Heb je als lid iets te melden, dan is dit de geknipte rubriek. Voor opname volstaat het een berichtje te sturen naar : [email] |
PowerPoint presentaties biologie
Op www.sintjozefscollege.be
staan in de rubriek 'vakken' onder 'biologie' de ppt-presentaties die ik in
m'n lessen 4de, 5de en 6de jaar gebruik. Collega's kunnen, net zoals m'n leerlingen,
die zonder copyright afhalen en gebruiken. Als er fouten instaan of als u suggesties
voor verbeteringen hebt, altijd welkom bij mark.maertens@sintjozefscollege.be
Met vriendelijke groeten,
Mark Maertens
Examenbloopers
Om de paasvakantie al (glim)lachend in te zetten, volgen hier enkele staaltjes uit de paasexamens van mijn leerlingen.
"Een zaadcel bestaat uit een kop die de kernenergie bevat." (Laat de kerncentrales nu maar verdwijnen, de mannen zorgen in het vervolg wel voor de nodige elektriciteitsproductie!)
Op een celtekening delen aanduiden: "vitriool" i.p.v. centriool.
Ovulatie:
wanneer een zaadcel met een eicel in contact komt, ontstaat er een bevruchte eicel; deze zal gevoerd worden naar de baarmoeder waar ze gaat ovuleren
wanneer de zaadcel probeert in de eicel binnen te dringen
wanneer de Graafse follikel barst en de eicel bevrucht vrijkomt
"Bacteriën zijn zichtbaar met het oog en met de microscoop. Virussen zijn zodanig klein dat we een elektroscoop nodig hebben." (Ze bedoelde hier natuurlijk elektronenmicroscoop!)
Middel om malaria te onderdrukken: "plassen afdrogen" (i.p.v. droogleggen)
Ziekte veroorzaakt door een besmette teek = "jagersziekte"
"Als je anorexia hebt, moet je een dieet volgen: het candidadieet."
Misschien heb jij ook wel dergelijke eigenaardige uitspraken? Mail ze gerust door. Voor wie wil: ik heb er nog veel meer van vorige examens liggen!
Groetjes,
Kristien Bogaert
kristien.bogaert@pandora.be
Virtual School
Virtual School is een onderdeel van European Schoolnet, een netwerk waarin 23 Europese onderwijsministeries samenwerken aan het ontwikkelen van didactische projecten voor scholen, leerkrachten en leerlingen. De klemtoon ligt sterk op het gebruik van ICT. European Schoolnet wil een platform bieden waarlangs de diverse participanten informatie en ervaringen kunnen uitwisselen, zowel over Europese als over lokale initiatieven.
Sinds kort is er in Virtual School ook een Department Biology. De coördinatie gebeurt vanuit Nederland, omdat de Nederlandse overheid dit departement financiert. Een en ander is nog in de opstartfase en veel valt er dus voorlopig nog niet te beleven. Of dat straks meer zal zijn, hangt echter voor een groot stuk af van de inbreng die biologieleraren uit de diverse landen zelf aanbrengen. In sommige van de andere departementen gaat het er bijzonder dynamisch aan toe, andere daarentegen branden op een zeer laag vuurtje. Waarom zouden biologieleraren niet evengoed een dynamisch netwerk kunnen uitbouwen?
De informatie in het biologiedepartement is, net zoals bij de andere, voor een deel vrij toegankelijk. De 'community' daarentegen staat alleen open voor leden. Lid worden is volledig gratis maar de coördinatoren willen toch voorkomen dat om het even wie zich aanmeldt. Als je je laat registreren, moet je daarom kort aangeven waarom je dat doet. Eén of enkele dagen later krijg je een e-mailbericht met daarin je persoonlijke toegangscode.
Ga naar http://www.eun.org/eun.org2/eun/en/vs-Front_/entry_page.html (en klik dan op 'Biology' in het kader rechtsboven).Rik Palmans
rik.palmans@pi.be
Errata: Natuurstroom, met de zon als bron
De zeer mooie brochure die verscheen naar aanleiding van deze interactieve tentoonstelling in Dierenpark Plankendael wordt ontsierd door inhoudelijke fouten en enkele spelfouten.
p. 6 vruchten van de esdoorn en de paardebloem (ook op p. 18) i.p.v. zaden; in functie van de leerprogramma's is dit een zeer zware inhoudelijke fout
p. 14 bacteriën en schimmels (reducenten) zijn vergeten in de voedselkringloop en voedselweb
p. 22 een aardappel is een stengelknol en geen wortelknol; zeer zware fout i.f.v. programma bio.
p. 17 zin over het sneller afkoelen van de diepvriezer moet zijn dat hij minder snel opwarmt.
p. 9 kinetische energie i.p.v. kynetische (spelling vanaf 1956!)
p. 20 bedoeïenen i.p.v. bedouinen (spelling vanaf 1956!)
p. 27 'Moet een torenvalk bidden voor het eten?' Het "bidden" van een torenvalk komt van het Engelse 'to prey on" (jagen op) en is verkeerd gehoord als "to pray".Hier is geen fout begaan, maar dit is m.i. een interessant weetje.
p. 30 lnuit betekent "mensen'.
Erg storend zijn de verkeerd gestelde waarom-vragen.
- Waarom is er leven op aarde? (p. 4)
- Waarom hoeft een olifant geen muts op te zetten? (p. 12)
- Waarom draagt een hond geen sokken? (p. 12)
- Waarom zijn er hoge en lage bomen? (p. 14). Het gegeven antwoord raakt kant noch wal
- Waarom heeft een zebra strepen? (p. 32)
Volgens mij moet zeker op de eerste reeks fouten een briefje met errata worden bijgevoegd.
Frans Desfossés (Edegem)
Zoo-flashes
- De zoogidsen zijn verhuisd. Als je aan de oude afspraakplaats bent met je neus naar het station toe, kijk je naar de EHBO, links daarvan is een fietsenstalling, dan de wc's en daarnaast het lokaal van de zoogidsen. Daar is de enige afspraakplaats voor alle groepen die een zoo-les of een geleid bezoek hebben aangevraagd. Alleen als je een planetariumles hebt aangevraagd, ga je rechtstreeks naar daar.
- Reserveren doe je best op het nummer 03/202 45 50 van de educatieve dienst. Dan ben je rechtstreeks verbonden met de persoon die het boek bijhoudt waarin alle reservaties worden vastgelegd.
- Vele collega's maken eigen werkbladen om een bezoek aan de zoo een meerwaarde te geven. Als wij zo'n bundeltje krijgen, zien we al eens verouderde informatie. Daarom enkele nieuwtjes (recent en minder recent), om zaken te laten verbeteren die we vorig jaar soms nog aantroffen in werkbladen.
- Het voormalige dolfinarium heet nu aquaforum en herbergt de zeeleeuwen.
- De siamangs (gibbons) zitten in het gebouw van de mensapen.
- De grote karetschildpad zit niet meer in het aquarium maar in de Middellandse Zee.
- De Japanse reuzensalamander is naar een andere zoo (kweek en meer ruimte).
- De verpleegstershaaien zwemmen nu in het dubbele bassin waar vroeger de hondshaaien zaten. Deze laatste zijn naar voren verhuisd.
- Elke dinsdag, donderdag en zondag krijgen de piranha's om 15 uur stipt wijtingen aangeboden, die aan een ijzerdraad zijn opgehangen.
Spectaculair!
- De Indische neushoorns zijn naar andere dierentuinen overgebracht, waar ze meer ruimte hebben en eventuele partners kunnen ontmoeten. Op de vrijgekomen plaats zullen later de Indische tapirs komen.
- Geef a.u.b. deze informatie door aan collega's van het lager en kleuteronderwijs. Die mensen zijn gewoonlijk geen lid van VOB en worden soms door een (onervaren) portier naar een verkeerde afspraakplaats gestuurd. En dat is niet prettig.
- Ter gelegenheid van de I.B.O. kregen alle deelnemers en alle begeleiders (méér dan 300 man!) gratis toegang tot de Antwerpse zoo. Dank u wel, Peter Van den Eijnde!
Frans Desfossés (Edegem)
Bentische zoetwateralgen in Nederland
(Simons J., Lokhorst G.M. & van Beem A.P., 1999, KNNV Utrecht, 280 p., ISBN 90-5011-128-9, 125 NLG)
Eindelijk wordt de rijke wereld van de zoetwaterwieren nog eens ontsloten in onze moedertaal. Voor onderwijsdoeleinden is een dergelijke flora van groot praktisch nut, want overal is er wel een sloot, vijver, slecht aflopende goot of waterton te vinden. Zoals de titel zegt bestrijkt deze flora alleen de vastzittende wieren, bovendien exclusief enkele toch niet onbelangrijke groepen: diatomeeën, sierwieren... (deels omdat er al andere Nederlandstalige literatuur over bestaat). Ook de kranswieren komen er bekaaid van af, maar ook van die groep is er voldoende andere literatuur beschikbaar.
In het eerste deel van het boek vindt de gebruiker informatie over morfologie, cytologie, voortplanting en levenscycli, evolutie en een stukje over de ecologie van perifyton. Het tweede deel gaat over verzamelen, bewaren en kweken van wieren. Daarna volgen determineertabellen om tot de volgende groepen te komen: groenwieren, groengele wieren, goudwieren, bruinwieren, roodwieren en blauwwieren. Voor de verdere determinatie tot op de soort is de aanpak nogal verschillend, wat ik persoonlijk jammer vind.
