Januari 2002
Inhoud
- lidkaart
- een woordje van de voorzitter
- systematiek
- plankton
- symbiose
- een borrel vol wetenschap en technologie
- ZOO-flashes (2)
- Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen
- Macabere twintigste verjaardag
- Onderwijstips
- Vragenrubriek
- KAGM
- Gratis!
- Te koop
- Zoekgeraakt
- Colofon
Lidkaart
Indien we je lidgeld voor 2002 reeds ontvangen hebben zit je lidkaart in dezelfde omslag als het januarinummer van BIO.
Klopt iets niet? Bel 03/238 51 15, liefst na 19 uur.
Vergeet niet om een pasfotootje op je lidkaart te kleven, anders kan je er niet gratis mee binnen in de Zoo en in Planckendael. Vanaf 1 januari kan dat nog enkel met de NIEUWE VOB-lidkaarten
Als je je lidgeld nog moet betalen, graag tegen 15 februari. Dan komt je lidkaart mee met BIO van 1 maart. Zoniet was dit je laatste BIO!
top
Een woordje van de voorzitter
VOB wenst al haar leden en hun familie
de geuren en kleuren van een jaar vol afwisseling...
gezondheid te koop, geluk naar hartelust...
een zo goed humeur dat zelfs de crisis erdoor verdwijnt...
een creativiteit die je hele buurt aansteekt.2001 was een memorabel jaar. Het was het eerste jaar van een nieuw millennium, VOB kreeg een nieuw bestuur in de maand april en Brussel was in juli eventjes het biologische middelpunt van de wereld.
Tijdens de Internationale Biologie Olympiade van 8 tot 15 juli streken er zo maar eventjes 151 biologiestudenten uit alle uithoeken van de wereld, samen met meer dan 100 biologie-leerkrachten en professoren neer in Brussel. Het uitgebreide verslag kan je nog eens nalezen in de BIO van september of op deze site (IBO 2001 - een relaas). Het was een belevenis!
Maar even krijgen we tijd om uit te blazen, want de 13de Vlaamse Bio-Olympiade staat al voor de deur. De laureaten krijgen dit jaar de kans één van de Baltische staten te bezoeken; de IBO gaat door in Letland, van 7 tot 14 juli 2002. In de hoofdstad Riga gaan de proeven door.
Het blijft VOB voor de wind gaan: we hebben meer dan 1200 leden. Heel wat jonge collega's vervoegen onze rangen. Misschien zitten er onder hen wel geïnteresseerden die willen meewerken in het uitgebreid bestuur? Wil je wat meer informatie?
Contacteer de voorzitter (liefst 's avonds) per telefoon 03/322 00 68 of per e-mail (marleen.vanstrydonck@ua.ac.be).
Het 7de Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen op 17 november 2001 was weer een succes. Er schreven zich 766 deelnemers in, waarvan 238 VOB leden. We moesten helaas 149 collega's teleurstellen: ze konden er echt niet meer bij.
Bij het januarinummer van BIO voegen we een mini-enquête die peilt naar de vragen en noden aan bijscholing. Zo kan het congresbestuur nog beter inspelen op jouw wensen en behoeften. De informatie wordt ook doorgespeeld naar de pedagogische begeleidingsdiensten.
Noteer alvast de datum van het volgende Congres in je agenda van 2002: zaterdag 16 november 2002, mogelijk in Kortrijk.
Je kan dan ook alvast de datum van de jaarvergadering erbij schrijven: zaterdag 4 mei. 't Wordt een feestelijke jaarvergadering, want samen met onze Waalse zustervereniging PROBIO vormen we reeds 50 jaar 'de' verenigingen voor leerkrachten biologie.
Marleen Van Strydonck (Borgerhout)
top
Systematiek
Uitgeverij Van In zal - voorjaar 2002 - de opvolger van de "Moderne Plantkunde" uitgeven. Tijdens het doorlezen van de eerste drukproef van het hoofdstuk Systematiek zijn me enkele markante feiten opgevallen.
De auteur stelt voor de naam flagellum, flagel strikt voor te behouden voor de prokaryoten. Hij gebruikt daarvoor gefundeerde argumenten in verband met de submicroscopische bouw en de functie van flagellen bij bacteriën.
