KERNACHTIGE UITSPRAKEN - REEKS 4

 
Kernachtige uitspraken moet men tot zich nemen zoals pralines: één per één, iedere keer een andere soort en met nu en dan een pauze. Alleen zo dringt de goede smaak ervan tot je door.
 
 
Het is uiteraard onmogelijk om te voorspellen waar we binnen een eeuw met onze kennis zullen staan. We weten ondertussen dat ons biologisch systeem veel complexer is dan aanvankelijk gedacht werd. Toch ben ik ervan overtuigd dat het niet zo complex is dat we het niet zullen kunnen gebruiken om, bijvoorbeeld, te voorspellen voor welke ziekten iemand gevoelig is. Er bestaan al bedrijven die kijken naar het genoom van individuele mensen. Die zullen dat niet doen als ze niet geloven dat daar uiteindelijk een nieuw soort geneeskunde uit zal voortvloeien.
 
Sidney Altman (° 1939).
Canadees geneticus.
Nobelprijs Scheikunde 1989.
 
De complexiteit van het biologische informatiesysteem is grotendeels een gevolg van het feit dat soorten en hun genomen niet door een ingenieur ontwikkeld werden, maar gewoon geselecteerd werden op basis van eender wat dat werkte en dat succesvoller of fitter bleek dan de rest. Genomen werden samengeflanst, bruikbare elementen werden bewaard en de rest werd geëlimineerd of op zijn minst stilgelegd. Alle organismen zijn het resultaat van een selectie van wat zou kunnen werken. Er is dus in feite een lappendeken van stukjes die allemaal beoordeeld werden in functie van hun eigenschappen. Dat het leven zo divers geworden is, is een eenvoudig gevolg van het feit dat de vermenigvuldiging van het genetisch materiaal geen perfect proces is. Er ontstaat altijd variatie, en soms komt daar iets succesvols uit.
 
Richard Roberts (° 1943).
Brits geneticus.
Nobelprijs geneeskunde 1993.
 
Uit ervaring leren we, dat men nooit iets leert uit ervaring.
 
George Bernard Shaw (1856-1950).
Anglo-Iers toneelschrijver en pamflettist.
 
Alles zal verbeteren met wetenschappelijke ontwikkelingen die nieuwe geneesmiddelen en nieuwe biologische producten zullen genereren. Ziekten zullen gemakkelijker opgespoord worden, en er zal een beter gecontroleerde landbouw mogelijk zijn. En als het onderzoek naar stamcellen niet wordt afgeremd, zullen er grote mogelijkheden komen om versleten onderdelen van een lichaam te herstellen. [...] De beste voorspeller van iemands gezondheid is het medisch dossier en de levensloop van zijn ouders en grootouders. Dat is eigenlijk een soort genetische voorspelling waarin we veel beter zullen worden dan nu het geval is.
 
Richard Roberts (° 1943).
Brits geneticus.
Nobelprijs geneeskunde 1993.
 
De opvatting dat de mens uniek is, steunde in de Victoriaanse tijd en steunt vandaag de dag nog op een eenvoudige misvatting. Men gaat er nog steeds van uit dat we partij moeten kiezen; of we zijn instinctieve dieren of we hebben een bewustzijn, allebei schijnt niet te kunnen. Maar gelijkheid en verschil kunnen tegelijkertijd bestaan. We hoeven geen grammetje af te doen aan het vermogen van de mens om het eigen gedrag aan te sturen als we aanvaarden dat onze hersenen en die van de apen aan elkaar verwant zijn. Het is geen of/of; het is een vorm van coëxistentie. Laat de ene helft van de wetenschappers onderzoek doen naar de overeenkomsten en de andere helft naar de verschillen. Het wordt tijd dat we ophouden met wat de filosofe Mary Midgley noemde "de vreemdsoortige segregatie tussen de mens en zijn verwanten die geleid heeft tot een deformatie van het verlichtingsdenken".
 
Matt Ridley.
Bioloog en wetenschapsjournalist.
 
Dat we het product zijn van aanleg èn opvoeding is weliswaar correct. En het is interessant om te weten. Maar het wordt pas echt interessant als we onderzoeken hoe die twee precies samenwerken. Het is niet gewoon maar fifty-fifty, het samenspel tussen genen en omgeving is complexer dan dat. Hoe beter we onze genen leren kennen, hoe duidelijker het is dat ze sterk beïnvloed worden door de manier waarop we ons gedragen. Het is niet "nature versus nurture", maar " nature via nurture".
 
Matt Ridley.
Bioloog en wetenschapsjournalist.
 
Onderwijs zou veel effectiever zijn indien het doel is ervan verzekerd te zijn dat tegen de tijd dat elke jongen en elk meisje de school verlaat, ze zouden weten hoeveel ze niet weten, en zouden behept zijn met een levenslang verlangen om te weten.
 
William Haley (1901-1987).
Engels journalist.
 
Kinderen hebben meer nood aan modellen dan aan kritiek.
 
Joseph Joubert (1754-1824).
Frans moralist.
 
Er zijn al te veel bloemen die verwelken zonder dat het gezien wordt.
 
Anoniem.
 
Wat we denken te weten, belet ons dikwijls om nog te leren.
 
Claude Bernard (1813-1878).
Frans fysioloog.
 
Het begin van alle wetenschap is de verwondering over de zaken die zijn zoals ze zijn.
 
Aristoteles (384-322 v.C.).
Grieks wijsgeer.
 
De enige ware vergissing is die waaruit men geen lering trekt.
 
John Powell (1769-1849).
Amerikaans zeeman.
 
Kinderen in alle windstreken groeien op zoals een klimop tegen een muur groeit: met behulp van volwassenen die hun zowel steun als weerstand bieden. Als het kinderen ontbreekt aan toezicht, ja aan autoriteit, kunnen zij ontaarden tot iets waarlijk monsterlijks. Autoriteit is iets wezenlijk anders dan willekeurige terreur; maar ze dient wel permanent en gestaag op kinderen te worden uitgeoefend, eerst in het gezin en daarna op school. Als op een periode van verwaarlozing een bruusk autoritair offensief volgt, kan dit gemakkelijk uitlopen op een ramp.
 
Fernando Savater (° 1947).
Spaans filosoof en onderwijsdeskundige.
 
Kinderen kunnen het gezag in de opvoeding niet van zich afwerpen alsof zij zich in de positie van een rechteloze sociale klasse zouden bevinden en alsof zij onderdrukt worden door een meerderheid van volwassenen. Toch is ook deze onzin, die kinderen behandelt als een geknechte minderheid die bevrijd moet worden, in de moderne opvoedingspraktijken werkelijk uitgeprobeerd. Het gezag is afgeschaft door de volwassenen, en dat kan maar één ding betekenen, namelijk dat de volwassenen weigeren enige verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld waarin zij zelf hun kinderen geboren hebben laten worden.
 
Hannah Arendt (1906-1975).
Duits-Amerikaanse filosofe.
 
