Mei 2002

 


VOB 25 jaar
De viering van 25 jaar VOB en PROBIO en 50 jaar biologieleerkrachtenvereniging krijgt vorm
Op 14 september komen we vanaf 10 uur samen in Alden Biesen.
Tussen 10.30 uur en 11.45 uur evoceren we het biologieonderwijs van de voorbije 50 jaar terwijl voor de meegekomen familieleden een bezoek aan Alden Biesen gepland is.

Een middaglunch met broodjes en Limburgse vlaaien zal ons sterken voor de namiddaguitstappen.  Er zijn 4 mogelijkheden.


Reductie studierichtingen ASO
Vreugde of ellende voor de leraar biologie?


Iedereen heeft het al gelezen in de kranten: in september 2002 zal het studieaanbod in de tweede graad ASO veranderen.  Uit verschillende hoeken wordt kritiek geuit.  Wat is er eigenlijk aan de hand en wat heeft dit te betekenen voor de leraar biologie?

De reductie van het aantal studierichtingen werd al in februari 1999 beslist, nog onder de vorige regering.  Men was het erover eens dat er in de tweede graad van het secundair onderwijs te veel studierichtingen bestonden, die te sterk op elkaar leken.  De reductie is erop gericht minder studierichtingen aan te bieden en hun karakter  polyvalenter te maken.  In de derde graad kan de leerling dan de definitieve, meer gespecialiseerde studierichting kiezen.  In het ASO koesterde minister Vandenbossche bovendien de wens de moeilijkheidsgraad voor talen en wiskunde voor alle leerlingen gelijk te trekken, te verhogen om de instroom te beperken.  Op basis hiervan werd beslist dat de reductie in de tweede graad ASO zal leiden tot zes studierichtingen: ECONOMIE, GRIEKS, GRIEKS-LATIJN, HUMANE WETENSCHAPPEN, LATIJN, WETENSCHAPPEN.

In BSO, KSO en TSO is een dergelijke operatie ondertussen uitgevoerd.  In ASO werd ze uitgesteld omdat de eindtermen nog niet waren goedgekeurd: niemand wilde eerst de leerplannen veranderen met het oog op het nieuwe studieaanbod en het jaar nadien de leerplannen veranderen met het oog op de eindtermen.  In januari 2002 werden de eindtermen goedgekeurd en ondertussen zijn nieuwe leerplannen ter goedkeuring ingediend.  Niets staat de afgesproken reductie nog in de weg.

In februari ontdekten plotseling een aantal mensen dat deze reductie zal zorgen voor problemen.  Talen zouden het slachtoffer worden.  Wiskunde en wetenschappen zouden te dominant worden.  Minister Vanderpoorten relativeert de kritiek.  Wat is er echt aan de hand?  Hoe zullen de werkelijke lessentabellen eruit zien?  Wat zal het effect zijn voor wetenschappen?  De situatie is niet helemaal te voorspellen, want de autonomie van de individuele school is groot genoeg om zelf bijsturingen uit te voeren die tot erg verschillende resultaten kunnen leiden.  In principe belet zelfs niets dat een school een lessentabel en/of leerplannen van een andere onderwijskoepel of -net gebruikt, of ze zelf uitschrijft.  Die vrijheid wordt in de praktijk zelden gebruikt.  Waar wel vlot mee wordt gewerkt, is de invulling van het complementair deel van de lessentabellen, waardoor een school voor sommige leerlingengroepen het talenaanbod of het wiskundeaanbod kan verhogen.  Een school kan het polyvalente karakter van de tweede graad nauwgezet bewaken of kan het slechts als een secundaire zorg beschouwen.  Zulke keuzen leiden tot uiteenlopende resultaten.  Het is belangrijk dat leraren weten dat dergelijke debatten in hun school kunnen worden gevoerd.
Hieronder geven we alvast een overzicht van de verschillende lessentabellen.
 
Lessentabellen van het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG)
 
OVSG heeft voor alle ingerichte ASO-studierichtingen in de tweede graad eenzelfde opbouw.  De lessentabellen bevatten 24 lestijden basisvorming.

AV Godsdienst / N.-C. Zedenleer
2
AV Aardrijkskunde
1
AV Biologie
1
AV Chemie
1
AV Engels
3
AV Frans
3
AV Fysica   
1
AV Geschiedenis 
2
AV Lichamelijke Opvoeding
2
AV Nederlands
4
AV Wiskunde
4

Het fundamenteel gedeelte van elke studierichting omvat 5 lestijden: 1 lestijd informatica, de overige vier lestijden specifiek voor de studierichting. Voor de studierichting WETENSCHAPPEN gaat het om 1 lestijd biologie, 1 lestijd chemie, 1 lestijd fysica en 1 lestijd wiskunde.
Alle ingerichte studierichtingen hebben nog 3 lestijden in het complementair gedeelte, die de scholen volledig vrij kunnen invullen binnen de bestaande vakbenamingen.

Er werden voor elke wetenschap twee leerplannen ingediend: een leerplan voor leerlingen met ¯¯n lestijd en een leerplan voor twee lestijden (dit laatste geldt zowel voor de studierichting Wetenschappen als voor andere studierichtingen die via het complementair gedeelte tot twee lestijden komen).

Frie Van Camp (Antwerpen)

Lessentabellen van het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV)
Het POV richt enkel in de provincies Limburg en Antwerpen ASO-studierichtingen in.  Daar worden de OVSG-leerplannen gevolgd.