Gesteld wordt dat deze flora toelaat de meest algemene algen van Nederland te identificeren. Dit is met name niet letterlijk te nemen voor enkele grote geslachten (Spirogyra, Oedogonium...), waarvan slechts een deel van de soorten opgenomen zijn. In andere geslachten zoals Klebsormidium, Microspora, Ulothrix wordt wel naar volledigheid gestreefd.
Het boek is zeer rijk geïllustreerd met lijntekeningen, veel zwart-wit en enkele kleurenfoto's. De vele literatuurreferenties zijn functioneel ingedeeld: internationale of nationale, algemene of specifieke, per afdeling of klasse. Hoewel het boek voor Nederland geschreven is zal het zeker ook zijn bruikbaarheid bewijzen in Vlaanderen.
Toch nog enkele opmerkingen. De gevolgde hogere taxonomie is zeer klassiek en volgt niet de moderne inzichten. Jammer dat de uitgever en/of auteurs de gelegenheid niet te baat hebben genomen om volledigheid na te streven onder één band wat betreft de vastzittende inlandse wieren: naast niet opgenomen groepen of onvolledig opgenomen genera (zie hoger) vind ik het vooral een gemis dat de landwieren ontbreken, de soorten van vochtige bodems, boomstammen, muren, latrines... Er zijn bijvoorbeeld wieren gekend, die karakteristiek zijn voor hondenpisplaatsen. Tot nader order zult u voor de identificatie van die soorten elders aan uw gerief moeten zien te geraken.. Als eventueel in een latere editie aan dit euvel zou kunnen verholpen worden en men vindt ook nog een auteur(scollectief) voor een flora van de planktonische wieren, dan ligt ook dit stukje boeiende biodiversiteit, de niet-mariene algen, volledig open voor de geïnteresseerde.Guido Rappé (Ursel)
Plant systematics: a phylogenetic approach
(Judd W.S., Campbell C.S., Kellog E.A. & Stevens P.F., 1999, Sinauer Associates, Sunderland, xvi + 464 pp, met cd-rom - 650 kleurenfoto's - ISBN 0-87893-404-9, 2900 BEF)
Er beweegt heel wat de laatste tijd op het vlak van de systematiek van planten in het algemeen en vaatplanten in het bijzonder. Nieuwe, voornamelijk moleculaire, benaderingen proberen de fylogenie, de stamboom van de evolutie, steeds beter te benaderen. Veel van de nieuwe inzichten, gepubliceerd in vaktijdschriften, blijven slechts beperkt tot academische kringen... tot er een boek van de openbaring over verschijnt. Zo'n (voorlopige, zoals alles in de wetenschap) bijbel is het boek van Judd en zijn medewerkers. De auteurs geven een modern overzicht van de systematiek van de vaatplanten, vanuit cladistisch ( = 'objectieve' methode voor de reconstructie van de fylogenie) oogpunt. Meteen kom ik op mijn belangrijkste punt van kritiek. Zelden had een degelijk boek zo'n slecht gekozen titel. Het begip 'plant' heeft in de loop der tijden veel ladingen gedekt (inclusief bacteriën, zwammen en wieren), maar is nooit, bij mijn weten, verengd geweest tot alleen maar de vaatplanten. De auteurs leggen dit wel uit, maar hebben dit recht niet.
Het boek neemt eerst een lange aanloop met hoofdstukken oven systematiek en classificeren, de historiek ervan, taxonomie, moleculaire systematiek en evolutie. Pas dan begint het systematisch overzicht, vanuit de fylogenetische verwantschappen gepresenteerd. Na 25 blz. sporenvaatplanten en naaktzadigen komen 250 blz. ordes en families bloemplanten. De auteurs volgen grotendeels, maar niet slaafs, de recente ophefmakende classificatie van de Angiosperm Phylogeny Group (APG, 1998). De meeste families worden wel vermeld, maar slechts de belangrijkste worden ook besproken, 140 in totaal. Slechts enkele hiervan kregen geen, voortreffelijke, plaat met voorbeelden en details van bloem en plant. Twee appendices, over botanische nomenclatuur en over inzamelen en bewaren, sluiten het boek af. De cd-rom, geschikt voor Windows en Macintosh, bevat de kleurafbeeldingen en drie tekstbestanden met de positie van de behandelde families in drie gezaghebbende taxonomische systemen (APG, Cronquist en Thorne).
Laat ons hopen dat dit niet het boek nieuwe stijl wordt: geen kleurenafbeeldingen in het gedrukte deel, maar alles samengebracht op een cd-rom. Misschien is dit een praktische oplossing voor de uitgever maar handig is het niet. (N.v.d.r.: wel beterkoop.) Je moet je boek naast de computer lezen. En als de cd-rom beschadigd of verloren geraakt, hou je nog een half product over. Deze opmerkingen doen nauwelijks afbreuk aan de algemene kwaliteit van het boek.Guido Rappé (Ursel)
De toekomst van orgaantransplantatie, geneeskunde of science fiction?
Dit is een brochure voor scholieren met informatie over de mogelijkheden en onmogelijkheden op het gebied van orgaantransplantatie. Een exemplaar is gratis verkrijgbaar bij het Rathenau-instituut, postbus 85525, NL-2508 CE Den Haag, 0031 70 3421501
Kust en Polder - Landschapseducatie in de Zwinstreek
Dit is de titel van een werkboek met cd-rom, uitgegeven door de Provincie West-Vlaanderen en samengesteld door vakleerkrachten biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en nog andere vakken, wat meteen betekent dat hier vakoverschrijdend zal kunnen gewerkt worden. Vormingsdoelen en leerdoelen worden opgesomd, terwijl ook heel wat eindtermen 2de graad biologie, aardrijkskunde en geschiedenis en vakoverschrijdende eind-termen milieueducatie aan bod kunnen komen.
Het werkboek (zwart-wit, om de prijs laag te houden) omvat drie delen: voorbereiding (inhoud en methode), opdrachten tijdens de excursie (polderlandschappen, Zwinmonding, kust en haven, Damme) en naverwerking van de waarnemingen (kenmerken van het landschap in de Zwinstreek, waardering van de Zwinstreek, dynamiek in het landschap van de Zwinstreek, Damme vroeger en nu). Het is rijkelijk voorzien van kaarten, afbeeldingen en foto's.
De cd-rom, een pareltje in kleur, werd speciaal gemaakt om het in het werkboek behandelde terreinwerk voor te bereiden waardoor ICT (informatie- en communicatietechnologie) als modern, didactisch leermiddel kan gebruikt worden. Voor wie wat met de computer overweg kan biedt dit bovendien mogelijkheden om de werkbladen aan te passen of eigen werkbladen op te stellen.
Werkboek en cd-rom zijn verkrijgbaar bij de Provincie West-Vlaanderen, Dienst Natuur- en Milieueducatie, Koning Leopold III laan 41, 8200 Sint-Andries, 050/40 32 81 voor slechts 250 BEF (200 BEF voor West-Vlaanderen) op rekening 091-0098036-95. Een aanrader voor een geïntegreerde werkweek in de Zwinstreek!
Herman Snoeck (Antwerpen)
Het Zwin - Tussen Knokke, Damme en Sluis
In dit boek, verschenen bij uitgeverij Davidsfonds/Leuven, heeft Guido Burggraeve (reeds 30 jaar conservator van het Zwin) al zijn passie neergeschreven voor het natuurlandschap aan de West-Vlaamse kust. Zijn boek geeft een nieuw grensoverschrijdend totaalbeeld van een rijk en dynamisch polderlandschap, dat zich uitstrekt van Damme tot Knokke en Sluis. Hij vertelt over de ontstaansgeschiedenis en de evolutie in de natuur en over de ingrepen van de mens in de duinen en dijken, slikken en kreken, polders, wallen en dorpen. De weelderige plantengroei en de vele vogels die er voorkomen komen tot leven in de knappe fotoês van de internationaal gere-puteerde natuurfotograaf Misjel Decleer.
Eindelijk weer een actueel boek over het Zwin en de Zwinstreek, waarin flora en fauna onder de loep genomen worden en hoe die evolueren, terwijl historische en natuur historische feiten aangehaald worden. Dit schitterend ge´llustreerd kijk-leesboek kost 1695 BEF.
Gebonden met stofwikkel, 160 blz., ISBN 90 5826 032 1.Herman Snoeck (Antwerpen)
Op zoek naar een boek met meerkeuzevragen over celstructuur & -fysiologie?
Ben je op zoek naar een boek proppensvol meerkeuzevragen over de ultrastructuur van de cel (inclusief celfysiologie) en genetica, dan kunnen we je "BIOLOGIE - Prüfungsliteratur zum GK 1 - Wolfgang Pies" aanraden. Naast een mooi overzicht van de noodzakelijke theorie krijg je een hele resem meerkeuzevragen over de behandelde onderwerpen. In de tweede helft van het boek vind je niet alleen de juiste antwoorden, maar ook de verantwoording van het gekozen antwoord. Het boek wordt uitgegeven bij Mediscript Verlag, Bernaustr. 19, D-86825 Bad Wörishofen, Duitsland
Terug naar inhoud
De Kalmthoutse Heide
Eindelijk weer een prachtig kijk-, lees- en weetboek over de Kalmthoutse Heide. Dat was van 1958 geleden.
