KERNACHTIGE UITSPRAKEN - REEKS VII

Voedsel is iets irrationeels geworden. We weten tegenwoordig beter dan ooit wat goed voor ons is en wat niet en toch worden onze diëten steeds ongezonder. Het nadeel van de ongezonde voeding is dat je de negatieve effecten pas op lange termijn voelt. Een kind haalt zijn schouders op bij het woord gezond. Hij heeft voorlopig geen last van dat beetje te veel vet, dat teveel aan suiker en dat tekort aan vitaminen en mineralen. De echte gezondheidsproblemen ontwikkelen zich later, tenzij het kind zich extreem overeet. Maar dat is slechts een minderheid. Dat de meerderheid van de kinderen steeds ongezonder eet, vergeet men te vaak. Het bewijs is er: het onderzoek ernaar is in België onbestaand.
 
Stefan De Henauw.
Maatschappelijke gezondheidskunde Universiteit Gent.

 

Goed voor hart en bloedvaten, omdat het gunstige vetzuren bevat, is al wat rent (wild dus), vliegt( gevogelte) en zwemt(vis).

 
Anoniem.
 

Wie rap leeft, leeft niet lang.

Stijn Streuvels (1871-1969).
Vlaams auteur.

 

Met de vooruitgang in de geneeskunde hebben we infectieziekten bestreden, maar meteen ook de ideale biotoop gecreëerd voor de verspreiding ervan. Een exponentieel stijgende bevolking, waarvan een groot deel de wereld afreist en/of in heel hoge densiteit samenleeft, is de gedroomde habitat voor de doorsnee bacterie, schimmel, prion, parasiet of virus. De strijd tegen het aidsvirus is een eindeloze wedloop die we voorlopig niet blijken te kunnen winnen: de ziekte blijft ongeneeslijk, en de effecten van deze 'slow killer' laten zich voelen op wereldschaal.

 
Kris Thienpont.
Bioantropoloog Universiteit Gent,
in 'Knack'.

 

Een vagina is als een regenwoud, dat zichzelf in balans houdt. Crèmes en spoelingen hoeven echt niet.
 
Goedele Liekens.
Vlaamse seksuologe.

 

Het project houdt de transplantatie in van het hoofd van een veelzijdig verlamde patiënt, wiens lichaam na een jarenlang bestaan in bed of rolstoel, zonder enige lichaamsactiviteit en mobiliteit, overal doorligplekken vertoont en met de dag verder achteruit gaat. Als dat lichaam, waarvan het lijden niet kan worden verlicht, niet wordt verpleegd en verzorgd, loopt de patiënt het gevaar te sterven terwijl al zijn intellectuele, geestelijke en morele vermogens intact zijn. Het voorstel van Robert J. White
[verrichtte succesvol kop-lichaamtransplantaties bij bavianen]: scheid het hoofd van het lichaam van een klinisch dode donor, begraaf dat hoofd waarin de hersenen in het geheel niet meer functioneren en zet op de nieuwe drager (het ontvangende lichaam) het hoofd (nomadisch lichaamsdeel) van de verlamde, die zo wordt verlost van een lichaam dat nutteloos is geworden en de rest van het individu niet kan schaden...
[...]
Enige bezwaar, een zwaarwegend: verlamming, want men beschikt nog niet over de mogelijkheden de neuronen weer met elkaar te verbinden en de zenuwbrug te herstellen tussen de van elkaar gescheiden materies – tussen het merg dat vanaf de tweede halswervel naar beneden loopt en vanaf het heiligbeen naar boven... Voor de tetraplegiepatiënt is het probleem niet ernstig, want hij komt in dezelfde toestand te verkeren als voorheen; het is natuurlijk wel belangrijk voor een individu dat wel mobiel is; zijn mobiliteit wordt hem door de ingreep onherroepelijk ontnomen. We kunnen ons voorstellen dat het op middellange termijn door transgenese mogelijk zal zijn de zenuwweefsels te herstellen en dat de transplantatie van een hoofd op een lichaam kan worden uitgevoerd zonder dat die ernstige schade wordt aangericht... Er zijn al bemoedigende tekens die in die richting wijzen.
 
Michel Onfray (° 1959).
Franse filosoof,
in 'Het lichaam, het leven en het lijden' (Lemniscaat, 2004).

 

Om de vijf seconden sterft een kind van honger.

Honger en ondervoeding eisen 25.000 levens per dag en 10 miljoen per jaar.
Om de vier uur wordt iemand blind door een gebrek aan vitamine A.
Wereldwijd gaan elke avond 842 miljoen mensen met honger naar bed.
 
Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties.
 

Kwantitatieve ondervoeding betekent dat je minder dan 1.720 kcal per dag opneemt. Als die toestand aanhoudt, raakt een mens chronisch ondervoed en wordt een normaal actief leven onmogelijk. Zo'n chronische ondervoeding komt nog massaal voor, vooral in Zuid-Azië en Afrika.
 
Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties.
 

[
Over nieuwe transparanten voor het biologieonderwijs] Dit is eindelijk weer iets nieuws – niet ouderwets als cd-i of cd-rom, zoals wij in Amerika zouden zeggen. Dit is prachtig en zo praktisch.
 
Dolores Culkin.
Export-manager Nystrom WorldDidac, Basel.

 

De eerste kwaal van het leren bestaat erin als de mens woorden en niet de materie bestudeert.
 
Francis Bacon (1561-1626).
Engels staatsman en geleerde.

 
Voorzien van talent en de vaste wil om te leren, had Charles Darwin maar in het veld te gaan, te observeren, te denken en opnieuw te observeren. Er is inderdaad geen andere weg om wetenschap te leren. Men moet speculeren, hypotheses opstellen en voorspellingen maken. Het belangrijkste is dat het pijnlijke proces van het ontdekken van de redenen van de onvermijdelijke fouten en mislukkingen. Want alleen door vast te stellen dat een voorspelling verkeerd is en door dan de basispremissen en de redeneringen te onderzoeken, is het mogelijk om de techniek te beheersen van het stellen van zinvolle vragen aan de natuur. Een leraar of een leerboek kan een grote hulp betekenen, maar met uitzondering van het verzamelen van feiten (en in dit stadium is een methode veel belangrijker), kan leren niet een passieve bezigheid zijn. Het was dit actieve proces van het testen van theoretische ideeën in verband met concrete ervaringen die van Darwin een wetenschapper maakten. Een leraar was niet noodzakelijk, en het was een onderwijs van de hoogste rang.
 
Michael T. Ghiselin.
Amerikaans hoogleraar dierkunde,
In 'The Triumph of the Darwinian Method' (1969)
.
 

Om biologie te begrijpen moet men Darwin lezen.
[...] Of men het graag heeft of niet, maar de twintigste eeuw is de eeuw van Darwin.
 
Michael T. Ghiselin.
Amerikaans hoogleraar dierkunde,
in 'The Triumph of the Darwinian Method' (1969).