De bewegingsorganellen van eukaryote orga-nismen heten dan wimpers, gesels of zweep-haren. De auteur stelt vast dat de benamingen 'flagellum' en 'flagellaten' een beetje tegen elkaar opbotsen, maar volgens mij is dat geen bezwaar. Wij blijven b.v. toch ook het begrip hazenlip gebruiken bij knaagdieren?
Het groene boombeslag bestond volgens alle handboeken uit het bolwiertje, dat algemeen Pleurococcus vulgaris (ook Protococcus vulgaris) genoemd werd. Die soortnamen bestaan niet meer; het bolwiertje heet nu Apatococcus lobatus. Dat eencellig wiertje heeft nooit een pyrenoide in tegenstelling tot Desmococcus olivaceus, dat er zeer sterk op lijkt en dat dezelfde biotoop verkiest.
Het Duitse tijdschrift Mikrokosmos heeft hierover al twee bijdragen gepubliceerd. In een eerste artikel (nr. 86, 1997) wijst auteur B. Kremer op enkele verschilpunten tussen soorten eencellige wiertjes die dikwijls op boomstammen te vinden zijn. Hij heeft zich in het onderwerp verdiept en in een tweede artikel (nr. 87, 1998) heeft hij een dichoto-mische tabel gepubliceerd, waarmee 25 aërofiele Chlorophyta en 8 Xanthophyceae kunnen gedetermineerd worden.
"Nager" is de titel van het recent verschenen novembernummer Unterricht Biologie. De titel is terecht "knagers" en niet "knaagdieren". In de paragraaf over systematiek en evolutie worden eerst de argumenten aangehaald waarom haasachtigen uit de orde van de knaagdieren werden verwijderd. Daarna komt de cavia aan bod. Uit onderzoek van het (als relatief stabiel beschouwde) DNA in de mitochondria is gebleken dat het te sterk afwijkt van mitochondriaal DNA van de andere families van de Rodentia. De cavia moet ondergebracht worden in een afzonderlijke orde (D'Erchia & al. 1996 en Storch & Weisch, 1997). De plaatsing van de andere cavia-achtigen (o.a. agoeti, capybara en paca) moet nog onderzocht worden.
In onze universiteiten doceren enkele professoren, die hoog gespecialiseerd zijn in onderzoek van knaagdieren. We weten dat ze regelmatig BIO en het jaarboek grondig lezen. Wij vragen ze via BIO te reageren op dat 'buitenwippen' van de cavia. Tussen haasachtigen en knaagdieren zijn er voldoende, duidelijk zichtbare kenmerken om de classificatie te verrechtvaardigen voor jonge leerlingen. Bestaan dergelijke anatomische verschil-len ook tussen knaagdieren en de cavia?Frans Desfossés (Edegem)
top
Plankton
Onder plankton verstaat men alle levende organismen, die in het water zweven of drijven. Zij zijn onderworpen aan waterstroming en/of windkracht. Soms bezitten ze wel bewegingsorganen (of -organellen) maar ze kunnen die wegens de golfslag van het water niet efficiënt gebruiken.
Hoewel planktonten meestal met een loep of een microscoop gedetermineerd moet worden, is plankton niet synoniem met 'microscopisch kleine, in water zwevende organismen'.
De meeste vertegenwoordigers van het fytoplankton zijn wiertjes; de meterslange bessenwieren (bruinwieren) in de Sargasso-zee horen echter ook bij het plankton. Zoöplankton wordt gevangen met een planktonnet dat wijdere mazen heeft dan een netje bestemd voor het fytoplankton. De meeste organismen zijn immers groter dan eencellige wiertjes.Toch zijn er nog grotere planktonten. De zeedruif (een ribkwal) kan tot 3 cm groot zijn, de venusgordel (ook een ribkwal) kan 1 m lang zijn en het Portugees oorlogsschip (een buiskwal) kan meterslange tentakels hebben. Krill, zo 'gedoopt' door walvisvaarders, bestaat uit kreeftachtige planktonten, waarvan de grotere soorten ongeveer even lang zijn als een klassieke lucifer.
Plankton groter dan 5 mm wordt macroplankton genoemd.