In steden als New York is het tegenwoordig zelfs uitermate moeilijk om gekwalificeerde mensen voor de gevaarlijke post van onderwijzer te vinden en moet men zich tevredenstellen met de eerste de beste gladiator die zich aanmeldt. Lessen zijn daar teruggebracht tot een onwaarschijnlijk korte duur - soms minder dan een half uur - opdat er door de voortdurende wisselingen geen verveling optreedt die kan ontaarden in gewelddadigheid. Hier zien we de uitwassen van de moderne zap-cultuur, die een hysterisch heen-en-weergespring bevordert tussen tv-programma's, liedjes op een CD, zenders op de radio, enzovoort, waardoor het voor kinderen moeilijk is geworden iets van begin tot eind te zien of te beluisteren. Door deze cultuur is het ook vrijwel onmogelijk dat zij een volledige les verdragen over iets wat hun niet van nature boeit en - nog erger! - hun dwingt om zich enigszins in te spannen. Hierdoor is het de arme leraar die aan het kortste eind trekt, soms zelfs onder fysieke bedreiging.
 
Fernando Savater (° 1947).
Spaans filosoof en onderwijsdeskundige.
 
Ervaring is een goede leraar, maar ze verzendt soms zware rekeningen.
Minna Antrim (° 1861- ?).
Amerikaanse schrijfster.
 
Het probleem van kinderen is altijd hetzelfde: ze hebben altijd ouders die ouder zijn dan zij.
 
Coluche (1944-1986).
Franse grapjas.
 
Het enige doel van het onderwijs is spiegels veranderen in ramen.
 
Sydney J. Harris (1917-1986).
Amerikaans journalist.
 
Indien de Romeinen verplicht waren geweest om Latijn te leren, zouden ze nooit tijd gevonden hebben om de wereld te veroveren.
 
Heinrich Heine (1797-1856).
Duits dichter.
 
De wijze spreekt over zijn ideeën, de intelligente over de feiten en de domme over wat hij eet.
 
Chinees gezegde.
 
Als je een man onderwijst, onderwijs je een individu. Als je een vrouw onderwijst, onderwijs je een heel gezin.
 
Robert M. MacIver (1882-1970).
Schots socioloog en politicoloog.
 
Om kritiek te vermijden: zeg niets, doe niets en wees niets.
 
Elbert Hubbard (1856-1915).
Amerikaans schrijver.
 
Indien je dit kan lezen, bedank dan een leerkracht.
 
Anoniem leerkracht.
 
Het onderwijs moet de mens in ons verwerkelijken, maar die mens is niet de mens zoals de natuur hem heeft gemaakt, maar zoals de samenleving wil dat hij is; en zij wil hem hebben zoals haar interne inrichting vereist. [...]  Aangezien het waardenstelsel onontkoombaar verandert wanneer de samenleving verandert, is de hiërarchie van waarden nooit hetzelfde geweest op enig moment in de geschiedenis. Vroeger stond moed op de voorgrond, met alle vaardigheden van de militaire deugd, nu [eind negentiende eeuw] staan denken en bezinning voorop; morgen zal het misschien gaan om verfijning van smaak en de emotionele ontvankelijkheid voor kunstuitingen. Aldus is in het heden net zoals in het verleden ieder pedagogisch ideaal, tot in details, de spiegel van de samenleving.
 
Emile Durkheim (1858-1917).
Frans socioloog en pedagoog.
 
Zij die van de vorige generatie onderwijs hebben ontvangen, zijn degenen die het aan de volgende generatie geven; daarom hebben vastgeroeste gewoonten zo'n grote invloed op het onderwijs. Dit is de reden waarom in feite niemand in de volle zin van het woord kan worden "opgevoed", totdat iedereen zich heeft ontworsteld aan de boeien van vooroordeel, bekrompenheid en apathie.
 
John Dewey (1859-1952).
Amerikaans filosoof en pedagoog.
 
Wat een kind van zijn ouders ontvangt, zijn zeer algemene vermogens: een bepaald concentratievermogen, een zeker doorzettingsvermogen, een gezond oordeelsvermogen, voorstellingsvermogen, enzovoort. Maar elk van deze vermogens kan voor een ontelbar aantal uiteenlopende doelen gebruikt worden.
 
Emile Durkheim (1858-1917).
Frans socioloog en pedagoog.
 
De meeste mensen willen liever meer betalen om geamuseerd te worden dan om onderwezen te worden.
 
Robert C. Savage.
Amerikaans schrijver.
 
Het weten dat niet dagelijks aangevuld wordt, neemt af.
 
Chinees gezegde.
 
Wat is de rol van vaders nog? Uit onderzoek is gebleken dat moeders betere opvoeders zijn en vaders niet meer zo nodig zijn voor hun financiële inbreng. In die zin worden kinderen meer dan vroeger geconfronteerd met authentieke relaties. Ze weten dat ze het product van een keuze zijn en ze weten of hun ouders door liefde verbonden worden of niet. Dat zijn ernorme winstpunten, maar ze brengen ook stress mee. Je moet de kwaliteit van de relatie wel zien aan te houden.
 
Peter Adriaenssens (° 1954).
Hoogleraar kinderpsychiatrie KU Leuven.
 
Het is niet voldoende iets van het vak biologie te kennen, men moet ook iets van Jantje kennen.
 
Anoniem.
 
Mens sana in corpore sano - Een gezonde geest in een gezond lichaam.
 
Decimus Junius Juvenalis (ca. 62-142).
Romeinse hekeldichter.
 
Mens sana non potest vivere in corpore sicco - Een gezonde geest kan niet leven in een droog lichaam.
 
François Rabelais (ca. 1490-1553).
Frans schrijver.
 
Intelligentie is de bekwaamheid om door het denken problemen op te lossen.
 
Edouard Claparède (1873-1940).
Zwitsers psycholoog en pedagoog.
 
Het startpunt van het denkproces is de probleemstelling.
John Dewey (1859-1952).
Amerikaans filosoof en pedagoog.
 
Niet in de hoeveelheid bagage die de leraar meegeeft schuilt het geheim van het latere succes, wel in de methode waarmee persoonlijk werk aangevat wordt.
 
Albert Einstein (1879-1955).
Theoretisch fysicus.
 
Men kan gedurende uren en dagen roerloos stilzitten of op één been staan als Socrates en toch actiever zijn dan iemand, die mee rent in de Tour de France.
 
H. W. F. Stellwag.
Nederlands pedagoog.
 
De kennis van feiten kan in de vergetelheid raken, maar als men de wetenschappelijke methode heeft kunnen beoefenen, laat die op de geest altijd duurzame sporen na. Als het waar is, dat cultuur datgene is wat in de geest achterblijft als men alles vergeten heeft, dan is de ware wetenschappelijke cultuur die welke men via de wetenschappelijke methode verworven heeft.
 
Charles Brunold.
Frans chemieleraar.
 
De leerling wordt niet ontwikkeld, hij ontwikkelt zichzelf en hij ontwikkelt zich des te meer, naarmate men minder zoekt om hem te ontwikkelen.
 
