KERNACHTIGE UITSPRAKEN - REEKS V

De hele opvoeding is een kwestie van liefde, geduld en wijsheid. En de laatste twee groeien, waar de eerste heerst.
 
Jan Ligthart (1859-1916).
Nederlands onderwijzer en pedagoog.

 

Wee de leraar die klaagt, dat de leerlingen bij hem niet opletten. Waarom niet? Och, gewoonlijk omdat hij geen persoonlijkheid is, of zijn persoonlijkheid niet geven wil, of althans, omdat hij daar te doceren staat, geen levendmakend deel van zijn persoonlijkheid is geworden: omdat, terwijl zijn mond en zijn hoofd daar als een spreekmachine voor de klas te kakelen staat, zijn persoonlijkheid thuis is bij zijn boeken, bij zijn vrouw, bij zijn zaken, bij zijn politiek of zijn vrienden. Neen, het leren van onze leerlingen is geen openhouden van geestesmonden waar wij zo maar stukjes vlees in kunnen werpen, die wij in de slagerswinkel van het schoolboek een half uurtje te voren even kopen gaan· We moeten een persoonlijkheid zijn niet alleen, maar ook de onderwijsstof, zo in hart en nieren hebben opgenomen, dat wij met het doceren van die stof, ook vanzelf onze persoonlijkheid aan onze leerlingen weg kunnen schenken, en wij moeten zo vol zijn van onze heerlijke taak, dat wij niet alleen kœnnen, maar ook willen en doen; en dat, onafhankelijk van kwaaie of goede buien, onafhankelijk van goed of slecht weer, onafhankelijk vooral van de talenten en de aantrekkelijkheid onzer leerlingen zelf. Anders toch is er heel veel gevaar, dat gij u alleen bezig gaat houden, alleen iets gaat voelen voor uw knappe of vriendelijke leerlingen, en de minderbegaafden of minder aantrekkelijken maar laat zitten of laat lopen.
[·]
 
Jac. Van Ginneken (1877-1945).
Nederlands hoogleraar opvoedkunde.

 

Een grote en mooie uitvinding is het geheugen, dat altijd nuttig is om te leren en om te leven.

 
Dialexeis ("Gesprekken"), ca. 400 v.C.
 

Wanneer we ouder worden, wijten vele mensen de verslechterende prestaties aan het verlies van hersencellen. We verliezen inderdaad hersencellen naarmate we ouder worden, maar niet zo snel als men vaak denkt. Een 70-jarige heeft nog ongeveer 97 % van de hersencellen die hij had toen hij 25 was.

 
David Thomas.
International Grandmaster of Memory.
In: "Verbeter uw geheugen".


 
We zijn wat we vaak doen. Uitmuntendheid is dus geen act, maar een gewoonte.
 
Aristoteles (384-322 v. C.).
Grieks wijsgeer.

 

Geesten zijn als parachutes: ze werken het best als ze open zijn.

 
Lord Thomas Dewar (1864-1930).
Brits sportman en verteller.

 
 
Mind Mapping, een concept dat in de jaren 1970 door Tony Buzan in Londen bedacht werd, is een leerinstrument dat door meer dan 100 miljoen mensen gebruikt wordt.
 
David Thomas.
International Grandmaster of Memory.
In: "Verbeter uw geheugen".

 

Een goede geest hebben volstaat niet. U moet hem vooral goed gebruiken.

 
Réné Descartes (1596-1650).
Frans filosoof.

 

Het verschil tussen een amoebe en Einstein is dat, alhoewel ze beiden gebruik maken van eliminatie door de methode van "gissen-en-missen" ("trial-and-error"), de amoebe het missen verafschuwt terwijl Einstein erdoor geïntrigeerd wordt: hij zoekt aandachtig de fouten in de hoop te leren uit hun ontdekking en hun eliminatie.
 
Karl Popper (1902-1992).
Oostenrijks-Brits filosoof.

 

We erven de aarde niet van onze ouders, we ontnemen haar aan onze kinderen.
 
Oud Indiaans gezegde.
 

Na de middelbare leeftijd zijn zware lichaamsoefeningen gevaarlijk, vooral als je ze doet met mes en vork.
 
Anoniem.
 

Men moet de mens niet beoordelen naar zijn opinies, maar naar wat de opinies van hem gemaakt hebben.
 
Georg Lichtenberg (1742-1799).
Duits schrijver en natuurkundige.

 

Kinderen zijn er niet gelukkig mee dat er niets is wat mag vergeten worden. En het is precies daarvoor dat ouders geschapen werden.
 
Nash Ogden (1902-1971).
Amerikaans dichter.

 

Geniaal zijn zonder onderwijs is als zilver in de mijn.
 
Benjamin Franklin (1706-1790).
Amerikaans staatsman en natuurkundige.

 

Het is een mirakel dat de nieuwsgierigheid toch het formele onderwijs overleeft.
 
