BIOTIPS


Op deze pagina vind je een selectie van (bewerkte) tips, vragen en antwoorden, zoals ze de voorbije jaren zijn verschenen in ons mededelingenblad "BIO"

ONDERWERPEN :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

W

BEWAARTECHNIEKEN

 
- Beletten van kieming bij aardappelen
- Bewaren van paddenstoelen
- Tijdelijk bewaren van planten
- Snijbloemen bewaren
- Samenstelling van 'Chrysal'
- Hoe een KI/I2-oplossing bewaren?
- Bewaren van rupsen
- Conserveren van opgezette dieren
- Conserveren van fossiele beenderen

 


W

BELETTEN VAN KIEMING BIJ AARDAPPELEN

De aardappelknol komt overeen met een stengel, de 'ogen' zijn eigenlijk zijknoppen. Vers geoogste aardappelknollen bevinden zich in rusttoestand, d.w.z. de zijknoppen lopen niet uit. Dit komt door de aanwezigheid van bepaalde plantenhormonen. Na enkele maanden zijn deze verdwenen en eindigt die rusttoestand : de aardappelen 'spruiten' of 'ontkiemen'. Dit kiemen kan dus tegengegaan worden met behulp van diverse produkten die een gelijkaardige werking hebben als vermelde plantenhormonen.

Veel gebruikt wordt IPC (isopropyl N-fenylcarbamaat). De fenylcarbamaten zijn mitosegiften : ze beletten een normale kerndeling. De carbamaatesters associëren met de lipofiele zijketens van de spoelfiguur, wat leidt tot intramoleculaire precipitatie van de spoelfiguur. dit geeft aanleiding tot het uitblijven van de kerndeling, tot polyploïdie en tot breken van bepaalde chromosomen. Hierdoor wordt de groei irreversibel geremd.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 


W

BEWAREN VAN PADDENSTOELEN

Een goede en goedkope methode om alle paddenstoelen blijvend te prepareren is er niet. Met de kopersulfaat-formolmethode blijven de meeste kleuren (behalve rood) gewoonlijk behouden.

Bij deze methode dompelt men de paddenstoel onder in een mengsel van één deel CuSO4-oplossing en één deel formol 10 % , waaraan enkele druppels geconcentreerd zwavelzuur werden toegevoegd.

Men laat alles ongeveer 3 weken staan, waarna men de paddenstoel goed met water spoelt en in formol 2,5 % legt. De formol net zo lang verversen tot hij helder blijft. Vervolgens de paddenstoel bewaren in formol 5 %.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 


W

TIJDELIJK BEWAREN VAN PLANTEN

Planten en bloemen die men niet ogenblikkelijk nodig heeft, maar die men wel wat later op het jaar wil gebruiken, kan men een tijd in hun ontwikkeling remmen door ze in een plastieken doos of in een ruime plastieken zak bij 5 °C in de koelkast te bewaren. Sommige soorten houden het op deze manier onverwacht lang uit.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

SNIJBLOEMEN BEWAREN

Waarom moet men de stengels van snijbloemen schuin afsnijden vooraleer ze in water te plaatsen? Waarom moet men ze onder water nog een stukje afknippen en dit nu en dan herhalen?

Het schuin afsnijden van de stengels van snijbloemen levert een grotere doorsnede-oppervlakte èn van de stengels èn van de houtvaten, zodat meer water kan opgezogen worden.

Recht afgesneden stengels lopen meer kans met het snijvlak op de bodem van de vaas te staan, zodat de wateropname geremd wordt.

Bij het doorsnijden van de stengel springen de 'waterdraden', onder invloed van cohesiekrachten een eind in de houtvaten. Gebeurt het doorsnijden onder water, dan wordt de waterdraad niet onderbroken. Snijdt men de stengel gewoon door (niet onder water), dan volstaat het hem nadien nog een stukje in te korten en dan pas in het water te zetten.

Het nu en dan afknippen van een stengel (b.v. om de twee dagen) bevordert de houdbaarheid van de bloem. Op die manier wordt verstopping van de houtvaten door onzuiverheden, luchtbelletjes in het water en rottingsverschijnselen vermeden.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

SAMENSTELLING VAN 'CHRYSAL'

Welk is de samenstelling van "Chrysal", een product dat men bij de bloemist krijgt om in het water van snijbloemen op te lossen?

Op de verpakking wordt vermeld :

- voedsel voor uw bloemen
- Chrysal houdt het water zuiver

Is het product werkelijk efficiënt, en zo ja, op welke manier?

Chrysal is een mengsel van verschillende zouten (nitraten, fosfaten) die een rol spelen in de minerale voeding van de plant. Daarbij werd een ontsmettingsmiddel gevoegd, om de groei van bacteriën (en dus het in gang zetten van de voedselketen bacteriën - bladgroenloze eencelligen - raderdiertjes - bladgroenhoudende eencelligen) tegen te gaan. Snijbloemen worden dus gevoed en rottingsverschijnselen worden tegengegaan. Hierdoor wordt ook het ontstaan van verdachte geuren voorkomen of geremd. De reclame op de zakjes is dus gewettigd.

Men dient zich echter wel te houden aan de opgegeven concentraties, zoniet kan men plasmolyse verwekken in de stengels en verwelken de bloemen toch.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

HOE EEN KI/I2-OPLOSSING BEWAREN ?

Deze oplossing bewaart niet goed in bruine oogdruppelflesjes voorzien van een rubberspeentje. Op de één of andere manier reageert het jood met stoffen in het rubber , waardoor de joodconcentratie in de lugoloplossing daalt.