Marc Slootmaekers (Belgische Vereniging van NatuurFotografen) zorgde voor de poëtische foto's, Geert de Blust (Instituut voor Natuurbehoud) schreef de teksten, spannend om te lezen, over: Beheer vergt inzet; Een oud Europees landschap; Geologie en genese van de K.H.; De geschiedenis van de K.H.; De moeizame bescherming van de K.H.; Duinen in de K.H.; De droge, vochtige en natte K.H.; Vennen in de K.H.; Natuurbehoud in de K.H.; De heide brandt; De toekomst van de K.H. Daarbij nog een uitgebreide literatuurlijst en fauna- en floratabellen waarin de soortenrijkdom van vroeger en nu vergeleken worden.
Het is een uitgave van het Davidsfonds, gebonden, 22 x 28 cm, met kleurenfoto's en schema's, 144 pagina's, ISBN 60 6152 969 7, 1695 BEF, maar je betaalt slechts 1525 BEF als je het boek in het Natuureducatief Centrum van Kalmthout gaat halen.
Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277
2020 Antwerpen
Terug naar inhoud
INVENTA-software & blokkeren van de computer
Aan de leerkrachten die de navorming computer in het biologie onderwijs gevolgd hebben en gebruik gemaakt hebben van de INVENTA software en sensoren. Bij real time meting van langdurige proeven kon de meting en de computer blokkeren.
Volgens Luc Hoof, medewerker VZW INVENTA moet het Labsoft 2.0 programma steeds opgestart worden via MS DOS (dus niet via bestandenbeheer in Win 3.11 of windowsverkenner in Win95). Daarbij kan nog een update GRATIS aangevraagd worden voor omzetting Labsoft 2.0 naar 2.2 (voor de upgrade naar de Labsoft 3.0 moet extra betaald worden). Het volstaat een fax te sturen naar Luc Hoof nr.: 09/ 349 20 09 met vermelding van uw school.
Navormers biologie, Guido Declerck en Anita van den Berghe
Verder inlichtingen en/of reacties : <avandenberghe@online.be>
Terug naar inhoud
Geleidingssensor van INVENTA niet boven 60 °C gebruiken!
OPGELET: De geleidingssensor van INVENTA mag niet boven 60°C gebruikt worden. De afdichtingssiliconenlaag kan dan smelten, waardoor er water in de sensor loopt. Herstellen is niet zo goedkoop. Je kan dus best
1) de temperatuur van de oplossing laag houden
2) erop letten dat in de gebruikte oplossing geen exotherme reacties optreden waardoor de temperatuur zou kunnen oplopen.
Marleen Van Strydonck
Terug naar inhoud
Gevaren van rookmelders
Vuur is een verschrikkelijk onheil dat mensen en gebouwen meestal onverwacht treft. Terecht treft men zoveel mogelijk maatregelen om zich hiertegen te beschermen. tén ervan is de rookmelder (RM) of rookdetector. Steeds vaker eisen zowel de brandweer als de verzekeringsmaatschappijen de installatie van dergelijke toestellen.
Soorten:
Naargelang het werkingsprincipe onderscheiden we drie soorten:
- optische RM: bevat een lichtbron die gedetecteerd wordt met een fotocel. Het toestel reageert met een signaal als er rookpartikels zweven tussen de lichtbron en de fotocel.
- thermische RM: bevat een termistor die, afgesteld op een bepaalde temperatuur (vb.50"), werkt als termostaat.
- ionische RM: bevat een alfa-bron, Americium (AM241). In rookvrije omstandigheden wordt de lucht in het toestelletje geïoniseerd door de a-straal. Is er rook aanwezig dan verandert die ionisatie. De rookmelder registreert de verandering en reageert met een alarmsignaal. Deze laatste kan levensgevaarlijk worden...
De radioactieve bron:
loniserende of radioactieve stralen zijn energierijke deeltjes die afgegeven worden door onstabiele atoomkernen of radionucliden.
We onderscheiden drie soorten straling: alfa-, bêta- en gammastralen
De alfadeeltjes zijn de zwaarste, ze worden evenwel gemakkelijk tegengehouden. Daardoor is de uitwendige straling verwaarloosbaar. Stoffen die alfastraling uitzenden zijn buiten het lichaam ongevaarlijk, omdat de alfadeeltjes al door de dode buitenste laag van de opperhuid worden tegengehouden. De alfastraal is wel vergezeld van een gammastraal, maar die is relatief zwak in verhouding tot de achtergrondstraling of straling vanuit andere toestellen, waaronder TV, PC, ... Bij correcte installatie en gewone werking zijn er dan ook geen problemen.
Indien deze stof door inademing of door inslikken in het lichaam terechtkomt zal ze schade aanrichten.
Als inwendige stralingsbron (bij inademen of inslikken) is Am te vergelijken met Plutonium (Pu). Het is een vervalproduct van Pu. Voor dit laatste waarschuwt men als voor de gevaarlijkste stof op aardel Nochtans geeft Am per gewicht vijftig maal meer a-straling die 10% energierijker is dan Pu. Een levensgevaarlijk element zit in een toestelletje dat in steeds meer gebouwen, ook woonhuizen, omwille van de veiligheid, geïnstalleerd wordt.
In de'Recommendations for ionization chamber smoke detectors in implementations of radiation protection standards' uitgegeven in 77 door de Nuclear Energy Agency Organisation for Economic Co-operation and Development (p. 27) lezen we dat de RM-s in industriële, commerciële en openbare gebouwen in 1976 een activiteit hadden van 60 pCi. Men ging ervan uit dat de RM-s die in 2000 zullen geïnstalleerd worden nog 10 pCi bevatten. De homedetector bevat in 1976 zowel als nu 1 PCi. De levensduur van de homedetector wordt geschat op 5 jaar (p. 31).
Uit het onderzoek van Test-Aankoop (Test-Aankoop Magazine nr 363, febr. 94) blijkt dat de ionische RM die in België verkocht wordt 1 p-Curie of 37.000 Becquerel bevat. Eén Becquerel (Bq) is één vervallende kern per seconde. 1 Bq komt overeen met een hoeveelheid stof waarin per seconde één kern vervalt. 1 Curie (Ci) is een verouderde eenheid en gelijk aan 37 miljard Bq.
Mogelijke problemen:
Bij correct gebruik van de RM is er geen probleem: de straling die doordringt tot op menshoogte is verwaarloosbaar in verhouding tot de natuurlijke straling, of de straling uit de bouwmaterialen en toestellen.
Vroeg of laat evenwel wordt de RM afval. Het toestel vermeldt wel het pictogram voor radioactiviteit. Verkoper noch aankoper worden ervan verwittigd dat in geval van vernietiging deze RM eigenlijk bij de NIRAS (Nationale instelling voor de verwerking van radioactief afval en splijtstoffen) moet terecht komen voor verwerking en stockering.
Bij het slopen van (een deel van) een woning voor een verbouwing komen de RM-s in het puin terecht.
Bij brand wordt het plastiek omhulsel van de RM vernietigd, de alfabronnen niet. Ze zijn moeilijk op te sporen in het puin.
Wanneer het toestel bij het gewone afval terecht komt en gedumpt wordt kunnen nieuwsgierigen het openprutsen, kinderen ermee spelen; het wordt vermalen en gestort of verbrand.
Verschillende mensenlevens lang betekent elke dergelijke RM een gevaar voor de volksgezondheid.
De halveringstijd van AM241 is 458 jaar. De halveringstijd is de tijd die de radioactieve stof nodig heeft om de helft van zijn radioactiviteit kwijt te raken. Dit betekent dat na 458 jaar amper de helft van het Americium verdwenen is. Na 5 x de halveringstijd of 2290 jaar blijft nog ruim 3 % van de oorspronkelijke radioactiviteit aanwezig.
Wanneer een alfabron in het lichaam binnengedrongen is gedraagt hij zich als een kanon dat permanent de weefsels bombardeert, waardoor deze vernietigd of ontregeld worden, met leukemie of kanker voor gevolg.
Installatie van de RM:
Er zijn twee groepen van RM:
1) de systeemdetectoren die aangesloten zijn op een centrale. Men vindt ze in bedrijven, banken, verzekeringskantoren, ziekenhuizen, openbare gebouwen, scholen. De installatie en het onderhoud gebeurt door gespecialiseerde bedrijven, die op de hoogte zijn van de speciale behandeling die afgedankte RM-s moeten ondergaan.
Deze systeemdetectoren worden sinds meer dan 50 jaar geïnstalleerd. De huidige jaaromzet bedraagt voor België ongeveer 175.000 stuks, waarvan meer dan de helft ionisatiedetectoren (Actua - NIRAS - Actualiteiten maart 97)2) De home-detectors zijn RM-s die in warenhuizen verkocht worden en individueel of per twee door de doe-het-zelver geïnstalleerd worden in woning, caravan, werkplaats ... Ze zijn sinds 1990 in België te koop en sindsdien zijn er naar schatting tussen de 300.000 en 400.000 verkocht. Ongeveer 10% van de woningen beschikt over 1 of meer RM-s (Enquéte ABB eind 96-DM 16.12.97).
Levensduur van de RM
Naarmate de RM veroudert, wordt hij gevoeliger. Dit leidt tot valse alarmen. Systeemdetectoren worden om de 5 jaar gereviseerd, dwz gereinigd. Deze behandeling is niet vrij van gevaar op krassen waarbij minuscule Am-dee!tjes kunnen vrijkomen in de omringende lucht. De home-detector heeft een gemiddelde levensduur van 5 jaar (p 31).