 

Luguber zal de morgen zijn als we zullen ontwaken en de luipaarden er niet meer zijn, of als de zwermen mussen niet meer zullen kwetteren in de platanen, of als de eenzame kater niet meer zal terugkeren van zijn nachtelijke avonturen, of als de roodborstjes niet meer hun uitdagende kreten zullen uitstoten in de richting van de struiken naast het grasperk, of als er geen leeuweriken meer in de lucht en geen konijnen meer in het struikgewas zullen zijn, of als de valken zullen ophouden met rondjes te vliegen, of als de rotsen de kreten van de meeuwen niet meer zullen weerkaatsen, of als de verscheidenheid van de soorten het ochtendgloren niet meer zal kleuren en als ook de verscheidenheid van de mensen zal verdwenen zijn. Als dat de ochtend is die ons wacht, laat me dan om godswil sterven in mijn slaap!
 
Robert Ardrey (1908-1980).
Amerikaans antropoloog.

 

Van wetenschappen ligt de gewone man duidelijk niet wakker. Dat verbaast me niet echt en het lijkt me ook wel een tijdloos fenomeen. Verontrustender vind ik de relatief onverschillige houding van de jongeren. Dat zal wel wat aan de tijdsgeest liggen, maar er is meer aan de hand. Volgens mij situeert een deel van het probleem zich in het secundair onderwijs. Ik denk niet dat wetenschappen daar gepresenteerd worden als wat ze in wezen zijn: een uitdaging voor de geest. Interesse komt niet vanzelf. Je moet de nieuwsgierigheid prikkelen door jongeren zelf fenomenen te laten ontdekken, en hen dan uitdagen die te verklaren. Nu werkt men veel te vaak met voorgekauwde materie en beantwoordt men vragen die nooit gesteld werden. Tja, als je de jeugd enkele oppervlakkige informatie geeft, moet je niet verbaasd zijn dat ze ook oppervlakkig opgroeit.
 
Alain Verschoren.
Wiskundige, voorzitter van de Universiteit Antwerpen,
in 'Knack'.

 

Een vlinder die zijn vleugels uitslaat in Europa, kan een orkaan veroorzaken in de Verenigde Staten.
 
Anoniem.
 

De ecologische voetdruk van de Belg is 4,9. Dat wil zeggen dat wij 4,9 hectare aardoppervlakte nodig hebben om onze levenswijze mogelijk te maken: om te wonen, te eten, ons te kleden... Probleem is dat er op aarde maar 1,8 hectare per wereldburger beschikbaar is. Met andere woorden: als iedereen zou leven als de Belgen, hebben we drie wereldbollen nodig om aan de behoeften te voldoen.
 
Sabien Leemans.
Wereldnatuurfonds (WWF)
.
 

Tussen 1970 en 2000 namen de populaties van de gewervelde dieren die op het land en in zee leven met dertig procent af. Voor zoetwatersoorten is de situatie nog ernstiger: zij kennen een terugval van vijftig procent. Het Wereldnatuurfonds WWF gelooft dat dit een rechtstreeks gevolg is van de stijgende menselijke vraag naar voedsel, vezels, energie en water.
 
Wereldnatuurfonds (WWF).
 

De mens zal de zee moeten gebruiken. Hij heeft geen andere keuze. De wereldbevolking neemt met zo'n hoog ritme toe dat morgen de opbrengst van de akkers onvoldoende zal zijn. Vlees, groenten, mineralen, meststoffen, leem, aardolie, antibiotica zullen in overvloed door de zee geleverd worden.
 
Jacques-Yves Cousteau (1910-1997).
Oceanograaf.

 
[Schattingen van het aantal genen van de mens: van 100.000 over 30 tot 40.000, nu naar 20 tot 25.000 ] Niet hun aantal telt, wel hoe de natuur ze gebruikt. Elk gen van de mens is alsof het een Zwitsers mes is, met de vele mogelijkheden afhankelijk van hoe het gebruikt wordt.
 
Geneticus in het blad 'Nature' (2004).
 
 
In het westerse denken is er weinig verschil tussen een voorwerp als de microfoon waarin ik nu praat en een paard. Het zijn allebei instrumenten die je naar believen kunt gebruiken en daarna vernietigen. Dat het in het ene geval om een levend wezen gaat en in het andere geval niet, maakt in het westen geen verschil. Voor een boeddhist wel.
 
Laszlo Zsolnai.
Hongaars hoogleraar economie.
 

De verworvenheden van de wetenschap blijven hypothesen die, ook al zijn ze zorgvuldig getest, toch niet als dusdanig definitief vastliggen: men kan niet aantonen dat ze waar zijn. Zeker, dat zijn ze misschien wel. Maar zelfs al zijn ze niet waar, toch blijven het schitterende gissingen die de weg openen naar betere verklaringen.
 
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.

 

Uit de aard zelve ontdekt elk organisme problemen en lost ze op. Maar een werkwijze om problemen op te lossen houdt evaluaties in en dus waarden. Het is maar met het leven dat de problemen en de waarden zich voordoen. En wat mij betreft, denk ik niet dat computers op een bepaalde dag nieuwe belangrijke problemen of nieuwe waarden zullen uitvinden. De eerste van die waarden, namelijk de zelfkritische houding, verscheen met de objectieve verwezenlijkingen van de levenden, zoals de spinnenwebben, de vogelnesten, de dammen van de bevers: producten die hersteld en verbeterd kunnen worden. Met het verschijnen van deze attitude, is men getuige van iets dat nog belangrijker is, namelijk de kritische benadering, een aanpak die in dienst van de objectieve waarheid het wapen van de kritiek gebruikt.
 
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.

 
[Volgens Léone Bourdel bestaat bij de mens een correlatie tussen het temperament en zijn bloedgroep.]
De 'Harmonische' bezit bloedgroep A en wordt aangetrokken door wat het meest op het plan van het zijn ligt. Onze observaties hebben uitgewezen dat, statistisch gezien, personen met bloedgroep A, net zoals kinderen, meer dan anderen aangetrokken worden door objecten, dan door ideeën, enkel dan door de actie en in de laatste plaats door personen, omdat die te veel problemen vertonen op het gebied van de aanpassing.
De 'Melodische' met bloedgroep O daarentegen wordt aangetrokken door alles wat hem de gelegenheid biedt om interacties met anderen te vermenigvuldigen, d.w.z. om hun aanpassingsvermogen te ontplooien ten opzichte van personen en vervolgens van ideeën. Objecten die al te onbeweeglijk en aan elkaar gelijk zijn, trekken hem alleen in de laatste plaats aan, en alleen als ze nieuw zijn en eerder een motief bieden om ermee om te gaan.
De 'Ritmische' met bloedgroep B interesseert zich voor ideeën, die voor hem een bron van fysische of mentale activiteiten zijn, en voor de eigenlijke actie, de beweging. Personen en objecten zijn voor hem bijkomstig en blijven ondergeschikt aan de actie of aan het domein van de ideeën.

De 'Complexe' met bloedgroep AB wordt door alles tezelfdertijd aangetrokken: ideeën, acties, objecten en personen, zonder dat een of andere categorie de overhand heeft. Zijn voorkeuren zijn intens en veelvormig en duwen hem in alle richtingen.
 
Léone Bourdel (1907-1966).
Frans hoogleraar psychologie,
in 'Les Tempéraments psychobiologiques' (1961).