Beter is het dergelijke oplossing in bruine druppelflesjes, voorzien van een gegleufd glazen stopje te bewaren.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

INVRIEZEN VAN DIEREN BESTEMD VOOR DISSECTIE

Er zijn meerdere voordelen verbonden aan het invriezen van dergelijke dieren en organen :

  1. Het materiaal kan aangeschaft worden op het moment dat het beschikbaar is
  2. Voor parallelklassen is het niet nodig meer dan één keer om materiaal te gaan
  3. Weer ontdooid heeft het materiaal niet meer dat platte en kleverige van vers materiaal
  4. Bevroren duiven zijn gemakkelijker te plukken (dit is vooral moeilijk rond de krop bij een verse duif)
  5. Ontdooide longen en harten kunnen weer ingevroren worden

Enkele tijden nodig voor het ontdooien :

- cavia en witte rat : 12 uren in de koelkast
- duif : minstens 24 uren in de koelkast
- longen en hart : een nacht buiten de koelkast
- vis (volgens grootte) : ongeveer 24 uren in de koelkast.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

BEWAREN VAN RUPSEN

Welke eenvoudige en algemene manier is er om rupsen te prepareren, zodat die kunnen bewaard worden buiten een conserveringsvloeistof?

De bewerking gebeurt in twee stadia :

a) De dode rups op wat filtreer- of vloeipapier leggen. Er wat velletjes bovenop aanbrengen. Met een potlood of een glazen staaf over het lichaam rollen in de richting van de anus ; hierdoor komt de gehele lichaamsinhoud langs de aars naar buiten. De darm aan de aars afsnijden. Voorzichtig te werk gaan en herbeginnen tot de balg volledig leeg is.

Gekweekte rupsen laat men 2 tot 3 dagen vóór de bewerking vasten, dan gaat het veel gemakkelijker.

b) De balg gedeeltelijk drogen op een zachte warmtebron (verwarminsgplaat) en vervolgens vol lucht blazen. Men gebruikt hiervoor best een rubberen peer, waaraan een fijne pipet is gehecht. De punt hiervan met vaseline insmeren om te voorkomen dat hij blijft kleven aan de lichaamsholte. Door het opblazen krijgt de balg weer zijn natuurlijke vorm. Na 8 of 10 minuten drogen nog eens herbeginnen en nogmaals enkel minuten laten drogen. Dan de pipet losmaken en de balg laten afkoelen. Wil men de rupsen in een verzameling bewaren, een drinkrietje langs de anus in de lichaamsholte brengen, en enkele mm verder dan het lichaam afsnijden. De speld met het etiket met de gegevens over de rups kan dan door dit rietje gestoken worden.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

CONSERVEREN VAN OPGEZETTE DIEREN

Paradichloorbenzeen schijnt het beste bewaarmiddel te zijn voor opgezette dieren. Het wordt o.m. te Tervuren en aan de R.U.G. gebruikt. Het product is verkrijgbaar onder de vorm van kristallen en ook als tabletten, wat enigszins praktischer is. De geur is karakteristiek, maar minder onaangenaam dan die van naftaleen ("mottebollen"). Men strooit wat kristallen in de kasten of legt er een tablet in, en vernieuwt of vult bij naarmate het paradichloorbenzeen sublimeert.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 



W

CONSERVEREN VAN FOSSIELE BEENDEREN

Ik beschik over een aantal fossiele beenderen. op welke manier kunnen deze fossielen bewerkt worden, zodanig dat ze gaaf geconserveerd blijven?

Men kan fossiele beenderen, hout en schelpen, alsook broze gesteenten conserveren door ze te dompelen in (of te borstelen met) een oplossing van schellak in methanol. Hierdoor krijgen de voorwerpen een iets bruinere tint (schellak) en worden licht glanzend. Indien nodig kan de schellak later nog uitgetrokken worden door het voorwerp in methanol te dompelen.

algemene inhoud I bewaartechnieken I home

 


 

 

 

 

 

W

DIEREN

 


- Lijst van beschermde diersoorten
- Afzetten van eieren door de gewone zeemossel
- Koudgemaakte kikkers
- Pels van zoogdieren als warmte-isolator
- Luchtweerstand van vleugels
- Onbekend orgaan bij kabeljauw
- Een konijnenschedel prepareren
- Aantonen van de spil in slakkenhuizen
- Kweken van huiskrekels
- Kweken van meelwormen
- Kweken van nematoden
- Vangen van kakkerlakken
- Vangen van karperluizen
- Voedsel van pseudoschorpioen
- Vogels en glasramen
- Dissectie van een varkenslong
- Beestentoren
 
 

 

 

 


W

LIJST VAN BESCHERMDE DIERSOORTEN

Wie kan me een lijst bezorgen van de beschermde diersoorten in ons land en waar werd deze lijst gepubliceerd? Welke koninklijke besluiten regelen de vangst, het aankopen en het bezit van diverse soorten?

De lijst van inheemse beschermde diersoorten verscheen in het Belgisch Staatsblad van 31/101980 (K.B. van 22/09/1980). Dit besluit regelt ook de vangst, het bezit en de verhandeling van de beschermde soorten.

We kunnen ook verwijzen naar de "Rode lijst van de zoogdieren in Vlaanderen" (AMINAL - december 1994). Deze lijst vermeldt de beschermde zoogdieren en geeft zeer nuttige informatie.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

EIAFZETTING DOOR DE GEWONE ZEEMOSSEL

In welke maand zet de gewone zeemossel haar eieren af?

De mossel zet eieren af gedurende het ganse jaar, behalve gedurende de zomermaanden, d.w.z. in de periode waar de temperatuur hoger ligt dan 18 °C. Het afzetten van de eieren is maximaal in de maanden mei en juni. De mossellarven zetten zich ook in deze periode vast. Het gehele jaar door vindt men dergelijke larven tussen het zeeplankton, behalve in juli en augustus.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

KOUDGEMAAKTE KIKKERS

Eind maart, begin april waren er in de omgeving van mijn woonplaats grote aantallen doodgereden kikkers op de openbare weg aan te treffen. Op bepaalde plaatsen vielen er tientallen slachtoffers in een omtrek van enkele meters te betreuren. Dit is de eerste maal dat ik zo'n slachtveld op een overigens weinig drukke baan vaststel.