Frans Desfossés (Edegem)
top
Symbiose
In de laatste uitgave van het 'Groot woordenboek der Nederlandse taal' (van Dale) lezen we:
Symbiose (v.; geen meervoud), naar Grieks sumbioun (samenleven) is het verschijnsel dat twee ongelijksoortige organismen leven op of in elkaar tot wederzijds voordeel, zo b.v. algen en schimmels in korstmossen.
Die oude definitie - die in feite alleen maar het begrip mutualisme dekt - vinden we nog terug in Duitse en Franse boeken en werd vroeger ook bij ons gebruikt. Onder invloed van Angelsaksische auteurs is dat begrip verruimd. Zowel in Nederland als in Vlaanderen geldt nu voor symbiose een nieuwe definitie die we terugvinden in uitgaven van de universiteit van Oxford: 'Symbiose is een tijdelijke of blijvende intensieve vorm van samenleving tussen leden van twee verschillende soorten organismen.'
Mutualisme, commensalisme en parasitisme zijn dus drie vormen van symbiose.
Frans Desfossés (Edegem)
top
Een borrel vol wetenschap en technologie
Een educatief project van het Nationaal Jenevermuseum in Hasselt
Het Nationaal Jenevermuseum belicht de Belgische jenever in al zijn facetten: geschiedenis, productie en industrie, maar wil nu ook een educatieve rol spelen.
Alcoholgebruik kan aanleiding geven tot risicogedrag en de laatste tijd is in ons land het alcoholmisbruik bij jongeren verontrustend toegenomen . Vandaar dat het museum speciale educatieve pakketten ontwikkelt die het thema binnen een ruim natuurwetenschappelijke en socio-historische context plaatsen.
Wetenschappelijke leerinhouden worden op een praktische en interactieve wijze benaderd en geplaatst in een maatschappelijke context. Door een museumbezoek (technology) te koppelen aan het gebruik van gisten en gis-tingsprocessen in de voeding- en drankindustrie (society) en een keuze aan experimenten aan te bieden om leerlingen de basisinzichten in de biologische en chemische processen bij te brengen (science) draagt het educatieve project van het museum bij aan een vernieuwende, vakoverschrijdende onderwijsbenadering eigen aan de STS-onderwijs-benadering (Science Technology Society). Het is de bedoeling dat jongeren en jongvolwassenen in staat zijn 'wetenschappen' te situeren in een maatschappelijke context wat zou moeten leiden tot meer waardering en een beter beeld van natuurwetenschappen als schoolvak en/of vakdiscipline.
Met het project wil het museum in eerste instantie leerlingen vanaf 16 jaar bereiken uit hotelscholen (restauratie) en uit afdelingen van het ASO, TSO, BSO, KSO, lerarenopleiding, graduaat chemie en middenstandsopleidingen (VIZO) die rechtstreeks of onrechtstreeks met voeding en drank te maken hebben. De leerplannen voor het BSO, KSO en de meeste middenstandsopleidingen besteden nauwelijks aandacht aan basiswetenschappen zoals biologie, chemie, fysica. Zelfs in het ASO en in sommige TSO-afdelingen worden de wetenschappen tot het strikte minimum herleid of ontbreken ze totaal. In deze optiek worden de wetenschappelijke principes in een ruim en praktijkgericht kader geplaatst.
Het Nationaal Jenevermuseum heeft een beroep gedaan op twee instellingen n.l. het Chemisch en Biochemisch Onderzoekcentrum (CBO) van KHO Sint Lieven van Gent en de KHLim (departement Lerarenopleiding) van Hasselt. Beide instellingen hebben samen een aantal wetenschappelijke en didactisch verantwoorde experimenten uitgewerkt voor leerlingen en studenten uit het dag-, deeltijds en avondonderwijs. Het geheel staat onder toezicht van een wetenschappelijke stuurgroep.
Gebruikers van het aangeboden programma kunnen naar keuze ofwel zelf ofwel onder begeleiding in het museum de experimenten uitvoeren. Het is daarenboven ook mogelijk om een Educatieve Labokit 'basisvorming' uit te lenen om de experimenten als demonstratie in de eigen instelling uit te voeren. Een Cd-rom met een handleiding voor de leerkrachten en werkbladen voor de leerlingen is eveneens beschikbaar. Er werden drie verschillende pakketten uitgewerkt met topics die, indien gewenst, onderling verwisselbaar zijn. Er is een 'basispakket', een 'uitbreidings-pakket' en een 'toepassingspakket'.