De correcte verwijdering
In antwoord op een schriftelijke vraag van senator Martine Dardenne (Ecolo) omtrent deze problematiek (Vragen en Antwoorden - Senaat - 3 december 1996 nr.1-33) beschrijft minister Di Rupo de wettelijk regeling voor de verwijdering van de ionische RM-s.
Hieruit is evenwel niet duidelijk wie de eigenaar is van de te verwijderen detectoren: de aannemer, de installateur van brandveiligheidssystemen, de eigenaar van het gebouw of de fabrikant van rookdetectoren. Deze laatste bevindt zich alleszins niet in België. Volgens de wettelijke procedure moet de eigenaar wel de opname aanvragen bij NIRAS, van waaruit een offerte wordt aangeboden voor het transport, de ontmanteling, de conditionnering, de tussentijdse opslag en de uiteindelijke geologische berging van het afval. De correcte verwijdering is duur en omslachtig. Het verbaast ons dan ook niet dat na meer dan 50 jaar voor heel België nog geen vat van 200 1 gevuld geraakt is met radioactieve bronnetjes uit RM-s. (Het radioactieve element zit vervat in een kokertje van ± 2 cm hoog met een diameter van 1,5 cm. Een berekening leert dat een vat van 200 1 57.000 kokertjes kan bevatten.)
Het is duidelijk dat de wettelijke procedure niet gevolgd wordt en ook niet gevolgd kan worden.
Bij navraag bleek de gerant van een winkelketen niet op de hoogte van de speciale behandeling die vereist is bij de verwijdering van het toestel. Op de achterzijde van het toestel staat wel het pictogram voor radioactiviteit. Sommige verpakkingen vermelden de tekst (evenwel enkel in het Engels) dat het toestel niet bij het gewone huisvuil mag. Maar wie bewaart de verpakking?
Uit navraag bij OVAM, bij verschillende (inter)gemeentelijke milieudiensten, containerparken, intercommunales, aannemers van sloopwerken, blijkt nergens speciale aandacht voor de RM-s.
Alternatieven:
Er bestaan verschillende types RM die werken zonder radioactiviteit. Ze zijn tegenwoordig niet meer duurder dan deze met Am.
Om onbekende redenen halen zij maar een klein aandeel van de markt: - de optische en thermische RM: zie hoger; - de halfgeleider, gasdetector, die gebruikt wordt als CO-detector (kooistofmonoxide) en die ook als rookdetector dienst kan doen. De weerstand van die halfgeleider wijzigt als er gas of rook aanwezig is. Hij is goedkoper en gevoeliger. De AM-RM dankt zijn ontstaan, in de jaren vijftig aan de Franse atoomindustrie die daar een nuttige toepassing vond voor het Am-afval. Het Ra-afval (Radium) werd toen gebruikt om cijfers en wijzers in wekkers lichtgevend te maken.
Mijn onderzoek naar deze toestellen sluit aan bij een onderzoek naar de verwerking van laagradioactief ziekenhuisafval. Het is duidelijk dat de wetgeving omtrent dit soort afval faalt. Waar alternatieven gekend zijn, moet radioactiviteit verboden worden. Waar (nog) geen alternatieven voor handen zijn moeten ze dringend gezocht worden.
Situatie in andere landen:
In Frankrijk is de verkoop van de home-detector verboden. Invoer evenwel is niet verboden; men kan er dus een RM cadeau doen vanuit een ander Europees land...
In Luxemburg is de verkoop en installatie van ionische RM totaal verboden.
Voorstellen:
In het belang van de preventieve gezondheidzorg:
- de RM-s die Am bevatten uit de handel (laten) nemen;
- dergelijke RM-s die in gebruik zijn laten inleveren en gratis vervangen door een veilig type.Besluit
- Bij normaal gebruik is de ionische RM minder gevaarlijk dan uw TV;
- Bij verkeerd gebruik als de Am opgesnoven wordt, bevat de RM voldoende Plutoniumafval voor 100 kankers;
- Eens in de longen zijn de alfadeeltjes kanonkogels;
- Dergelijke RM is even overbodig als de Radium in grootmoeders lichtgevende wekker.
Terug naar inhoud
Interessante educatieve website i.v.m. oceanen
N.a.v. "1998, internationale jaar van de oceanen" kan je heel wat informatie en educatieve oefeningen vinden op de website van de "Intergovernmental Oceanographic Commission (Unesco)".
Klik je "Classroom" aan, dan kom je terecht in een uitgebreide educatieve oceaanwereld terecht.
Interessant daarin is b.v. "The Marine Ecosystem" met o.a.
- Biodiversity definition for kids
- Exercises ...Bruno Van Mieghem (Hoboken)
Terug naar inhoud
Gevraagd : informatie i.v.m. systematiek van de mensapen
Welk is de meest recente indeling van de mensapen ?
Naar ik vernomen heb zou de orang oetan in een aparte orde ingedeeld zijn. De Afrikaanse soorten zouden wel samengebleven zijn. Onder welke namen ?
Waar vind ik meer informatie over deze indeling ?
"Jos Punie" <jozef.punie@ping.be>
Terug naar inhoud
Natuur en Wetenschap op school
Om voor je leerlingen een buitenschoolse wetenschappelijke activiteit bij jou op school te organiseren (op woensdagnamiddag of in het weekeinde) kan je beroep doen op de monitoren van Natuur en Wetenschap.
De begeleiders zijn meestal leerkrachten, vertrouwd met de leerprogramma's , zodat de aangeboden workshops kaderen in de te behalen einddoelen.
Volgende workshops worden aangeboden: schedels preparteren; vogelspinnen; cactus-sen enten en zaaien; wateronderzoek (fysisch en chemisch of biologiosch); mengsels, verbindingen en scheidingsmethoden; gezon-de planten; glas: samenstelling, bewerking, graveren.
Elke workshop duurt 1 tot 1,5 uur.
Onkosten: 2500 BEF (voor glas 3000 BEF) + 8 BEF/km verplaatsingsonkosten.
Vanaf een tweede deelname wordt gevraagd dat de leerlingen lid zouden worden van Natuur en Wetenschap.
N&W organiseert tijdens het weekeinde ook excursies (natuuruitstappen, speleologie, bezoek aan musea°).
Meer info bij Luc Daniëls (03/455 00 14) of via het secretariaat van Natuur en Wetenschap, Baalsebaan 287, 3128 Baal, 016/53 73 75.
Meiose
Een steeds weerkerende vraag van leerkrachten die leerlingen sturen naar de VBO en de ingangsproef geneeskunde/tandarts luidt als volgt: "Beschouwt men de meiose als één of als twee delingen?"
De vragenwerkgroep voor de VBO en de IBO (internationaal) maakte volgende afspraak.
De meiose is één delingsproces dat als eindresultaat de halvering van het aantal homologe chromosomen heeft. (Vroeger sprak men van reductiedeling, afgekort RD. In recente werken over systematiek en celdeling merken we dat het begrip niet meer gebruikt wordt.) Inhoudelijk komt het er op neer dat de kerninhoud van 2n (diploïd) naar n (haploïd) gaat. Deze deling heeft o.a. plaats bij de vorming van gameten of voortplantingscellen.
Dit delingsproces bestaat uit twee afzonderlijke delingen die benoemd worden met meiose I en meiose II.
In meiose I wordt het aantal homologe chromosomen gehalveerd tijdens de overgang van metafase I naar anafase I. Tijdens de tweede deling, dus meiose II, worden de uiteindelijke voortplantingscellen of gameten gevormd. Deze bezitten de helft van het oorspronkelijk aantal chromosomen van bij het begin van de meiotische deling. Dit wil niet zeggen dat de nu gevormde chromosomen chemisch identiek zijn met de oorspronkelijke chromosomen.
We maken dus duidelijk een onderscheid tussen het meioseproces dat als één geheel beschouwd wordt en de twee opeenvolgende delingen die niet altijd onmiddellijk na elkaar afgewerkt worden. Soms laat meiose II behoorlijk lang op zich wachten om tot het eindresultaat, nl. gameetvorming, te komen.
Het eigenlijke rijpingsproces van de nu gevormde haploïde cellen behoort niet meer tot de meiose.
Dr. Michel Asperges - UFSIA
De werking van de Na-K-pomp in een membraan (gifanimatie)
Van onze collega Jos Punie kregen we een mooie zelfgemaakte animatie die de werking van de natrium-kaliumpomp illustreert. Wil je ze bekijken dan heb je even geduld nodig want het geheel is bijna 700 k groot.
Klik hier om de animatie te zien
"Jos Punie" <jozef.punie@ping.be>
Terug naar inhoud
Nieuwe brochure Veiligheid en hygiëne in chemische laboratoria
Onderwijs is toegewezen aan de Gemeenschappen. De vakinspecteurs en de pedagogische begeleiders zijn bevoegd een oordeel te vellen over de toestand van het vaklokaal i.v.m. de veiligheid. Het Federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid is echter ook bevoegd. De ambtenaren kunnen een medische en technische inspectie uitvoeren, ook in de scholen.
Om de cd-rom van VOB (die dit jaar met het jaarboek verdeeld werd) te actualiseren is het nodig twee zaken te bestellen.
De nieuwe brochure Veiligheid en hygiëne in chemische laboratoria is gratis te bekomen. Tel. 02/233 42 11, fax 02/233 42 36, e-mail publi@meta.fgov.be .Bestel er echter minder dan 20 exemplaren van.