Kent iemand een verklaring voor dit ongewone aantal?

antwoord 1

Gezien de datum gaat het hier waarschijnlijk om de bruine kikker. Deze is aan een minder vochtige omgeving gebonden dan de groene, doch gaat naar het water terug voor de voortplanting. De nachtelijke wandelingen staan ongetwijfeld met dit verschijnsel in verband.

Waarom er dit jaar zoveel meer gedood werden dan vroeger?

- Is de droge winter oorzaak van het verdwijnen van hun gewone poelen, zodat zij verder moeten zoeken om water te vinden?

- Is wijziging of verontreiniging van het milieu oorzaak van hetzelfde gevolg?

- Ben je dit jaar (late paasvakantie!) thuis geweest op een ogenblik dat een maximum betekende in de voortplantingsbiologie der dieren, en waarop je andere jaren niet ter plaatse was?

In ieder geval is het feit dat tweeslachtigen vaak als verkeersslachtoffers vallen sinds vele jaren bekend. Ook in het buitenland : zo zijn in Zwitserland in de lente bepaalde wegen 's nachts voor het verkeer gesloten, om doden en uitroeien van amfibieën tegen te gaan.

Op verschillende plaatsen in het buitenland graaft men repen zeildoek of plastiek inde bodem, zodat mini-muurtjes blijven uitsteken. Op die manier kanaliseert men de diertjes naar hun paringsweiden of poelen.

antwoord 2

Het probleem van de verkeersslachtoffers onder de amfibieën wordt behandeld door SERMET (1971). Dit staat in verband met de voortplantingsmigratie van deze dieren. Zij overwinteren namelijk verspreid in een soms uitgestrekt gebied, maar verzamelen zich precies rond maart - april in welbepaalde voortplantingspoelen en sloten.

Deze trek of zg. "water-drive" is het best onderzocht bij Urodela, waarbij gekend is dat in dit gebeuren het hormoon prolactine een belangrijke rol speelt.

Wanneer dieren bij deze migratie een verkeersweg moeten kruisen zullen er uiteraard slachtoffers vallen, en uiteraard relatief meer bij tragere soorten zoals Bufo dan bv. bij Rana.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

PELS VAN ZOOGDIEREN ALS WARMTE-ISOLATOR

Twee reageerbuizen, waarin een thermometer, worden gevuld met water van ± 30 °C. Eén van de buizen steekt in een koker van b.v. konijnenpels. Beide reageerbuizen in de koelkast stoppen. Na 10 à 15 minuten wordt de temperatuur gecontroleerd.

Er is een zeer duidelijk verschil merkbaar.

algemene inhoud I dieren I home

 



W

LUCHTWEERSTAND VAN VLEUGELS

Na de dissectie van een duif kan je de vleugels wegnemen en, met drie spelden opgespannen op een plankje, laten drogen (bv. in de koelkast). Nadien zijn deze vleugels dan te gebruiken om te laten voelen dat de luchtweerstand groter is bij het naar beneden slaan dan bij het optrekken van de vleugels.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

ONBEKEND ORGAAN BIJ KABELJAUW

Welk orgaan (klier?) bevindt zich links en rechts van de kop van de kabeljauw, juist achter de schedel, boven de kieuwen? Het is donkerrood en korrelig.

Te oordelen naar de beschrijving betreft het de pseudobranchie, gelegen onder het operculum, vóór de kieuwen. Bij de beenvissen die er bezitten, zouden de pseudobranchiën - die CO2 produceren - de zwemblaas met dit gas vullen .

Men veronderstelt dat ze ook kunnen optreden als drukregelaars van het oogvocht

algemene inhoud I dieren I home

 


W

EEN KONIJNENSCHEDEL PREPAREREN

Hoe kan ik een schedel van een konijn dat in de keuken werd klaargemaakt op de beste manier prepareren?

De schedel dient te worden gereinigd, ontvet en vervolgens gebleekt.

a) reinigen : vleesrestjes worden gemakkelijk met een tandenborstel verwijderd

b) ontvetten : dit kan door de schedel ± 24 uur in een 10 % KOH-oplossing te leggen of door hem gewoon te ontvetten met een geconcentreerd afwasmiddel. Vervolgens verschillende malen grondig spoelen.

c) bleken : dit gebeurt door de schedel een tweetal dagen in een 10 % waterstofperoxideoplossing te leggen of door hem te bleken met behulp van producten om kunstgebitten wit te houden. Wanneer men deze laatste producten gebruikt blijft de schedel na de bewerking nog lichtbruin, wat echter geen bezwaar is voor het gebruik in de klas.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

AANTONEN VAN DE SPIL BIJ SLAKKENHUIZEN

Om slakkenhuizen (b.v. van de wulk) te behandelen zodat de spil zichtbaar wordt, volstaat het het slakkenhuis enkele minuten met het 'overtollige deel' in een verdunde HCl-oplossing te dompelen. Alles wat in aanraking komt met het waterstofchloride reageert snel weg.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

KWEKEN VAN HUISKREKELS (Gryllus domesticus L.)

Benodigdheden : een oud aquarium van ongeveer 75 cm x 40 cm x 40 cm. Op de bodem brengt men een laag turf aan van ongeveer 15 cm dik.. De bak goed afsluiten maar wel voor verluchting zorgen (gaas). De krekels in deze bak zetten.

Voedsel : in een bakje plaatst men een met water volgezogen spons als drinkplaats. Zorg dat de spons steeds goed nat blijft. Om de twee dagen verse sla, wortelen en witloof geven (geen koolsoorten).

Plaats : hoge temperatuur is vereist (zeker tussen 27 en 32 °C), anders komt er van de kweek niets in huis. Hoge luchtvochtigheid. Indien nodig regelmatig water verstuiven in de bak.

Geslacht : doordat de wijfjes een legbuis hebben zijn ze makkelijk van de mannetjes te onderscheiden.