Dit zijn de verschillende topics.
- Microscopische waarnemingen en vitaliteittest van gisten.
- Microscopische waarnemingen van grondstoffen zoals zetmeelsoorten.
- Enzymatische werking bij hydrolyse van zetmeel.
- Het vergisten van suikers en van verschillende soorten zetmeel of bloemsoorten.
- Microscopische waarnemingen van klieren met etherische oliën.
- De invloed van de temperatuur op het gistingsproces.
- Het isoleren van aroma's en kleurstoffen met stoomdestillatie en soxhlet-extractie.
- Alcoholbepaling in wijn via destillatie.
- Inleiding tot de sensorische evaluatie van levensmiddelen.
- Hoe komt het dat er zoveel gaatjes in gewoon wit brood zitten?
Het is dus niet de bedoeling leerlingen aan te zetten tot het zelf brouwen van bier en wijn of het illegaal destilleren van alcohol. Tijdens de sensorische evaluatie komen er zelfs geen alcoholische dranken aan te pas.
Praktisch
- 0p16 januari 2002 wordt het project gelanceerd.
- Vanaf februari 2002 worden de diverse topics in labosessies in het museum aangeboden en kunnen de labokits voor klassikaal gebruik samen met de Cd-rom uitgeleend worden.
Richtprijzen
- Museumbezoek + experimenten (max. 3 uur) 4 €
- Ontlenen labokit mits waarborg
Nationaal Jenevermuseum Hasselt, Witte Nonnenstraat 19, 3500 Hasselt
Website: www.jenevermuseum.be
Dr. M. Asperges (Ezemaal)
top
ZOO-flashes (2)
- De Educatieve Dienst is ook via e-mail bereikbaar:
chris.vercauteren@zoo.antwerpen.be.
Reserveer minstens zes weken vooraf, want sommige lesonderwerpen worden dikwijls aangevraagd.
- Vorige keer maakte ik een fout. Indische neushoorns vinden we niet in de Antwerpse zoo maar wel in het dierenpark Planckendael. In 1950 arriveerden de eerste witte neushoorns in Antwerpen. Hun opvolgers zijn nu voor altijd weg. Dat "witte" is trouwens misleidend: "wide" werd door de Afrikaanse boeren gehoord als "white". De soort zou beter breed-lipneushoorn heten in analogie met de puntlipneushoorn, die (foutief) ook zwarte neushoorn wordt genoemd.
- De tapirs zijn verhuisd naar het perk van de neushoorns. Hun oud verblijf is samen met het nijlpaardengebouw, de buitenvolière en de vijver één grote bouwplaats. Daar komt een grote moerasbiotoop voor nijlpaarden; de opening wordt voorzien tegen april 2003. "Hermien" is tijdelijk overgebracht naar Planckendael.
In 1884 arriveerde het eerste nijlpaard in de Antwerpse zoo; het werd een jaar later in het nieuwgebouwde nijlpaardengebouw ondergebracht. Dat gebouw werd vernield door de enige V-bom die in de zoo neerviel. Het verblijf zoals wij het kenden, dus met de krappe warmwaterbassins, werd herbouwd in 1952.
Het ligt in de bedoeling een groep nijlpaarden te huisvesten in de moerasbiotoop. De dwergnijlpaarden zijn ook verhuisd naar andere dierenparken maar komen niet terug.
- De nieuwe, ruime volières in het vogelgebouw ogen mooi. Daarvoor hebben echter de broedkas van de kuikentjes en de didactische panelen over het liefdeleven van kip en haan het veld moeten ruimen. Er hangt wel een groot, 3D-vogelei. Hopelijk komen er bijschriften bij, want nu is het invullen van die benamingen op werkbladen voor vele leerlingen een niet uit te voeren opdracht.
Frans Desfossés (Edegem)
top
Nabeschouwing Vlaams Congres Leraars Wetenschappen
Het congres werd aangekondigd door
- een omzendbrief die door het departement Onderwijs gestuurd werd naar alle secundaire en HOBU-scholen (die omzendbrief lag op 1 september in de scholen);
- een bericht in Trigonaal van het Gemeenschapsonderwijs, met alle verdere gegevens op hun website;
- een omzendbrief van VVKSO naar alle gesubsidieerde scholen, die spijtig genoeg eerst half oktober toekwam;
- een uitnodiging met inschrijvingsformulier in BIO voor de leden van VOB (begin september);
- een uitnodiging in VeLeWe voor de leden van VeLeWe (eind augustus) met een inschrijfformulier dat een week later toekwam;
- een uitnodiging en inschrijfformulier op de websites van VeLeWe en VOB.