Roger Cousinet (1881-1973).
Frans pedagoog.
 
Leren zonder denken is verloren moeite; denken zonder leren is gevaarlijk.
 
Confucius (551-479 v. C.)
Chinees wijsgeer.
 
Het kan zijn dat het komt door een biologisch gefundeerd vooroordeel, maar ik zie niet in hoe het onderwijs iets aan het fundamentele protoplasma zou kunnen veranderen, waardoor iemand dan "meer intelligent" zou worden. Maar het is wel duidelijk dat iemand zonder onderwijs, ongeacht het protoplasma dat hij bezit, niet goed zal presteren op intelligentietests of in de meeste levenssituaties van onze samenleving die een intelligente aanpak vereisen. In zekere zin moet de leraar wel altijd zo onderwijzen dat hij kan bereiken dat de intelligentie toeneemt en dat hij kennis kan overbrengen.
 
Leonard Carmichael (1898-1973).
Amerikaans pedagoog.
 
We moeten het overwegende geloof in de superieure wijsheid van de onwetende laten varen.
 
Daniel Boorstin (1914-2004).
Amerikaans jurist en historicus.
 
Leren doen we tegenwoordig ons leven lang. Hoe sterker de klemtoon op leren wordt gelegd, hoe belangrijker variatie wordt. Het komt er met andere woorden op aan om je boodschap te doen opvallen. Als je je hele leven wil leren, dan wil je dat toch liefst niet op een saaie manier doen? Saai leren doet snel afhaken.
 
Piet Ceusters.
Vlaams raadgever van de Vereniging van
Opleidings- en Vormingsverantwoordelijken.
 
Om filosofie te bedrijven heb je wetenschappelijke inzichten nodig.
 
Gerard Bodifée (° 1946).
Vlaams fysicus, filosoof, publicist.
 
Laat bedrijven maar risico's nemen, het onderwijs daarentegen moet vooral naar continuïteit streven. Een onderwijssysteem dat zich voortdurend aan de maatschappelijke evoluties wil aanpassen, brengt jonge mensen geen rust. In het latere leven komt die aanpassing vanzelf.
 
Gerard Bodifée (° 1946).
Vlaams fysicus, filosoof, publicist.
 
Het verschil in besef tussen de mens en de hogere diersoorten is, hoe groot ook, beslist een gradueel en geen wezenlijk verschil. [...] We hebben gezien dat de zintuigen en de intuïtie, de verschillende emoties en vermogens zoals liefde, geheugen, aandacht, nieuwsgierigheid, verstand, enzovoort, waarop wij mensen ons laten voorstaan, in aanleg en soms zelfs in sterk ontwikkelde mate ook bij lagere diersoorten te vinden zijn.
 
Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.
 
De menselijke hersenen vormen samen met de rest van het lichaam een ondeelbaar organisme waarin biochemische processen interactief werken. Lichaam en hersenen reageren nooit afzonderlijk. De fysiologische processen die de naam "geest" hebben meegekregen, vinden niet alleen hun oorsprong in de hersenen, maar in het structurele en functionele geheel van ons lichaam.
 
Antonio Damasio.
Amerikaans neuroloog.
 
Er zijn veel argumenten die erop wijzen dat signalen uit hart en ingewanden een heel belangrijke informatiebron voor onze hersenen vormen. En die informatie is dikwijls van doorslaggevende betekenis voor het nemen van belangrijke beslissingen in een mensenleven.
 
Buijs.
Adjunct-directeur van het
Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek.
 
We zijn niet altijd in staat om emoties te uiten of goed met spanningen om te gaan. Het zelfregulerende vermogen van het lichaam reageert daarop door een beschermende weerstand op te bouwen. Als emoties te vaak onderdrukt blijven, kunnen spanningen niet afvloeien.
 
Gerda Boyesen (° 1922).
Noorse psychologe en fysiotherapeute.
 
De darmen verteren niet alleen voedsel, maar ook spanningsresten van emoties. Bij verwerking van geestelijke druk ontstaan peristaltische golven, die zich kenbaar maken door "geborrel" in de buik.
 
Gerda Boyesen (° 1922).
Noorse psychologe en fysiotherapeute.
 
Het is het beste als een wind zonder geknetter of geluid gelaten wordt. Maar men kan hem beter met lawaai laten dan hem te onderdrukken en op te houden.
 
Hippocrates (ca. 460 v.C. - 377).
Grieks arts, "vader van de geneeskunde".
 
Het zijn klaplopers en hoogmoedigen die zeggen: "Ik heb geleerd de billen samen te knijpen."
 
Desiderius Erasmus (ca. 1467-1536).
Humanist.
 
Onze darmen en ingewanden zijn bevolkt met zo'n honderd miljoen zenuwcellen en prikkeloverdragers die met z'n allen ons tweede brein vormen. Dat zuidelijk gelegen verstand in ons lijf verteert niet alleen voedsel. Het brein in onze buik controleert het gedrag van de darm en ons gemoed.
 
Michael D. Gershon.
Amerikaans hoogleraar neurobiologie.
 
Meer dan de helft van onze dagelijkse energie komt uit de koolhydraten, vezels en proteïnen van deze producten. Het is dus raadzaam bij iedere maaltijd brood, rijst, pasta of aardappels op te dienen.
 
Gemma Salvador.
Spaanse Vereniging van Diëtisten
en Voedingswetenschappers.
 
Eén glas wijn per maaltijd is gezond, het geeft ons energie en bevat nog te weinig alcohol om de bloedvaten te teisteren. Wijn ruikt lekker, wat al te makkelijk vergeten wordt. Eten is namelijk veel meer dan louter kauwen; de kleur de geur en de textuur zijn minstens even belangrijk als de smaak. Vergeet niet dat koken in de eerste plaats een sensuele bezigheid is.
 
Luis Serra.
Spaans hoogleraar voedingsleer.
 
Als ik nog twintig jaar kon leven en werken, wat zou ik dan veel moeten veranderen aan mijn boek "Over het ontstaan van de soorten" [verschenen in 1859], en hoe sterk zullen de meningen over allerlei punten veranderd moeten worden! Maar ach, het is een begin, en dat is tenminste iets.
 
Charles Darwin (1809-1882) in 1869.
Engels natuuronderzoeker.
 
Al uit de negentiende eeuw stamt het denkbeeld dat de mens niet meer dan een diersoort is, een uit de bomen gedaalde tropische aap die zich over de aarde verspreid heeft. Dat werd als een wetenschappelijk feit vastgesteld en, vreemd genoeg, meteen ook als een degradatie aangevoeld. Het had anders kunnen zijn, evident zelfs om in het feit een bevestiging te zien van het oude bijbelse beeld van de mens als kroon op de schepping; wij zijn immers uit de hoogst ontwikkelde diersoort opgestaan om nog hoger te klimmen op de ladder van het leven, hoger dan welk dier dan ook. Maar nee, zo werd het niet gevoeld, het proces van de zelfontwaarding was al ingezet: Darwin noemde zijn boek over de oorsprong van de mens niet "The Ascent of Man", maar "The Descent of Man".
 