Albert Einstein (1879-1955).
Duits-Amerikaans fysicus.

 

Het is alleen de onwetende die het onderwijs misprijst.
 
Publius Syrus (ca. 85-43 v.C.).
Latijns dichter.

 

De mens is nog slechter dan een beest als hij een beest is.
 
Rabindranath Tagore (1861-1941).
Bengaals dichter en wijsgeer.


 
Wijsheid bestaat uit twee delen:
1.
heel wat te vertellen hebben,
2. en het niet zeggen.

 
Anoniem.
 

Al te dikwijls geven we kinderen antwoorden die ze zich moeten herinneren, eerder dan problemen die ze moeten oplossen.
 
Roger Lewin.
Amerikaans wetenschapsjournalist.

 
Het lot van een land hangt af van het onderwijs aan het volk van dat land.
 
Benjamin Disraeli (1804-1881).
Engels staatsman.

 

Het zou moeten mogelijk zijn om de wetten van de fysica uit te leggen aan een barmeid.
 
Albert Einstein (1879-1955).
Duits-Amerikaans fysicus.

 

De enige persoon die onderwezen is, is degene die heeft geleerd hoe te leren en hoe te veranderen.
 
Carl Rogers (1902-1987).
Amerikaans psycholoog.

 

Als het groen is, is het biologie, als het stinkt, is het chemie, als er getallen mee gemoeid zijn, is het wiskunde, en als het niet werkt is het technologie.
 
Anoniem.
 

Iedereen weet hoe je kinderen moet opvoeden, behalve degenen die er hebben.
 
P. J. O'Rourke (° 1947).
Amerikaans satireschrijver.

 


Als je ouders geen kind hebben gehad, is er veel kans dat je er ook geen zult hebben.
 
Clarence Day (1874-1935).
Amerikaans essayist.

 

De wetenschap is de asymptoot van de waarheid. Zij nadert wel altijd, maar raakt nooit.
 
Victor Hugo (1802-1885).
Frans dichter.

 

Het zijn alleen de amoeben die zich delen om zich te vermenigvuldigen.
 
Hervé le Tellier (° 1957).
Frans wetenschapsjournalist en romancier.

 

Onderwijs begint op de schoot van de moeder en ieder woord dat het kind kan horen, draagt bij tot de vorming van zijn karakter.
 
Hosea Ballon (1771-1852).
Amerikaans dominee.

 

Welk groter en beter geschenk kunnen we de republiek geven dan het onderwijzen van onze jeugd?
 
Marcus Tullius Cicero (106-43 v.C.).
Romeins staatsman.

 

Onderwijs is datgene wat overblijft nadat men heeft vergeten wat men op school geleerd heeft.
 
John Dryden (1631-1700).
Engels dramaturg.

 

Waarom zou een samenleving zich alleen verantwoordelijk moeten voelen voor het onderwijs van kinderen, en niet voor het onderwijs van volwassenen van alle leeftijden?
 
Erich Fromm (1900-1980).
Duits-Amerikaans cultuurpsycholoog.

 

De mensen zouden niet langer dan enkele maanden in leven blijven indien alle insecten en alle andere op het land levende geleedpotigen zouden verdwijnen.
 
Edward O. Wilson (° 1929).
Amerikaans hoogleraar biologie.

 

In een typisch regenwoud zoals bij Manaus in het Amazonegebied in Brazilië bevat elke hectare een paar dozijn vogels en zoogdieren, maar meer dan een miljard ongewervelden, waarvan de overgrote meerderheid uit mijten en springstaarten bestaat. Per hectare is er ongeveer 200 kg drooggewicht aan dierlijk weefsel, en 93 % daarvan wordt geleverd door ongewervelden. Mieren en termieten vormen daarvan een derde deel. Dus als u door een tropisch woud loopt,
[ ·] dan trekken vooral gewervelden de aandacht, maar u bent op bezoek in een wereld die voornamelijk uit ongewervelden bestaat.
 
Edward O. Wilson (° 1929).
Amerikaans hoogleraar biologie.
In: "Kijk op de natuur".

 

De positie van de biologie in onze snel veranderende samenleving is toe aan een herijking. Immers, de maatschappij vraagt niet alleen om een inventarisatie van alles wat leeft en bloeit om ons heen, maar stelt steeds dwingender eisen aan zaken als de voorziening van voldoende en veilig voedsel - hier en elders in de wereld - , een lang en zo gezond mogelijk leven, een adequate bescherming en zo mogelijk ontwikkeling van levende natuur om ons heen, en een adequate energievoorziening voor een groeiende wereldbevolking die eigenlijk steeds minder gebruik zou moeten gaan maken van fossiele (biologische) brandstoffen. Aan de oplossing van die maatschappelijke problemen kan biologische kennis en inzicht een bijdrage leveren. Tegelijk roept een aantal menselijke activiteiten, mede mogelijk gemaakt door wetenschappelijke en technologische vernieuwing, ethische vragen op. Vinden we, met name ook als menselijke samenleving, dat alles wat kan ook mag?