VLAREM I, Bijlage 7, Deel II, E, Lijst van de ingedeelde gevaarlijke stoffen. De lijsten in bijlage bij de Europese Richtlijn zijn bijgewerkt tot de 24ste aanpassing (maar nog niet verschenen in het Staatsblad). Ze zijn op diskette beschikbaar bij de Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid va, de Administratie Milieu, Natuur, Land- en Waterbeheer, Emile Jacqmainlaan 156 bus 8, 1000 Brussel. Stort 260 BEF (verzendingskosten inclusief) op rekening 091-2206070 van AMINAL Ontvangsten, 1000 Brussel met de vermelding 'Diskette gevaarlijke stoffen'.
Frans Desfossés (Edegem)
Terug naar inhoud
Biodiversiteit in Vlaanderen en België
Biodiversiteit is een nieuw begrip dat op enkele jaren tijd grote carrière gemaakt heeft. In 1992 ondertekende België samen met andere landen in Rio de Janeiro het Biodiversiteitsverdrag. Informatie over bio-diversiteit in Vlaanderen en België is voorhanden, doch weinig toegankelijk. Het Handboek Biodiversiteit in Vlaanderen en België is de eerste publicatie die in zijn geheel handelt over biodiversiteit in ons land en bovendien geschreven is voor een breed publiek.
In de eerste hoofdstukken van het boek wordt ingegaan op de betekenis van biodiversiteit, zowel vanuit maatschappelijke en beleidsmatige als vanuit wetenschappelijke invalshoek. Bekeken door de bril van biodiversiteit krijgen oude thema's rond natuurbehoud een nieuwe inhoud. Tegelijk wordt aansluiting gevonden bij nieuwe begrippen zoals duurzame ontwikkeling. Het vierde hoofdstuk van het boek geeft een overzicht van alle soortengroepen &endash; van virussen en bacteriën tot zoogdieren &endash; die in Vlaanderen en België voorkomen. Per groep wordt informatie gegeven over kenmerken, aantallen, onderzoek en bescherming. Omdat het onbegonnen werk is om 50 000 soorten te bespreken, wordt enkel stilgestaan bij "aandachtsoorten" die voor het natuurbehoud een bijzondere betekenis hebben. Een aantal hiervan worden ook getoond in fotobijlage.
Het Handboek Biodiversiteit in Vlaanderen en België is uitgegeven door De Wielewaal, Natuurvereniging vzw en NME De Wielewaal. Een dozijn auteurs en specialisten hebben een bijdrage geleverd. De eindredactie was in handen van Jos Gysels, stafmedewerker van De Wielewaal. Het boek kost 795 BEF (10% korting voor Wielewaalleden) en kan besteld worden bij De Wielewaal, Graatakker 11, 2300 Turnhout (Wim De Belder), 014/47 29 56, fax 017/47 29 51.
Terug naar inhoud
BioData : een boek boordevol figuren, tabellen en schema's
BioData is (en we citeren de uitgever) "een uitgebreid naslagwerk met regelschema's, afbeeldingen (deels in kleur) en tabellen. BioData is bedoeld als aanvulling en kan naast elke biologiemethode gebruikt worden. Het boek kent een grote diversiteit aan onderwerpen: van natuur tot sport en voeding, van moleculaire genetica tot het afweersysteem."
Verwacht dus geen klassiek handboek, maar wel een zeer rijkelijk geïllustreerd werk. Veel van de afgebeelde onderwerpen vindt men ook terug in de diverse handboeken die momenteel voor het HSO op de markt zijn, maar meestal geven de figuren in BioData een andere kijk op het item. Hetzelfde geldt voor de schema's en tabellen. Bovendien is de kans reëel, dat een bepaalde illustratie of schema in een handboek niet voorkomt, waarbij dit boek dan vaak een handige toevlucht blijkt.
Wanneer je een tamelijk uitgebreide bibliotheek hebt zullen veel illustraties je bekend voorkomen en ik heb de indruk dat de samenstellers werkelijk op zoek zijn gegaan naar 'de beste figuur' of 'het duidelijkste schema'.
BioData biedt zo het grote voordeel dat je niet eerst een massa boeken moet doorlopen om net 'die goede figuur' of 'dat geknipte schema' te vinden. Voor de leerlingen is het een zeer goede aanvulling op de gebruikte handboeken.
BioData is van G.B. Bannink en Th. M. van Ruiten. Het boek telt 240 blz., kost 29,5 gulden en wordt uitgegeven door Nijgh Versluis , Postbus 225, 3740 AE Baarn (Nl.).
ISBN: 90 4251 226 1
Terug naar inhoud
Excursie-WC
Door het groeiende milieubewustzijn nemen we geen blikjes meer mee op excursie; we mijden wegwerpverpakking zoveel mogelijk en de hondenpoep in de stad verdwijnt in een zakje.
Maar ergerde jij je de voorbije vakantie ook zo erg aan het overal opduikende toiletpapier?
Binnen- of buitenland, op elke vakantie-bestemming merk je de sporen van je voorgangers.
En waarom het net naast (of zelfs op) het wandelpad hoeft begrijp ik ook niet. Het is een kleine moeite om zich enkele passen van het pad af te verwijderen.
Wordt het geen tijd dat we onze leerlingen attent maken op deze vorm van vervuiling? Er is niets mis aan het achterlaten van de resten van onze spijsvertering in de vrije natuur, zoals alle dieren overigens doen. Maar laat ons alles, net zoals de kat, een beetje onderstoppen.
Er zijn allicht stenen of bladeren e.d. te vinden als een schop of schoenhak ontbreken. Vooral het Lotus, Molinet en ander papier werkt storend en is dikwijls een uitnodiging voor anderen om er ook niet-verteerbaar afval achter te laten.
Gewoon een kwestie van attent zijn; een attitude.
Walter De Raedt (Kapellen)
Terug naar inhoud
Zoekkaarten als excursie-hulp
Wie met leerlingen op excursie gaat, heeft nood aan goede determineersleutels. Vik Casteels (NEC De Vroente, Kalmthout) bewerkte op uitmuntende wijze de handzame zoekkaarten van de Britse 'Field Studies Council'. Op dit ogenblik zijn vier zoekkaarten beschikbaar. Elke kaart bestaat uit een vierluik met aan één opengeplooide kant een reeks zeer duidelijke tekeningen in kleur. Op de achterkant (zwart-wit) staat telkens direct bruikbare, aanvullende informatie.
Zoetwater ongewervelden en Minidieren in strooisel en bodem zijn verwerkt in dichotomische tabellen met een ja/neen sleutel. Als de lijn wat ver doorloopt staan er ondersteunende grappige beestjes naast om de weg niet kwijt te raken. Er wordt extra ondersteuning gegeven op wissels waar de leerlingen al eens het verkeerde spoor kiezen. Deze kaarten zijn opgesteld door ervaren veldbiologen, met veel aandacht voor begeleiding van jongeren.
De zoekkaart van de Grassen is goed ingedeeld naar de normale vondplaats: hooiland, bossen en rivieroevers, braakliggende terreinen en wegkanten. Met geen enkele kaart kun je determineren tot op de soort en dat is ook de bedoeling niet. Daarvoor bestaan gespecialiseerde werken zoals Grasses van Hubard. Persoonlijk zou ik al heel blij zijn dat leerlingen - zelfs van een derde graad &endash; enkele grassen zouden herkennen met behulp van deze zoekkaart. Hier wordt een moeilijke materie heel toegankelijk gebracht.
Bloemen beschrijven geeft een algemeen overzicht van een zaadplant in bloei en bloemdeeltjes in detail. Het derde en vierde luik geven op een zeer overzichtelijke wijze informatie over het blad: delen, bladstand, nervatuur, bladvormen en &endash;insnijdingen. Op de achterkant valt vooral het getekende overzicht van de vruchten op. Een schoonheidsfoutje: "Hoe een bloemformule schrijven?" bevat geen informatie over de bloemsymmetrie. Waarom hier trouwens niet beginnen met de wetenschappelijke notatie? De auteurs hebben &endash; terecht &endash; de moeite gedaan bij de bloemdelen de Latijnse naam te vermelden. Ze hadden die informatie eenvoudig kunnen verwerken in de rubriek over de bloemformule.
De zoekkaarten zijn behoorlijk geplastificeerd: ze kunnen dus tegen een stootje. Hierdoor, en door die zinvolle aanvullingen op de achterkanten, steken ze torenhoog uit boven de uitgave in Nederland. En dat kunnen we niet van alle Vlaamse uitgaven zeggen. Een pluim voor Vik Casteels en voor de Vlaamse Gemeenschap.
Je kunt de zoekkaarten kopen in de Natuureducatieve centra van Kalmthout, en Grimminge, op de didactische beurs van het Congres Wetenschappen of door ze te bestellen bij Aminal, Emile jacqmainlaan 156 bus 8, 1000 Brussel. Ze kosten slechts 60 BEF per stuk, vanaf 50 exemplaren van hetzelfde thema slechts 50 BEF. Een aanrader.