Brigitte Pycke (Boechout)
Lessentabellen van het Gemeenschapsonderwijs (GO)
Het GO heeft voor alle ASO-studierichtingen in de tweede graad eenzelfde basisvorming.
De lessentabellen bevatten 24 lestijden basisvorming.
AV Godsdienst / N.-C. Zedenleer
2
AV Aardrijkskunde
1
AV Biologie
1
AV Chemie
1
AV Engels
3
AV Frans
3
AV Fysica   
1
AV Geschiedenis 
2
AV Lichamelijke Opvoeding
2
AV Nederlands
4
AV Wiskunde
4
Het fundamenteel gedeelte van de studierichting Grieks-Latijn omvat 8 lestijden (Grieks en Latijn), van de overige studie-richtingen 5: 1 lestijd informatica en de overige vier lestijden specifiek voor de studierichting. Voor de studierichting WETENSCHAPPEN gaat het om 1 lestijd wiskunde, 1 lestijd biologie, 1 lestijd chemie en 1 lestijd fysica.

De studierichtingen met 5 lestijden in het fundamenteel gedeelte hebben nog 3 lestijden in het complementair gedeelte, die door de scholen zelf kunnen ingevuld worden
Behalve in de optie wetenschappen kan dit o.m. een lestijd biologie zijn in het 1ste jaar van de 2de graad.  In de opties GRIEKS, LATIJN en WETENSCHAPPEN kan dat o.m. een lestijd Wetenschappelijk werk (biologie) zijn, in het 1ste en/of 2de jaar van 2de graad.

Er zijn leerplannen gemaakt voor 1 en 2 lestijden biologie en voor wetenschappelijk werk. 

Over de implementatie van de leerplannen biologie, chemie, fysica, natuurwetenschappen  en aardrijkskunde worden studienamiddagen ingericht: op woensdag 8 mei in Hasselt, op woensdag 5 juni in Mortsel (Antwerpen) en op woensdag 12 juni in Gent.  Alle gegevens hierover zijn op school aanwezig.

Jean Van de Weerdt (Genk)
Lessentabellen van het Verbond voor Katholiek secundair Onderwijs (VVKSO)
Het VVKSO heeft voor elke studierichting twee mogelijke lessentabellen opgesteld.  In de richtingen HUMANE WETENSCHAPPEN, ECONOMIE, GRIEKS-LATIJN en GRIEKS is in de basisvorming telkens 1 uur biologie voorzien.
Voorgestelde lessentabellen voor de studierichting WETENSCHAPPEN.
BASISVORMING  
AV Godsdienst   2 2
AV Aardrijkskunde 1 1
AV Duits 0 1
AV Engels 3 2
AV Frans  4 4
AV Geschiedenis                  
2 2
AV Lichamelijke opvoeding 2 2
AV Nederlands 4 4
AV Muzikale opvoeding 0 1
AV Plastische opvoeding 1 0
AV Informatica 1 1
FUNDAMENTEEL GEDEELTE  
AV Biologie
2 2
AV Chemie 2 2
AV Fysica    2 2
AV Wiskunde  5 5
COMPLEMENTAIR GEDEELTE 1 1
De leerinhouden van de 1 uur en de 2 uren biologie zijn in grote lijnen dezelfde.  In de richting WETENSCHAPPEN worden de leerinhouden iets grondiger uitgewerkt en worden leerlingenpractica verplicht gesteld.

Romain Decambray (Torhout)

 
13de Vlaamse Biologieolympiade

Er waren 1194 inschrijvingen, begeleid door 151 collega's,  wat er alweer meer zijn dan vorig jaar. Maar er kwamen slechts 815 deelnemers effectief opdagen voor de preselectie en dat zijn er 133 minder dan vorig jaar. 

De resultaten

Het gemiddelde van de resultaten ligt met 33 % heel wat hoger dan de vorige jaren.
De proef bestond uit 35 'gemakkelijke' vragen en 10 moeilijke, discriminerende vragen.

De 15 laureaten behaalden resultaten die schommelen tussen 88,9 en 74,1 %. 
Als naar gewoonte geven we ze in alfabetische volgorde, met hun school en de naam van hun leerkracht. 
Elke collega met een * is ook VOB-lid.
 
De Clercq Sarah - O.-L.-V.-Van Deinsbekecollege Zottegem - Peter Schotsaert*
De Puysseleyr Veronic - Sint-Jozef - Klein Seminarie Sint-Niklaas - Jozef De Cock
De Clercq Eveline - College Eeklo - Gerrit Schuermans*
Laridon Bram - Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme*
Mélange Tom - Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme*
Musschoot Jan - De Bron Tielt - Monique De Smedt*
Ostes Kristel - Ursulinen Mechelen - Els Van Rompaey*
Peirs Jan - Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme*
Raemdonck Cedric - Sint-Jozef - Klein Seminarie Sint-Niklaas - Jozef De Cock
Speeckaert Reinhart - Sint-Jozef - Klein Seminarie Sint-Niklaas - Jozef De Cock
Van Borsel Mathias - Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme*
Van den Bossche Hannes - Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme*
Vandersmissen Hans Peter - Virga-Jesse College Hasselt - Mia Evens*
Vanhove Maarten  - Montfortcollege Rotselaar - Kristien De Wilde*
Walschot Mark - Koninklijk Atheneum Halle - Annick Vogeleer*
 
En er kruipt veel werk en (vrije) tijd in de organisatie: sponsors zoeken, vragen opstellen, preselectieproef afnemen, laureaten voorbereiden tijdens de paasvakantie, eindproef afnemen, winnaars begeleiden naar de internationale olympiade in het buitenland.  Veel van de collega's die hun leerlingen laten deelnemen zijn VOB-lid. maar toch waren er weer 45 niet-leden die 'profiteerden' van ons werk, waarvan 11 reeds voor de 3de maal en 12 voor de 2de maal.  Uiteraard hebben we al die collega's aangeschreven.
 