De maatschappelijke positie van de biologie als wetenschapsgebied is blijkens vele uitspraken steeds belangrijker. De 21ste eeuw is de eeuw van de biologie. Dat geldt voor de wetenschap, maar tegelijkertijd ook voor het brede onderwijs in de biologie voor alle burgers. Immers, deze burgers moeten de ontwikkelingen dragen en moeten deze op waarde kunnen schatten en dat vergt in feite biologische/ecologische oplettendheid.
 
Uit: Advies van de Biologische Raad (Nederland).
"Biologieonderwijs: een vitaal belang" (2003).

 

In het rapport van de Verkenningscommissie Biologie, "Biologie: het leven centraal" (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 1997), wordt uiteengezet dat de biologie als wetenschap zich in de afgelopen vijftien jaar onstuimig heeft ontwikkeld. De biologie heeft zich in die periode dan ook ontwikkeld tot een discipline met een grote maatschappelijke betekenis. De afgelopen decennia hebben de biologie en de biotechnologie op het gebied van gezondheid, voeding en milieu een zodanige explosieve groei vertoond, dat thans iedereen dagelijks met aspecten daarvan in aanraking komt. Door het toegenomen belang van de biologie voor onze samenleving is echter ook de verwachting dat maatschappelijke problemen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, voeding en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, door de biologie kunnen worden opgelost, sterk toegenomen. Zonder overdrijving kan worden gesteld dat biologie thans, in het begin van de 21
ste eeuw, zowel voor de huidige, sterk technologische, kennissamenleving als voor mensen individueel van vitaal belang is.
De toegenomen maatschappelijke betekenis van de biologie vraagt om een herwaardering van het schoolvak biologie. Immers, als de betekenis van de biologie maatschappelijk gezien zo sterk is toegenomen, ligt het ook voor de hand dat de biologie ook een belangrijke plaats inneemt als schoolvak.
 
Uit: Advies van de Biologische Raad (Nederland).
"Biologieonderwijs: een vitaal belang" (2003).

 

In het rapport "Biologie: het leven centraal" (1997) worden vijf ontwikkelingen geschetst die zich de afgelopen vijftien jaar in het biologisch onderzoek hebben voorgedaan:

1.
Voortgaande integratie van onderzoek op verschillende organisatieniveaus, met name door toepassing van moleculaire technieken in ontwikkelingsbiologie, fysiologie en ecologie.
2.
Onderzoek vindt in toenemende mate plaats aan modelorganismen, vanuit het inzicht dat fundamentele biologische processen veelal soortonafhankelijk zijn. Als gevolg daarvan zijn de grenzen tussen zoölogie, botanie en microbiologie grotendeels vervaagd.
3.
Biologisch onderzoek wordt in toenemende mate gestuurd vanuit maatschappelijke problemen op het gebied van voeding, gezondheid en milieu. Onderzoek aan deze maatschappelijke problemen vraagt veelal om een multi- of interdisciplinaire aanpak.
4.
Het biologisch onderzoek heeft zich sterk verdiept door uitbreiding van technologische en methodische mogelijkheden op het gebied van informatietechnologie, het modelleren van biologische processen, moleculaire technieken, en methodieken om onderzoek in situ uit te voeren.
5. De aandacht voor ethische aspecten van biologisch onderzoek, bijvoorbeeld ten aanzien van dierproeven, recombinant DNA en transgene organismen, is sterk toegenomen.
 
Uit: Advies van de Biologische Raad (Nederland).
"Biologieonderwijs: een vitaal belang" (2003).

 

Menselijke instincten zijn niet verbeterbaar, ze zijn wel breidelbaar door opvoeding en onderwijs, door de primauteit van de rede op de passie, door een systeem van wetten en verbodsbepalingen, door een repressief apparaat dat de naleving ervan afdwingt.
 
Mia Doornaert.
Journaliste. In: "De Standaard".

 

Maar wij beschouwen de bouwwerken
[ bijvoorbeeld termietenheuvels ] van een andere soort [ organisme ]  dan  van  de  eigen  soort als deel van de natuur, en onze constructies [ bijvoorbeeld steden ] als iets speciaals. Dat wijst op een zekere arrogantie, een gevoel dat wij niet tot die natuur zouden behoren, dat wij onze eigen wereld maken, naar eigen smaak en aanvoelen, terwijl wij in feite natuurlijk niet meer zijn dan een kleine schakel in het eindeloze, blinde proces van de evolutie, terwijl we misschien zelfs beschouwd zouden kunnen worden als een biotoop voor een florerende gemeenschap van schimmels en microben - ons lichaam als hun equivalent van de termietenheuvel. Er is maar één essentieel verschil tussen termietenheuvels en steden; de eerste gaan (waarschijnlijk) al honderden miljoenen jaren mee, de laatste slechts enkele duizenden. Dat inzicht zou tot bescheidenheid moeten nopen.
 