Frans Desfossés (Edegem)
Terug naar inhoud
Een boek vol bomen
Bij Uitgeverij Averbode (PB 54, 3271 Averbode, 013/78 01 36, Britt Cuypers) verscheen een herbariummap, bedoeld voor kinderen van 9 tot 14 jaar. De bedoeling is om daarin de bladeren te verzamelen van de dertien loofbomen die er in voorgesteld worden: de gedroogde bladeren worden achter beschermbladen met herkleefbare lijm gestoken. Maar bovendien bevat de A4-ringmap algemene informatie (de verschillende delen van de boom; het leven van de boom; de verschillende bladstanden), een lijst met moeilijke woorden, geheugenspelletjes, tekeningen, knutselwerk rond bomen en informatie over de bomen waarvan de bladeren verzameld worden: ruwe berk; haagbeuk; zomereik; esdoorn; es; beuk; paardekastanje; zoete of wilde kers; Italiaanse populier; robinia; schietwilg; lijsterbes en grootbladige linde. Deze basismap kost 495 BEF, maar er is een korting voorzien voor grotere aantallen.
Er is een aanvulling in voorbereiding met meidoorn, els, tamme kastanje, Amerikaanse eik, Noorse esdoorn, notenboom, iep, ratelpopulier; plataan, hazelaar en vlier.
Herman Snoeck (Antwerpen)
Terug naar inhoud
Compendium van Rituele Planten in Europa
Ondanks de ter gelegenheid van de boekenbeurs steeds opnieuw opduikende belofte van de uitgevers aan zichzelf het kalmer aan te doen, wordt ons kleine taalgebied toch telkenjare overspoeld door een onoverzichtelijk aanbod boeken, veel pulp, pulper, pulpst, maar af en toe een heuse witte raaf.
Deze turf van De Cleene, wetenschapsvoorlichter van de universiteit Gent, en Lejeune, botanica afkomstig van diezelfde universiteit, is zo'n werk dat in geen enkele bibliotheek van de leerkracht biologie en school mag ontbreken. Het biedt een oude, maar even frisse kijk op plantkunde in het dagelijkse leven, vroeger en nu. Het behandelt de rol die kruiden, struiken en bomen spelen in de mythologie en in heidense, gekerstende en religieuze rituelen en symboliek.
Een goede 125 plantensoorten passeren de revue, van lekkers (aardbei) en gif (alruin) tot mand (wilg) en maagdelijkheid (witte lelie). Ze worden uitgebreid toegelicht vanuit een breed gamma invalshoeken: magie, volksgebruiken, volksgeloof, sprookjes, sagen en legenden, kruidengeneeskunde en volksremedies, cosmetica, landbouw, industrie, ambachten, huis, tuin en keuken. Het deeltje over de vlier bijvoorbeeld beslaat 15 bladzijden.
Dit boek bevat alles om het entertainmentgehalte van uw lessen drastisch te verhogen. Als u uzelf bij de eindejaarsfeesten nog een cadeau moet (laten) doen, suggereer dan subtiel en duidelijk voor dit Compendium van Rituele Planten.
Als u tijdens de winter een lectuurritueel van één soort per dag invoert, is het boek uit eer de lente goed op dreef komt.
Enkele minpunten toch. Voor wie alleen in kruidengeneeskunde geïnteresseerd is, kan de geboden informatie, en zeker het geselecteerde aantal soorten, teleurstellen. Het boek wordt aangeboden in een bedrukte kartonnen slipcase. Wat gebruikte materiaal, vormgeving en structuur betreft is dit een onding. Het vraagt enige inspanning het boek uit zijn cassette te halen of terug te plaatsen. De wervende folder die voor de publicatie verspreid werd, toonde een veel eleganter type en bovendien een boek met stofwikkel, die in werkelijkheid ontbreekt. We zullen het maar catalogeren onder verkoopstruken van deze kleine zelfstandige Vlaamse uitgever, die de niet geringe moed heeft gehad dit monumentale werk van twee verzamelaars van en spitters naar plantlore op de markt te brengen.
Het boek verdient een ruime verspreiding.
Marcel De Cleene & Marie Claire Lejeune, 1999.
Compendium van RituelePlanten in Europa.
Stichting Uitgeverij Mens en Kultuur, Gent, 1456 p.,
314 kleurenfotoÅs, 250 zwart-wit illustraties.
ISBN 90 72931 80 7.
4300 BEF.Guido Rappé
National Botanic Garden of Belgium
Domein van Bouchout
B-1860 Meise
Terug naar inhoud
CAHIERS BIO-WETENSCHAPPEN EN MAATSCHAPPIJ
Sinds 1972 verschijnen de Cahiers Bio-Wetenschappen en Maatschappij. Elke keer wordt een thema behandeld, waarbij zowel de biowetenschappelijke als de maatschappelijke aspecten aan de orde worden gesteld.
De Cahiers kan men lezen om zich in een bepaald onderwerp te verdiepen en er een mening over te vormen. Ze verschijnen gemiddeld eens per kwartaal. Voor een abonnement en bestelling(en) van losse nummers kunt u terecht op volgend adres:
Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij
Postbus 2046
3440 DA Woerden
NederlandTel.:31-348-689 318
Fax: 31-348-689 492
e-mail: biowet@hetnet.nlIn de twintigste jaargang verschijnen:
Multiple sclerose (1); Prionen (2); Gist (3); Gezondheid, gen en omgeving (4).
De abonnementsprijs per jaargang bedraagt 650 BEF (inc. verzendingskosten)
Nog verkrijgbaar (225 BEF per nummer, incl. verzendkosten)
Tiende jaargang:
GESLACHTSHORMONEN, regelaarsondercontrole? Hormonen zijn belangrijk voor het regelen van allerlei levensprocessen, zoals voortplanting en seksueel gedrag.
VOEDSELCONSERVERING door straling. In de loop van de geschiedenis zijn methoden uitgevonden om voedselbederf tegen te gaan. Grootschalige voedselproductie en het transport over langere afstanden brachten nieuwe technieken met zich mee. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan conservering van voedsel door straling.
MEST, van tekort naar overschot. Mestoverschotten dreigen ons te overspoelen en daarbij lucht, bodem en water verregaand te verontreinigen.
PREVENTIE VAN KINDERSTERFTE, ziekten en handicaps. Naarmate de kindersterfte daalt, wordt het voorkómen van ziekten en handicaps steeds belangrijker. Nieuwe technieken (zoals prenatale diagnostiek) en mogelijkheden (couveuses) confronteren ons met ongekende vragen en ethische dilemma's.
Elfde jaargang:
VIRUS. Virussen zijn ongenode gasten, die een levend organisme nodig hebben om zich te vermenigvuldigen. Sommige gasten zoals verkoudheidsvirussen zijn lastig, andere veroorzaken ziekten of zelfs de dood.
TRANSPLANTATIES. Steeds meer zieke organen en weefsels kunnen worden vervangen door transplantaties. In medisch-technische zin zijn er weinig problemen meer. Lastiger is het verkrijgen van donororganen.
OUDERDOM. Na het jaar 2000 zullen er steeds meer oudere mensen zijn. De wetenschap die de veroudering bestudeert, de gerontologie, staat echter nog in de kinderschoenen. Dat neemt niet weg dat nu al op de "vergrijzing" ingespeeld kan worden.
BIOMAATSCHAPPIJ, manipuleren is menselijk. Manipuleren is mensen eigen. Eeuwenlang proberen boeren bijvoorbeeld de beste gewassen en huisdieren te kweken. De mogelijkheid tot manipuleren met het leven zijn de laatste jaren echter zo uitgebreid dat we ons serieus moeten afvragen of we alles wat we kunnen doen ook inderdaad moeten doen.
Twaalfde jaargang:
BIOLOGISCHE KLOK. In ieder levend wezen zit een inwendige klok die de timing van levensprocessen verzorgt. Wij mensen merken daar wat van als de klok verstoord raakt zoals bij nachtarbeid of bij lange vliegreizen.
LUCHT. Veel milieuproblemen worden veroorzaakt door stoffen in de lucht die daar niet thuishoren. Bossen gaan dood, boven de zuidpool vallen ozongaten in de atmosfeer, maar ook binnenshuis slaat de luchtverontreiniging op de longen.
VERKEERSVEILIGHEID. Verkeersongelukken zijn vaak (mede) het gevolg van menselijke fouten. Wat is hierbij de rol van onoplettendheid, vermoeidheid, slaapmiddelen en alcohol?
TOXICOLOGIE, wat is giftig? Op diverse gebieden zoals voeding, arbeid, milieu en geneesmiddelen vindt onderzoek plaats naar de giftigheid van stoffen.
Dertiende jaargang:
PLANTENVEREDELING. Reeds lang proberen mensen door kruising en selectie gewassen te verbeteren. Sinds kort worden hiervoor ook biotechnologische technieken gebruikt.
EPILEPSIE. Overzicht van het onderzoek naar de oorzaken en van de mogelijkheden tot diagnose en behandeling. Welke (neuro)psychologische en sociale aspecten spelen een rol?
MELK. De ontwikkeling van de Nederlandse melkveehouderij en zuivelindustrie laat zien hoe men biotechnologische kennis toepast: voor het fokken en veredelen van koeien, voor de productie, de verbetering en de samenstelling van melk en voor de bereiding van producten uit melk.
Veertiende jaargang:
PROEFDIEREN. In de biowetenschappen spelen proefdieren een belangrijke rol, bijvoorbeeld als model in het kankeronderzoek of bij de productie van vaccins. Men gebruikt de nieuwste (bio)wetenschappelijke inzichten om alternatieven voor dierproeven te ontwikkelen.