Het OVSG kreeg, zoals alle andere instanties, begin juli alle gegevens om naar hun scholen te versturen, maar we weten niet of dit gebeurde. Vanaf volgend jaar krijgt ook het Provinciaal onderwijs de gegevens.
Het 7de Congres werd bijgewoond door 725 personen: 53 collega's daagden niet op. Bij de aanwezigen waren 44 lezinggevers en werkgroepleiders, 25 genodigden, 7 comitéleden, 4 extra medewerkers aan de balie en 4 medewerkers verbonden aan het LUC. Met het 60-tal standhouders op de beurs waren in totaal dus 785 personen betrokken bij het congres.
De eerste geldige inschrijving (d.w.z. formulier + betaling) was op 4 september binnen, op 15 oktober was het congres volgeboekt met 770 ingeschrevenen.
Maar werkgroep F7 was al volgeboekt op 19/9, F3 op 20/9, B3 en B6 op 24/9, B7 en F2 op 26/9, F4 op 1/10, A3 en B8 op 3/10, B4 op 5/10, en B5 op 12/10.
Iedereen die inschreef en betaalde kreeg een volgnummer. Dat nummer werd gegeven op het ogenblik dat de betaling binnen kwam en diende om de gekozen werkgroepen toe te kennen: wie eerst betaalde ging voor. Voorwaarde was natuurlijk wel dat ook het formulier met de keuzes binnenkwam.
En het puzzelwerk kon beginnen: met de aangeduide keuze van 720 personen die konden kiezen uit 26 werkgroepen, met voor ieder de mogelijkheid om 2 of 3 groepen bij te wonen (hoeveel combinatiemogelijkheden geeft dat?) moest zodanig geschoven worden dat
a) ieder haar of zijn zin kreeg;
b) elke werkgroep een evenredige bezetting kreeg volgens de wens van de werk-groepleider;
c) de werkgroepen zodanig verdeeld werden over de beschikbare tijd dat telkens 400 personen konden gaan eten, het maximum dat het restaurant aankon.
Wanneer een werkgroep volgeboekt was werd een reservekeuze genomen. Wanneer er op het formulier niet voldoende keuzes en reservekeuzes meer overbleven voor een volle dag kreeg de betrokken collega telefonisch de mogelijkheid om nog een andere keuze te maken. Zo werden ongeveer 75 collega's nog geholpen. Wanneer alle keuzes volgeboekt waren en er waren geen reservekeuzes aangeduid of die waren ook volgeboekt dan kon de collega spijtig genoeg niet meer deelnemen. En bij dit puzzelwerk werd het toegekende volgnummer steeds strikt in acht genomen.
Deze verdeling zou niet mogelijk zijn zonder de beurs: dit is een bijkomend stuk in het puzzelwerk dat op verscheidene plaatsen kan worden ingevoegd en zo mogelijkheden biedt om de werkgroepen op de juiste plaatsen te krijgen. Als het uur van het beursbezoek van plaats verandert heeft dat geen enkele invloed op de keuzes van andere deelnemers.
Daarom is het ook niet mogelijk om aan zoveel deelnemers met zoveel verschillende keuzes 4 werkgroepen te geven want als dan b.v. keuze F2 van plaats verandert moet dat ook gebeuren voor alle andere deelnemers die op dat ogenblik F2 hadden en dan veranderen ook andere keuzes van plaats en die zijn niet allemaal dezelfde en zo gaat dat maar verder...
En we moeten ook rekening houden met de werkgroepleiders: 3x een sessie leiden is al een vermoeiende taak. En 4 werkgroepen volgen terwijl de werkgroepleiders 3 sessies geven betekent meer werkgroepen inzetten en waar gaan we die halen. Niet iedereen staat te springen om op het congres een werkgroep te verzorgen. Is het aan de regelmatige congresgangers ook al opgevallen hoe je dikwijls dezelfde werkgroepleiders ziet meewerken?