Nut :

algemene inhoud I dieren I home

 


W

KWEKEN VAN MEELWORMEN

Sinds jaren kweken wij met succes meelwormen. Wij gebruiken hiervoor een houten bak. Als voeder dient afval van tarwebloem uit de bakkerij en dikke schijven aardappel, waarin de larven kruipen. Bovenaan leggen wij een stuk golfkarton : daarin kruipen de volwassen larven graag. Tenslotte komt bovenop de bak een raam met muggengaas.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

KWEKEN VAN NEMATODEN

Neem een petrischaal met 0,5 cm tuingrond ; leg in het midden een klad pindakaas. Zet, zonder afdekken, weg in een donkere ruimte. Na een paar dagen is succes verzekerd : het krioelt van de nematoden (cyclus 8 dagen) èn van hun consumenten : de mijten. Een stukje voedselketen in het klein.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

VANGEN VAN KAKKERLAKKEN

Kakkerlakken (Blatta orientalis) zijn dankbaar materiaal voor de dissectie van een insect. Deze dieren kan men vangen in keukens, warme kelders, eetplaatsen e.d. van oude gebouwen. Om ze te kunnen vangen moet je plots licht maken in die plaatsen, nadat het al een hele tijd duister was.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

VANGEN VAN KARPERLUIZEN

Om karperluizen te vangen legt men vers gevangen dode snoeken en andere vissen een half uur in vers water. De karperluizen verlaten de dode vis en drijven op het water ; ze worden nu gemakkelijk met een penseeltje opgenomen en in een fixeervloeistof (formol of alcohol) gebracht

algemene inhoud I dieren I home

 


W

VOEDSEL VAN DE PSEUDOSCHORPIOEN

Waaruit bestaat het voedsel van de pseudoschorpioen?

Pseudoschorpioenen voeden zich met kleine insecten en mijten. Het zijn dus vleeseters. Boekenschorpioenen leven van parasieten die het papier opeten.

De meeste soorten pseudoschorpioenen leven onder boomschors, onder dode bladeren, tussen mosstengels en detritus. Sommige zijn holbewoners. Een paar soorten komen voor aan de kust, onder stenen en plantaardig afval.

algemene inhoud I dieren I home

 


W

VOGELS EN GLASRAMEN

Om te beletten dat vogels tegen grote glasoppervlakken te pletter vliegen moet men deze oppervlakken 'breken' door er figuren op te schilderen of te plakken. De aard van de figuren doet er niet toe, wel dienen ze wel voldoende dicht tegen elkaar voor te komen opdat de vogel ze zou kunnen waarnemen.

Spiegelende ruiten leveren het gevaar op, dat de vogel spiegelgevechten gaat leveren met zichzelf (vaak met dodelijke afloop).

algemene inhoud I dieren I home

 


W

DISSECTIE VAN EEN VARKENSLONG

Tracht via je slager een mooie gave varkenslong te bekomen. Snij de luchtpijp af enkele cm voor de vertakking in twee luchtpijptakken. Steek in één luchtpijptak zo diep mogelijk een plastieken aquariumslangetje en blaas erop : het onderste deel van de long wordt mooi opgeblazen.

Steek een potlooddikke glazen roerstaaf in een luchtpijptak en gebruik deze staaf als gids om de luchtpijptak met een schaar mooi open te leggen. Men ziet dan duidelijk de grote openingen van waaruit de grootste longtakken zich afsplitsen (op dezelfde wijze kan men ook mooi de longslagader openen).

algemene inhoud I dieren I home

 


W

Beestentoren

De menshoge beestentoren is zeer geschikt voor kleine schooltuinen. De toren wordt opgebouwd rond een paal.

Onderin zit een 'egelburcht' gemaakt van een metselkuip, tegen vorst en hitte beschermd met een flinke laag grond. Ook kikkers, padden en andere lichtschuwende beestjes houden van deze schuilplaats.

Daarop komt een stapeling van bakstenen en stukken tegel, het 'hommelhome'.

Daar bovenop komt de 'solitaire bijtjesflat': ringen van riet gepakt tussen schijven hout.

Weer hoger: de traditionele vogelvoederplank met daarop dan een 'vogel- of vleermuiszolder' uit een kuip bedekt met riet.

Bovenop het dak nog een vogelbadje, omringd met huislook of sedumplantjes.

algemene inhoud I dieren I home


 

 

 

W

ECOLOGIE

- Aantonen van roetafzetting
- Invloed van zwaveldioxide op planten
- Is parasitisme een vorm van symbiose?
- Werking van snuffelpalen
- Evaluatie van veldwerk
- Negatieve lading van bodemcolloïden
- Over curies, rads, rems e.a. ...

 


W

AANTONEN VAN ROETAFZETTING

Een bepaald aspect van de luchtverontreiniging, nl. de aanwezigheid van roet, laat zich vaststellen en vergelijken door plantendelen met een dubbelgevouwen papieren zakdoekje af te strijken (gras, sparrennaalden, enz.) Oefen een gelijkmatige druk uit met duim en wijsvinger.

Dit zijn geen echte metingen, maar deze demonstratie vestigt toch de aandacht op het probleem en kan ook makkelijk door de leerlingen uitgevoerd worden.

algemene inhoud I ecologie I home

 


W

INVLOED VAN ZWAVELDIOXIDE OP PLANTEN

Op zoek naar een eenvoudige proef over de invloed van zwaveldioxide op de groene plant heb ik deeltje 11 geraadpleegd van de Biologische Arbeitsbücher (Quelle und Meyer, Heidelberg, ISBN 3-494-00730-6)

Onder de stolp van een vacuümpomp worden petrischaaltjes gezet met een NaHSO3-oplossing en bebladerde stengeltoppen in water. Na enkele dagen hebben het vrijgekomen SO2 en de zure oplossing in water de bladeren aangetast. Naalden van coniferen worden langzaam bruin vanaf de top en het bladmoes van dicotylen vergeelt.

Voor een 0,01 % NaHSO3-oplossing geven de auteurs een SO2-concentratie van 1,2 ppm bij een temperatuur van ongeveer 20 °C, terwijl een 0,1 % oplossing 50 tot 70 ppm zou opleveren.