 

Tot 1945 had ik op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek de volgende conventionele ideeën. Eerst zijn hypothesen het resultaat van een zorgvuldige en methodische verzameling van experimentele gegevens. Het gaat hier dus over de inductieve benadering van de wetenschappen volgens de ideeën van Francis Bacon en John Mill. Het merendeel van de wetenschappers en filosofen geloven nog altijd dat dit de ware wetenschappelijke methode is. Dan, ten tweede, worden de kwaliteiten van een wetenschapsbeoefenaar geëvalueerd op basis van de geloofwaardigheid van de hypothesen die hij ontwikkeld heeft. Die geloofwaardigheid neemt dan vervolgens toe door de inbreng van nieuwe gegevens en die dienen dan, althans dat hoopt men toch, als stevige en zekere grondslagen voor nieuwe theoretische ontwikkelingen. Een wetenschapper verkiest te spreken over zijn experimentele gegevens en beschouwt hypothesen als eenvoudige raamwerken. Uiteindelijk – en dat is het belangrijkste punt – is het dan zeer betreurenswaardig en een teken van een mislukking als een wetenschapper zich inzet voor een hypothese die door nieuwe gegevens gefalsificeerd of verworpen wordt, met als gevolg dat men ten slotte de hypothese volledig moet verlaten. Dat was nu mijn probleem. Ik had heel lang een hypothese verdedigd vooraleer ik begreep dat ze naar alle
waarschijnlijkheid verworpen moest worden, wat me enorm deprimeerde. Inderdaad, ik was betrokken in een discussie in verband met de synaps, de verbinding tussen zenuwcellen. In die tijd dacht ik dat de synaptische overdracht tussen zenuwcellen voor het grootste deel van elektrische aard was. Ik erkende wel het bestaan van een chemische component, maar die was heel langzaam en ik was ervan overtuigd dat de snelle overdracht in de synapsen via elektrische weg gebeurt. Het is dan dat Karl Popper me leerde dat er, vanuit wetenschappelijk standpunt, niets vernederends is van te erkennen dat de hypothesen die men gevormd heeft vals zijn. Het was het mooiste nieuws dat ik sinds lange tijd gehoord had. Popper heeft me dan ervan overtuigd om hypothesen te vormen over de aanvurende en de afremmende elektrische overdracht bij synapsen. Deze hypothesen moeten dan voldoende precies en streng geformuleerd worden zodat ze konden leiden tot het verwerpen ervan. Tegenwoordig kan ik me vergenoegen in de falsificatie van een theorie die mijn voorliefde had, want een falsificatie van die aard is een wetenschappelijk succes.
 
John Carew Eccles (1903-1997).
Australisch fysioloog. Nobelprijs geneeskunde 1963.

 

Het is betreurenswaardig dat het merendeel van de onderzoekers van de hersenen nog altijd in hun onderzoek de inductieve methode toepassen. Ze denken dat wetenschap erin bestaat om observeerbare feiten te verzamelen die dan tot een wetenschappelijke waarheid leiden. De literatuur gewijd aan de hersenen is revelerend op dat punt en bestaat uit een ontzaglijk grote verzameling van feiten waarvan niemand in het licht van wetenschappelijke hypothesen de zin vraagt. Karl Popper heeft in 'The logic of Scientific Discovery' (1958) aangetoond dat de inductie als wetenschappelijk methode weinig waardevol is. De vooruitgang van de wetenschap komt ideaal tot stand door de redenering met hypothesen en deductie. Deze zogenaamde hypothetisch-deductieve methode bestaat erin een hypothese over een situatie te formuleren en om die dan te testen met terzake doende feiten en om ze te evalueren op haar mogelijkheid om verklaringen te geven.

John Carew Eccles (1903-1997).
Australisch fysioloog. Nobelprijs geneeskunde 1963.

 
In de breedte van een mensenhaar is plaats genoeg voor een miljoen atomen naast elkaar.
De lever wordt warm van al dat verteerwerk. Die warmte dient om je bloed op te warmen.
Ons maagzuur is sterk genoeg om een stuk metaal aan te vreten.
 
Wetenschapskrant september 2004.
 

Die irrationele, onbeargumenteerde terughoudendheid tegenover genetica is iets typisch Europees. Van mij krijgt iedereen het recht op wantrouwen, maar het moet wel redelijk blijven. De emotie regeert, en daar kun je als wetenschapper maar moeilijk tegen vechten. Als men gewoon eens even naar de bewijzen zou kijken en eens eerlijk nadenkt... Wereldwijd hebben miljoenen mensen al genetisch gewijzigde producten gegeten en niemand is daar ziek van geworden. Nog nooit is er één enkel reëel gevaar vastgesteld. En toch hoor je om de haverklap dat de moderne genetica een wetenschappelijk doos van Pandora is.
[ ... ] Dat jongeren zelfs nog sceptischer blijken tegenover genetica dan oudere mensen, is des te erger, maar tegelijk ook niet verrassend. De jeugd doet haar kennis overwegend op school op en daar zeggen de meeste biologieleraren steevast dat genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) de ondergang van onze planeet betekenen. Ik heb er het raden naar met welke argumenten ze dat menen te kunnen onderbouwen. [ ... ] Het wantrouwen jegens de genetica ligt ongetwijfeld voor een groot deel aan de wetenschappers zelf. Zij hebben de mensen nooit moeten vertellen waarmee ze bezig zijn. Nu is het hoog tijd dat we dat wel doen, zodat de man in de straat weet dat ook wij respect hebben voor de mens als wezen en dat ook wij ethische grenzen hebben. Mensen klonen is op dit moment bijvoorbeeld onethisch omdat er te veel fout kan en zal gaan.
 
Marc Van Montagu.
Hoogleraar genetica Universiteit Gent, in 'Knack' (27.10.04).

 
De rol van de leerkracht is heel belangrijk. Hij moet niet alleen kennis overdragen. Tegenover zijn klas moet hij zich als een vader – of een moeder – opstellen. De leerkracht is niet alleen een opleider maar ook een begeleider. Dat moet misschien beter aangeleerd worden in de lerarenopleiding. Zo is het belangrijk dat een leerkracht naar een leerling toestapt wanneer die tijdens de speeltijd alleen staat. Ik begrijp dat dit niet iedereen gegeven is. Maar als de helft van de leerkrachten het doet, is dat al goed.
 
Piet Casier.
Adviseur Centra voor Leerlingenbegeleiding, in 'De Standaard'.


 
Er groeien ruim 80.000 plantensoorten op onze aarde, maar daarvan consumeert de mens er maar 150. In het Westen behoren zelfs maar 30 planten tot het gangbare voedsel. Daardoor worden honderden interessante groentesoorten in het hoekje geduwd. [ Jac Nijskens probeert talloze historische en smaakvolle gewassen van de ondergang te redden, bijvoorbeeld het Katwijks worteltje, de kardoen (verwant aan de artisjok), de kliswortel (een soort schorseneer), Victoriaans moes (savooiekool) en Limburgse gele peren.]
 
Jac Nijskens.
Nederlandse oprichter van het
Nederlands Genootschap der Vergeten Groenten.

 

[
Heeft u het moeilijk met de gedachte dat kamerplanten in de slaapkamer 's nachts een ietsepietsie meeademen en zo met de levensnoodzakelijke zuurstof aan de haal gaan? ] We hebben zo op het eerste gezicht geen problemen met een partner als medeslaper. Die verbruikt nochtans, net als wijzelf, meer dan het duizendvoud van een plant. Een gedachte om eens goed over te slapen.
 