Vlaamse preselectie 2002 voor de 14de editie van de European Union Contest for Young Scientists (EUCYS)
 
1. Wat is Eucys?
 
De European Contest for Young Scientists (EUCYS) is een intemationale wetenschap-pelijke wedstrijd die sinds 1989 jaarlijks door de Europese Commissie georganiseerd wordt voor jongeren uit al haar lidstaten.  De bedoeling hiervan is de wetenschappelijke belangstelling van jongeren te stimuleren en hen te motiveren een wetenschappelijke studierichting te kiezen.
 
Iedere lidstaat mag 1 tot 3 kandidaten afvaardigen naar de finale die telkens in een ander land doorgaat.  Dit jaar is Oostenrijk het gastland.  De finale vindt plaats van 22 tot en met 28 september 2002 in Wenen.  De winnaars worden beloond met geldprijzen; met uitnodigingen aan befaamde onderzoeksinstituten, contacten met internationaal bekende wetenschappers, uitnodigingen aan wetenschapsfestivals enz.
 
Uitgebreide informatie en voorbeelden van projecten van finalisten vindt u op de website http://www.2002youngscientists.org
 
Ook België neemt aan EUCYS deel.  De Vlaamse Gemeenschap staat in voor de preselectie van de Vlaamse deelnemers en voor alle contacten met de nationale organisator m.b.t. de wedstrijd.  De Vlaamse preselectie wordt dit jaar voor de tweede keer georganiseerd.
 
2. Vlaamse preselectie
 
De preselectie bestaat erin dat de deelnemers een wetenschappelijk project uitwerken in een schriftelijk rapport en een persoonlijke en/of audiovisuele presentatie hiervan voorbereiden.
De projecten kunnen opgestuurd worden tot uiterlijk 15 mei 2002.  Uit de ingediende projecten worden een aantal projecten geselecteerd die in aanmerking komen voor deelname aan de finale in Oostenrijk.  Het aantal projecten dat voor België kan worden ingediend, is beperkt tot max. 3 projecten en max. 4 personen.  Begin juli zal dan duidelijk zijn welk(e) project(en) doorgaat(n) naar de finale in Wenen.
 
De finalisten gaan met hun project van de preselectie door naar de finale m.a.w. er worden na de preselectie geen bijkomende vereisten opgelegd.
 
Het project (of de projecten) die naar de finale in Oostenrijk gaan, kunnen meedingen voor drie eerste prijzen ter waarde van 5000 euro, drie tweede prijzen van 3000 euro en drie derde prijzen van 1500 euro.
 
De nationale organisator is verantwoordelijk voor het indienen van de Vlaamse projecten op het Eucys-secretariaat, voor alle communicatie met de Europese Commissie i.v.m. EUCYS en voor de begeleiding van de deelnemers.
 
2.1  Wie kan deelnemen?
De Vlaamse preselectie wordt georganiseerd voor de vakken wiskunde, fysica, biologie en chemie.
Deelnemers dienen geboren te zijn tussen 1 januari 1981 en 31 december 1986.
Zij hebben hoogstens 1 jaar hogere studies achter de rug op het moment van de wedstrijd.
Zij hebben nog niet eerder deelgenomen aan EUCYS.
 
Projecten kunnen door individuele deelnemers ingediend worden of door een team van maximum twee deelnemers per project.
 
2.2  Projecten
Projecten uit de natuurwetenschappen (fysica, scheikunde, biologie) en de wiskunde komen in aanmerking voor de preselectie.
Projecten bestaan uit een schriftelijke presentatie of essay van maximum 10 pag. (A4-formaat) in het Nederlands en max. 10 pag. illustraties.
Daarnaast voorzien de deelnemers een wetenschappelijke abstract (samenvatting) in het Engels van 1 pagina, een duidelijke projecttitel in het Engels, een korte beschrijving van 10 regels in het Engels.
Naast een schriftelijke presentatie moet het project ook persoonlijk gepresenteerd worden aan de hand van audio-visueel materiaal, een videovoorstelling, een wetenschappelijk experi-ment, enz...
 
2.3  Beoordeling
Een academische jury zal de projecten beoordelen op basis van volgende criteria.
 
* Originaliteit en creativiteit van onderwerp en aanpak.
* De mate waarin het project wetenschappelijk onderbouwd is en uitgevoerd wordt.
* De kwaliteit van de schriftelijke presentatie.
* De kwaliteit van de audiovisuele presentatie.
 
2.4  Indieningsmodaliteiten
De projecten samen met volledig ingevuld deelnemingsformulier worden ingediend op het volgende adres:
 
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Wetenschappen,
T.a.v. Sabine Borrey, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel
 
De projecten worden ingediend tot uiterlijk 15 mei 2002.  Poststempel geldt als bewijs.
 
Je vindt een deelnemingsformulier op deze site.  Kies 'Biologie olympiade' en dan 'Eucys'.
Leerlingen die reeds wetenschappelijke projecten maakten voor de Jacques Kets-prijs, de Dirk Frimout-prijs of voor Natuur en Wetenschap kunnen dit project omwerken om mee te dingen, gezien de korte tijd die nog rest.  Dat hebben sommigen vorig jaar ook gedaan en toen hadden ze slechts 1 week!
 

 
Duurzame ontwikkeling

 

De Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden (DWTC) hebben twee pedagogische brochures opgesteld in het kader van een bewustmaking van het grote publiek voor de problematiek van de duurzame ontwikkeling.
De brochures zijn een vereenvoudigde neerslag van 6 jaar wetenschappelijke onderzoeken inzake duurzame ontwikkeling.
 