Dirk Draulans.
Wetenschapsjournalist.
In: "Knack".

 

Hongerige dieren verdelen hun omgeving in eetbare en oneetbare dingen.
 
David Katz (1884-1953).
Psycholoog.

 

Voeding is medebepalend voor de ziekten in onze maatschappij. In gebieden die ons westers voedingspatroon overnemen, duurt het geen twintig jaar of onze ziekten zoals diabetes type II, hart- en vaatziekten, obesitas· duiken er op.
 
Régine Buidin.
Huidarts en voedingsdeskundige.
In "Weekend Knack".

 

Men voorspelt tegen 2025 een toename met 170 procent van het aantal diabeteslijders, de vorm die veroorzaakt wordt door onze voeding. Allergieën zullen ook blijven toenemen, evenals depressies. Hart- en vaatziekten zijn een veel belangrijker doodsoorzaak dan kanker. Onze sociale voorzieningen zullen op termijn niet meer in staat zijn de kosten van deze ziekten te dragen. Wij hebben vastgesteld dat een en ander te maken heeft met onder meer de verhouding tussen omega-6 en omega-3. We kennen het belang van deze essentiële vetzuren. We kennen de nadelen van andere voedingsmiddelen zoals snelle suikers en industrieel geharde vetten.
 
Régine Buidin.
Huidarts en voedingsdeskundige.
In: "Weekend Knack".

 

De computer is een apparaat om informatie op te zoeken, te bewaren en te bewerken. Hij doet dat met grote snelheid en bekwaamheid, en beconcurreert op die manier met glans het schoolbord. Maar net zoals het schoolbord, doet hij in wezen niets. In elk geval levert hij niets van het werk dat een leerling in de klas moet verrichten. Om een tekst te begrijpen, een redenering te volgen, een feit te onthouden, moet de leerling dezelfde inspanningen leveren die alle leerlingen alle voorgaande eeuwen al moesten leveren. De computer kan wel worden ingeschakeld om gegevens aan te voeren, op te smukken of uit te stallen, maar niet om zinvol te selecteren of te interpreteren. Integendeel, het ding kan hinderlijk zijn door zijn opdringerigheid, mateloosheid en, ondanks alles, machteloosheid.

 
Gerard Bodifée.
Fysicus en wetenschapsjournalist.
In: "Knack".

 

"Bruce Darrot is ecoloog." "Wat is dat? " "Ecologie," zei Glystra, "houdt zich uiteindelijk bezig met het verschaffen van voedsel aan mensen. Hongerige mensen zijn boos en gevaarlijk."
 
Jack Vance (° 1916).
Amerikaans auteur. In: "Big Planet".

 

Medisch nieuws schijnt aan een soort geplande veroudering onderhevig te zijn. Het medicijn van vandaag is de gifbeker van morgen. Vers onderzoek heeft een uiterste verkooptermijn die korter is dan die van een pak havermout.
 
Ellen Goodman.
Columnist van de "Boston Globe"
en hoogleraar informatietechnologie.

 
 
Het verwerven van kennis is in alle culturen primair een geval van ontvangend of receptief leren. Dit wil zeggen dat de belangrijkste inhoud van wat geleerd moet worden aan de lerende in een min of meer finale vorm door aanbiedend of expositief onderwijs ter beschikking wordt gesteld. In die omstandigheden wordt van de lerende eenvoudigweg verwacht dat hij het materiaal begrijpt en kan integreren in zijn cognitief bestand, zodat hij het kan reproduceren, kan gebruiken bij het leren van nieuwe zaken en er ook in de toekomst problemen mee kan oplossen.
 
David P. Ausubel.
Amerikaans psycholoog.
In: "The Acquisition and Retention of Knowledge".

 

We eten met de dunne darm en we drinken met de dikke darm.

 
Anoniem.
 

Als glucose
[ in het menselijk lichaam ] het geld in je portemonnee is, klaar om te worden uitgegeven wanneer dat nodig is, is glycogeen het geld op de bank, dat met een beetje moeite beschikbaar is, en vet het geld dat in aandelen en beleggingsmaatschappijen zit.
 
Walter C. Willett.
Voedingsdeskundige.
In: "Eet, drink en blijf slank & gezond!"

 

Wees voorzichtig met het lezen van boeken over gezondheid. Je kunt overlijden aan een drukfout.

 
Mark Twain (1835-1910).
Amerikaans schrijver.

 
 
Drie met elkaar in verband staande aspecten van gewicht, namelijk (1) hoeveel je weegt in relatie tot je lengte, (2) tailleomvang en (3) de hoeveelheid die je bent aangekomen sinds je twintig was, beïnvloeden sterk de kans op een hartaanval of andere soort hartaandoening, beroerte, postmenopauzale borstkanker, baarmoederkanker, darmkanker, nierkanker, artrose, hoge bloeddruk, hoog cholesterol, diabetes, onvruchtbaarheid, galstenen, snurken, slaapapnoe en astma bij volwassenen.
 