Geert Potters.
Plantenfysioloog Universiteit Antwerpen.

 
Als ik kunstenaar was, zou ik wel eens een zaal in een museum willen inrichten. In het midden van de ruimte zou ik een baby in een box neerzetten. Daaromheen: 7.000 broden, 1.300 kilo vlees, 10.000 appels, 3.500 repen chocolade, 500 kilo drop, 1.500 gebakjes, 8.000 liter melk, 6.500 liter koffie, 10.000 liter thee, 8.000 liter bier – alles wat die baby in zijn leven nog naar binnen gaat werken. Dus voeg in gedachten nog maar vele duizenden kilo's pasta, rijst, aardappelen, vis, groenten, ijs, pepermunt, koekjes, (pinda)kaas, hagelslag, jam en tienduizenden liters wijn, frisdrank en sap aan de expositie toe.
 
Ruud Hollander.
Hoofdredacteur 'Psychologie Magazine' (11.2004).

 

Sinds 1 september 2004 zijn in Frankrijk op middelbare scholen de snoep- en frisdrankautomaten verboden. Dat helpt, want als het lekkers er niet is, kom je ook niet in de verleiding.
 
Denise de Ridder.
Hoogleraar gezondheidspsychologie.

 

Het lijkt erop dat leraar en lerarenambt slecht gekende begrippen zijn. De vakbonden leggen uiteraard en terecht de klemtoon op de leraar als werknemer. Daarmee duiden ze zijn status aan. Zijn functie die velerlei is, geven ze evenwel zelden of niet aan.

Leraren werken immers niet, ze zijn bedrijvig. Ze nemen een taak op zich die voor en na de lesuren niet loslaat. Altijd zijn ze bezig, omdat de grote verscheidenheid van de leerlingen steeds weer tot nieuwe communicatie en interactie en uitbreiding van de zorgbreedte leidt. Dat vergt mensenkennis, vooral luisterbereidheid, empathie en inzicht in de groei, ontwikkeling en levensomstandigheden van de jongere. De antennes van de leraar in spe moeten daarom tijdens de lerarenopleiding afgestemd worden op de psyche van de leerling. De aspirant moet niet alleen opgeleid worden als vakdeskundige of vakspecialist, hij moet zich ook kunnen ontplooien tot pedagogisch begeleider en zelfs tot opvoeder in spe. Daarom moet hij zich reeds in de initiële lerarenopleiding door modularisering kunnen voorbereiden op het (samen)werken met specifieke doelgroepen. Dat mag niet alleen een zaak van nascholing zijn. Hij moet in de lerarenopleiding de passende omgeving vinden om zich aldus te vormen. De lerarenopleiding moet hem in staat stellen – zonder daarbij grote woorden te gebruiken – een deontologische houding aan te nemen die de jongere opvangt, beschermt en tegelijk stimuleert om voortgang te maken in een hernieuwd als zinvol begrepen oriëntatie.
 
Ludo Frateur.
Hoofdredacteur van 'VVL-Ideeën',
tijdschrift van de 'Vereniging Vlaamse Leerkrachten'.

 

Hoe mooi onze plannen, structuren en middelen ook zijn, onderwijs staat of valt met de kwaliteit en de motivatie van de leerkrachten. We moeten leerkrachten ontlasten van allerhande zaken die niets met hun opdracht te maken hebben.
 
Ludo Sannen.
Gewezen leraar; Vlaams parlementslid.

 

Ach, wat is het leven: geboren worden, geknecht worden in een pedagogische broeikast, vrijen, trouwen, kinderen krijgen, rijk of arm worden en altijd braaf zijn.

 
Gerard Walschap (1898-1989).
Vlaams auteur.

 

Hoe groter je bent, hoe groter de kans op borst-, prostaat- en darmkanker, leukemie en een lymfoedeem. Maar als je klein bent, is het risico op hart- en vaatziekten of een beroerte veel groter.
 
David Gunnell.
Hoogleraar epidemiologie Universiteit van Bristol.

 

Wetenschap is feilbaar, omdat ze 'des mensen' is.
 
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.

 

Vraag:
Als ecologisch ongunstige economische ontwikkelingen mensen uit de armoede kunnen halen, wat heeft dan de prioriteit? Antwoord: Er moet helemaal niet gekozen te worden. Je kunt mensen niet redden door het milieu te vernietigen. Want als je het milieu vernietigt, ga je dood. Dat zegt het boeddhisme: wie de natuur beschadigt, beschadigt zichzelf. Niet alleen metaforisch, maar heel letterlijk.
 
Laszlo Zsolnia.
Hongaars hoogleraar economie in'Knack' (2004).

 

Het ontbreekt de beschouwing der natuur aan een leidende gedachte, en het ontbreekt de filosofische bespiegeling aan ervaring.

 
Francis Bacon (1561-1626).
Engels staatsman en geleerde.

 

Een bewijs dat op ervaring berust, verdient de voorkeur boven een bewijs dat op redenering gegrond is.

 
Otto von Guericke (1602-1686).
Duits natuurkundige.



Genie is vlijt.

 
Wolfgang Johann Goethe (1749-1832).
Duits schrijver en natuuronderzoeker.

 

Niet alleen in de werkhuizen is gebrek aan lucht en licht, dat is ook zoo in de scholen, gewoonlijk slecht verlicht en nog slechter verlucht; de kinderen zijn er opgepropt de eene tegen de andere; en die gebreken zijn nog vermeerderd sedert de onderwijzer de vrijheid van onderwijs naar zijn zienswijze en volgens zijn persoonlijk belang uitlegt en zijn leerlingen in een kot bijeen steekt of in een armtierige hut, die dienst moet doen en voor woning voor zijn gezin, en voor herberg en voor schoollokaal.

 
Geneeskundige commissie van Lier (1840).

 
[ Over de vervuiling van de zeeën.] De Middellandse Zee is een toilet dat nooit doorgetrokken wordt.
 
Jane Hightower.
Amerikaanse interniste,
Onderzoekster van de invloed van kwik op de gezondheid.


Naar mijn mening is er maar één weg die leidt naar de wetenschappen – en overigens ook naar de filosofie: een probleem ontmoeten, gegrepen worden door de schoonheid ervan en er verliefd op worden. Dan trouw je met dat probleem en leef je er gelukkig mee, 'tot de dood ons scheidt'. Ten ware je ondertussen een ander probleem hebt ontmoet, dat nog verleidelijker is, of dat je, wie weet, een oplossing hebt gevonden voor het eerste probleem. Maar veronderstel eens dat je een probleem hebt opgelost, dan is het heel goed mogelijk dat je tot je grote vreugde een hele familie van dochterproblemen ontdekt, bekoorlijk, maar toch een beetje moeilijk. En het is dan dank zij die nakomelingen van het probleem dat je je nuttig kunt bezighouden tot het einde van je dagen.
 
Karl Popper (1902-1994).
Wetenschapsfilosoof.