Gerard Bodifée (° 1946).
Vlaams wetenschapsjournalist.
 
We hebben angst voor wat nieuw is, we zijn allemaal neofoob. We schuwen nieuwe smaken en voelen ons lekker bij wat de moedermelk nabootst en dus romig, vettig en zoet is. Een ijsje, chocolade of romige desserts moet je een kind niet leren eten. Groenten wel en een kind heeft minstens tien proefbeurten nodig om een onbekende smaak te appreciëren. We merken dat ouders dat aandringen te snel opgeven.
 
Caroline Braet.
Gedragstherapeute Universiteit Gent.
 
Een kind is niet een lege fles die gevuld moet worden, maar een smeulend vuurtje dat aangewakkerd moet worden.
 
Michel de Montaigne (1533-1592).
Frans filosoof.
 
Het verschil dat werkelijk telt tussen mens en dier is niet het verschil tussen het fysieke en het geestelijke, dat slechts een gradueel verschil is, maar wel dat tussen een biologische wereld en een sociale wereld. Als Bach niet ergens in Saksen maar in Kongo geboren was, zou hij nooit zelfs maar een fragment van een cantate of een sonate hebben voortgebracht, hoewel wij er wel vanuit kunnen gaan dat hij zijn landgenoten overtroffen zou hebben in de een of andere vorm van muziek.
 
Alfred L. Kroebel.
Antropoloog.
 
We eten midden de nacht heimelijk nog een versnapering en denken dan dat niemand het zal weten. Maar degenen die de calorieën niet tellen, hebben een lichaamsvorm die het toch zal uitbrengen.
 
Charles Ghigna (° 1946).
Amerikaans dichter en auteur van kinderboeken.
 
Dat alle mensen onderwijzen, is in veel opzichten hun belangrijkste kenmerk. Dit is het geven op grond waarvan zij, in tegenstelling tot andere leden van het dierenrijk, verworven eigenschappen aan anderen kunnen overdragen. Wanneer mensen onderwijs af zouden zweren en zich met liefde tevreden zouden stellen, zouden zij precies dat onderscheidende kenmerk kwijtraken.
 
John Passmore (° 1914).
Australische filosoof.
 
Het scheiden van opvoeding en onderwijs is niet alleen onwenselijk, maar ook onmogelijk. Men kan immers niet opvoeden zonder te onderwijzen, noch is het omgekeerde mogelijk. Hoe moeten ooit morele of maatschappelijke waarden worden overgedragen zonder een beroep te doen op historisch inzicht, zonder te wijzen op de geldende wetten en de heersende staatsinrichting, zonder over andere culturen en andere landen te spreken, zonder ten minste op elementair niveau stil te staan bij de menselijke psychologie en fysiologie, en zonder te wijzen naar althans enkele filosofische ideeën.
 
Fernando Savater (° 1947).
Spaans filosoof en onderwijsdeskundige.
 
Iemand die in staat is te denken, om beslissingen te nemen, om relevante informatie te zoeken op het moment dat hij die nodig heeft, om zich op positieve manier met anderen te onderhouden en met hen samen te werken, is veel waardevoller en heeft meer aanpassingsvermogen dan wie slechts een specialistische vakopleiding heeft gehad.
 
Juan Duval.
Pedagoog.
 
De school wordt, meer dan wij ons doorgaans bewust zijn, beconcurreerd door een wirwar van "anti-scholen" die jongeren willen voorzien van een persoonlijke plaatsbepaling, een identiteit en een zelfbeeld. De school moet optornen tegen andere - vaak minder aantrekkelijke - delen van de maatschappij die eveneens waarden en rolmodellen aanbieden, met betreurenswaardige gevolgen voor de samenleving als geheel wellicht. Want de modellen die geboden worden door de weinig stichtelijke audiovisuele media, door straatbendes, door sektarische bewegingen, door gewelddadige politieke ideologieën, en door al wat er nog meer aan onheilspellends in de aanbieding is, dreigen voortdurend de plaats in te nemen van het onderwijs juist op een terrein dat het onderwijs niet mag verlaten zonder zichzelf te diskwalificeren.
 
Jerome Bruner (° 1915).
Amerikaans psycholoog en pedagoog.
 
Ik ken zakenlui die zweren bij een stevige handdruk. Ik geloof niet eens in een handdruk. Ik vind het een vreselijke gewoonte. Dan zie ik iemand die duidelijk ziek is, met een zware verkoudheid of de griep. Die kerel komt dan naar mij en zegt: "Meneer Trump, ik zou u heel graag een hand willen geven." Drie seconden later heb ik de microben van die vent op mijn lijf, dat is medisch bewezen. Ik vind dat we moeten buigen, zoals de Japanners.
 
Donald Trump (° 1946).
Amerikaans miljardair.
 
Het geweten heeft zijn oorsprong in angst, en elke vorm van leren die niet tot onmiddellijke bevrediging leidt, is weer afhankelijk van een daaraan voorafgaande ontwikkeling van het geweten. Het is waar dat een bovenmatige angst een obstakel voor het leren kan zijn, maar gedurende lange tijd zal voor een kind elk leerproces dat grote toewijding vereist niet goed verlopen als de wil tot leren niet mede door een zekere beheersbare angst wordt ingegeven. Dit blijft zo totdat het kinderlijk egoïsme de graad van verfijning heeft bereikt die nodig is om zelfstandig te dienen als motief om te leren, hoe inspannend dat ook kan zijn. Dit gebeurt maar zelden eerder dan ver in de puberteit, dit wil zeggen, als de vorming van de persoonlijkheid in essentie is voltooid. [...] Wij kunnen noch willen het onderwijs op school blijven grondvesten op angst. Wij weten dat voor angst een hoge prijs wordt betaald in de  vorm van geremdheid en verstarring. Maar het kind zal ergens bang voor moeten zijn als wij willen dat het zich aan de zware taak van het leven wijdt. Ik ben van mening dat, als onderwijs zinvol wil zijn, kinderen geleerd moeten hebben om angst te voelen voordat zij de schoolgaande leeftijd bereikt hebben. Als het niet gaat om de angst voor hel en verdoemenis of voor opsluiting in de schuur, dan zal het in deze meer verlichte tijden op zijn minst de angst moeten zijn om de ouderlijke liefde en het ouderlijk respect te verliezen, of, later, de liefde en het respect van de onderwijzer, alsmede, ten slotte, de angst om het zelfrespect te verliezen.
 
Bruno Bettelheim (1903-1990).
Amerikaans-Oostenrijks psycholoog.
 
 
De belangrijkste stelregel in de toxicologie is: "Het is slechts de dosis die maakt of iets giftig is."
 
Jan Tytgat.
Toxicoloog KU Leuven.
 
Kennis verwerven en nadenken over wetenschappelijke vraagstukken is belangrijk voor de ontplooiing van elk mens en biedt een brede waaier aan beroepsmogelijkheden.
 