De eerste brochure "DUURZAME ONTWIKKELING: JE EERSTE STAPPEN" is hoofdzakelijk bestemd voor het lager, het technisch of het beroepssecundair onderwijs. De tweede brochure "DUURZAME ONTWIKKELING: EERST BEGRIJPEN, DAN HANDELEN" is meer bestemd voor het hoger secundair onderwijs en het hoger onderwijs van het korte type.
 
Het gaat er vooral om de grote diversiteit aan te tonen van de thema's verbonden met duurzame ontwikkeling.  Daarnaast staat het analyseren en begrijpen van de complexiteit van de huidige problemen, evenals het uitdenken van enkele oplossingen op basis van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.  Er werden heel wat gegevens verzameld uit de studies die door de DWTC gecoördineerd werden; andere bronnen werden ook geraadpleegd: teksten, cijfergegevens, tabellen, grafieken, diagrammen, foto's ...
Gezien de grote diversiteit van de thema's van duurzame ontwikkeling werden er drie uitgekozen die meer in detail belicht worden:
- productie- en consumptiepatronen;
- transport en mobiliteit;
- verstedelijking en ruimtelijke ordening.
Elk thema wordt op zes pagina's voorgesteld.  Elke pagina wordt als een zelfstandige steekkaart opgesteld.  Eerst wordt het probleem geschetst, vervolgens worden oplossingen voorgesteld die duurzame ontwikkeling bevorderen.  Een pagina met referenties (publicaties, internetsites en nuttige adressen) ontbreekt uiteraard ook niet.
Bovendien wordt in beide brochures in een vierde deel de duurzame ontwikkeling in zijn geheel voorgesteld.
 
De twee brochures werden op dezelfde manier opgesteld en behandelen dezelfde thema's.  De presentatie van de brochure die bedoeld is voor het lager secundair onderwijs is echter eenvoudiger.  De meeste voorbeelden en illustraties zijn ook verschillend in beide brochures.
 
Een exemplaar van elke brochure werd reeds naar de scholen gestuurd, maar je kan ze ook verkrijgen bij mevr. Marie-Carmen Bex - DWTC, Wetenschapsstraat 8, 1000 Brussel, tel. 02/238 34 81.
Je kan ze ook downloaden in pdf-formaat (Adobe Acrobat Reader is vereist) van de DWTC-internetsite op het volgende adres: www.belspo.be/young, en dan via quicklinks.
 
Marleen Van Strydonck (Borgerhout)

 
De Bergen
 
Project Landschapseducatie
 
Op zaterdag 13 april werd het educatief project "De Bergen" voorgesteld.  Dit  landschapseducatieproject situeert zich in de West- en Frans-Vlaamse heuvelstreek.
 
Het educatief project "De Bergen" werkt rond landschapseducatie.  Vertrekkend vanuit waarnemingen wordt een landschap in al zijn dimensies onderzocht.  Zowel aardrijkskundige, biologische en historische, als economische, recreatieve en toeristische aspecten komen aan bod.  Dit gebeurt hoofdzakelijk via ervaringsgerichte activiteiten.  De nadruk ligt dus letterlijk op doen!  Daarnaast kan een dergelijke buitenklasactiviteit uitgebreid worden met opdrachten en suggesties inhouden voor andere vakken, zoals plastische opvoeding, Nederlands en andere moderne vreemde talen.
 
Concreet schragen vier pijlers dit project.
 
1. Het werkboek stimuleert leerkrachten van het 4de, 5de en 6de jaar secundair onderwijs om met hun klas, via uitgewerkte veldopdrachten, de verscheidene landschappen in de West- en Frans-Vlaamse Heuvel-streek te ontdekken.  Het werkboek wordt aangeboden in zwart-witdruk, zodat de leerkracht alleen maar de benodigde delen voor de leerlingen hoeft te kopiëren.
'De Bergen' is de naam die de lokale bevolking gebruikt voor deze streek.  Volgende modules komen aan bod: Kemmel-dorp, de Warande, Kemmelberg, Domeinbos Rodeberg, het Eeuwenhout, Van Scherpenberg naar Baneberg en de Catsberg.
 
2. Om de mogelijkheid te geven lessen en veldopdrachten een persoonlijke invulling te geven werd dit werkboek ook op cd-rom geplaatst.  Het is beschikbaar in pdf formaat (met alle foto's in kleur), maar ook in Wordformaat zodat een inventieve leerkracht het naar hartelust kan bewerken.  Op de cd-rom staat ook een PowerPoint presentatie over de evolutie van het landschap van de West- en Frans-Vlaamse Heuvelstreek en een map met tientallen kleurenfoto's van 'De Bergen'.
 
3. Het totale pakket zal vanaf mei ook te raadplegen zijn op de provinciale website.
 
4. Bij de introductie van het project worden vormingen georganiseerd voor de West-Vlaamse leerkrachten.
 
Praktische informatie
 
- 'De Bergen, landschapseducatie in de West- en Frans-Vlaamse Heuvelstreek' - Werkboek.  Redactie: Dirk Barbez, Arnold Halsberghe, Willy Wintein, Luc Zwartjes.  Eindredacteur: Dirk Barbez.  Uitgegeven en gedrukt door het provinciebestuur West-Vlaanderen - 222 blz. - Prijs: 4 euro.
 