 
 
Ik herinner me dat toen ik zwanger was ik geheel geschokt was vanwege het feit dat mijn lichaam een baby kon maken, een volledig apart ander mens, zonder dat ik hiertoe bewuste instructies gaf. Hoe wist mijn lijf wat het moest doen? Het blijkt dat cellen voortdurend met elkaar communiceren, elkaar chemische prikkels sturen die een stortvloed van gebeurtenissen in gang zetten, om na verloop van tijd te resulteren in bepaalde menselijke delen en uiteindelijk het complexe geheel van een mens. Het menselijk hart wordt gevormd doordat één enkele cel een andere cel een prikkel geeft, waarna die cel een volgende cel een duwtje geeft, en zo verschijnen er een hand, een tong en beenderen: aanvankelijk fijne witte draden, na verloop van tijd omhuld met zijdeachtig vlees. In mijn geval waren er alleen maar juiste prikkels en nu heb ik mijn meisje, ze is goed gelukt.
 
Lauren Slater.
Amerikaanse psychologe,
in 'De box van Skinner. De beroemdste experimenten
uit de psychologie' (De Bezige Bij, Amsterdam, 2004).

 

'The Origin of Species' is een prachtig boek. Heel mooi geschreven. Darwins oprechte verwondering over de natuurlijke wereld is ontroerend. Darwin is niet de droge, harde wetenschapper voor wie veel mensen hem aanzien. Hij was verliefd op de natuur. Zijn onderzoek op de Galápagoseilanden deed hem besluiten dat de soorten evolueren in functie van hun natuurlijke omgeving. Ze zijn dus niet op de planeet gekomen zoals de creationisten het zien. Maar voor Darwin was dat geen reden om het bestaan van God af te wijzen. Hij dacht gewoon dat God zo slim was geweest om de evolutie in zijn schema in te passen. Onze primitieve versie van het darwinisme is de 'survival of the fittest'. Het verkeerde soort wetenschapsbeoefening zal ons doen afstevenen op een wereld waar de meesten van ons niet sterk genoeg zijn om te overleven, omdat we ongewenst en overbodig zijn.

 
Jeanette Winterson.
Engelse schrijfster, in 'De Standaard' (25.11.2004).

 

Dit land besteedt veel te weinig geld aan wetenschap en investeert te weinig om topwetenschappers naar hier te halen. Toptennissers of voetballers verdienen onwaarschijnlijk veel geld en daar valt niemand over, zoals ook niemand het erg vindt als de overheid geld stopt in sportkathedralen of de Olympische Spelen wil organiseren. Ik zou als land een stuk liever aan de top van het wetenschappelijk onderzoek staan. Dat levert de bevolking op lange termijn veel meer op.

 
Bart De Strooper.
Alzheimeronderzoeker KU Leuven, in 'De Standaard' (26.11.2004).

 

Een veel voorkomend fenomeen is jeuk door uitdroging. Zwemmen, frequent badkamerbezoek en wassen met te sterke zepen of zelfs met shampoo: de gezondheidsrage is hard voor de huid. Veel mensen geloven dat hun huid gezonder wordt naarmate ze haar vaker wassen. Maar door al dat wassen verliest de huid haar beschermlaag, droogt ze uit en wordt ze kwetsbaar. Dat geeft plaatselijk een mini-ontstekingsreactie: een lichte vorm van eczeem, ook al is niet meteen uitslag te zien. Daarbij komen stoffen vrij die de afweer opjutten, en die prikkelen ook de jeukvoelers in de huid. Vandaar dat een uitgedroogde huid jeukt.
[...] Wat minder vaak wassen, of niet zo veel of minder agressieve zeep gebruiken, kan voor sommige mensen ook een verschil maken.
 
Eric Van Hecke.
Hoogleraar emeritus huidziekten Universiteit Gent, in 'De Standaard' (26.11.2004).

 

In de letter 'o' passen één miljoen hersenneuronen.

 
Om een zakje friet te verbranden moet u 109 minuten wandelen, 64 minuten fietsen of 38 minuten zwemmen. Maar u kunt natuurlijk ook kiezen voor voeding die minder calorieën bevat.
 
Test Gezondheid (Test-Aankoop).
December 2004/Januari 2005.

 

Bijna 20 procent van de dagelijkse energieopname van jongens komt van snacks voor de tv; bij meisjes is dat bijna 15 procent.

 
Jan Van den Bulck.
Communicatie-expert KU Leuven,
in het vakblad 'Appetite'.

 
De 'ervaringswereld' van het kind staat tegenwoordig centraal, alle leerstof moet daar zo dicht mogelijk bij aansluiten. Op zich lijkt dat prima, elke goede leraar zal die aansluiting zoeken. Maar het mag geen pedagogisch project worden. De essentie van onderwijs is en blijft de overdracht van een bepaalde leerstof met een eigen logica en integriteit. Het is niet altijd makkelijk om dat over te brengen. Maar het belangrijkste criterium is toch niet hoe relevant je bent voor de leefwereld van je doelgroep, wel hoe goed je lesgeeft. Want met relevantie kan je te ver gaan. Een extreem voorbeeld: in bepaalde scholen in de VS zijn alle 'bergen' uit de leerboeken geschrapt, omdat de kinderen in een regio wonen zonder bergen.
 
Frank Furedi.
Britse socioloog,
in 'Knack' (24.11.2004).

 

Het heeft me altijd verbaasd vast te stellen dat onze kennis maar heel pover is als de factor tijd een rol speelt in een systeem. Vraag bijvoorbeeld aan een naturalist inlichtingen over de anatomie van eender welk bekend beest of microscopisch diertje, en hij zal u onmiddellijk de meest gedetailleerde informatie verschaffen. Maar vraag iets over, bijvoorbeeld, de levensduur van zo'n dier, of de groeiduur van een plant, of in het algemeen eender wat waarin een tijdselement speelt, en u zal verbaasd zijn over de onnauwkeurigheden in de antwoorden.

 
Koning Leopold III (1901-1983).
in 'Leopold III. Carnets de voyages' (Uitgeverij Racine, Brussel).

 

We stelden een verbazend verschillend effect van sporten op de gezondheid vast. Zo verbeterde de zuurstofconsumptie met gemiddeld 17 procent, een goede indicator voor de algemene conditie. Maar bij sommigen lag die verbetering op 40 procent, terwijl bij anderen geen enkele verbetering werd vastgesteld. Ook voor hartritme en bloeddruk werden dat soort verschillende resultaten vastgesteld. De onderzoekers keken ook naar insulineresistentie, wat het risico op diabetes en hartziekte kan aanwijzen. Bij 58 procent van de deelnemers was dat nadien beter, maar bij 42 procent was de insulineresistentie onveranderd gebleven of zelfs slechter.

 
Claude Bouchard.
Hoogleraar menselijke fysiologie Universiteit Louisiana.

 

Het doel van het onderwijs is het in ieder individu ontwikkelen van iedere volmaaktheid en vaardigheid waar het maar ontvankelijk voor is.

 
Immanuel Kant (1724-1804).
Duits filosoof.

 

Ik houd niet van de reductie van de zin van het leven tot het meetbare en vaststelbare. De mens wordt te vaak herleid tot een waterzak met genen. Waarom stelt de mens dit of dat gedrag? Om zijn genen voort te zetten. Waarom handelt de mens zoals hij handelt? Omdat het in zijn genen geprogrammeerd is. Deze redenering leidt tot een naïef determinisme. Het drukt de mens plat, terwijl dan nog de vraag blijft: waarom wil de mens zijn genen voortzetten? Zulke antwoorden zijn voor mij niet genoeg. Er is meer dan overleven. Ik zou het een andere dimensie kunnen noemen, één waarover het moeilijk praten is.