Zelf heb ik de proef uitgevoerd met een oplossing van natriumdisulfiet (N2S2O5).

- bij tuinkers die twee dagen eerder op vochtig filtreerpapier was uitgezaaid veranderde er na twee dagen niets meer onder de stolp, terwijl de tuinkers van de blancoproef snel uitgroeide. Door de microscoop bekeken was het verschil snel duidelijk : geen wortelharen meer, terwijl de plantjes van de blancoproef zeer veel wortelharen hadden.

- een stengelstukje taxus is na een week onder de stolp volledig bruin. Dwarsdoorsneden van de platte naalden, met een scheermesje langs de vingernagel gemaakt, tonen geelbruine chloroplasten.

- bladeren van de eendagsbloem (Tradescantia sp.) hebben na enkele uren stolp al een bruine bladpunt en na enkele dagen is het ondergedompelde gedeelte van het blad eveneens bruin. De sluitcellen van de huidmondjes tonen duidelijk plasmolysekenmerken. Het water van de kiemplantjes heeft blijkbaar zwaveldioxide opgenomen : pH 4 ; het water van de controleproef had op dat ogenblik een pH = 6.

algemene inhoud I ecologie I home

 


W

IS PARASITISME EEN VORM VAN SYMBIOSE?

Vele handboeken biologie geven als omschrijving voor symbiose : samenleven van organismen met wederzijds voordeel. Het komt mij voor dat in die betekenis beter de term mutualisme gebruikt wordt. Etymologisch zit er in het woord 'symbiose' trouwens geen enkel spoor van voor- of nadeel (Gr. sun = samen; bios = leven).

Dus om de begrippen in duidelijkheid af te lijnen zou men kunnen stellen : symbiose is een min of meer innig samenleven van twee (of meerdere) organismen.

In die optiek is parasitisme een vorm van symbiose.

Met symbiose worden inderdaad alle vormen van samenleving tussen organismen bedoeld. Raadpleging van diverse werken geeft ons volgend staaltje van vormen van symbiose :

Coöperatie : elke populatie heeft voordeel. De interactie is niet strikt noodzakelijk (b.v.. krab + anemoon)

Mutualisme : elke populatie heeft voordeel. De interactie is noodzakelijk voor het overleven en groeien van elke soort (meeste korstmossen)

Commensalisme : één populatie heeft voordeel en de andere wordt niet beïnvloed (mussen, duiven + mens)

Amensalisme (antibiose) : één populatie heeft nadeel. De andere wordt niet beïnvloed (Penicillium + bacteriecultuur)

Competitie (concurrentie) : beide populaties beïnvloeden mekaar nadelig (Paramecium aurelia + Paramecium caudatum )

Predatie : één populatie heeft voordeel. De interactie is noodzakelijk voor het overleven van de predator.

Parasitisme : één populatie heeft voordeel. De interactie is noodzakelijk voor het overleven van de parasiet.

algemene inhoud I ecologie I home

 


W

WERKING VAN SNUFFELPALEN

Wie kan uitleggen, i.v.m. de milieuproblematiek, hoe de "snuffelpalen" juist werken, waarmee luchtverontreiniging door SO2 wordt opgespoord?

De gangbaar gebruikte apparatuur bestaat uit een membraanpomp, die 2 000 liter lucht per dag door een filter zuigt en vervolgens door een wasfles met waterstofperoxide-oplossing. De filter houdt rook en stofdeeltjes tegen. In de wasfles wordt SO2 omgezet in H2SO4.

Het volume lucht wordt gemeten met een gasmeter.

Het toestel is uitgerust met 8 filters en 8 wasflessen en een omwisselaar zorgt ervoor dat er elke 24 uur andere filters en wasflessen aangesloten worden (dus elke week is er een vervanging)

Uit de zwarting van de filter kan de hoeveelheid rook in microgram per m3 worden berekend. De concentratie aan SO2 kan door bepaling van de H2SO4-concentratie in de wasfles.

algemene inhoud I ecologie I home

 


W

EVALUATIE VAN VELDWERK

Volgende richtlijnen werden in lichtjes gewijzigde vorm overgenomen uit het "Bulletin voor Docenten in de Biologie" :

Handleiding voor het maken van een verslag (veldwerk) :

  1. Je begint met een opschrift.
  2. Je vertelt wat je gaat onderzoeken (1 en 2 kunnen soms samenvallen
  3. Je vertelt waar je gaat onderzoeken, je maakt een tekening of kaartje van je onderzoeksplaats, je geeft de N-Z richting aan, je geeft je onderzoeksveld aan, je geeft eventuele hoogteverschillen aan.
  4. Je vertelt welke hulpmiddelen je gaat gebruiken.
  5. Je vertelt hoe je gaat onderzoeken, dus de werkwijze.
  6. Je noteert je waarnemingen in tabellen en grafieken, je tekent of beschrijft organismen die je gevonden hebt (nooit tekenen of overschrijven uit boekjes, alleen je eigen waarnemingen noteren), schrijf verder alles op wat je opvalt bij je onderzoek.
  7. Je trekt conclusies uit je waarnemingen
  8. Je schrijft daarna nieuwe vermoedens op die je gekregen hebt door je onderzoek.
  9. Zorg dat je verslag goed leesbaar is (deel het dus overzichtelijk in).
  10. Gebruik in je verslag de biologische termen die je geleerd hebt.

Beoordeling van het verslag :

Bij de waardering wordt op volgende onderdelen gelet :

A. leesbaarheid en indeling

waarde : 20 %

B. Verwerking van gegevens, tekeningen, tabellen en grafieken

waarde : 30 %

C. Juistheid, originaliteit, ecologische begrippen

waarde : 30 %

D. Attitude tijdens het veldwerk

waarde : 20 %

 

algemene inhoud I ecologie I home

 


 

 

W

NEGATIEVE LADING VAN BODEMCOLLOÏDEN

Om aan te tonen dat het colloïdaal complex van de bodem sommige stoffen wel en ander niet vasthoudt, kan men volgende opstelling gebruiken : men neemt twee erlenmeyers en op elke erlenmeyer plaatst men een trechter met hierin filtreerpapier in kegel geplooid en gevuld met aarde (lichtjes aandrukken). Op de ene aardmassa sproeit men met behulp van een pipet 100 ml methyleenblauwoplossing (verdund tot hemelsblauwe kleur), en op de andere 100 ml eosine-oplossing (niet te sterk verdund, duidelijk rood gekleurd).