Conny Aerts.
Sterrenkundige KU Leuven.
 
Jongeren lopen in bendes rond, volwassenen in koppels en de oudjes lopen alleen.
 
Oud Zweeds gezegde.
 
Les geven is een vorm van optreden, een goede docent is een performer. Ook bij theater moet je goed de woorden horen die je zegt. Pas dan slaag je er telkens weer in een tekst over te brengen alsof je er passievol van doordrongen bent.
 
Josse De Pauw (° 1952).
Vlaams toneelacteur.
 
Het onderwerp onderwijs en opvoeding - want deze twee zijn nauw verweven - is te belangrijk om over te laten aan politici. Die zullen zich er nooit serieus mee bezighouden zo lang het niet van dringend belang is voor hun eigen electorale belang.
 
Fernando Savater (° 1947).
Spaans filosoof en onderwijsdeskundige.
 
De geslachtelijke vereniging van twee individuen die op bepaalde ogenblikken bij bijna alle organismen optreedt, is een van de meest merkwaardige verschijnselen van de natuur. Die geslachtelijke vereniging heeft heel sterk alle biologische problemen ingewikkeld gemaakt en er zijn veel boeken geschreven over het doel en de betekenis ervan.
Er zijn er die zeggen dat het niet wetenschappelijk is om te vragen naar het doel of de zin van een verschijnsel. [...] Deze kritiek is gerechtvaardigd, zolang het gaat over de letterlijke interpretatie van deze manier van uitdrukken. De wetenschap mag zich niet bezighouden met het doel of de doeleinden, behalve in het geval dat het gaat over bewuste doeleinden van de mens. Ziehier welke vraag men werkelijk kan stellen: "Welk verschil is er als een verschijnsel optreedt en als dit verschijnsel niet optreedt?" Elke vraag die doet denken aan een vraag naar het doel of naar de zin van een verschijnsel die onder de vorm van een vraag naar een verschil gesteld kan worden, is een wetenschappelijke vraag, ook al heeft ze de schijn van een teleologische vraag. En elke vraag naar het doel of naar de zin van iets, die niet in een vraag naar een verschil omgevormd kan worden, behoort niet tot de wetenschap. Vragen naar het verschil dat een verschijnsel veroorzaakt, leidt onmiddellijk naar een experiment. Een vraag die niet opgelost kan worden door een denkbaar experiment is geen zaak van de wetenschap.
Zo moet de interessante vraag over de geslachtelijke vereniging en de bevruchting als volgt geformuleerd worden: "Welk verschil is er als de voortplanting wel ofwel niet zou optreden?" Dat is een vraag die leidt naar observatie en experiment. Ze is van dezelfde orde als de volgende vraag: "Welke verschil is er als dieren zich voeden en als ze zich niet voeden?"
 
Herbert Spencer Jennings (1868-1947).
Amerikaans hoogleraar biologie.
 
Goed wetenschappelijk onderricht zal gericht moeten zijn op:
 
a.     het kweken van belangstelling voor, het kunnen waarnemen van en het verwerven van inzicht in het natuurgebeuren;
b.     het verwerven van inzicht in de wijze waarop natuurwetenschappelijke kennis verworven werd;
c.     het kweken van begrip voor de wijze waarop de resultaten van de natuurwetenschappelijke denkmethode de maatschappij beïnvloeden.
 
S. Auër.
Nederlands leraar wetenschappen.
 
Alles wat men aan het kind leert, belet het kind om het uit te vinden of te ontdekken.
 
Jean Piaget (1896-1980).
Zwitsers psycholoog.
 
Al de bloemen van morgen zitten in het zaad van vandaag.
 
Anoniem.
 
Als jullie sperma zoeken dat Nobelprijswinnaars oplevert, moet je contact opnemen met mensen zoals mijn vader, een arme kleermaker die hier als immigrant binnenkwam. Wat heeft mijn sperma aan de wereld geschonken? Twee gitaarspelers!
 
George Wald (1906-1997).
Amerikaans biochemicus.
Nobelprijs geneeskunde 1967.
 
Ouders voelen jegens hun kinderen een dierlijke, irrationele liefde, die hen onophoudelijk verblindt voor wat het kind werkelijk is en doet. De beroepsonderwijzer, daarentegen, besteedt aandacht aan het kind, en dat is in educatieve zin, onvergelijkelijk veel meer, zelfs als er geen enkele liefde bij komt kijken. Ik herhaal: in educatieve zin. Want de ouderlijke liefde is in mijn ogen een even mysterieus raadsel als de rationele liefde van de onderwijzer.
 
Franz Kafka (1883-1924).
Duitstalig schrijver.
 
De mens wordt mens enkel en alleen door het onderwijs. Hij is niet meer dan wat het onderwijs van hem maakt. [...] Onderwijs is een kunst waarvan het uitoefenen vervolmaakt moet worden van de ene generatie op de andere. Elke generatie, eenmaal onderricht in de kennis van de voorafgaande generaties, is telkens beter toegerust om een onderwijs te creëren dat op juiste en evenredige wijze alle natuurlijke geneigdheden van de mens tot ontplooiing brengt en dat aldus de menselijke soort dichterbij haar bestemming voert. [...] Daarom is het onderwijs het grootste en lastigste vraagstuk dat de mens kan overpeinzen. Verlichting hangt inderdaad af van het onderwijs en het onderwijs van de Verlichting. [...] Ziehier het beginsel van de kunst van het onderwijzen dat met name mensen die curricula ontwerpen altijd voor ogen moet staan: men dient de opvoeding van kinderen niet alleen af te stemmen op de huidige gesteldheid van de menselijke soort, maar ook op haar mogelijk en betere toekomstige gesteldheid, dat wil zeggen, op de Idee van de Mensheid en op de algehele bestemming ervan. Dit beginsel is van groot belang. Doorgaans voeden ouders hun kinderen uitsluitend op met het oogmerk hen aan te passen aan de huidige wereld, hoe gecorrumpeerd ook. Zij zouden hun veeleer een betere opvoeding moeten geven, opdat er in de toekomst een betere leefwereld kan ontstaan.
 
Immanuel Kant (1724-1804).
Duits wijsgeer.
 
Eigenlijk zou voor het kind de school van het begin af het eerste gevecht moeten zijn die het zonder ons, alleen, moet leveren; van het begin af zou duidelijk moeten zijn dat dit zijn eigen strijd is, waarin wij niet meer dan incidentele en minimale hulp kunnen bieden. En als het kind aldus onrechtvaardigheden ondergaat of niet begrepen wordt, is het nodig, hem te doen begrijpen dat daar niets vreemds aan is, want in het leven moeten wij verwachten dat wij voortdurend niet begrepen worden, misverstaan worden, en slachtoffers van onrechtvaardigheid zullen zijn; het enige wat er toe doet, is geen onrechtvaardigheden begaan. Met onze kinderen delen wij hun successen en mislukkingen omdat wij erg veel van ze houden, maar net zo en in gelijke mate zullen zij, naarmate zij eenmaal wat ouder worden, onze successen en mislukkingen delen, onze vreugden en zorgen delen. Het is niet waar dat zij jegens ons de plicht hebben, hun best te doen op school en er het beste van hun talent voor aan te wenden. Aangezien wij hun in staat hebben gesteld naar school te gaan, is hun plicht jegens ons niet meer dan hun vorming te voltooien. Als zij het beste van hun talent niet aan school willen wijden, maar aan iets anders van hun belangstelling, zij het hun insectenverzameling of het bestuderen van de Turkse taal, is dat hun zaak en hebben wij niet het recht om het hun aan te rekenen, noch om ons in onze trots gekrenkt of gefrustreerd in onze verwachtingen te voelen.
 