Natuurlijk weten we dat veel collega's veel meer zouden willen meepikken want er zijn veel interessante werkgroepen en dan is er herhaaldelijk de vraag: kunnen we niet aan de syllabi van de andere groepen geraken? Enkele bedenkingen.
- De werkgroepleiders zijn voor het merendeel ook leerkrachten die hun sessie in hun vrije tijd moeten voorbereiden en je weet zelf hoe weinig vrije tijd we hebben. Hun syllabus is dus meestal maar op het laatste ogenblik klaar. En we kunnen hen ook niet verplichten om een syllabus te maken!
- De werkgroepleiders voorzien zoveel exemplaren van hun syllabus als ze deelnemers aan hun werkgroep krijgen (ze worden daarvan bij voorbaat op de hoogte gesteld).
- Op welke manier kunnen we aan de weet komen wie ook de syllabus van een bepaalde werkgroep zou willen en... wie gaat die administratie doen? (Zie de voorlaatste alinea.) En wie gaat dat betalen?
- Het is ook niet mogelijk om alle syllabi in het congresboek af te drukken, dat wordt te duur en dan moeten ze ook weer bij voorbaat binnen zijn want de drukker vraagt ook tijd.
Daarom publiceren we de publiceerbare syllabi voor biologie in het jaarboek van VOB, voor chemie en fysica verschijnen ze geleidelijk in het tijdschrift VeLeWe.
Vorig jaar werd er geklaagd dat er veel te lang moest worden aangeschoven voor de maaltijd. Toen was er keuze tussen twee schotels en kon iedereen gaan zitten waar zij/hij wilde. Om dit op te lossen was er dit jaar geen keuze en werden de eters door 'hostessen' naar een zitplaats geloodst. Daardoor was de maaltijd vlugger gedaan, kon het keukenpersoneel vlugger de afwas doen voor de volgende groep en konden we meer deelnemers aan het congres toelaten (50 meer dan vorig jaar). Nu werd er geklaagd door de collega's die na de maaltijd tijd voor de beurs hadden dat er te veel 'verloren' tijd was.
We merken elk jaar dat er veel nieuwe (jonge) collega's naar het congres komen. Daardoor weten ze niet dat dit congres om de twee jaar van locatie verandert: 1 jaar Leuven, 2 jaar Gent, 2 jaar Antwerpen, 2 jaar Diepenbeek. Volgend jaar dus weer ergens anders maar... elk jaar groeide ook het aantal deelnemers aan het congres en dat was mogelijk omdat de infrastructuur van de instelling waar we te gast waren dat toeliet. Maar waar zullen we nu de mogelijkheid vinden
a) om 750 deelnemers in kleine groepen te laten deelnemen aan workshops;
b) met voldoende grote auditoria;
c) met voldoende laboratoria;
d) met voldoende andere lokalen;
e) met voldoende PC- en Internetmogelijk-heden;
f) met voldoende parkeergelegenheid;
g) gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer;
h) met voldoende ruimte voor een behoorlijke beurs;
i) met de mogelijkheid om 800 personen op 2 uur een maaltijd te bezorgen;
j) met alle faciliteiten in één gebouw;
k) en zo gelegen dat iedere keer een ander deel van de deelnemers een verre reis moet doen?
Het is dus mogelijk dat we volgende keer minder collega's zullen kunnen laten deelnemen (dat hangt af van de gekozen locatie)... maar dit jaar hebben we 149 collega's moeten weigeren! Welke beslissing moeten we hier nemen?
We... dat zijn de 8 leden van het congrescomité. Hun namen vind je in het congresboek. Wist je dat
- het bestuursleden zijn van VeLeWe en VOB;
- die vrijwillig dit congres inrichten (niemand heeft hen dat gevraagd en ze worden er ook niet voor betaald);
- ze alles in hun vrije tijd doen: werkgroepleiders zoeken; infrastructuur zoeken; subsidies zoeken; zorgen dat de uitnodigingen bij jou terechtkomen; heel de administratieve rompslomp; zorgen dat er een beurs is; zorgen dat iedereen zoveel mogelijk zijn keuzes kan volgen... enzovoort.