Resultaat : bij de aarde besproeid met methyleenblauw is het filtraat kleurloos; bij deze besproeid met eosine is het filtraat rood.

Bij oudere leerlingen kan men uit het feit dat methyleenblauw een basische en eosine een zure kleurstof is, afleiden dat het colloïdaal complex van de bodem negatief moet geladen zijn en enkel positieve ionen vasthoudt. Vandaar het uitlogen van stikstof in nitraatvorm en het vasthouden van stikstof onder de vorm van bv. ammoniumionen.

algemene inhoud I ecologie I home

 


W

OVER CURIES, RADS, REMS EN ANDERE...

Een radioactieve stof zendt door desintegratie radioactieve straling uit. Het aantal desintegraties per tijdseenheid noemt men de activiteit van de radioactieve stof.

Als eenheid van activiteit werd vroeger de curie gekozen (Ci). In het SI-stelsel wordt het de becquerel (Bq).

Levend weefsel kan beschadigd worden door de absorptie van stralingsenergie. De stralingsenergie die per kg bestraalde materie geabsorbeerd wordt noemt men de stralingsdosis, of kortweg dosis. De eenheid van dosis was de rad, die in het SI-stelsel vervangen werd door de gray (Gy).

Het biologisch effect van de straling is niet alleen van de geabsorbeerde stralingsenergie, maar ook van :

Dosisequivalent = kwaliteitsfactor x dosis ; dit geeft dus een idee van het biologisch effect van de geabsorbeerde stralingsenergie. De eenheid van dosisequivalent was de rem (röntgen equivalent man). Deze eenheid is thans vervangen door de sievert.

SI-eenheden :

activiteit :1 becquerel = 1 Bq = 1 desintegratie per seconde

dosis :1 gray = 1 Gy = 1 joule/kg

dosisequivalent :1 s

algemene inhoud I ecologie I home

 


 

 

 

 

 

W

EENCELLIGEN

- Bacteriën bij de vleet
- Opstellen van een antibiogram
- Microscopisch onderzoek van bacteriën
- Invloed van milieufactoren op de ontwikkeling van bacteriën
- Kweken van amoeben
- Aanhouden van een cultuur van pantoffeldiertjes
- Een grote verscheidenheid protisten bekomen
- De invloed van diverse factoren op de alcoholische gisting

 


W

BACTERIEN BIJ DE VLEET

Methode om snel massa's bacteriën te bekomen : doe 5 ml leidingwater in een reageerbuis en voeg er enkele bonen of erwten aan toe. Laat enkele dagen op een warme plaats staan (eventueel in een broedstoof op 37 °C). Een druppel zonder behandeling onder de microscoop bekijken : ontelbare bacillen en cocci in brownbeweging zichtbaar.

algemene inhoud I eencelligen I home

 


W

OPSTELLEN VAN EEN ANTIBIOGRAM

Voor het uitzetten van een antibiogram kunnen we volgende werkwijze aanprijzen, die met relatief eenvoudige middelen uit te voeren is.

Benodigdheden :

- Steriele petrischalen. Deze worden steriel verpakt door gespecialiseerde firma's verkocht. Ze zijn uit plastic vervaardigd en worden na gebruik weggegooid. Men neemt petrischalen van 95 mm diameter.

- Eosine-methyleenblauwagar : deze voedingsbodem wordt gebruikt om gramnegatieven (zoals colibacillen) uit faecaliën te kweken en te isoleren. De bodem wordt gereed afgewerkt verkocht in flesjes van 100 ml en men hoeft enkel de agarvoedingsbodem te smelten in een warmwaterbad. Dergelijke voedingsbodem is onbeperkt houdbaar (indien men alle voorzorgen i.v.m. steriliteit in acht neemt).

- Pasteurpipetten : men kan ze steriel aankopen of zelf maken uit een glazen buisje

- Entnaald : deze is onmisbaar voor een bacteriologisch practicum. Men gebruikt nikkel-chroomdraad om in de houder te plaatsen.

- Een reageerbuisje met enkele ml fysiologische zoutoplossing. Een voldoende graad van steriliteit wordt bekomen door het buisje een 15 minuten in een kokend waterbad te plaatsen. Afsluiten met een prop watten.

- Een pincet.

- Schijfjes voor antibiogrammen. Deze schijfjes zijn verkrijgbaar in flesjes van 50 schijfjes voor een veertigtal antibiotica en chemotherapeutica. Wij raden echter aan gebruik te maken van zgn. "Unidisks". Men neemt "Unidisks N° 1", middelste concentratie. Deze bestaan uit een papieren ring van ± 95 mm buitendiameter, die juist past in onze petrischaaltjes. Aan die ring zitten schijfjes vast, doordrenkt met volgende antibiotica : chloromycetine, erythromycine, kanamycine, neomycine, penicilline, streptomycine en tetracycline. De Unidisks zitten steriel verpakt in een doos met schroefdeksel.

Uitvoering :

Deel 1 : de isolatie.

De fecaliën worden in een potje met water verdund. In een steriele petriplaat giet men ongeveer 10 ml eosine-methyleenblauwagar rechtstreeks uit het flesje. Hals van het flesje vóór en na het uitgieten in de bunsenvlam flamberen. Laten afkoelen.

Met een steriele pasteurpipet neemt men een weinig van de verdunning van de fecaliën en men laat één druppel vallen op de voedingsbodem. Men smelt de punt van de pasteurpipet dicht in de bunsenvlam en met de dichtgesmolten punt wrijft men de druppel goed open over heel het oppervlak van de voedingsbodem.

