologisch onderzoek, bijvoorbeeld ten aanzien van dierproeven, recombinant DNA en transgene organismen, is sterk toegenomen.
Uit: Advies van de Biologische Raad (Nederland).
"Biologieonderwijs: een vitaal belang" (2003).
Menselijke instincten zijn niet verbeterbaar, ze zijn wel breidelbaar door opvoeding en onderwijs, door de primauteit van de rede op de passie, door een systeem van wetten en verbodsbepalingen, door een repressief apparaat dat de naleving ervan afdwingt.
Mia Doornaert.
Journaliste. In: "De Standaard".
Maar wij beschouwen de bouwwerken [ bijvoorbeeld termietenheuvels ] van een andere soort [ organisme ] dan van de eigen soort als deel van de natuur, en onze constructies [ bijvoorbeeld steden ] als iets speciaals. Dat wijst op een zekere arrogantie, een gevoel dat wij niet tot die natuur zouden behoren, dat wij onze eigen wereld maken, naar eigen smaak en aanvoelen, terwijl wij in feite natuurlijk niet meer zijn dan een kleine schakel in het eindeloze, blinde proces van de evolutie, terwijl we misschien zelfs beschouwd zouden kunnen worden als een biotoop voor een florerende gemeenschap van schimmels en microben - ons lichaam als hun equivalent van de termietenheuvel. Er is maar één essentieel verschil tussen termietenheuvels en steden; de eerste gaan (waarschijnlijk) al honderden miljoenen jaren mee, de laatste slechts enkele duizenden. Dat inzicht zou tot bescheidenheid moeten nopen.
Dirk Draulans.
Wetenschapsjournalist.
In: "Knack".
Hongerige dieren verdelen hun omgeving in eetbare en oneetbare dingen.
David Katz (1884-1953).
Psycholoog.
Voeding is medebepalend voor de ziekten in onze maatschappij. In gebieden die ons westers voedingspatroon overnemen, duurt het geen twintig jaar of onze ziekten zoals diabetes type II, hart- en vaatziekten, obesitas· duiken er op.
Régine Buidin.
Huidarts en voedingsdeskundige.
In "Weekend Knack".
Men voorspelt tegen 2025 een toename met 170 procent van het aantal diabeteslijders, de vorm die veroorzaakt wordt door onze voeding. Allergieën zullen ook blijven toenemen, evenals depressies. Hart- en vaatziekten zijn een veel belangrijker doodsoorzaak dan kanker. Onze sociale voorzieningen zullen op termijn niet meer in staat zijn de kosten van deze ziekten te dragen. Wij hebben vastgesteld dat een en ander te maken heeft met onder meer de verhouding tussen omega-6 en omega-3. We kennen het belang van deze essentiële vetzuren. We kennen de nadelen van andere voedingsmiddelen zoals snelle suikers en industrieel geharde vetten.
Régine Buidin.
Huidarts en voedingsdeskundige.
In: "Weekend Knack".
De computer is een apparaat om informatie op te zoeken, te bewaren en te bewerken. Hij doet dat met grote snelheid en bekwaamheid, en beconcurreert op die manier met glans het schoolbord. Maar net zoals het schoolbord, doet hij in wezen niets. In elk geval levert hij niets van het werk dat een leerling in de klas moet verrichten. Om een tekst te begrijpen, een redenering te volgen, een feit te onthouden, moet de leerling dezelfde inspanningen leveren die alle leerlingen alle voorgaande eeuwen al moesten leveren. De computer kan wel worden ingeschakeld om gegevens aan te voeren, op te smukken of uit te stallen, maar niet om zinvol te selecteren of te interpreteren. Integendeel, het ding kan hinderlijk zijn door zijn opdringerigheid, mateloosheid en, ondanks alles, machteloosheid.
Gerard Bodifée.
Fysicus en wetenschapsjournalist.
In: "Knack".
"Bruce Darrot is ecoloog." "Wat is dat? " "Ecologie," zei Glystra, "houdt zich uiteindelijk bezig met het verschaffen van voedsel aan mensen. Hongerige mensen zijn boos en gevaarlijk."
Jack Vance (° 1916).
Amerikaans auteur. In: "Big Planet".
Medisch nieuws schijnt aan een soort geplande veroudering onderhevig te zijn. Het medicijn van vandaag is de gifbeker van morgen. Vers onderzoek heeft een uiterste verkooptermijn die korter is dan die van een pak havermout.
Ellen Goodman.
Columnist van de "Boston Globe"
en hoogleraar informatietechnologie.
Het verwerven van kennis is in alle culturen primair een geval van ontvangend of receptief leren. Dit wil zeggen dat de belangrijkste inhoud van wat geleerd moet worden aan de lerende in een min of meer finale vorm door aanbiedend of expositief onderwijs ter beschikking wordt gesteld. In die omstandigheden wordt van de lerende eenvoudigweg verwacht dat hij het materiaal begrijpt en kan integreren in zijn cognitief bestand, zodat hij het kan reproduceren, kan gebruiken bij het leren van nieuwe zaken en er ook in de toekomst problemen mee kan oplossen.