OORLOGVOERING. Over oorlogvoering door de eeuwen heen, de ontwikkeling en toepassing van chemische en biologische wapens, de medische gevolgen van een atoomoorlog. Is de mens een oorlogszuchtig wezen?
AIDS-VIRUS. Overzicht van het onderzoek naar het virus dat verantwoordelijk is voor de ziekte Aids. Behandeld worden vragen als: Hoe zit het virus in elkaar en wat doet het virus' Hoe wordt iemand geïnfecteerd? Welke mogelijkheden voor behandeling zijn er?
Vijftiende jaargang:
NIEUWE HORMONEN. Cytokines zijn door cellen geproduceerde eiwitten met een hormonale werking. Zij spelen een rol bij de vorming van bloedcellen, de reacties van het afweersysteem en het ontstaan van kanker.
INSECTEN. Overde betekenisvan insecten en hun relatie tot de mens. Sommige soorten leveren diensten en maken producten, andere zijn een plaag en worden bestreden.
NATUUR - wat doen wij ermee? Over de mogelijkheden om in Nederland nieuwe grote natuurgebieden te ontwikkelen. Natuur die voortbestaat zonder al te veel menselijk ingrijpen.
BLOEDSOMLOOP. Over de circulatie van bloed door de grote en kleine vaten; het verband tussen bloeddruk, stolling en verstopping en aandoeningen van hart en vaten.
Zestiende jaargang:
ZOET WATER. Planten, dieren en mensen zijn afhankelijk van goed en veilig (drink)water. Zoet water is in veel landen een schaars goed.
ERGONOMIE. Deze tak van wetenschap onderzoekt hoe producten en machines, evenals werk- en woonomgeving, aan de menselijke maat kunnen worden aangepast en draagt daartoe oplossingen aan.
PRE-EMBRYO. Over het prille begin van menselijk leven en ethische-medische aspecten van experimenten met embryo's.
BORSTVOEDING. Over de betekenis van borstvoeding voor moeder en kind. Moedermelk is niet alleen zeer voedzaam, maar beschermt ook tegen infectieziekten. Ook komt aan de orde welke ongewenste stoffen in moedermelk terecht komen en welke alternatieven er zijn. Zijn er verschillen met ontwikkelingslanden?
Zeventiende jaargang:
GENEESMIDDELEN UIT PLANTEN. Over het verzamelen en overdragen van kennis, vroeger en nu, van geneeskrachtige planten (o.a. uit het tropisch regenwoud).
NIEUWE VOEDINGSMIDDELEN. Over zoetstoffen ais alternatief voor suiker, vervangers van vetten en met behulp van biotechnologische technieken verkregen eiwitten: novel foods. Daarnaast worden z.g. functional foods besproken.
TAALSTOORNISSEN. Over taalontwikkeling (zonder of met handicaps), specifieke taalstoornissen, dyslexie en afasie.
DIABETES MELLITUS. Het kenmerk van een verzameling stoornissen onder de naam diabetes mellitus is een te hoog glucosegehalte van het bloed. Bij de regulatie van dit glucosegehalte speelt het hormoon insuline dat door de alvleesklier wordt afgegeven een cruciale rol. Door de vergrijzing zal diabetes onder ouderen toenemen (ouderdomsdiabetes). De vorm van diabetes die tijdens de jeugd ontstaat kan weliswaar goed behandeld worden, maar dat geldt veel minder voor later optredende complicaties, zoals aantasting van netvlies, nieren of de zg. diabetische voet.
Achttiende jaargang:
CONTROVERSEN. (dubbelnummer!) In dit cahier over biowetenschappen en besluitvorming worden vier thema's behandeld:
1) Behandelen ... of niet? (kanker).
2) Genetische diagnostiek.
3) Alcoholgebruik.
4) Milieubeheer en volksgezondheid.
GENTHERAPIE. Bij gentherapie wordt gebruik gemaakt van verschillende biotechnologische technieken. Diverse mogelijkheden worden momenteel onderzocht bij patiënten met een erfelijke ziekte en vooral bij patiënten met kanker. In het Cahier wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken in het Nederlandse en Vlaamse onderzoek op dit gebied. Aandacht krijgen ook maatschappelijke aspecten, zoals veiligheid, financiering van onderzoek en octrooibescherming.
CHRONISCHE ZIEKTEN. Dit cahier gaat over de toegenomen aandacht voor chronische ziekten, de omvang, psychosociale aspecten, werken met een chronische ziekte en de betekenis van preventie.
Negentiende jaargang:
HIV-INFECTIE. Sinds kort worden mensen die geïnfecteerd zijn met HIV en aids-patiënten behandeld met een nieuwe therapie, bestaande uit een combinatie van verschillende antiretrovirale middelen. Er is goede hoop dat daarmee de ziekteverschijnselen worden voorkomen of gaan verdwijnen. De vraag is echter wat de nieuwe behandeling betekent voor de kwaliteit van leven.
SCHIZOFRENIE. Over mensen met schizofrenie evenals over de ziekte zelf doen vele verhalen de ronde. Dit Cahier belicht schizofrenie als hersenziekten en de ontwikkelingen op het gebied van psychofarmaca, diagnose en behandeling. Ook de veranderingen in de maatschappelijke positie van mensen met schizofrenie komen aan de orde.
VERMOEIDHEID. De vijf hoofdstukken gaan over:
1. Psychische vermoeidheid;
2. Bewegen en vermoeidheid;
3. Vermoeidheid bij chronische ziekten;
4. Het chronisch vermoeidheidssyndroom;
5. Moeheid als cultuurverschijnsel.ONTWIKKELING VAN DE HERSENEN. De hersenen zijn een fascinerend onderzoeksterrein. Dit Cahier laat zien wat er aan kennis vergaard wordt in het laboratorium en de kliniek over de vroege ontwikkeling van de hersenen bij de mens: van de primitiefstreep bij het embryo tot de motoriek van peuters.
Twintigste jaargang:
MULTIPLE SCLEROSE. Dit Cahier toont zowel het belang van neurologie en immunologie voor de ziekte MS, als het belang van kwaliteit van leven en maatschappelijke solidariteit voor mensen met MS.
PRIONEN. Hersenen als een spons bij schapen (scrapie), koeien (BSE) en mensen (nieuwe variant van CreutzfeldtJacob). Hoe komt dat?
Terug naar inhoud
SPINNEN VAN BELGIE
Een handige gids voor het determineren van de spinnen van Benelux, Noord-Frankrijk en Duitsland op CD-rom, in het Nederlands en Engels. Met ecologie, levenswijze, taxonomie, biologie, soortenlijsten, spinnensites op het Web, afbeeldingen en foto's, determineertabellen, bibliografie, kinderpagina (!) en nog veel meer.
Verkrijgbaar voor 600 BEF bij de samensteller Gie Wyckmans, Dragon Research & Develop-ment, Boomsesteenweg 25, 2630 Aartselaar. URL http://users.skynet.be/spinnen; e-mail Gie.Wyckmans@advalvas.be
Herman Snoeck (Antwerpen)
Terug naar inhoud
Compendium van Rituele Planten in Europa
Marcel De Cleene & Marie Claire Lejeune, 1999. 4300 BEF. Stichting Uitgeverij Mens en Kultuur, Gent, 1456 p., 314 kleurenfoto,s, 250 zwart-wit illustraties. ISBN 90 72931 80 7.
Ondanks de ter gelegenheid van de boeken-beurs steeds opnieuw opduikende belofte van de uitgevers aan zichzelf het kalmer aan te doen, wordt ons kleine taalgebied toch ieder jaar overspoeld door een onoverzichtelijk aanbod boeken, veel pulp, pulper, pulpst, maar af en toe een heuse witte raaf.
Deze turf van De Cleene, wetenschaps-voorlichter van de universiteit Gent, en Lejeune, botanica afkomstig van diezelfde universiteit, is zo'n werk dat in geen enkele bibliotheek van de leerkracht biologie en school mag ontbreken. Het biedt een oude, maar even frisse kijk op plantkunde in het dagelijkse leven, vroeger en nu. Het behandelt de rol die kruiden, struiken en bomen spelen in de mythologie en in heidense, gekerstende en religieuze rituelen en symboliek. Een goede 125 plantensoorten passeren de revue, van lekkers (aardbei) en gif (alruin) tot mand (wilg) en maagdelijkheid (witte lelie). Ze worden uitgebreid toegelicht vanuit een breed gamma invalshoeken: magie, volksgebruiken, volksgeloof, sprookjes, sagen en legenden, kruidengeneeskunde en volks-remedies, cosmetica, landbouw, industrie, ambachten, huis, tuin en keuken. Het deeltje over de vlier bijvoorbeeld beslaat 15 bladzijden.
Dit boek bevat alles om het entertain-mentgehalte van uw lessen drastisch te verhogen. Als u uzelf nog een cadeau moet (laten) doen, suggereer dan subtiel en duidelijk voor dit Compendium van Rituele Planten. Als u dan een lectuurritueel van één soort per dag invoert, is u vier maanden zoet.