- Cd-rom samengesteld door Luc Zwartjes.  Prijs: 5 euro
 
Verkrijgbaar in

Provinciehuis Tolhuis
Jan Van Eyckplein 2
8000 Brugge
Tel.: 050 40 74 74 - Fax: 050 40 75 75
e-mail: provincie@west-vlaanderen.be

Provinciehuis Boeverbos,
dienst natuur- en milieueducatie
Koning Leopold III-laan 41
8200 Brugge
Tel.:   050 40 32 51 - Fax: 050 40 34 03
e-mail: nme@west-vlaanderen.be
 
Marleen Van Strydonck (Borgerhout)



De ecosystemen
 
In de reeks [clik-on] voor tieners verscheen bij Artis-Historia De ecosystemen, een interactief boek met cd-rom (voor PC en Mac) + Internetsite, ISBN 90-5657-184-2.  De tekst is aangepast aan het schoolprogramma, auteur Jaak Geuns is trouwens VOB-lid.  Ook in de evaluatiegroep zaten verscheidene VOB-leden.
 
Na een inleiding, waarin alle begrippen die nodig zijn om een ecosysteem te kunnen bespreken uitgelegd worden, worden volgende ecosystemen behandeld: het bos, de bergen, de rivier, vijvers en meren, de zee, het strand, heide en steppen, poolgebieden, woestijnen en de stad.  Elk hoofdstuk bevat heel veel interessante, compact samengevatte 'leerstof', met duidelijke kleurenfoto's en verwijzingen naar andere plaatsen in het boek en naar bijkomende informatie op de cd-rom.  Met 'wist je dat al?'  wordt de aandacht gevestigd op weetjes rond het behandelde onderwerp.  Kernwoorden staan in de kantlijn en in kaders wordt nog meer wetenschap gegeven.  De schema's zijn eenvoudig en duidelijk. 
 
De kunstzinnige kleurtekeningen van elk ecosysteem zijn echter niet zo nauwkeurig.  Zo kan ik bij de tekening van het bos onmogelijk de gaai (niet meer Vlaamse gaai!) herkennen en het everzwijn is een  zwarte vlek op pootjes.  Ook de zwarte specht en de ree zijn onherkenbaar. En waarom daar een ruigpootuil afbeelden, die bij ons zeer zeldzaam voorkomt? 
Terwijl ik toch op een onvolkomenheid wijs, nog twee.  Ik lees op p. 10: "Insectenbloeiers zijn erg goed in het lokken van insecten door kleuren, geuren en nectar."  Wetenschappe-lijker lijkt me: "De insecten worden door de kleuren, geuren en nectar van de insectenbloeiers aangetrokken."
Op p. 47 worden 'nutriënten of voedingszouten' aangevoerd door het rivierwater, op p. 14 nemen de plantenwortels 'water en opgeloste voedingsstoffen' uit de bodem op.    Meer correct en steunend op de Belgische voedingsmiddelentabel zag ik liever: 'nutriënten of voedingsstoffen' en 'water en sommige opgeloste voedingsstoffen (mineralen)'.
 
Ik denk dat het niveau van het boek voor leerlingen uit de 1ste graad S.O. nog wat te hoog ligt.  Daarom klinkt de inleiding op de cd-rom voor leerlingen uit 2de en 3de graad S.O. weer wat te 'kinderlijk'.  Na even experimenteren heb je door hoe je door de gegevens surft.  Een aantal onderwerpen worden niet verder uitgewerkt dan dat wat al in het boek staat (dezelfde foto's), sommige ingesproken teksten kun je ook op het scherm aflezen, maar er zijn natuurlijk ook nieuwe foto's en teksten. Spijtig dat de wetenschappelijke namen van planten en dieren niet cursief gedrukt staan.  Bepaalde termen worden niet in het boek, maar wel op de cd-rom verklaard. De helptoets brengt je in de tekst van de gebruiksaanwijzing van het boek.
Elk ecosysteem wordt aan de hand van een aantal schema's behandeld.  Die schema's zijn de neerslag van de tekst in het boek.  Hier kun je vakoverschrijdend met je collega Nederlands werken.  Met de 'tekst'toets kan je trouwens de hele tekst en de schema's uit het boek oproepen.  Leuk is ook dat je op elk ogenblik naar het Frans (tekst en gesproken woord) kan overschakelen.  Een idee voor de Franse les dan weer.
De schematische tekeningen zijn dezelfde als in het boek, dus 'cd-romvulling'.  De 'video's' zijn ook maar vulling: slechts twee echte filmpjes waarop een man staat uitleg te geven, maar met weinig ondersteunende beelden.  De man praat Frans en dat hoor je nog op de achtergrond van de Nederlandse commentaar.  De andere 'video's' zijn slechts de kleur-tekeningen van de ecosystemen, ditmaal gedeeltelijk op het scherm (zonder uitleg) en je kunt er dan door laveren.  De gaai en het everzwijn worden er niet duidelijker door.
Je kan je kennis testen en er zijn ook nog enkele toepasselijke spelletjes (puzzels, geheugenspelletjes en beeldenjacht).  De Internettoets heb ik niet getest.
 
Een interessant boek (ondanks de enkele onvolmaaktheden), verkrijgbaar voor 14,25 euro en 250 oude Artispunten voor de reeks inkleefplaatjes, of voor 16,75 euro.
 
Herman Snoeck (Antwerpen)
 

Biologie op internet
 
Virtual School
 
Virtual School is een onderdeel van European Schoolnet, een netwerk waarin 23 Europese onderwijsministeries samenwerken aan het ontwikkelen van didactische projecten voor scholen, leerkrachten en leerlingen. De klemtoon ligt sterk op het gebruik van ICT. European Schoolnet wil een platform bieden waarlangs de diverse participanten informatie en ervaringen kunnen uitwisselen, zowel over Europese als over lokale initiatieven.
 