 
Alfons Vansteenwegen.
Auteur van 'Liefde is een werkwoord' (Lannoo, Tielt),
in 'De Standaard' (6.12.2004).

 

Amper tien jaar geleden waren 13 procent van de mannen en 16 procent van de vrouwen in Groot-Brittannië te zwaar voor hun lengte. Vandaag is dat 21 procent voor beide geslachten – één volwassen Brit op de vijf. Zwaarlijvigheid leidt jaarlijks in Groot-Brittannië tot 30.000 sterfgevallen en kost de nationale economie 2 miljard pond (2,9 miljard euro) per jaar.

 
Carol Propper.
Hoogleraar economie Universiteit van Bristol,
in 'De Standaard' (7.12.2004).

 
Artsen stapten in de jaren zeventig massaal op de benzo-trein: het voorschrijven van benzodiazepine, op de markt gebracht als Temesta en Xanax. Dat was een historische blunder. Steeds opnieuw herhaalt de geschiedenis zich. De industrie lanceert een middel, dat wordt ondersteund door eigen studies die voor grof geld ondertekend zijn door bekende specialisten, en bekogelt er de huisarts mee. Iedere dag zijn er drieduizend vertegenwoordigers van de industrie op pad. Een beginnende huisarts krijgt tot tien vertegenwoordigers per week over de vloer. En dus gelooft men in dat wondermiddel. Tot jaren later onafhankelijke studies de ware toedracht onthullen. Nu weten we dat benzo's verslavend zijn, dat ze tot concentratiestoornissen leiden, dat ze bij bejaarden de grootste oorzaak vormen van vallen, dat ze verkeersongevallen... Benzo's zijn niet zo onschuldig, en het criminele is dat men dat in de jaren zeventig al wist.
 
Marc De Meyer.
Hoogleraar huisartsengeneeskunde Universiteit Gent.

 

Met drie dingen is men in huis verlegen, met rook, een kwaad wijf en regen; maar 't vierde is nog een groter kruis: veel kinders en geen brood in huis.

 
Volksvers.
 

Vita vigilia est – Leven is wakker blijven.

 
Plinius de Oudere (23/24-79 n.C.).
Romeins militair, magistraat en schrijver.

 

Species tot numeramus, quot diversae formae in principio sunt creatae – Er zijn zoveel soorten als er van in den beginne verschillende vormen geschapen werden.

 
Carolus Linnaeus (1707-1778).
Zweeds natuuronderzoeker en grondlegger van de moderne taxonomie.

 

Deze infectieziekten zijn gevaarlijk voor grote groepen mensen, en lastig en duur om te behandelen, omdat de ziekteveroorzakende organismen zo snel kunnen veranderen.
[ ... ] Door hun aangeboren vermogen tot het vormen van variaties vinden ze steeds nieuwe manieren om het menselijk immuunsysteem te verslaan. En door natuurlijke selectie worden ze resistent tegen de medicijnen die hen zouden moeten doden. Ze evolueren. Dit proces van verandering bij mensvijandige ziekteverwekkers is het beste, meest directie bewijs voor Darwins theorie.
Neem de gewone bacterie Staphylococcus aureus, die in ziekenhuizen op de loer ligt en ernstige infecties veroorzaakt, vooral bij chirurgiepatiënten. Penicilline, vanaf 1943 in gebruik, bleek bijna wonderbaarlijk effectief bij stafylokokkeninfecties. Dit geneesmiddel markeerde een nieuwe fase in de oude oorlog tussen de mens en ziekteverwekkers, een fase waarin de mens nieuwe bacteriedodende medicijnen ontwikkelt en bacteriën nieuwe manieren vinden om te overleven. Penicilline bleef niet lang effectief. Al in 1947 werden de eerste resistente stammen van Staphylococcus aureus aangetroffen. In de jaren zestig werd een nieuw stafylokokkendodend middel op de markt gebracht, methicilline, maar al snel verschenen er methicillineresistente stammen (MRSA; Methicilline Resistente Staphylococcus aureus), en in de jaren tachtig waren die wijdverbreid. Het volgende grote wapen tegen stafylokokken was vancomycine, en de eerste resistente stam verscheen in 2002. Deze antibioticaresistente stammen vertegenwoordiger een evolutionaire reeks die in principe weinig verschilt van de fossielenreeks waarmee de evolutie van het paard – van Hyracotherium tot Equus – kan worden getraceerd. Ze maken de evolutie tot een praktisch probleem, want naast de ellende en gevaren die stafylokokken veroorzaken, wordt de strijd ertegen extra duur.
 
David Quammen.
In 'National Geographic' (Nederland België, november 2004).

 
Toch stellen mensen die sceptisch staat tegenover de evolutietheorie nog altijd vragen als: 'Kunnen we zien hoe de evolutie zich voltrekt? Kan ze in het wild worden waargenomen? Kan ze in een laboratorium worden gemeten?'
Het antwoord is ja. Peter R. and B. Rosemary Grant, Britse onderzoekers die tientallen jaren hebben gewerkt op de plek waar Darwin slechts weken vertoefde, vingen een glimp van de evolutie op tijdens hun langetermijnonderzoek naar de snavelomvang van Galápagos-vinken. William R. Rice en George W. Salt bereikten iets soortgelijks in hun lab door middel van een experiment met 35 generaties van de fruitvlieg Drosophila melanogaster. [... ] Cladogenese [d.i. de splitsing van de afstammingslijn in twee soorten ] is daarom veel moeilijker waar te nemen. Desondanks is dit Rice en Salt gelukt – althans bijna – tijdens hun langetermijnexperiment met fruitvliegjes. Uit een klein aantal bevruchte vrouwtjes ontstonden uiteindelijk twee afzonderlijke populaties die elk aan hun eigen habitat waren aangepast en door de onderzoekers als 'beginnende soorten' werden omschreven.
 
David Quammen.
In 'National Geographic' (Nederland België, november 2004).

 
 
Bij de ontdekking van een tweede exemplaar van de oervis die coelacanth (
Latimeria chalumnae) genoemd werd:
 
     
Ichtyologie
 
Er is in zee een coelacanth gevonden
de missing link tussen twee vissen in.
De vinder weende van verwondering.
        Onder zijn ogen lag voor 't eerst verbonden
 
De eeuwen onderbroken schakeling.
           En allen die om deze vis heen stonden
           voelden zich op ogenblik verslonden
door de millioenen jaren achter hen.
 
Gerrit Achterberg (1905-1962).
Nederlands dichter.

 

De coelacanth heet een 'levend fossiel' omdat deze oervis al 400 miljoen jaar onveranderd bleef. Er zijn nog andere levende fossielen:

 
Spons en kwal: 570 miljoen jaar.
Haai: 420 miljoen jaar.
Kakkerlak: 310 miljoen jaar.
Degenkrab: 300 miljoen jaar.
Ginkgo (een boomsoort): 245 miljoen jaar.
Tuatara (een reptiel): 220 miljoen jaar.
Krokodil: 200 miljoen jaar.
 
Uit het tijdschrift 'Quest' (juli 2004).
 

Met een laptop of schootcomputer op schoot wordt de balzak zo warm dat het zaad en het nageslacht erdoor bedreigd worden.