Enkele minpunten toch. Voor wie alleen in kruidengeneeskunde geÔnteresseerd is, kan de geboden informatie, en zeker het geselecteerde aantal soorten, teleurstellen. Het boek wordt aangeboden in een bedrukte kartonnen slipcase. Wat gebruikte materiaal, vormge-ving en structuur betreft is dit een onding. Het vraagt enige inspanning het boek uit zijn cassette te halen of terug te plaatsen*. De wervende folder die voor de publicatie verspreid werd, toonde een veel eleganter type en bovendien een boek met stofwikkel, die in werkelijkheid ontbreekt *. We zullen het maar catalogeren onder verkoopstruken van deze kleine zelfstandige Vlaamse uitgever, die de niet geringe moed heeft gehad dit monu-mentale werk van twee verzamelaars van en spitters naar plantenfolklore op de markt te brengen.
Het boek verdient een ruime verspreiding.
Guido Rappé - Nationale Plantentuin, Meise
*N.v.d.r.: mijn boek heeft wel een stofwikkel en komt gemakkelijk uit de keurige, stevige cassette. H.S.
Terug naar inhoud
Gratis lespakket biotechnologie
Rond biotechnologie wordt hoe langer hoe meer aangedrongen op een maatschappelijk debat. Een maatschappelijk debat dient niet alleen in de diepte, doch ook in de breedte gevoerd te worden. Dit lespakket komt hier-aan tegemoet: door de twee leesniveaus kan het zowel grondig (ASO/TSO) als diago-naal (TSO/BSO) doorgenomen worden.
Het pakket bevat een leerlingenvouwblad met gegevens over de internationale media-aandacht, een tijdsband met de mijlpalen in de biotechnologische ontwikkeling, een over-zicht van de werkterreinen met voorbeelden en een reeks discussieargumenten. De leer-krachtenhandleiding (stevig gekartoneerd) be-handelt de wetenschappelijke basiskennis rond DNA en eiwitsynthese; de weten-schappelijke achtergrond bij de aangehaalde voorbeelden op het leerlingenblad; een representatieve selectie van biotechnolo-gische basistechnieken; de wet- en regelgeving rond biotech-nologie; elemen-taire discussie-elementen (pro en contra's); de economische achtergrond, twee praktische experimenten, informatiebronnen en een woordenlijst.
Het lespakket is een realisatie van Agrinfo, Fevia, Oivo en Vib, waarbij onze collega Herman Thierens (Tuinbouwschool Melle) aan de basis lag van het concept dat bij de uitwer-king werd gevolgd. Het wordt geleverd met een CD-rom waarop alle teksten en figuren staan.
Het pakket kan gratis aangevraagd worden bij VIB, Ann Van Gysel of Katrien Coucke, Rijvisschestraat 120, 9052 Zwijnaarde, 09/244 66 00, e-mail katrien.coucke@vib.be, fax 09/244 66 10, Het is eveneens beschikbaar op Internet (http://www.vib.be), en dan uitgebreid met een didactische aanpak.
VIB leent ook voor een duur van 3 weken het materiaal uit dat nodig is voor het voorgestelde experiment van DNA-elektroforese. De aanvraag hiervoor moet minstens een maand bij voorbaat gebeuren.
Terug naar inhoud
JCW zoekt educatief medewerker
Jeugd, Cultuur en Wetenschap (JCW) heeft als doel de interesse bij jongeren van 6 tot 30 jaar voor cultuur (in het bijzonder ons cultureel erfgoed) en wetenschappen (in het bijzonder de integratie van humane, exacte, medische en toegepaste wetenschappen) te stimuleren.
Als landelijke jeugddienst willen wij jeugdgroepen en individuele jongeren zonder onderscheid een breed spectrum van verantwoorde mogelijkheden bieden om zichzelf in hun vrije tijd via cultuur en wetenschap te ontplooien.
Momenteel zijn wij voor onze werking op zoek naar een educatief medewerker (m/v) voor de uitvoering van het project "Zout. Met smaak naar de XXIste eeuw.", goedgekeurd door de Afdeling Wetenschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Wetenschap, Innovatie en Media. Dit project wil jongeren van 8 tot 12 jaar op een vlotte, verantwoorde manier en met zout als voorbeeld, de zoete smaak van wetenschap laten proeven, klaar voor de XXIste eeuw. Het project omvat een wetenschappelijk onderbouwde zoektocht rond een alledaags thema, namelijk zout.
Zes maanden lang krijgen zij tweewekelijks via het Internet, kranten en tijdschriften vragen aangeboden vanuit verschillende wetenschapsdomeinen, aangevuld met eenvoudige thuis uit te voeren experimenten. De zoektocht en de antwoorden op de vragen moeten leiden naar een sleutel die op zijn beurt leidt naar de beschrijving van een bepaalde plaats, waar een apotheosemoment zal plaatsvinden en waar de winnaars hun prijs (en de anderen een troostprijs) kunnen gaan afhalen.
Als voorbereiding op deze eindhappening mogen de jongeren creatief zijn met zout (kunstwerk, verzameling,...). Per provincie wordt een voorselectie gehouden waarin alle persoonlijke werken voorgesteld kunnen worden. De winnaars gaan dan naar de eindhappening met hun voorstelling. Jongeren kunnen aan dit project zowel individueel als in groep deelnemen, het is geschikt als klasproject en is duidelijk vakoverschrijdend.
Opdrachten
* inhoudelijk en didactisch uitwerken, organiseren en begeleiden van de zoektocht, de creatieve wedstrijd en het slotevenement in nauwe samenwerking met het bestaande team van 4 mensen bij JCW
* inhoudelijk en redactioneel verzorgen van de publicaties (drukwerk, Website) voor dit project
* opzetten en voeren van de noodzakelijke promotie van dit project via de media
* leggen van contacten en onderhandelen met mogelijke sponsors
* onderhouden van de relaties met de Afdeling Wetenschappen
* beleggen, voorbereiden en leiden van de nodige vergaderingen
* rapporteren aan de Raad van Bestuur van JCW
* pedagogische en didactische kwaliteitsbewaking en evaluatie van dit project en vertaling naar de werking van de vereniging voor de toekomst
* enkele administratieve taken verbonden aan de hoger vermelde opdrachtenProfiel
* degelijke relevante opleiding, met liefst enige ervaring op pedagogisch vlak en/of in het jeugdwerk
* brede interesse voor en voldoende kennis van cultuur en wetenschap
* belangstelling en inlevingsvermogen voor de leefwereld van jongeren van 8 tot 12 jaar
* communicatieve vaardigheden en een open geest
* organisatietalent: nauwgezetheid, realistisch kunnen plannen, timing kunnen respecteren, kunnen motiveren en coördineren, kunnen initiatief nemen, zelfstandig en in teamverband kunnen werken
* vertrouwdheid met pc (tekstverwerking, noties van databasebeheer, Internet)
* bereidheid tot het opnemen van andere taken die noodzakelijk blijken bij het uitvoeren van dit project
* flexibele ingesteldheid: meewerken aan activiteiten in het weekend en in vakantieperiodes, ook buiten de standplaats VilvoordeWij bieden
* een halftijdse functie voor de duur van 18 maanden (zo snel mogelijk te beginnen, liefst op 01/05/2000)
* een zeer gevarieerde job in het kader van een welomschreven project
* een open en aangename werksfeer in een jong team
* een grote zelfstandigheid met kansen voor zelfontplooiing
* vergoeding overeenkomstig de salarisschaal A2, gehanteerd door de Afdeling Jeugdwerk, voor personeelsleden van het landelijk georganiseerd jeugdwerk Interesse en solliciteren
Geïnteresseerd ?
Stuur uw sollicitatiebrief met C.V. vóór 12 april 2000 naar: Jeugd, Cultuur en Wetenschap v.z.w., t.a.v. Wim Van Petegem, Domein Drie Fonteinen, Steenweg op Koningslo 77, 1800 Vilvoorde
* Voor meer informatie over deze vacature, over onze vereniging en over dit project verwijzen we u door naar onze Website: http://www.jeugdwerknet.be/jcw/
* Indien u in aanmerking komt voor deze functie, nodigen wij u graag uit voor een gesprek; mocht hieruit een wederzijdse interesse ontstaan, dan maken we graag een tweede afspraak.
Pakket: veiligheid in (school)gebouwen
Het Provinciaal Veiligheidsinstituut van Antwerpen (Jezusstraat 28, 2000 Antwerpen, (03)203 42 00) geeft paketten uit met instructiekaarten en controlelijsten voor lokalen, installaties, machines, gereedschappen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Deze paketten kunnen ook door scholen worden gebruikt en zijn meestal gratis te krijgen.
Veiligheidscontrolelijsten voor scholen en opleidingscentra omvat controlelijsten voor
- de veiligheidsorganisatie in de school (organisatie en veiligheidsregels; de dienst voor VGV; veiligheidscontroles;brandpreventie; EHBO);
- (de inrichting en uitrusting van) het schoolgebouw (in- en uitgangen; gangen, trappen, vestiaire; brandpreventie; ontruiming in geval van nood; feestzaal; schoolkeuken; reproductieruimte; administratieruimte; ruimte voor centrale verwarming);
- het vaklokaal technologische opvoeding;
- het lokaal lichamelijke oipvoeding;
- het computerlokaal;
- het theorielokaal.Het Reglement voor het school-chemielabo is afzonderlijk verkrijgbaar en eveneens van toepassing voor het biologie-labo.
Bij de Nationale Vereniging tot voorkoming van Arbeidsongevallen (NVVA - Gachard-straat 44 bus 4, 1050 Brussel, (03)648 03 37 verscheen de brochure Evacuatie van schoolgebouwen waarin verwezen wordt naar de ARAB-voorschriften voor laboratoria.
Frans Desfossés (Edegem)