Sinds kort is er in Virtual School ook een Department Biology.  De coördinatie gebeurt vanuit Nederland, omdat de Nederlandse overheid dit departement financiert.  Een en ander is nog in de opstartfase en veel valt er dus voorlopig nog niet te beleven.  Of dat straks meer zal zijn, hangt echter voor een groot stuk af van hetgeen die biologieleraren uit de diverse landen zelf aanbrengen.  In sommige van de andere departementen gaat het er bijzonder dynamisch aan toe, andere daarentegen branden op een zeer laag vuurtje.
 
Waarom zouden biologieleraren niet evengoed een dynamisch netwerk kunnen uitbouwen?
De informatie in het biologiedepartement is, net zoals bij de andere, voor een deel vrij toegankelijk.  De 'community' daarentegen staat alleen open voor leden.  Lid worden is volledig gratis maar de coördinatoren willen toch voorkomen dat om het even wie zich aanmeldt.  Als je je laat registreren, moet je daarom kort aangeven waarom je dat doet. Wat later krijg je een e-mailbericht met daarin je persoonlijke toegangscode.
Ga naar http://www.eun.org/eun.org2/eun/en/vs-Front_/entry_page.html en klik dan in het kader rechtsboven op 'Biology'.
 
Rik Palmans (St.-Pieters-Voeren)



Pollenbuizen

De kieming van stuffmeefkorrels kan het best gevolgd worden in een hangende druppel, dus in een 'vochtige kamer' van een uitgehold voorwerpglas.  Voor moeilijk kiemende soorten wordt aanbevolen de opstelling 1 ž 2 uur uit het daglicht te houden.
 
In zuiver water kiemen o.a. pollen van Penningkruid (Lysimachia nummularia), Tabak (Nicotiana tabacum) en Berk (Betula sp.). Opwarming tot 25 ÆC versnelt de kieming.
 
Voor alle volgende planten wordt eerst een 2 % oplossing van gelatine in water gemaakt.  Het bijvoegen van een spoortje citroenzuur werkt gewoonlijk de kieming in de hand.  De bekomen stockoplossing wordt gebruikt om er sacharose in verschillende massaprocenten aan toe te voegen.
 
Narcissen (Narcissus sp.), Pioenen (Paeonia sp.) en Eendagsbloem (Tradescanda virginiana): 3 ž 5 % sacharose.  Opmerking: van eendagsbloem de pas ontloken bloemen gebruiken.
 
Tulpen ( Tulipa sp.), Ui (Allium cepa) en andere looksoorten: 3 tot 10 % sacharose.  Voordelen: zeer snel kiemend, goed kleurbaar, grote kiernen.
 
Vlijtig liesje (Balsalmina sultani) en Papavers (Papaver sp.): 5 % sacharose.  Opm.: Vlijtig liesje heeft pollen met 4 kiemsporen, zeer snel uitgroeiend.  Dat laatste geldt ook voor papavers (binnen het half uur).
 
Daglelie (Hemerocallis sp.): 10 % sacharose.  Opm.: brede pollenbuis met duidelijke protoplasmastroming.
 
Lathyrus-soorten (Lathyrus sp.): 15 % sacharose.  Opm.: zeer geschikt studiemateriaal.
 
Lelietje-van-dalen (Convalaria majalis): 6 tot 20 % sacharose.
 
Vaste lupine (Lupinus polyphyllus): 25 % sacharose.  Opm.: soms vertakte pollenbuis.
 
Klein springzaad (Impatens parviflora): 30 % suiker.
 
Voorlopige preparaten kleuren in methylgroen-azijnzuur.
Los 1 g kleurstof (C.I. 42585) op in 100 ml azijnzuur 2 %. (Etiket: R 36/37/38 en S 26-36.)
 
Voor blijvende preparaten moet het gekiemde pollen eerst gefixeerd worden in chroomzuur-azijnzuur.  Recept: 70 ml chroomzuur 1 % + 5 ml ijsazijn + 90 ml gedestilleerd water.  (Etiket voor zuiver CrO3: R 49-8-25-35-43-50/53 en S 28-53-45-60-61.  Niet meer in scholen!)
Het fixeren duurt 24 uur, daarna uitwassen met gedestilleerd water.
 
Voor gefixeerd materiaal worden een drietal kleuringen opgegeven (Schlüter).
 
Auraviol naar Geidis.  Materiaal ophelderen in javel, spoelen in licht zuur water (1 % HCI), kleuren, differenti«ren in ethanol 70 %, dan snel in 2-propanol en insluiten in Euparal.
Resultaten:     onverhout weefsel blauwzwart, hout vlammend rood, kurk geelrood.
 
Kernzwart (5 g opgelost in 100 ml heet water) 15 tot 60 minuten, spoelen in gedestilleerd water, 15 min. tegenkleuren in chrysoidine (C.I. 11270 - 1 g in 100 ml ethanol 70 %), differenti«ren in ethanol 70 %, ontwateren, insluiten in hars.  Resultaten: onverhoute weefsels blauwzwart, verhoute helder geel tot diep goudgeel.  Aanvulling met Sudan III (C.l. 26100) is mogelijk: Sudan III op het einde toevoegen (1 g Sudan III in 100 ml 2-propanol), hierin worden kurk en cutine tegelrood tot karmijn gekleurd.
 
IJzerhematoxyline (Heidenhahn): vanuit gedestilleerd water 10 min. beitsen in ijzeraluinoplossing 2,5 %, spoelen in aqua dest., 1 uur kleuren in hematoxyline.  Het materiaal differenti«ren in ijzeraluinoplossing, spoelen in leidingwater, tegenkleuren kan in Orange G (C..I. 16230) of lichtgroen (C.I.42095).
 