 
De kranten.
 

Groote visschen eten kleyne.

 
Pieter Breughel (1520-26 – 1569).
Vlaams schilder,
op het schilderij 'De Vlaamse spreekwoorden' (1559).

 

Gezien in het licht van de evolutie is de biologie intellectueel wellicht de wetenschap die het meest voldoening en inspiratie verschaft. Zonder dit uitgangspunt zou de biologie betrekking hebben op een verzameling van allerlei verschillende feiten, waarvan er wel enkele interessant en merkwaardig zijn, maar zou ze geen zinvol beeld van een geheel geven.

 
Theodosius Dobzhansky (1900-1975).
Russische geneticus.

 

Te dik? Te zwaar? Vergeet dan niet: elk pondje komt door het mondje en gaat naar het kontje!

 
Ik geloof niet dat alleen maar met overredingskracht en zachte woorden jongens ertoe gebracht kunnen worden om zich krachtdadig in te spannen en – wat nog veel moeilijker is – om te volharden bij de studie van droge en vervelende leerstof. Kinderen moeten veel uitvoeren en veel leren waarbij een strenge discipline en de kans op bestraffing onmisbare middelen zijn. Het is ongetwijfeld een zeer loffelijke inspanning om het met de moderne onderwijsmethoden voor de jonge leerlingen zo makkelijk en zo interessant mogelijk te maken. Maar als dit principe tot het uiterste doorgedreven wordt en er van die leerlingen niet gevraagd wordt om ook datgene te leren wat niet makkelijk en interessant is, wordt toch een van de belangrijkste doelstellingen van het onderwijs opgeofferd. Ik verheug me bij de achteruitgang van het oude, brutale en tirannieke systeem van onderwijzen, dat er weliswaar toch in slaagde om goede gewoonten van ijver en toewijding bij te brengen. Maar de nieuwe methoden lijken me op te leiden tot een ras van mensen die niet in staat zullen zijn om het even wat te doen dat voor hen enigszins onaangenaam is. Ik geloof niet dat de vrees als een element van het onderwijs gemist kan worden, maar ik ben er ook van overtuigd dat dit niet het belangrijkste element mag zijn. Als de vrees zo overheersend is dat het de liefde en het vertrouwen van het kind voor hun onvoorwaardelijk betrouwbare mentoren uitsluit of als die vrees tot gevolg heeft dat de openhartige en spontane uitingen van het kind belemmerd worden, dan is die vrees een kwaad dat vermeden moet worden in het voordeel van morele en intellectuele middelen die bij andere vormen van onderwijs aangewend worden.
 
John Stuart Mill (1806-1873).
Brits filosoof,
in 'Autobiography' (1873).

 

Een leerling waaraan nooit gevraagd wordt om iets te doen wat hij niet aankan, zal nooit alles doen wat hij wel aankan.

 
John Stuart Mill (1806-1873).
Brits filosoof,
in 'Autobiography' (1873).

 

Vraag:
Welk onderdeel van de wetenschap vindt u dat het publiek beter zou moeten begrijpen? Antwoord: Dat echte wetenschap even boeiend kan zijn als een spannend detectiveverhaal. Het is een kwestie van juiste vragen stellen en daarop goede antwoorden proberen vinden. Het is een manier om je geen oor te laten aannaaien. Jammer genoeg wordt in veel middelbaar onderwijs de gezonde nieuwsgierigheid bedolven onder droge formules en dom geheugenwerk.
 
Wim Betz.
Hoogleraar huisartsgeneeskunde VUB.

 

De helft van alle planten- en diersoorten in ons land is met uitsterven bedreigd. Dat komt in de eerste plaats doordat alle open ruimte wordt volgebouwd. Ook de vervuiling veroorzaakt een daling van het aantal soorten. In totaal zouden er op dit moment in ons land 55.000 verschillende planten en dieren voorkomen. Dat is meer dan wetenschappers eerst dachten.

Maar toch zijn de leefomstandigheden voor de Belgische fauna en flora slecht.
 
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen,
in de brochure 'Biodiversiteit in België'.


 
Per kilogram mens is er in Europa slechts 4 gram vogel. Dat is heel weinig.
 
Hans Van Dyck.
Bioloog Universiteit Antwerpen.

 

De mieren vernietigen wat hun formaat overtreft.

 
André Demedts (1906-1992).
Vlaams schrijver en dichter.

 

Zonder de autonomie van de wetenschap dreigt het gevaar dat het gezag van de wetenschap wordt misbruikt om zeer bedenkelijke ingrepen te sanctioneren – denk bijvoorbeeld aan de nazistische rassentheorieën – of, omgekeerd, het gevaar dat onderzoek dat niet dienstbaar is aan de gestelde – meestal politieke – doelen, of ze zelfs ondermijnt, onmogelijk wordt gemaakt, waardoor wetenschappelijke resultaten waaraan grote maatschappelijke behoefte is, niet bereikt worden – denk aan de voor de Russische landbouw en landbouwers catastrofale Lysenko-affaire. Dergelijke dingen zouden niet mogelijk zijn wanneer alle wetenschappelijke onderzoekers – maar ook schrijvers en journalisten – hun loyaliteit tegenover de waarheid steeds zouden laten voorgaan.

 
Peter Wesly.
Nederlands wetenschapsfilosoof,
in 'Elementaire wetenschapsleer' (1982).

 

Schoonheid bewonderen is nu eenmaal geen plant- en dierkunde, al kunnen wij bij de plant- en dierkundelessen de schoonheid van plant en dier bewonderen; wij kunnen en moeten echter in de eerste plaats de schoonheid der plant- en dierkunde door de leerlingen laten beleven en dit kan alleen, indien wij haar goed onderwijzen. Maar dit geldt voor alle vakken.

 
E. Reinders.
Biologieleraar en hoogleraar plantkunde,
in 'Didactica Botanices' (Wolters, Groningen, 1954).

 

Het was, binnen de school, een der grote krachten van rector R. Casimir, dat hij ons nooit verbijsterde met een 'powerful terminology'. De moeilijkste en teerste pedagogische zaken wist hij ons eenvoudig en begrijpelijk, dikwijls als terloops en naar aanleiding van de dagelijkse gevallen en moeilijkheden, met weinige, gewone woorden te doen inzien en mee beleven.

Naar buiten was dit wel eens zijn zwakheid; vele mensen toch minachten een spreker, die zij volledig kunnen begrijpen. Bij sommigen is een indrukwekkende terminologie zelfs nodig om ze ook maar te doen opletten. Zij vinden iets zonder dat niet 'wetenschappelijk' en niet de moeite waard. Het verschijnsel is talloze malen bespot en gehoond, maar het zal blijven zolang er mensen zijn.
 
E. Reinders.
Biologieleraar en hoogleraar plantkunde,
in 'Didactica Botanices' (Wolters, Groningen, 1954).

 

Een specialist is iemand die steeds meer over steeds minder weet.

Anoniem.

