
Met dit experiment kan je vergelijken wat je ziet
- wanneer een gecamoufleerde figuur niet beweegt
- waneer ze wèl beweegt
Het is een middel om aan te tonen dat we in onze hersenen cellen hebben die bewegingen
kunnen registreren.
Twee bladen donkerblauw of zwart papier, witte
vloeibare
corrector,
schaar, plastic A4 mapje,
licht A4 karton (mooi vlak), partner die fungeert
als proefpersoon
Knip uit één blad donker gekleurd papier een
vis volgens nevenstaand patroon. Het uitstekend
gedeelte onderaan is nodig om de vis te kunnen
verschuiven.
Leg vervolgens de
uitgeknipte
figuur
op het
andere blad en breng met de correctorvloeistof
een
reeks
willekeurige
v lekken
aan
op
het
onderblad en de figuur. Dit is het camouflage-
patroon.
Leg het geheel op het stuk karton en schuif alles
in
het
plastic
mapje. Het
mapje
dient
om
de
figuurgoed tegen de ondergrondaan te drukken.
(Een goed alternatief voor het plastic mapje is
een kaderloze glazen fotohouder)
Houd het geheel nu goed stil op een drietal meter
van
de
proefpersoon
en
vraag
hem
of
hij
duidelijk een bepaald dier kan onderscheiden.
Herhaal je vraag, maar beweeg nu de vis tegen
de achtergrond.
De
stilstaande
v is
is
nagenoeg
niet
waar te
nemen,
maar het bewegend exemplaar is zeer
duidelijk waarneembaar
Door de camouflage hebben onze hersenen onvoldoende informatie om de stilstaande
vis duidelijk tegen de achtergrond te onderscheiden. Doen we hem echter bewegen, dan
nemen we
hem direct
waar dank zij bewegingsdetecterende
cellen in onze hersenen.
Deze ontvangen de nodige informatie van de lichtgevoelige cellen in on netvlies.