Frans Desfossés (Edegem)
 
 
ZOO-flashes (4)
 
- De laatst verschenen folder voor scholen is niet zo erg duidelijk wat het lessenaanbod betreft.  Daarom vermeld ik toch maar even speciaal de computerlessen.
De leerlingen kunnen individueel - of max. per twee - gedurende ten hoogste een uur zelfstandig werken aan een computer.  Er blijft dus nog minstens een uur over voor een begeleid tuinbezoek.  Iedere teerling(e) krijgt ook een invultekst, aangepast aan het computerprogramma. Zolang de leerling(e) aan het zoeken is, blijft de schermkleur groen.  Als het juiste dier gevonden is, volgt bijkomende informatie op donkerblauwe achtergrond.  Loopt tijdens het opzoeken iets verkeerd, dan volgt een remediëring op grijsblauwe achtergrond.  De lessen bestaan ook in het Frans; misschien een hint voor wie met uitwisseling van leerlingen te maken heeft.  In ieder geval een aanrader!
 
De beschikbare cornputerlessen zijn:
* diertjes in een vijver (derde graad basisonderwijs en eerste graad secundair);
* determinatie van vogels (zelfde doelpubliek);
* diertjes in een gemengd loofbos I (zelfde doelpubliek; eenvoudig taalgebruik);
* diertjes in een gemengd loofbos lI (moeilijkere vraagstelling);
* systematiek van het dierenrijk (secundair onderwijs, ook voor de tweede graad).
 
- Naar mijn aanvoelen meer naar het technisch en beroepsonderwijs gericht bestaat ook het muisgestuurde programma "De ark van Noach".  Op ludieke wijze worden enkele ecologische begrippen aangebracht: voedselpiramide, voedselkringloop, voedselweb en verstoring van het biologisch evenwicht.  Bij de computerles hoort het bezoek aan een dierenkeuken en een interactief spel met blokken waarmee een voedselpiramide (in verschillende biotopen) wordt opgebouwd.
 
- Nieuw in het aquarium: de upside-downkwal (Cassiopeia xamachana), een bewoner van de mangroven.  Ze zitten - zoals hun naam het aangeeft - met hun hoed vast op de bodem van het aquarium en richten hun met groenwiertjes gevulde tentakels naar het licht.  Een prachtig voorbeeld van symbiose. Wie ze wil bekijken, vindt ze in het rniddengedeelte achteraan in het aquarium, in de polyesterbak met de twee uithollingen, bedoeld om de kinderen hun hoofd te laten insteken.
Ze worden gevoed met levende pekelkreeftjes (voeding in het aquarium op dinsdag-, donderdag- en zondagnamiddag; zie ook "Zoo-flashes 1 ").
 
Frans Desfossés (Edegem)



Stages - bijscholingen - symposia

Thematische natuuractiviteiten
 
Plaats: Lippensgoed-Bulskampveld (Beernem)
Programma: onder begeleiding van een deskundige gids wordt een activiteit georganiseerd die 2-3 uur duurt.  Het is wenselijk om een gepaste kledij (gummilaarzen!) aan te trekken.
 
Datum: zondag 19 mei (10-12 uur)
Onderwerp: hol, burcht of kasteel?  Over nesten en holen, stallen en hokken, huizen en kastelen, m.a.w. hoe wonen planten, dieren en mensen in 't Bulskampveld?
 
Datum: zondag 16 juni (14.30-16.30 uur)
Onderwerp: in de kruidentuin van het kasteel Bulskampveld staat een opstelling met levende waterdieren en -planten uit de omgeving.  Neem je eigen schepstaal uit de poel.
 

Info: Tom Vermeersch (050)40 35 42

 

Symposium 'Biodiversiteit, hoever staan we?'

Datum:  woensdag 22 mei 2002 (9-17 uur)
Plaats:  KBIN
Programma: wat hebben de grote internatio-nale verdragen (wereldtop van Rio) en meer in het bijzonder het Verdrag inzake biologische diversiteit bijgedragen tot het behoud van de biodiversiteit?  Zijn grote internationale verdragen een doeltreffend middel om het leefmilieu te beschermen?  Wat kunnen we doen om de toestand te verbeteren?
Onkosten: gratis
Info:  marc.peeters@natuurwetenschappen.be



50 Jaar Zwin

Naar aanleiding van dit feestjaar werd een schitterende en leerrijke tentoonstelling ondergebracht in de voormalige koninklijke villa, centraal in het vogelpark.  Leuke anekdotes, een vleugje koninklijke romantiek en een brok natuur- en cultuurhistorie maken een bezoek boeiend.
Van half augustus t.e.m. het einde van september, 's ochtends tussen 10-12 uur, kan je gaan zien hoe vogels geringd worden.  De ringers beantwoorden alle vragen met plezier.
 
Tijdens de weekends in september en oktober is er een nestkastenatelier waar je zelf nestkasten in elkaar kan steken van een kant- en-klaar-pakket.
 
Er is een plan voor de herinrichting van het huidige vogelpark tot een innoverend natuurcentrum met voorbeeldfunctie.
 
