
Aantonen
dat
we
een
tamelijk
groot
gezichtsveld
hebben,
maar
dat
we
binnen
dit
gezichtsveld maar kleuren en vormen duidelijk kunnen waarnemen onder een relatief
smalle hoek. Het experiment toont in wezen aan, dat de concentratie aan kegeltjes het
grootst is
in het gebied van de gele vlek.
bordkarton van 30 cm x 60 cm, schaar, plastieken of kartonnen bekertje, stuk dun touw
van ca. 40 cm lang, snellijm, viltstiften van verschillende kleur, potlood, prikkertje met
plastic kopje
, stevig wit papier of fiches, partner.
Maak aan één kant van het touw een lusje. Steek in dit lusje het prikkertje en prik het
vast halverwege
de lange kant van het bordkarton. Wind het andere uiteinde van het
touw rondom het potlood, span het touw op en je hebt een primitieve passer.
Trek een halve cirkel met straal 30 cm. Kort het touw in en trek een tweede halve cirkel
met straal 2 cm. Knip beide halve cirkels uit. Kleef centraal onderaan het bekertje en
steek vervolgens het pinnetje in het midden van de grote cirkelboog (zie figuur).
stevig papier een 5-tal reepjes en plak telkens bovenaan één van de gekleurde figuurtjes.
past en fixeer het prikkertje recht voor je. Vraag aan je partner dat hij nu traag een reepje
met 1 figuurtje vanaf de zijkant naar het centrum toe beweegt.