Ons succesvol congres is dus eigenlijk geen 'officiële' organisatie. Daarom kan het alleen maar doorgaan in de vrije tijd van de werkgroepleiders, lezinggevers en organisatoren: op zaterdag. En daarom zijn we ook wel erg tevreden dat minister Marleen Vanderpoorten tijd heeft willen en kunnen vrijmaken in haar drukke agenda om naar ons congres te komen, waar ze kon ervaren dat leerkrachten wetenschappen (en er waren er veel!) zich ook in hun vrije tijd nog bijscholen voor hun vak.
We danken alle collega's die op hun evaluatieformulier hun tevredenheid over het voorbije congres hebben uitgedrukt. We zullen trachten met alle haalbare suggesties rekening te houden.
Herman Snoeck (congrescoördinator)
top
Macabere twintigste verjaardag
- 1981 De eerste gevallen van een ongebruikelijk gebrek in het immuunsysteem wordt vastgesteld bij homoseksuele mannen in de VS.
- 1982 Het acquired immunodeficiency syndrome (aids) wordt voor de eerste keer als zodanig geïdentificeerd. In de loop van dat jaar worden drie wijzen van besmetting vastgesteld: bloedtransfusie, moeder-op-kind en geslachtsgemeenschap.
- 1983 Het human immunodeficiency virus (hiv) wordt geïdentificeerd als de oorzaak van aids. In Afrika woedt de eerste epidemie onder de heteroseksuelen.
- 1985 De omvang van de groeiende epidemie wordt manifest. In 1985 is er in ieder deel van de wereld minstens een geval van hiv/aids gerapporteerd De filmster Rock Hudson is de eerste internationale beroemdheid die onthult dat hij aan aids lijdt.
- 1987 De tot nu toe meest verbreide en bekendste therapie tegen de opmars van aids in het lichaam, azidothymidine of AZT, wordt in gebruik genomen.
- 1988 Londen vindt voor het eerst een conferentie op internationaal regeringsniveau plaats waar hiv en aids op de agenda staan.
- 1991-1993 Voorzichtig beginnen (voorlichtings)-campagnes hun vruchten af te werpen, zoals in Oeganda, waar het aantal met hiv besmette zwangere vrouwen begint te dalen.
- 1994 Wetenschappers ontwikkelen de eerste behandeling die de kans op overdracht van het hiv van moeder op kind reduceren.
- 1995 Een hiv-uitbraak in Oost-Europa wordt toegeschreven aan het gebruik van naalden door druggebruikers, een ook in het westen veel voorkomende wijze van infectie.
- 1996 Het VN-programma ter bestrijding van hiv/aids (Unaids), onder leiding van de Belg Peter Piot, wordt opgestart. De eerste bewijzen van de werking van Highly Active Antiretroviral Therapy (HAART, een moeilijk vol te houden dieet van een twintigtal, verspreid over de dag in te nemen, pillen en capsules met tal van bijwerkingen).
- 1998 Brazilië is het eerste ontwikkelingsland dat via zijn systeem van publieke volksgezondheid een vorm van antiretrovirale therapie ter beschikking stelt.
- 1999 Het eerste onderzoek naar de effectiviteit van een hiv-vaccinatie in een ontwikkelingsland wordt gestart in Thailand.
- 2000 In de VN-veiligheidsraad staan hiv en aids voor het eerst op de agenda
- 2001 Unaids-topman dr. Peter Piot kondigt aan dat de werkelijke verspreiding van het virus nog moet beginnen.
De Morgen - 6 juni 2001
top
Onderwijstips
Als je een tip weet die zeker ook andere collega's kan interesseren stuur die dan naar de redacteur.
Tip 406 - Microscopische opnamen
Tijdens het laatste Congres aan het L.U.C. had de vakbeurs een verdiend succes. Tot onze verbazing zijn de steengoede Kosmos-atlassen nog niet uitverkocht. Het betreft hier 6 pockets die elk minstens 120 schitterende kleurenfoto's bevatten met daarbij telkens een eenvoudige, maar duidelijke verklarende schets.
De titels.
- Taschenatlas der Histologie (dierlijke cellen, weefsels en organen)
- Taschenatlas zur Pflanzenanatomie (mitose en meiose, weefsels en coupes van wortel, stengel, bloemdelen, zaad en vrucht)
- Anatomie der Blütenlosen Pflanzen (oude systematiek: dus opnamen van bacteriën, algen, zwammen, korstmossen, mossen en varenplanten)
- Taschenatlas der Einzeller (meestal met differentiaal-interferentiecontrast!)