Collega's die denken aan een opleiding tot Zwingids raden we aan om de introductiecursus 'Zwin in zicht' te volgen op 21 en 28 mei, 4, 11 en 18 juni.  Voor info en inschrijving: Centrum voor Natuur- en Milieueducatie, afdeling West-Vlaanderen, 050/33 35 10


     
Eet es genetisch
Indien je in 2001 deze interactieve tentoonstelling over genetisch gewijzigde organismen gemist hebt dan kan je nu van 28 april tot 30 september terecht in het Schoolmuseum Hortus Michel Thierry, Berouw, 55, 9000 Gent (09/225 05 42), van maandag tot zaterdag (9-12 en 13.30-17.15), vrijdagnamiddag, zon- en feestdagen niet.  De toegang is gratis.  De lerarenhandleiding en andere informatie vind je op www.vib.be

 
 
Systematiek
 
De runderlintworm heeft een nieuwe wetenschappelijke naam: Taeniarhynchus saginatus.  De varkenslintworm blijft Taenia solium heten.
Het overbrengen van de runderlintworm in een ander geslacht komt niet onverwacht, tenslotte zijn er opmerkelijke verschillen tussen de lintwormen die beide de mens als eindgastheer hebben.
 
De varkenslintworm draagt op de ronde kop een kort rostrum met dubbele hakenkrans en vier geprononceerde zuignappen.  In een rijp lid zijn de zijtakken van de uterus op hun beurt sterk vertakt.  De rijpe leden blijven in groepjes aan elkaar hangen en verlaten samen met de uitwerpselen het lichaam.  De blaaswormen vallen sterk op in besmet varkensvlees; ze ontsnappen dus niet licht aan het oog van de keurder.
De mens kan ook tussengastheer van de varkenslintworm zijn.  Dat hoeft niet noodzakelijk te wijzen op een gebrek aan hygiëne: door hevige antiperistaltische darmbewegingen kunnen rijpe leden tot in de maag opgestoten worden.
 
De runderlintworm draagt op de peervormige kop vier elliptische zuignappen.  De uterus is dichotomisch vertakt.  De gespierde, rijpe leden komen afzonderlijk en op eigen kracht uit het lichaam, niet noodzakelijk samen met uitwerpselen.  De gastheer kan bv. tussen de lakens al eens een rijp lintwormlid aantreffen.  Nooit werden blaaswormen van deze lintworm bij mensen aangetroffen.  Bij de keuring van verdacht rundvlees moet men zeer oplettend zijn: de blaaswormen vallen niet op.
 
Bron: Brumpt L. & Brumt V., 1967, Travaux pratiques de parasitologie, Masson et Cie., Paris, 7i“me ¯dition.  Een prima boek, maar uiteraard met de oude benamingen.
 
Frans Desfossés (Edegem)
 
 

Onderwijstips
 
Als je een tip weet die zeker ook andere collega's kan interesseren stuur die dan naar de redacteur.
 
Tip 407 - Vlarempel, ik snap het!
 
Dit is de titel van een brochure waarin de Vlaamse milieuwetgeving voor scholen uit de doeken wordt gedaan.  Ondertussen moet die op alle scholen toegekomen zijn.
De brochure is nog gratis te bestellen bij het
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,
Afd. Algemeen Milieu- en Natuurbeleid,
Cel Natuur- en Milieueducatie en -informatie,
Koning Albert II - laan 20 bus 8,
1000 Brussel,
e-mail nme@lin.vlaanderen.be
 
Tip 408 - Bos & Groen Nieuws
 
Indien je deze periodieke nieuwsbrief van de afdeling Bos & Groen wil krijgen dan geef je een (telefonisch) seintje aan het
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afd. Bos & Groen,
Koning Albert II - laan 20 bus 8, 1000 Brussel,
e-mail bos.groen@lin.vlaanderen.be,
Karlijne Moons, 02/553 75 88.


Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie
              
Het KAGM vergadert elke maandagavond van 20 tot 22 uur in de bioruimte van het RUCA (UA), Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen.  De bioruimte is te bereiken vanaf parking 2, tussen de gebouwen U en S, langs het hellend vlak naar beneden.
 
Iedereen die geânteresseerd is in microscopie is van harte welkom.  Meer informatie verkrijg-baar bij de redacteur van BIO. 
 
Hieronder het programma voor de volgende maanden.  (P preparaat maken;  C causerie;  D diversen).
 
06/05 - P  Verscheidene kleuringen  
13/05 - P  Wortelknolletje speenkruid 
27/05 - C  Het vijfrijkensysteem
03/06 - P  Bladsteel Zamia
10/06 - P  Een dierlijk preparaat
17/06 - P  Bloemknop hibiscus
24/06 - C  Plantenweefsels
01/07 - P  Bladsteel kiwi

 
Zoekgeraakt
 
Collega Béatrice Deberg (voorheen Engelenstraat, Kortenberg) is verhuisd en vergat haar nieuwe adres door te geven.  Wie kan ons haar nieuwe adres meedelen?  En hetzelfde geldt voor Sarah Peeters, die op de Naamsevest in Leuven woonde.
 
 
 
 

 

Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.

- Werkende leden: 15 €
- Studenten: 7 €
- Gepensioneerden: 8 €
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 €
Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van deVereniging voor het Onderwijs in de Biologie,de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,
Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € (500 BEF) met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.
Voorzitter
Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 – 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be

Ondervoorzitter

Michel Asperges
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Grote Steenweg 54 – 3400 Ezemaal
E-mail: michel.asperges@skynet.be

Secretaris
Vic Rasquin
Minister De Clercklaan 2 – 8500 Kortrijk
E-mail: [email]
Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be
Redacteur Jaarboek
Laurent Inghelbrecht
Aartrijksestraat 4 – 8211 Aartrijke
E-mail: laurent_inghelbrecht@hotmail.com
Adreswijzigingen en lidkaarten
Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 – 2020 Antwerpen
Telefoon na 19 uur: 03/238 51 15