Natalia Ginzburg (1916-1991).
Italiaanse schrijfster.
 
Voorop staat dat ik van alle werkende mensen de leraren - de schooljuffen, schoolmeesters, ja alle docenten - beschouw als de meest noodzakelijke, de meest heldhaftige, de meest grootmoedige en de meest beschavende van allen die zich dagelijks inspannen om in de behoeften van een democratische samenleving te voorzien. Volgens mij is van de fundamentele maatstaven die je kunt hanteren om het democratische gehalte van een samenleving te meten, de allerbelangrijkste haar behandeling van en haar achting voor de onderwijssector. De tweede in de rij zou misschien het niveau van haar penitentiaire stelsel kunnen zijn, dat veel met het onderwijs te maken heeft, als een soort schaduwzijde ervan. De realiteit is echter anders. Naast de gewoonte om de school een belangrijke rol toe te kennen in het corrigeren van alle culturele kwalen en tekortkomingen, bestaat tegenwoordig - en ik geloof dat het verschijnsel zich overal in de westerse wereld voordoet - een houding van minachtende onderwaardering van de maatschappelijke functie die leraren en docenten vervullen. Zodra zaken als jeugdcriminaliteit, drugsverslaving, de neergang van het lezen, de toename van racisme ter sprake komen, dan wordt onmiddellijk - uiteraard niet helemaal zonder reden - gewezen naar het falen van de school. [...] Je zou toch juist verwachten dat degenen die dit vroegste en zo enorm belangrijke onderricht voor hun rekening nemen, gerespecteerd worden als waardevolle vakmensen. Je zou ook verwachten dat aan hun opleiding de grootste zorg wordt besteed, dat zij tot de best betaalden in de samenleving behoren, en dat zij in de media dikwijls aan het woord komen. Zoals wij weten, is dit niet het geval.
 
Fernando Savater (° 1947).
Spaans filosoof en onderwijsdeskundige.
 
Gynaecologie is een vak dat toegankelijk is voor doven. Er is toch niets dat men moet horen en men kan alles van de lippen aflezen.
 
Coluche (1914-1986).
Franse grapjas.
 
Het voordeel van intelligent te zijn is dat men de domme kan uithangen, terwijl het omgekeerde absoluut onmogelijk is.
 
Woody Allen (° 1935).
Amerikaans filmacteur.
 
Weten dat men weet wat men weet, en weten dat men niet weet wat men niet weet: ziedaar de ware wetenschap.
 
Confucius (551-479 v.C.).
Chinees wijsgeer.
 
 
Geef me een dozijn gezonde, welgeschapen kinderen en een door mijzelf ingerichte wereld om ze in groot te brengen, en ik garandeer dat ik er eentje willekeurig kan uitkiezen en die kan opleiden tot elk specialisme dat ik maar wil: tot dokter, advocaat, kunstenaar, koopman en zelfs tot bedelaar en dief, ongeacht zijn talenten, voorkeuren, neigingen en vermogens en ongeacht het ras van zijn voorouders.
 
John B. Watson (1878-1959).
Grondlegger van het behaviorisme.
 
Indien ik verder kan kijken dan de anderen, is het omdat ik op de schouders zit van een reus.
 
Isaac Newton (1642-1727).
Engels wis-en natuurkundige.
 
De geleerde weet dat hij niet weet.
 
Victor Hugo (1802-1885).
Frans dichter.
 
De eerste wet van laboratoriumwerk: heet glas ziet er precies hetzelfde uit als koud glas.
 
Anoniem.
 
Er bestaat een verband tussen het dalende geboortecijfer (in sommige Europese landen ligt het gemiddelde lager dan één kind per vruchtbare vrouw) en het feit dat steeds meer vrouwen hun eerste zwangerschap uitstellen tot op latere leeftijd. Sommige vrouwen die op jongere leeftijd niet klaar zijn voor het moederschap, hebben wellicht geen keuze. Voor vrouwen die wel de keuze hebben maar toch- bewust - kun kinderwens uitstellen, heeft de wetenschap een harde boodschap: niet de wens van de vrouw is bepalend, wel het statuut van het embryo. Het embryo spreekt altijd de waarheid. De beschikbare cijfers zijn onthutsend: bij vrouwen van 35 is ongeveer 40 procent van alle embryo's abnormaal, bij vrouwen van 40 is dat 60 percent, bij vrouwen van 44 zelfs 80 procent. Het al dan niet gebruiken van orale anticonceptie heeft daarop geen enkele invloed. De klok tikt ongenadig verder.
 
Paul Devroey
Hoogleraar reproductieve geneeskunde, VUB
 
Ons onderwijs lijdt steeds meer onder het gebrek aan gemotiveerde leraren: vervangingen van vervangingen van afwezige leerkrachten garanderen zeker geen continuïteit in kwaliteitsonderwijs. Creativiteit wordt onvoldoende gestimuleerd, ook na de middelbare school. Ik ben ervan overtuigd dat er gemiddeld evenveel talent aanwezig is in Vlaanderen als in de V. S., maar meestal ontbreken durf en ondernemingszin om dat voluit te ontplooien. Dat moet en kan veranderen. Zeker in wetenschappelijk onderzoek is creativiteit essentieel. Te vaak zie je studenten pas openbloeien wanneer je hen "verplicht" om creatief te zijn.
 
Peter Carmeliet.
Hoogleraar en adjunct-directeur Centrum voor
Transgene Technologie en Gentherapie.
 
Als de ellende van de armen niet door de natuurwetten wordt veroorzaakt, maar door onze instellingen, zijn we schuldig aan een zware zonde.
 
Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.
 
Het kost nu meer om een kind te amuseren, dan dat het eens kostte om zijn vader te onderwijzen.
 
Vaughan Monroe.
Amerikaans orkestleider.
 
 
Het lijkt ons zeer waarschijnlijk dat zowel de genen als de  omgeving  iets met  deze  kwestie [de tweedeling tussen erfelijkheid en milieu] te maken hebben. Maar in welke verhouding? Op dat punt belijden we uitdrukkelijk onze onwetendheid; voor zover we dat kunnen vaststellen, schiet het bewijsmateriaal nog te kort om hierover een uitspraak te doen.
 