Walter C. Willett.
In: "Eet, drink en blijf slank & Gezond!
De revolutie in gezonde voeding"
(Kosmos-Z&K Uitgevers, Antwerpen, 2003).

 
 
Groente en fruit bevatten de anticarcinogene cocktail waaraan we aangepast zijn. Ze uitbannen is levensgevaarlijk.
 
John D. Potter.
Amerikaans kankeronderzoeker.

 
 
Een wetenschapper is niets anders dan de manier waarop een bibliotheek er een nieuwe bibliotheek bij maakt.
 
Daniel C. Dennett (° 1942).
Amerikaans hoogleraar filosofie.

 

Ik weet ook dat er tegenwoordig veel onderzoek wordt gedaan naar chemische stoffen in onze hersenen die onze emoties bepalen. Ik geloof dat we in de volgende jaren een beter inzicht zullen krijgen in die processen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat veel van de opvoeding afhangt. Niet alleen door de ouders. De school, de vrienden, wat de tv toont, de normen en waarden van de maatschappij, het zijn allemaal belangrijke elementen bij de vorming van een mens.

 
Phillip Margolin.
Amerikaans advocaat en auteur
van advocatenthrillers.

 

De wet van Murphy:

 
Als er iets faut kan gaan, dan zal het ook fout gaan.
 
De wet van de schoolexperimenten:
 
Als een proef kan mislukken, dan zal hij ook mislukken.
 
De wet van Commoner over ecologie:
 
Niets verdwijnt ooit.
 
De eerste wet van Zymurgy over de uitzettende kracht van een systeem:
 
Als je een pot wormen geopend hebt, kun je ze alleen nog maar in een grotere pot terugstoppen.
 
Het commentaar van Kaiser op Zymurgy:
 
Open nooit een pot wormen, tenzij je gaat vissen.
 
De wet van Imbesi over het behoud van het vuil [ van bijvoorbeeld glaswerk ]:
 
Als iets schoon moet worden, zal iets anders vuil moeten worden.
 
De wet over het uitgeven van [leer]-boeken:
 
Sommige fouten zullen onontdekt blijven tot het boek gedrukt is.
 
Gevolgtrekking van Bloch:
 
De eerste pagina die de auteur van zijn presentexemplaar openslaat, zal de grootste fout bevatten.
 
Het motto van prof. Drs. Polak:
 
Als je in je werk geen fouten mag maken, dan is het niet het goede werk.
 
De wet van Harvard:
 
Onder de strengst gecontroleerde omstandigheden wat betreft druk, temperatuur, volume, vochtigheid en andere variabelen, zal het organisme gewoon doen waar het toevallig zin in heeft.
 
De futiliteitsfactor:
 
Geen enkel experiment is een volledige mislukking: het kan altijd dienen als voorbeeld van hoe het niet moet.
 
Het sofisme van Sagan:
 
De bewering dat het menselijk lichaam niets anders is dan een verzameling moleculen is hetzelfde als de bewering dat een toneelstuk van Shakespeare niets anders is dan een verzameling woorden.
 
De wet van Vile voor leraren:
 
Niemand luistert, tot je een fout maakt.
 
De wet van H. L. Mencken:
 
Degenen die het kunnen, doen het.
Degenen die het niet kunnen, onderwijzen het.
 
De uitbreiding van Martin:
 
Degenen die niet kunnen onderwijzen, besturen.
 
De wet van Mayer [ voor leerkrachten ]:
 
Het is een simpele opgave dingen ingewikkeld te maken, maar het is een ingewikkelde opgave ze simpel te maken.
 
De wet van Hiram [toe te passen op het onderwijsbeleid]:
 
Als je maar genoeg experts raadpleegt, kun je iedere mening bevestigd krijgen.
 
De stelling van Britt over groene vingers:
 
De levensverwachting van kamerplanten is omgekeerd evenredig aan de prijs en recht evenredig aan de lelijkheid.
 
In: Arthur Bloch,
 "Murphy"s Law"
(Bruna, Utrecht).
Geloof het of niet, maar ik heb ooit met een Mercedes op palmolie gereden! Als de olieprijzen blijven stijgen, wordt dat misschien ook nog ooit rendabel.
 
Michael St. Clair-George.
Bedrijfsleider van Sipef, een firma van agrarische producten.

 

Veel Amerikanen produceren dankzij vitaminesupplementen de duurste urine ter wereld.

 
Anoniem.
 

Vernieuwend denken en de fraaie, logische keten van de wetenschap hebben de manier veranderd waarop we over vitaminen, mineralen en andere sporenelementen denken. De grootste verandering is het besef geweest dat veel gevallen van chronische ziekten, zoals sommige soorten kanker en hartziekten, het geval van een gebrek aan voedingsstoffen zouden kunnen zijn. De nieuwe resultaten wijzen erop dat sommige of misschien wel veel mensen niet genoeg van deze essentiële stoffen binnenkrijgen. Door vergroting van de hoeveelheid vitaminen die we binnenkrijgen, vooral via het voedsel, maar ook uit supplementen, kunnen we onze gezondheid op de lange termijn aanzienlijk verbeteren.