David P. Ausubel.
Amerikaans psycholoog.
In: "The Acquisition and Retention of Knowledge".
We eten met de dunne darm en we drinken met de dikke darm.
Anoniem.
Als glucose [ in het menselijk lichaam ] het geld in je portemonnee is, klaar om te worden uitgegeven wanneer dat nodig is, is glycogeen het geld op de bank, dat met een beetje moeite beschikbaar is, en vet het geld dat in aandelen en beleggingsmaatschappijen zit.
Walter C. Willett.
Voedingsdeskundige.
In: "Eet, drink en blijf slank & gezond!"
Wees voorzichtig met het lezen van boeken over gezondheid. Je kunt overlijden aan een drukfout.
Mark Twain (1835-1910).
Amerikaans schrijver.
Drie met elkaar in verband staande aspecten van gewicht, namelijk (1) hoeveel je weegt in relatie tot je lengte, (2) tailleomvang en (3) de hoeveelheid die je bent aangekomen sinds je twintig was, beïnvloeden sterk de kans op een hartaanval of andere soort hartaandoening, beroerte, postmenopauzale borstkanker, baarmoederkanker, darmkanker, nierkanker, artrose, hoge bloeddruk, hoog cholesterol, diabetes, onvruchtbaarheid, galstenen, snurken, slaapapnoe en astma bij volwassenen.
Walter C. Willett.
In: "Eet, drink en blijf slank & Gezond!
De revolutie in gezonde voeding"
(Kosmos-Z&K Uitgevers, Antwerpen, 2003).
Groente en fruit bevatten de anticarcinogene cocktail waaraan we aangepast zijn. Ze uitbannen is levensgevaarlijk.
John D. Potter.
Amerikaans kankeronderzoeker.
Een wetenschapper is niets anders dan de manier waarop een bibliotheek er een nieuwe bibliotheek bij maakt.
Daniel C. Dennett (° 1942).
Amerikaans hoogleraar filosofie.
Ik weet ook dat er tegenwoordig veel onderzoek wordt gedaan naar chemische stoffen in onze hersenen die onze emoties bepalen. Ik geloof dat we in de volgende jaren een beter inzicht zullen krijgen in die processen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat veel van de opvoeding afhangt. Niet alleen door de ouders. De school, de vrienden, wat de tv toont, de normen en waarden van de maatschappij, het zijn allemaal belangrijke elementen bij de vorming van een mens.
Phillip Margolin.
Amerikaans advocaat en auteur
van advocatenthrillers.
De wet van Murphy:
Als er iets faut kan gaan, dan zal het ook fout gaan.
De wet van de schoolexperimenten:
Als een proef kan mislukken, dan zal hij ook mislukken.
De wet van Commoner over ecologie:
Niets verdwijnt ooit.
De eerste wet van Zymurgy over de uitzettende kracht van een systeem:
Als je een pot wormen geopend hebt, kun je ze alleen nog maar in een grotere pot terugstoppen.
Het commentaar van Kaiser op Zymurgy:
Open nooit een pot wormen, tenzij je gaat vissen.
De wet van Imbesi over het behoud van het vuil [ van bijvoorbeeld glaswerk ]:
Als iets schoon moet worden, zal iets anders vuil moeten worden.
De wet over het uitgeven van [leer]-boeken:
Sommige fouten zullen onontdekt blijven tot het boek gedrukt is.
Gevolgtrekking van Bloch:
De eerste pagina die de auteur van zijn presentexemplaar openslaat, zal de grootste fout bevatten.
Het motto van prof. Drs. Polak:
Als je in je werk geen fouten mag maken, dan is het niet het goede werk.
De wet van Harvard:
Onder de strengst gecontroleerde omstandigheden wat betreft druk, temperatuur, volume, vochtigheid en andere variabelen, zal het organisme gewoon doen waar het toevallig zin in heeft.
De futiliteitsfactor:
Geen enkel experiment is een volledige mislukking: het kan altijd dienen als voorbeeld van hoe het niet moet.
Het sofisme van Sagan:
De bewering dat het menselijk lichaam niets anders is dan een verzameling moleculen is hetzelfde als de bewering dat een toneelstuk van Shakespeare niets anders is dan een verzameling woorden.
De wet van Vile voor leraren:
Niemand luistert, tot je een fout maakt.
De wet van H. L. Mencken:
Degenen die het kunnen, doen het.
Degenen die het niet kunnen, onderwijzen het.
De uitbreiding van Martin:
Degenen die niet kunnen onderwijzen, besturen.
De wet van Mayer [ voor leerkrachten ]:
Het is een simpele opgave dingen ingewikkeld te maken, maar het is een ingewikkelde opgave ze simpel te maken.
De wet van Hiram [toe te passen op het onderwijsbeleid]:
Als je maar genoeg experts raadpleegt, kun je iedere mening bevestigd krijgen.
De stelling van Britt over groene vingers:
De levensverwachting van kamerplanten is omgekeerd evenredig aan de prijs en recht evenredig aan de lelijkheid.
In: Arthur Bloch,
"Murphy"s Law"
(Bruna, Utrecht).