De petrischaal incubeert men gedurende 48 uur bij kamertemperatuur (met het deksel naar beneden!). Beschikt men over een broedstoof, dan kan men de incubatietijd inkorten door de petrischalen gedurende 24 uur bij 37 °C in de broedstoof te zetten.

Er vormen zich paarse kolonies, al of niet voorzien van een opvallend groene metaalglans.

Deel 2 : het antibiogram

Men kiest ergens een goed geïsoleerde kolonie en met een geflambeerde entnaald neemt men deze kolonie weg. (Eerst wel de naald afkoelen door ze eventjes in de agar te steken). De weggenomen kolonie wordt in de fysiologische oplossing gesuspendeerd.

Met een nieuwe steriele pasteurpipet neemt men nu een weinig van deze suspensie en bestrijkt volledig een nieuwe voedingsbodem.

Met een geflambeerde pincet wordt nu een Unidisk op de voedingsbodem gelegd en goed aangedrukt.

48 uur op kamertemperatuur laten staan (24 uur in een broedstoof bij 37 °C). Daarna de remmingszones nagaan.

algemene inhoud I eencelligen I home

 


W

MICROSCOPISCH ONDERZOEK VAN BACTERIËN

Voor het microscopisch onderzoek van bacteriepreparaten gebruikt men best een objectief 100 x en een oculair van 10 x. Het objectief wordt gebruikt met immersieolie. Gebruikt men een objectief van 40 x en een oculair van 25 x, dan bekomt men ook een vergroting van 1 000 x, maar de beeldkwaliteit zal slecht zijn door het geringer scheidend vermogen.

Van volgende bacteriën zijn in de handel goede preparaten te bekomen : Clostridium tetani, Clostridium botulinum, Bacillus anthracis, Vibrio cholerae, Borrelia recurrentis, Treponema pallidum en Brucella abortus.

Sommige bacteriepreparaten kan men zelf maken om bepaalde bacterievormen aan te tonen : streptokokken door een gewone methyleenblauwkleuring van yoghurt, spirillen door een negatieve kleuring van tandvuil.

Er is nog een middel om goedkoop aan degelijke bacteriepreparaten te geraken : neem contact op met het laboratorium van de dichtstbijzijnde kliniek. De uitstrijkjes, die men in de afdeling bacteriologie maakt voor het opsporen van infectieziekten, worden na het onderzoek weggegooid. Vraag aan de dokter om er een aantal bij te houden. Zo geraak je aan preparaten van colibacillen, Proteus vulgaris, Mycobacterium tuberculosis, Neisseria gonorrhoeae, stafylokokken, streptokokkenƒ

algemene inhoud I eencelligen I home

 


W

INVLOED VAN MILIEUFACTOREN OP DE ONTWIKKELING VAN BACTERIËN

Doe in een reeks reageerbuizen telkens één boon en varieer als volgt :

1) droog, 2) met 2 ml water, 3) met 2 ml water en koken, 4) met 2 ml water, afsluiten met prop watten en flink koken, 5) met 2 ml azijn, 6) met 2 ml ethanol 70°, 7) met 2 ml pekel, 8) met 2 ml stroop, 9) met 2 ml formol 5%, 10) met 2 ml water en een mespunt salicylzuur, 11) met 2 ml water en in koelkast, 12) met 2 ml water en in broedstoof op 37 °C.

Uit de resultaten na één week kunnen tevens de methoden afgeleid worden om bederf tegen te gaan.

algemene inhoud I eencelligen I home

 


W

KWEKEN VAN AMOEBEN

Nodig : 1 koffielepel tuinaarde, petrischaal, leidingwater, een 20-tal ongekookte rijstkorrels.

Werkwijze : de koffielepel tuinaarde in de petrischaal mengen met evenveel water. Strooi de rijstkorrels willekeurig uit. Plaats de schaal in een broedstoof bij 25 tot 30 °C.

Waarneming : na max. 48 uur zij er kleine amoeben te vinden in het water in de onmiddellijke buurt van de rijstkorrels.

algemene inhoud I eencelligen I home

 


W

AANHOUDEN VAN CULTUUR VAN PANTOFFELDIERTJES

Om een cultuur van pantoffeldiertjes in stand te houden, kan in plaats van de bekende hooi-en-rijstcultuur, een magere melkkweek worden aangelegd.

1/5e theelepel magere melkpoeder wordt in een halve liter gedestilleerd water opgeroerd. Dit kweekmedium kan onmiddellijk worden beënt met pantoffeldiertjes uit een bestaande cultuur.

Na een tiental dagen in diffuus licht bevinden zich enorme aantallen pantoffeldiertjes net onder het dikke kaamvlies.

algemene inhoud I eencelligen I home

 


W

EEN GROTE VERSCHEIDENHEID VAN PROTISTEN

Om een grote verscheidenheid van Protozoa te verkrijgen is het voldoende een paar druppels van een "vuile" aquariumfilter te onderzoeken onder de microscoop. Dit levend schouwspel is tevens een goede gelegenheid om de leerlingen te laten kennismaken met de eencelligen.

Een andere rijke bron van protisten is het water dat men bekomt bij het uitknijpen van gedoornd hoornblad (Ceratophyllum demersum), dat in veel vijvers te vinden is.

algemene inhoud I eencelligen I home e

 


W

DE INVLOED VAN DIVERSE FACTOREN OP DE ALCOHOLISCHE GISTING

Wil men de invloed van diverse factoren nagaan op de intensiteit van de alcoholische gisting, dan kan men hiervoor het best zgn. gistingsbuisjes van EINHORN gebruiken.

Een dergelijk gistingsbuisje bestaat uit twee benen die vastgesmolten zijn op een voet, zodat het geheel rechtop blijft staan. Het ene been is open en bolvormig, het andere is langer, buisvormig en gesloten. Vaak is het ook voorzien van graduaties. De inhoud van beide benen is ongeveer gelijk.

