
IN
HET DUISTER ZIJN ALLE KATJES GRIJS
Aantonen
dat
de
kleurgevoelige
kegeltjes
maar
actief
zijn
vanaf
een
welbepaalde
lichtintensiteit
Schoendoos, lijm, papier van diverse kleuren (rood, groen, geel en blauw), schaar.
Snijd uit elk gekleurd blad één vierkantje van 4 cm x 4 cm. Kleef de vierkantjes aan de
binnenkant van de schoendoos tegen één lange zijde. Maak in de zijde aan de overkant
een kijkgat. Terwijl
je door
het kijkgat
kijkt
hef
je zeer
langzaam het deksel
van de
schoendoos op aan de kant van het kijkgat. Noteer wat je te zien krijgt.
In het begin neem je alleen de vorm van de gekleefde figuurtjes
waar
en zie
je ze in
diverse grijstinten. Het is pas waneer er meer licht in de schoendoos valt, dat je één voor
één de kleuren kunt onderscheiden.
De chemische reacties in de kegeltjes vereisen een grotere lichtintensiteit dan die in de
staafjes. Dit maakt dat de staafjes veel vroegr impulsen doorzenden naar de hersenen,
zodat we de voorwerpen kunnen waarnemen, maar zonder kleurervaring.