[·]
Je betaalt veel geld om je huis en je auto te verzekeren. Je hebt misschien zelfs een levensverzekering waarvan je hoopt dat je geliefden er geen aanspraak op hoeven te maken. Een goedkopere en voor jezelf bevredigender levensverzekering zit in het dagelijks slikken van een multivitaminesupplement. Het onderzoek wijst er steeds sterker op dat verschillende ingrediënten van multivitaminesupplementen, vooral vitamine B6, vitamine B12, foliumzuur en vitamine D, een essentiële rol spelen bij het voorkomen van hartziekten, kanker, osteoporose en andere chronische ziekten. Ze kosten een paar cent per dag, dus ze vormen zo ongeveer het goedkoopste voedingsmiddel dat je kunt krijgen.
[·]
Ik gebruik de term "verzekering" met een goede reden. Multivitaminesupplementen kunnen op geen enkele manier gezond eten vervangen.
[·]
Mensen die in het algemeen extra vitaminen willen gebruiken, wordt aangeraden om een multivitaminepreparaat te gebruiken in een hoeveelheid die van de onderscheiden vitaminen eenmaal de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid levert. Het is echter waarschijnlijk niet nodig als je een gezond eetpatroon volgt, zoals beschreven in dit boek.
[·]
In Nederland wordt sinds 1993 geadviseerd om vanaf 4 weken voor de conceptie tot 8 weken erna een supplement met ten minste 400-500 microgram foliumzuur te slikken. Dit is het dubbele van de nodige dagelijkse hoeveelheid.
 
Walter C. Willett.
In "Eet, drink en blijf slank & Gezond!
De revolutie in gezonde voeding"
(Kosmos-Z&K Uitgevers, Antwerpen, 2003).

 

Professoren hebben de neiging om de intelligentie van hun kinderen toe te schrijven aan "nature"
[ de overgeërfde aanleg ] en  de  intelligentie  van  hun  studenten  aan "nurture" [ de door de omgeving bepaalde invloeden].
 
Roger D. Masters.
Amerikaans hoogleraar neurowetenschappen.

 

Topsport is natuurlijk sowieso ongezond.

 
Frank Van de Winkel en Freddy Carremans.
Sportjournalisten in "De Standaard"..

 

Het verdwijnen van de koe is het beste wat ons land zou kunnen overkomen. Koeien zijn er de oorzaak van dat onze voeding te rijk is aan verzadigde vetten, en dat komt onze levensverwachting niet ten goede.

 
Hugo Kesteloot (° 1927).
Hoogleraar geneeskunde KU Leuven.

 

Ik merk vaak dat ingenieurs niet in staat zijn om het darwinisme te begrijpen. Ze zijn heel slim als ze zelf iets moeten maken, maar hopeloos dom - ik gebruik het woord opzettelijk - als het over de evolutietheorie gaat. Waarschijnlijk zijn ze zo gewend aan het idee dat dingen ontworpen worden, dat ze zich niet kunnen voorstellen dat elegante en gecompliceerde dingen ook op een andere manier tot stand kunnen komen. De kern van het darwinisme is buitengewoon simpel. Je kunt de hele theorie in één zin samenvatten: de niet-willekeurige overleving van willekeurig variërende, erfelijke eigenschappen.

 
Richard Dawkins (° 1941).
Engels hoogleraar biologie.
In "Knack".

 

De psycholoog David Buss stelde aan 10.047 mensen uit 37 verschillende culturen in zes verschillende werelddelen en op vijf eilanden van Alaska tot Zoeloeland allemaal dezelfde vraag
[ namelijk waarop ze letten bij een in aanmerking komende levenspartner ]. En in elke cultuur, geen enkele uitgezonderd, bleken de vrouwen veel meer waarde te hechten aan de financiële vooruitzichten van hun partner dan de mannen. Het verschil was het grootst in Japan en het kleinst in Nederland, maar het was er altijd
 
Matt Ridley (° 1958).
Engels bioloog en wetenschapsjournalist.
In "Wat ons mens maakt. Aanleg en opvoeding"
(Uitgeverij Contact, Antwerpen, 2004).

 

En op dit moment zijn we er zeker van dat alle primaten, met inbegrip van de mens, het vermogen hebben om nieuwe neuronen in de cortex (hersenschors) aan te maken in reactie op verrijkende ervaringen, en om neuronen te verliezen als gevolg van verwaarlozing. Er komen steeds meer bewijzen voor het feit dat nieuwe ervaringen van wezenlijk belang zijn voor het verfijnen van verbindingen, ondanks het feit dat er wel degelijk een grote mate van determinisme te vinden is in de oorspronkelijke verbindingen binnen de hersenen.
[·] Het doel van de opvoeding is dan ook het trainen van de hersenverbindingen die later in het leven van pas kunnen komen - en niet het hoofd volstoppen met feitenkennis. Hersenen die op deze manier getraind worden, floreren.
 