- Taschenatlas der Parasitologie (foto's van parasieten en erg duidelijke cycli)
- Taschenatlas der Embryologie (ontwikkeling van een aantal typevoorbeelden: holtedier, slak, ringworm, insect, spin, zee-egel, zakpijp, kikker, kip en muis)
De titels zijn los verkrijgbaar en kosten per stuk 200 BEF: een weggeefprijs.
Te bestellen bij Bossaerts & Zoon, PB 31 Kleemstraat 90b, 9111 Belsele, t.a.v. Luc Huys, tel. 03/722 09 25.
Herman Snoeck (Antwerpen)
top
Vragenrubriek
Als je een antwoord weet op een van de vragen die in deze rubriek verschijnen stuur dat dan naar de redacteur. Je kan ook je eigen vragen insturen.
Vraag 32/1/275 - The Trials of Life
Wie kan me deze videofilm van David Attenborough over samenlevingsvormen bezorgen? Uitlenen of kopie.
Tinne Maenhout (02/673 31 57)
top
Koninklijk Antwerps genootschap voor Micrografie
http://www.kagm.bewoner.antwerpen.be
kagm@antwerpen.be
Het KAGM vergadert elke maandagavond van 20 tot 22 uur in de bioruimte van het RUCA (UA), Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwer-pen. De bioruimte is te bereiken vanaf parking 2, tussen de gebouwen U en S, langs het hellend vlak naar beneden.
Iedereen die geïnteresseerd is in microscopie is van harte welkom. Meer informatie verkrijgbaar bij de redacteur van BIO.
Het programma voor de volgende maanden ziet er uit als volgt. (P preparaat maken; C causerie; D diversen).
07/01 - D Jaarvergadering
14/01 - P Bloem en stengel van hennep
21/01 - P Dunne darm hond
28/01 - P Mosblaadjes
04/02 - P Bladharen
11/02 - C Chemie onder de microscoop
18/02 - P Schub Cycas revoluta
25/02 - P Mijten
04/03 - C De anatomie van klimplanten
top
Gratis
De vlaggenstokken van de IBO 2001 moeten weg.
Kenmerken: 250 cm lang, diameter 0,27 cm, onbehandeld maar wel glad rondgefreesd naaldhout. Er zijn nog 20 stuks beschikbaar.
GRATIS AF TE HALEN bij de voorzitter, na telefonische afspraak op het nummer 03/322 00 68.
Korter gemaakt en met een vis- of vlindernet eraan bevestigd, kan je er de beek of het veld mee in om 'beestjes' te verzamelen.
Je kan ze ook gebruiken als steun voor planten in de tuin.
Marleen Van Strydonck (Borgerhout)
top
| Te
koop |
François, W. e.a. "Statuut Personeel Gemeenschapsonderwijs en Centra voor Leerlingen-begeleiding". Volledig met de laatste aanvul-ling van mei 2001, ongeveer 1800 blz.
Geïnteresseerden mogen bellen naar Walter Deconinck, 056/21 26 99
top
Zoekgeraakt
Collega Nancy Vermeire (voorheen Wingenesteenweg, Beernem) is verhuisd maar vergat haar nieuwe adres door te geven.
Wie verwittigt haar of geeft ons haar nieuwe adres?
![]()
Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.
- Werkende leden: 15 € (605 BEF)
- Studenten: 7 € (282 BEF)
- Gepensioneerden: 8 € (323 BEF)
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 € (enkel het
Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de
Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie,
de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,
Hoge Weg 234 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € (500 BEF) met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.
Voorzitter
Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be
Ondervoorzitter
Michel Asperges
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Grote Steenweg 54 3400 Ezemaal
E-mail: michel.asperges@skynet.be
Secretaris
Vic Rasquin
Minister De Clercklaan 2 8500 Kortrijk
E-mail: [email]
Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be
Redacteur Jaarboek
Laurent Inghelbrecht
Aartrijksestraat 4 8211 Aartrijke
E-mail: laurent_inghelbrecht@hotmail.com
Adreswijzigingen en lidkaarten
Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 2020 Antwerpen
Telefoon na 19 uur: 03/238 51 15