 
Elk kind heeft er recht op in deze tijd, waarin de ontwikkeling der natuurwetenschappen mogelijk tot een tweede industriële revolutie zal leiden, een met zijn aanleg en belangstelling overeenkomende oriëntatie te verkrijgen op natuurwetenschappelijk gebied. Deze oriëntatie kan niet meer het voorrecht blijven van bepaalde groepen, terwijl de andere met een verdund natuurwetenschappelijk sausje worden afgescheept.
Het jonge kind moet vertrouwd gemaakt worden met de wereld van zijn onmiddellijke ervaring. Het moet zorgvuldig leren observeren, verzamelen, classificeren en beschrijven en het kan ook reeds leren door eenvoudige experimenten.
Bij het middelbaar onderwijs moet het kind er dan door observatie en experimenteren toe geleid worden de verschillen in aanpak en uitgangspunt van de diverse natuurwetenschappelijke vakken te ontdekken, zich enige belangrijke natuurwetenschappelijke begrippen en hypothesen eigen te maken, iets van de geest van de grote onderzoekers te leren verstaan, daardoor leren begrijpen hoe een probleem natuurwetenschappelijk kan worden opgelost en welke invloed een dergelijk onderzoek, dat uit pure wetensdrang werd ondernomen, op de ontwikkeling der maatschappij kan hebben.
 
J. Koning.
Nederlands leraar natuurwetenschappen,
in 'Nieuwe Wegen bij het onderwijs in de wiskunde
en de natuurwetenschappen' (1953).

 
Onze samenleving is in hoge mate afhankelijk geworden van de natuurwetenschap en de daarop gebaseerde techniek. Daarom is natuurwetenschappelijk onderwijs een noodzaak. Zonder de toerusting van een voldoend aantal mensen met voldoende natuurwetenschappelijke kennis zal het onmogelijk zijn om ons huidige welvaartsniveau te handhaven, laat staan te verhogen.
Hoe belangrijk deze maatschappelijke functie van het natuurwetenschappelijk onderwijs ook is, toch is het zeer eenzijdig om dit onderwijs alleen van deze pragmatische gezichtshoek uit te benaderen. Ook afgezien van haar toepassingen kunnen we zeggen, dat de natuurwetenschap een uiterst belangrijk aspect van de cultuur geworden is. Cultuur is overal waar de mens het gegeven – i. c. de natuur – niet als zodanig aanvaardt, maar er iets mee doet. Gebeurt dit door reflectie, dus door het stellen van de vraag naar het 'hoe' en 'waarom' van het natuurgebeuren, dan ontstaat natuurwetenschap. De moderne natuurwetenschap is een der grootste scheppingen van de menselijke geest en verdient op één lijn gesteld te worden met wat er gecreëerd is op de gebieden van kunst, recht, wijsbegeerte, godsdienst en op vele andere terreinen. Fred Dainton, hoogleraar chemie, spreekt van 'the concepts of immense simplicity and beauty which unify the physical world'. Deze natuurwetenschap is een onmisbare component van het wereldbeeld, dat nieuwe generaties zich moeten vormen. Onderwijs, dat cultuuroverdracht wil zijn, zal daarom aan de natuurwetenschap ruime aandacht moeten geven. Men mag verwachten, dat de leraar doordrongen is van de belangrijke plaats die de natuurwetenschap in onze cultuur inneemt en zelf de verwondering kent én over het natuurgebeuren én over het feit, dat de menselijke geest kennis van dit gebeuren kan verkrijgen.
Daarnaast kan de vraag gesteld worden, hoe de leerling het natuurwetenschappelijk onderwijs ervaart. De ervaring wijst erop, dat bij jonge leerlingen belangstelling en enthousiasme in het begin vrijwel algemeen aanwezig zijn. Maar ook, dat het moeilijk is om het onderwijsproces zo te leiden, dat deze factoren duurzaam aanwezig blijven.
 
Udo Kollard (°1927).
Nederlands chemieleraar,
in 'School en wetenschap' (1970).

 

Het vraagstuk der opvoeding is voor de moderne samenleving een kwestie van leven en dood, een kwestie waarvan de toekomst afhangt.

 
Ernest Renan (1823-1892).
Frans historicus en wijsgeer.

 

De beschaving van een volk richt zich naar het verbruik van zeep.

 
Justus von Liebig (1803-1873).
Duits hoogleraar chemie.

 

Niets is gemakkelijker dan te schrijven dat geen mens het begrijpt, zoals er niets moeilijker is dan belangrijke gedachten uit te drukken, dat ieder mens ze moet begrijpen.

 
Arthur Schopenhauer (1788-1860).
Duits filosoof.

 

Van het standpunt der jeugd bezien, is het leven een oneindig lange toekomst; van het standpunt van de ouderdom, is het een zeer kort verleden.

 
Arthur Schopenhauer (1788-1860).
Duits filosoof.

 

Wat men niet begrijpt, bezit men niet.

 
Johann Wolfgang Goethe (1749-1832).
Duits schrijver en natuuronderzoeker.

 

Uit wijn ontstaat makkelijk azijn, maar uit azijn komt nooit meer wijn.

 
Friedrich Rückert (1788-1866).
Duits dichter.

 

Liever niets weten, dan veel half weten.

 
Friedrich Nietzsche (1844-1900).
Duits filosoof.

 

De ondervinding heft wel een ontzaglijk hoog schoolgeld, maar zij geeft onderricht zoals geen ander.

 
Thomas Carlyle (1795-1881).
Schots geschiedschrijver.

 

De wetenschap heeft het meest gewonnen door die boeken, waaraan de drukkers verloren hebben.

 
Thomas Fuller (1608-1661).
Engelse historicus.


Elk jaar verdwijnt er op wereldschaal vijf keer de oppervlakte van België aan woud, en nog eens vijf Belgiës worden onherroepelijk beschadigd.
 
Dirk Draulans.
Wetenschapsjournalist in 'Knack' (10.11.2004).

 

De evolutietheorie is een fundamenteel wetenschappelijk kader dat ons in staat stelt om onszelf beter te leren kennen. Wie aan fysica doet, kan niet zonder wiskunde. Wie aan scheikunde doet, kan niet zonder fysica. Wie aan biologie doet, kan niet zonder scheikunde. Maar velen die aan, bijvoorbeeld, sociologie of filosofie doen, denken nog altijd zonder de inzichten van de biologie te kunnen. De dag dat het evolutionaire denken een integraal onderdeel zal zijn van elke vorm van menselijke kennis, zoals de vader van de sociobiologie Edward Wilson het in zijn boek 'Consilience' voorspelde, is nog erg veraf.

 
Joël De Ceulaer.
Wetenschapsjournalist in 'Knack' (10.11.2004).

 

Mijn hart heeft vandaag 103.389 maal geslagen, mijn bloed heeft een weg van 270.000.000 kilometer afgelegd, ik heb 23.040 maal adem gehaald en 12 kubieke meter lucht ingezogen; ik heb 4.800 woorden gesproken, 750 hoofdspieren bewogen en 7.000.000 hersencellen aan het werk gezet. Ik ben moe.

 
Bob Hope (1903-2003).
Amerikaans zanger.

 
Het is ijdelheid lang te willen leven zonder erom te geven of het een goed leven is of niet.
 
Thomas à Kempis (1379/1380-1471).
Noord-Nederlands geestelijk schrijver.

 

Een mens is zo oud als zijn slagaders.

 
Thomas Sydenham (1624-1689).
Engelse arts, de 'Hippocrates van de Engelse geneeskunde'.

 

De spreekwoorden zijn de encyclopedie van de levenservaring.

Sirius.