Richard Herrnstein en Charles Murray,
hoogleraars sociobiologie in "The Bell Curve".
 
De omgeving is even belangrijk als de genen. Wat kinderen meemaken als ze opgroeien is net zo belangrijk als datgene waarmee ze geboren worden.
 
Judith Rich Harris,
psychologe in "The Nurture Assumption".
 
Zelfs als een gedragswijze erfelijk is, is het gedrag van een individu nog steeds een product van ontwikkeling en draagt de omgeving daar als een causale component toe bij. Het hedendaagse begrip van de manier waarop fenotypen geërfd worden door de replicatie van genetische en ecologische condities houdt in dat culturele tradities - gedrag dat kinderen overnemen van hun ouders - waarschijnlijk een essentiële rol spelen.
 
Randy Thornhill en Craig Palmer,
biologen in "A Natural History of Rape".
 
De mensheid heeft in de loop der tijd door de hand van de wetenschap driemaal een zware krenking ondergaan in zijn naïeve eigenliefde: de ontdekking dat onze wereld niet het centrum van het uitspansel vormt, maar slechts een stipje is in een onmetelijk heelal, de ontdekking dat we niet speciaal geschapen zijn, maar afstammen van dieren, en de ontdekking dat ons bewustzijn ons handelen vaak niet bestuurt, maar ons alleen over onze handelingen een verhaal vertelt.
 
Sigmund Freud (1856-1939).
Oostenrijks psychiater.
 
Aangezien wij in rechte lijn afstammen van de overlevenden van een eindeloze reeks van slachtpartijen, moeten we, hoe vredelievend we verder ook mogen zijn, nog steeds de duistere karaktertrekken met ons meedragen die onze voorouders hielpen om zoveel slachtingen te overleven door anderen te deren, maar zelf ongedeerd te blijven. En deze smeulende trekken kunnen op elk moment tot ontbranding komen.
 
William James (1842-1910).
Amerikaans filosoof en psycholoog.
 
Er was eens een jonge man die al vanin zijn jeugdjaren er prat op ging dat hij een groot schrijver wilde worden. Toen men hem vroeg te definiëren wat hij als een groot schrijver beschouwde, zei hij: "Ik wil teksten schrijven die de hele wereld zal lezen, zaken die de lezers echt emotioneel zullen opwinden, zinnen die hen zullen doen schreeuwen, roepen, schreien en jammeren in pijn en woede." Hij werkt nu voor Microsoft en schrijft foutmeldingen.
   
Anoniem.
Het is tegenwoordig bon ton om te zeggen dat rassen niet bestaan, maar zuiver sociale constructies zijn. Hoewel dit zeker van toepassing is op bureaucratische etiketten als "gekleurd", "Latino", "Aziatisch/Zuidzee-eilandbewoner" en op de regel "Eén druppel zwart bloed maakt je helemaal zwart", gaat deze uitspraak met betrekking tot algemene verschillen tussen mensen te ver. De biologisch-antropoloog Vincent Sarich wijst erop dat een ras niet meer is dan een heel grote en voor een deel door inteelt ontstane familie. Daarom kunnen sommige raciale onderscheidingen een mate van biologische realiteit bezitten, zelfs al geven ze geen nauwkeurige grenzen aan tussen vaste categorieën.
 
Steven Pinker.
Amerikaans hoogleraar psychologie.
 
Omdat een groot deel van de inhoud van het onderwijs cognitief gesproken niet natuurlijk is, kan de beheersing van die inhoud - in weerwil van de gewijde formule dat leren alleen maar leuk is - weleens moeizaam en onplezierig verlopen. Kinderen zijn misschien wel van geboorte gemotiveerd om vrienden te maken, status te verwerven, hun motorische vaardigheden te verfijnen en de fysieke wereld te verkennen, maar ze zijn niet noodzakelijkerwijze gemotiveerd om hun cognitieve vermogens aan te passen aan onnatuurlijke taken zoals de formele mathematica. Misschien is het nodig dat het gezin, de leeftijdgenoten en de cultuur een hoge status toekennen aan schoolprestaties om een kind het motief te geven om zich te blijven inspannen voor leerprestaties waarvan de beloningen pas op de lange termijn zichtbaar zullen worden.
 
David Geary.
Amerikaans ontwikkelingspsycholoog.
 
Het "moment" van de conceptie is in werkelijkheid een tijdsspanne van vierentwintig tot achtenveertig uur. En ook kan moeilijk worden volgehouden dat het product van de conceptie voorbestemd is om een baby te worden. Tussen tweederde en driekwart ervan implanteert zich nooit in de baarmoeder en wordt spontaan geaborteerd, soms omdat ze genetisch onvolmaakt zijn, soms zonder aanwijsbare reden.
 
Steven Pinker.
Hoogleraar psychologie.
 
Een rapport van de Europese Gemeenschap uit 2002 stelt vast dat genetisch gemodificeerde gewassen geen enkel nieuw risico opleveren voor de gezondheid van mensen of voor het milieu. Voor een bioloog is dit geen verrassing. Genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen zijn niet gevaarlijker dan "natuurlijk" voedsel omdat ze daarvan niet fundamenteel verschillen. Praktisch elk dier en elke plant die in een reformzaak wordt verkocht is al duizenden jaren lang "genetisch gemodificeerd" door selectieve kweekmethoden en door kruising.
 
Steven Pinker.
Hoogleraar psychologie.
 
Maak er een regel van om aan een kind nooit een boek te geven dat jezelf niet zou lezen.
 
George Bernard Shaw (1856-1950).
Aglo-Iers toneelschrijver en pamflettist.
 
 
De kinderen zijn veel drukker geworden: dat is een maatschappelijk gegeven. Er is meer afleiding, ze zijn gewend te zappen. Als ze dat in de klas zouden kunnen, was ik na een kwartier weg. Kinderen kunnen zich niet meer zolang concentreren. Als leerkracht moet je dus sneller overschakelen op iets anders.
 
Tjen Mampaey.
Vlaams onderwijzer.
 
Er is een optimale hoeveelheid vervuiling in de omgeving, net zoals er een optimale hoeveelheid vuil in je huis aanwezig is.
 
Robert Frank.
Amerikaans econoom.
 
We weten wat in onze samenleving de oorzaken zijn van geweld: armoede, discriminatie, het falen van ons onderwijssysteem. Het zijn niet de genen die in onze samenleving geweld veroorzaken. Het is ons sociale systeem.
 
Lyndon Johnson (1908-1973).
Amerikaans onderwijzer, staatsman en president.
 
We hebben behoefte aan beter onderwijs, betere voeding en een betere tussenkomst in slecht functionerende gezinnen en in het leven van mishandelde en misbruikte kinderen. Misschien moeten we zulke kinderen zelfs aan het gezag van hun incompetente ouders onttrekken. Maar zulke maatregelen zouden kostbaar zijn en in de samenleving op verzet stuiten.
 
Bettyann en Daniel Kevles.
Amerikaanse hoogleraars geschiedenis.
 