Matt Ridley (° 1958).
Engels bioloog en wetenschapsjournalist.
In "Wat ons mens maakt. Aanleg en opvoeding"
(Uitgeverij Contact, Antwerpen, 2004).

 

Hebben ouders een duurzame en betekenisvolle invloed op de persoonlijkheidsontwikkeling van hun kind? In dit artikel worden de bewijzen nader bezien en kom ik tot de conclusie dat het antwoord is: nee.

 
Judith Rich Harris (° 1938).
Amerikaanse psychologe.
In "Het misverstand opvoeding.
Over de invloed van ouders op kinderen".
(Contact, Antwerpen, 1999).

 

Bij vrijwel elke andere diersoort is elk individu, als het eenmaal volwassen is, volstrekt onafhankelijk en in zijn natuurlijke omgeving zal hij nooit kunnen rekenen op de hulp van een ander levend wezen. Elk dier heeft de plicht om in het eigen levensonderhoud te voorzien en om zichzelf te verdedigen, hij is geheel en al op zichzelf aangewezen en hij ontleent geen enkele voordeel aan al die verschillende talenten waarmee de natuur zijn makkers heeft begiftigd.

[·]
De mens bevindt zich vrijwel voortdurend in situaties waarin hij de hulp van zijn broeders goed kan gebruiken, maar hij zal op zijn neus kijken als hij verwacht dat ze hem uit pure vriendelijkheid zullen helpen. Hij heeft meer kans van slagen als hij weet hoe hij hun eigenliefde kan inzetten ten gunste van hemzelf en als hij hun duidelijk kan maken dat datgene wat hij van hen vraagt, ook voordeel voor henzelf oplevert. [·] We verwachten van de slager, de brouwer of de bakker immers niet dat ze uit vriendelijkheid voor onze maaltijden zorgen, maar dat ze wat dat betreft hun eigenbelang laten prevaleren. We doen geen beroep op hun menselijkheid maar op hun eigenliefde en we praten nooit over onze behoeften maar wel over het voordeel dat het hun oplevert. Alleen een bedelaar kiest ervoor om zo sterk afhankelijk te zijn van de vriendelijkheid van zijn medeburgers.
 
Adam Smith (1723-1790).
Schots filosoof.

 

De doden vertellen geen verhalen en als er ooit buiten deze mensensoort nog andere soorten hebben bestaan, dan is daar in ieder geval niemand van overgebleven. We hebben van onze voorouders een strijdlust geërfd die nu in onze botten en in ons merg is gekropen en al zouden wij duizenden jaren in vrede leven, ook dan zou het ons niet lukken om deze strijdlust kwijt te raken.

 
William James (1842-1910).
Amerikaans psycholoog en filosoof.

 

Als we geprogrammeerd zijn om te worden wat we zijn, dan zijn deze eigenschappen niet te vermijden. We kunnen ze op zijn best kanaliseren maar we kunnen ze niet veranderen, niet met onze wil, niet door middel van opvoeding en ook niet door middel van de cultuur.

 
Stephen J. Gould (1941-2002).
Amerikaans hoogleraar geologie.

 

Als mijn genen het er niet mee eens zijn, kunnen ze de boom in.

 
Steven Pinker.
Amerikaans hoogleraar evolutiepsychologie.

 

Volgens hem
[ de primatoloog Richard Wrangham ] stamt de mens af van een aapachtige voorouder die in uiterlijk en gedrag veel overeenkomst vertoonde met de moderne chimpansee (een afstammeling van dezelfde voorouder). Van deze gezamenlijke voorouder hebben de chimpansee en de mens hun aanverwante levenswijzen geërfd. Beide soorten leven (of leefden) in gemeenschappen die worden verdedigd door coalities van mannetjes die er geboren zijn, terwijl de wijfjes van oudsher hun gemeenschap verlaten zodra ze de vruchtbare leeftijd bereiken. In beide gevallen verdedigen deze coalities van mannetjes niet alleen het eigen territorium, maar voeren ze ook aanvallen uit op naburige gemeenschappen. Het initiatief om buren aan te vallen is misschien ooit voortgekomen uit de behoefte aan meer territorium of meer wijfjes, maar toen het eenmaal een gewoonte was geworden, hield het zichzelf in stand en raakte de oorspronkelijke reden ervoor op de achtergrond. Toen het eenmaal een gewoonte was geworden, ontstond een nieuw en beter motief om de buren te doden: laten we hen pakken voordat ze ons te grazen kunnen nemen.
 
