| Vergelijking van in-
en uitgeademde lucht |
Alle dieren nemen
zuurstofgas op uit de lucht of uit het water. Er zijn nogal ingewikkelde apparaten nodig om dat bij dieren
na te gaan. Maar we kunnen dat wel
bij onszelf onderzoeken!
Als de mens zuurstofgas
uit de ingeademde lucht verbruikt, dan moet de lucht die we uitademen minder
zuurstofgas bevatten dan de lucht die we inademen. We gaan na of dat wel zo is.
1. Vergelijking van
het zuurstofgasgehalte van in- en uitgeademde lucht
Een fles die open aan de
lucht staat bevat atmosferische lucht.
Die bevat ongeveer 80 vol.-% stikstofgas, 20 vol.-% zuurstofgas en 0,03
vol.-% kooistofdioxide. Dat is de
lucht die we inademen.
Onderzoek 1
1. Laat een brandend kaarsje in een fles van een liter
zakken en noteer in de tabel "Vaststellingen" hoe lang het blijft
branden.
2. Als je eerste bepaling om een of andere reden niet
goed verlopen is, moet je opnieuw beginnen. Om in de fles weer atmosferische lucht te brengen vul je de
fles volledig met water en laat er dan het water weer uit lopen.
3. Vul de fles met uitgeademde lucht. Steek daarvoor het uiteinde van een slangetje
tot op de bodem van de fles en blaas er al de lucht in die je in ÚÚn keer
kunt uitademen. De hele fles
is dan zeker gevuld met uitgeademde lucht.
4. Laat nu weer een brandend kaarsje in de fles zakken
en noteer hoelang de kaars brandt.
Vaststellingen:
|
|
|
Brandtijd |
|
|
Een liter ingeademde
lucht Een liter uitgeademde
lucht |
.............. .............. |
Hoe korter een kaarsje in
een gasmengsel blijft branden, hoe minder zuurstofgas dit mengsel bevat.
Besluit:
.................................................................................................................................
Denk nu niet dat
uitgeademde lucht geen zuurstofgas meer bevat. Nauwkeurig onderzoek geeft het volgende resultaat.
- Ingeademde lucht bevat
20,9 vol.-% zuurstofgas.
- Uitgeademde lucht bevat ongeveer 16 vol.-% zuurstofgas.
2. Vergelijking van
het koolstofdioxidegehalte
Ingeademde lucht bevat
ook een beetje koolstofdioxide, nl. 0,03 vol.-%. Is er daarin verandering gekomen? We onderzoeken het.
Onderzoek 2
1. Vul een heel zuivere reageerbuis voor ÚÚn derde met
kalkwater, het herkenningsmiddel voor koolstofdioxide.
2. Sluit de reageerbuis af met een stopje en schud de
ongeveer 20 ml atmosferische lucht die in de reageerbuis aanwezig is met het
kalkwater.
3. Ga na of er een troebeling optreedt.
4. Houd nu de opening van de reageerbuis in de vouw van
duim en wijsvinger en blaas alle lucht die je in 1 keer kunt uitademen in
de reageerbuis.
5. Sluit de reageerbuis weer af en schud.
Vaststellingen:
|
|
|
Na schudden met
kalkwater |
|
|
20 ml atmosferische
lucht 20 ml uitgeademde lucht |
............................... ............................... |
Besluit:
.................................................................................................................................
Nauwkeurig onderzoek
geeft het volgende resultaat.
- Ingeademde lucht bevat
0,03 vol.-% koolstofdioxide.
- Uitgeademde lucht bevat
ongeveer 4 vol.-% koolstofdioxide.
3. Samenvatting
Het stikstofgasgehalte
van in- en uitgeademde lucht blijft hetzelfde.
Uitgeademde lucht bevat
wel waterdamp. Je kunt die
bijvoorbeeld op een koud drinkglas laten condenseren. De binnenbekleding van de longen is vochtig en daardoor
bevat de lucht in de longen en daarmee ook de uitgeademde lucht veel waterdamp.
Samengevat krijgen we dan
het volgende overzicht.
|
|
|
Ingeademde gedroogde lucht |
Uitgeademde gedroogde
lucht |
|
|
|
Zuurstofgas Koolstofdioxide Stikstofgas + andere gassen |
21 vol.-% 0,03 vol.-% 79 vol.-% |
16 vol.-% 4 vol.-% 79 vol.-% |
|