Werkwijze : vul het open, bolvormig been volledig met de gistoplossing (10 g gist + 10 g glucose in 100 ml water) en zwenk het buisje tot de vloeistof volledig in het gesloten been zit.

Terwijl de gisting doorgaat zakt het vloeistofpeil in het gesloten been en kan men aflezen hoeveel CO2 gevormd werd.

Om bv. de invloed van de temperatuur na te gaan volstaat het een drietal opstellingen te maken; één buisje plaatst men in de koelkast, één laat men op kamertemperatuur staan en het derde plaatst men in een broedstoof bij 45 °C. Vergelijk de hoeveelheid geproduceerd CO2 na 15 tot 30 minuten.

Op een gelijkaardige manier kan men deze buisjes gebruiken om allerlei proefjes te doen i.v.m. de gisting (welke sacchariden worden vergist? Invloed van chemicaliën? Verband tussen hoeveelheid gist en hoeveelheid gevormd CO2?ƒ)

Spoel de buisjes na gebruik onmiddellijk goed met leidingwater en vervolgens met gedestilleerd water. Ze drogen dan wel in de kast.

algemene inhoud I eencelligen I home

 


 

 

W

GENETICA

- Proeven i.v.m. menselijke erfelijkheid
- Proef van Bonnier : modificaties bij planten
- Video's genetica

 


W

PROEVEN I.V.M. MENSELIJKE ERFELIJKHEID

Naast het klassieke proeven van fenylthiocarbamide (experiment dat we gezien de giftigheid van het produkt afraden) kunnen bij de mens ook nog andere factoren nagegaan worden.

Een enkelvoudig dominante factor is het tongrollen (de mogelijkheid om met de tong een gootje te vormen door de zijkanten naar boven te plooien).

De leerlingen maken een stamboom voor hun eigen familie (zijzelf, broers, zusters, ouders, tantes, ooms, grootouders) en zij duiden aan of die mensen al dan niet met hun tong kunnen rollen, en leiden daaruit af of dit kenmerk dominant of recessief is.

Dit gaat als volgt : neem de grootouders als P-generatie; de ouders, tantes en ooms als F1 en de leerlingen met hun broers en zusters als F2.

Volgende tabel geeft de reële gegevens binnen één klas :

 

tongrollen

ja

neen

totaal

P

24

10

34

F1

76

38

114

F2

54

24

78

totaal

154

72

226

 

Met deze gegevens kun je ook de wet van Hardy-Weinberg controleren, die zegt dat de allelenfrequenties in een voortplantingsgemeenschap die niet zeer klein is, en waar de partnerkeuze toevallig is, van generatie tot generatie constant blijft.

Noemen wij de frequentie van het gen R (tongrollen) = p, de frequentie voor het gen r (niet-tongrollen) = q, dan is de verdeling van de genotypes volgens Hardy-Weinberg :

RR = p2 Rr = 2 pq rr = q2

De frequentie q kan dus berekend worden uit het voorkomen van de niet-tongrollers, gezien de frequentie van dit fenotype overeenkomt met de frequentie van het genotype rr.

algemene inhoud I genetica I home

 


W

PROEVEN VAN BONNIER : MODIFICATIES BIJ PLANTEN

In de lessen erfelijkheid komen bij de modificaties regelmatig de proeven van Bonnier aan bod. Helaas blijft het hier altijd bij een theoretische uiteenzetting. Men kan de invloed van licht op planten echter ook experimenteel aantonen :

a) met de siernetel (Coleus ) : in volle licht gekweekt hebben bepaalde variëteiten bladeren die bijna helemaal rood zijn : het groene randje is smaller dan 1 mm. Op meer dan 1 m van het raam geplaatst, vormen deze planten bladeren waarbij de groene rand meer dan 5 mm breed is. Terug voor het raam : bladeren van de eerste kleurverdeling enz.

Het feit dat men deze afwisseling verkrijgt bewijst dat er genetisch niets aan de plant veranderde.

b) met de tuingeranium (Pelargonium-zonale-variëteiten) : de bladeren van deze plant vertonen in volle licht een duidelijke roodbruine rand. Deze rand verdwijnt haast helemaal als men de plant in een lichtarme omgeving plaatst. Meer water en mest versterken dit reversibel verschijnsel.

c) met de graslelie (Chlorophytum ) : op een donkere standplaats zijn de witte strepen in de groene, lange lintvormige bladeren weinig ontwikkeld, terwijl op een lichte standplaats de witte strepen overheersen.

algemene inhoud I genetica I home

 


W

VIDEO'S GENETICA

Volgende video's zijn te bestellen bij de Audiovisuele dienst K.U.L., Groenveldlaan 3, bus 3, 3001 Heverlee, telefoon 016/32 92 50, fax 016/32 92 98 :

Het Prader-Willi-syndroom, vooral gekenmerkt door zwaarlijvigheiden mentale achterstand :

"To be different is all right, too" (43 minuten, Engels & Frans)
"De eerste levensmaanden" (11 minuten, Nederlands, Frans, Engels)

Het Williams-Beuren-syndroom, waarbij vooral het typische elfjesachtige gelaat (hoog voorhoofd, vlakke neusrug, smalle onderkaak, brede mond) opvalt, met ook mentale achterstand.

"Omzien naar anderen" (54 minuten, Nederlands, Engels, Frans).

Het Turner-syndroom, met o.a. als kenmerk een kleine gestalte, gedrongen nek, steriliteit :

"Vanaf de maan gezien, zijn we allemaal even groot" (51 minuten, Nederlands, Engels, Frans).

Het Down-syndroom of mongolisme :

"Nooit aan gedachtƒ" (38 minuten, Nederlands, Engels, Frans)

Het Angelman-syndroom met o.a. als kenmerk geen spraakontwikkeling :

"Sprekend zonder taal" (35 minuten, Nederlands, Frans, Engels).

Genetica in het algemeen :

"Aan genen zijde : overerving bij de mens" (32 minuten, Nederlands)

algemene inhoud I genetica I home