We moeten [begaafde] vrouwen niet de indruk geven dat ze minderwaardige mensen zijn, of minder waardevol voor onze beschaving, of lui of laaggeplaatst, als ze ervoor kiezen leerkracht te worden in plaats van wiskundige, journalist in plaats van natuurkundige, advocaat in plaats van ingenieur.
 
Judith Kleinfeld.
Amerikaans hoogleraar psychologie.
 
 
Ongeveer tienduizend jaar geleden begon de mens aan landbouw te doen en begon hij steeds  ingewikkelder werktuigen te ontwikkelen. Elektriciteit hebben we nog maar een goeie honderd jaar, het Internet is twintig jaar oud en genetische manipulatie bestaat amper een paar jaar. De ontwikkelingen volgen elkaar dus steeds sneller op, en er is geen enkele reden om aan te nemen dat er plots een einde komt aan die trend. Volgens mij staat ons nog een revolutionaire vooruitgang te wachten op het vlak van de biotechnologie, psychofarmaca - pillen die ingrijpen op ons gemoed en ons brein - en artificiële intelligentie: over een paar decennia kunnen we het menselijk brein aan een computer linken.
 
Nick Bostrom.
Brits filosoof.
 
 
De drie wetten van de gedragsgenetica zijn misschien wel de belangrijkste ontdekkingen in de geschiedenis van de psychologie. Maar toch hebben de meeste psychologen zich er nog niet mee ingelaten en worden ze door de meeste intellectuelen niet begrepen, ook al zijn ze in hoofdartikelen in de tijdschriften uiteengezet. [...]
 
Hier zijn de drie wetten:
 
-    De Eerste Wet: Alle menselijke gedragskenmerken zijn erfelijk.
-      De Tweede Wet: Het effect van in hetzelfde gezin te worden grootgebracht is kleiner dan het effect van de genen.
-      De Derde Wet: Een substantieel deel van de variatie in complexe menselijke gedragskenmerken wordt niet verklaard door de effecten van genen of gezinnen.
[...]
Een handige samenvatting van de drie wetten is: genen 50 procent, gemeenschappelijke omgeving: 0 procent, unieke omgeving 50 procent (of als je vriendelijk wilt zijn: genen 40 tot 50 procent, gemeenschappelijke omgeving 0 tot 10 procent, unieke omgeving 50 procent). Een eenvoudige manier om te onthouden wat we proberen uit te leggen is: identieke tweelingen zijn voor 50 procent aan elkaar gelijk, of ze nu samen worden grootgebracht of niet.
 
Steven Pinker.
Amerikaans hoogleraar psychologie.
 
De Eerste Wet [Alle menselijke gedragskenmerken zijn erfelijk] bezorgt zware hoofdpijn bij radicale wetenschappers, die zonder succes geprobeerd hebben hem te ontzenuwen. In 1974 schreef Leon Kamin dat er [...] geen gegevens [bestaan] die een weldenkend mens ertoe zouden brengen de hypothese te aanvaarden dat scores op IQ-toetsen in enige mate erfelijk zijn..., een conclusie die hij met R. C. Lewontin en S. Rose een tiental jaren later nog eens herhaalde. In de jaren zeventig werd het al moeilijk om deze redenering vol te houden, in de jaren tachtig kreeg ze het karakter van een wanhoopsdaad en op dit moment [2002] is ze een historische curiositeit geworden.
 
Steven Pinker.
Amerikaans hoogleraar psychologie.
 
Zo is er dus in het onderzoek naar gezinsomgevingen niets te vinden dat tegenspraak oplevert met de Tweede Wet van de gedragsgenetici, die stelt dat het opgroeien in een bepaald gezin weinig of geen systematisch effect heeft op iemands intellect en persoonlijkheid. Hierdoor blijven we zitten met een verbijsterend raadsel. Nee, het zit niet allemaal in de genen; ongeveer de helft van de variatie qua persoonlijkheid, intelligentie en gedrag komt uit iets in de omgeving. Maar wat dat ook mag zijn, het kan in ieder geval niet iets zijn wat kinderen die in hetzelfde gezin en met dezelfde ouders opgroeien gemeen hebben.
 
Steven Pinker.
Amerikaans hoogleraar psychologie.
 
Veel onderwijs is hedentendage monumentaal ineffectief. Al te dikwijls geven we het jonge volkje afgesneden bloemen, terwijl we hen zouden moeten leren hoe ze eigen planten moeten kweken. 
 
John W. Gardner (° 1912).
Amerikaans staatsman.
Een gemiddelde stofzuigerzak bevat 500 insecten, 365 miljard bacteriën, 2,6 miljard schimmels en 66.000 huisstofmijten.
 
Mark Traa.
Nederlands wetenschapsjournalist.
 
Terwijl we nu praten, ademen we elkaar letterlijk in. Elke een tot twee dagen vervellen we helemaal. Bij elke beweging dwarrelt een wolk van mezelf door het huis. Ontstoffen haalt maar weinig uit. Vanuit esthetisch oogpunt lijkt het huis schoner, maar hygiënisch is er niets veranderd. Vijf minuten nadat ik deze eettafel heb afgeveegd, ligt hij alweer bedekt met onze resten. [...] Alle materie in huis geeft stof af. Alles wat we aanraken, verkruimelt. Telkens als ik met mijn vinger over tafel wrijf, komt er een wolk microscopisch hout los.
 
Mark Traa.
Nederlands wetenschapsjournalist.
 
A-Z-vitaminesupplementen, visoliecapsules en probiotica zijn om drie redenen goede algemene supplementen. De mensen eten niet altijd evenwichtig en het voedsel dat ze eten heeft niet altijd de voedingswaarde die zij denken.Ten tweede berooft onze manier van leven ons soms van bepaalde voedingsstoffen. Ten derde hebben we allemaal een uniek genetisch profiel, wat betekent dat de ene mens de voedingsstoffen efficiënter opneemt dan de andere. En dat betekent dat je supplementen als een goede verzekeringspolis kunt beschouwen.
 
Suzanne Olivier.
Voedingsdeskundige en gezondheidsjournaliste.
 
Men moed de moed hebben om kinderen op te geven; hun wijsheid is niet de onze.
 
Jacques Chardonne (1884-1968).
Frans schrijver.
 
Als er aan de opvoeding van een mens een eind is gekomen, is er aan hem een eind gekomen.
 
Edward Filene (1860-1937).
Amerikaans zakenman.
 
Lees de beste boeken eerst, want het zou kunnen gebeuren dat je gewoonweg het geluk niet meer hebt om ze te lezen.
 
Henry Thoreau (1817-1862).
Amerikaans schrijver.
 
Moeders hebben hun kinderen meer lief dan vaders, omdat ze zekerder zijn dat het de hunne zijn.
 
Aristoteles (384-322 v.C.).
Grieks wijsgeer.
 
De wortels in de aarde vragen geen beloning omdat ze de takken vruchtbaar gemaakt hebben.
 
Rabindranath Tagore (1861-1941).
Bengaals dichter en wijsgeer.