Judith Rich Harris (° 1938).
Amerikaanse psychologe.
In "Het misverstand opvoeding.
Over de invloed van ouders op kinderen".
(Contact, Antwerpen, 1999).

 

Van alle dingen die kenmerkend zijn voor de mens, is genocide het meest direct afgeleid van onze dierlijke voorouders.

 
Jared Diamond.
Amerikaans hoogleraar aardrijkskunde en fysiologie.

 

Wees gewaarschuwd dat als u net als ik een samenleving wilt creëren waarin individuen genereus en onzelfzuchtig met elkaar samenwerken aan een gezamenlijk ideaal, u niet op veel steun vanuit de biologische natuur hoeft te rekenen. Generositeit zal
onderwezen moeten worden, want van nature zijn we zelfzuchtig.
 
Richard Dawkins (° 1941).
Engels hoogleraar biologie.

 

Veel mensen denken dat haten iets is wat kinderen moeten leren. Eibl-Eibesfeldt ontkent dat, en ik ook. Haat jegens leden van andere groepen is een onderdeel van de menselijke natuur (en van die van de chimpansee) - een weerzinwekkend onderdeel, maar toch. Wat kinderen moet worden bijgebracht is om
niet te haten. We zijn niet zelfzuchtig geboren, zoals Dawkins dacht, maar wel xenofoob.
 
Judith Rich Harris (° 1938).
Amerikaanse psychologe.
In "Het misverstand opvoeding.
Over de invloed van ouders op kinderen".
(Contact, Antwerpen, 1999).

 

De vaatdoek is een dierentuin. Neem daarom elke dag een propere vaatdoek (gewassen bij 60 °C).

 
http://www.gezondheid.be
 

We hebben geen ingewikkelde cognitieve verklaring nodig voor vijandigheid jegens andere groepen: de evolutie biedt een goede verklaring, die zowel voor dieren als voor mensen opgaat. De contrastwerking tussen groepen, waardoor de verschillen tussen groepen worden uitvergroot of verschillen in het leven worden geroepen als die er aanvankelijk niet waren, komt bij dieren niet voor (voor zover ik weet), maar is een direct gevolg van de menselijke en dierlijke neiging tot vijandige gevoelens jegens andere groepen. Als je iemand vreest en haat, wil je het liefst zoveel mogelijk van hem verschillen. Mensen zijn - met hun grote aanpassingsvermogen - vindingrijk als het erom gaat zich van leden van andere groepen te onderscheiden.

 
Judith Rich Harris (° 1938).
Amerikaanse psychologe.
In "Het misverstand opvoeding.
Over de invloed van ouders op kinderen".
(Contact, Antwerpen, 1999).

 

Kinderen worden geboren met bepaalde eigenschappen. Door hun genen zijn ze voorbestemd om een bepaalde persoonlijkheid te ontwikkelen. Maar de omgeving kan hen veranderen. Niet de opvoeding - niet de omgeving die hun ouders hun bieden - maar de omgeving buiten het gezin, de omgeving die ze delen met hun groepsgenoten.

 
Judith Rich Harris (° 1938).
Amerikaanse psychologe.
In "Het misverstand opvoeding.
Over de invloed van ouders op kinderen".
(Contact, Antwerpen, 1999).

 

Uit onderzoek is gebleken dat je, om te voorspellen of een tiener zal gaan roken, het beste kunt kijken of haar vrienden roken. Dat is een betrouwbaarder indicatie dan het rookgedrag van haar ouders. Tieners die roken zullen ook eerder andere vormen van "probleemgedrag" vertonen: drankmisbruik, het gebruik van illegale middelen, te jong met seks beginnen, spijbelen of van school gaan en de wet overtreden. Ze bewegen zich in sociale groepen waarin zulke gedragsvormen als normaal worden beschouwd.

 
Maar zoals ik al zei, ligt het bij roken ingewikkelder. Het gebruik van tabak is verslavend. Mensen verschillen niet alleen van elkaar in hun geneigdheid om te experimenteren met verslavende middelen zoals cocaïne en nicotine, maar ook in hun geneigdheid om verslaafd te raken en in beide gevallen spelen genetische factoren een rol. Bij roken tekent zich hetzelfde patroon af dat ontdekt werd bij persoonlijkheidskenmerken: twee mensen die dezelfde genen hebben zullen waarschijnlijk overeenkomsten vertonen - ze roken allebei wel of allebei niet - maar het maakt nauwelijks uit of ze in hetzelfde gezin zijn opgegroeid. De reden dat ouders die roken vaak kinderen hebben die roken is dat roken deels genetisch bepaald is.
 
Judith Rich Harris (° 1938).
Amerikaanse psychologe.
In "Het misverstand opvoeding.
Over de invloed van ouders op kinderen".
(Contact, Antwerpen, 1999).

 
 
Waardoor wordt nu een lijk opgegeten? Door insecten, allerlei soorten. Ze komen in op elkaar volgende groepen. 't Is merkwaardig, dat de dood geliquideerd wordt door het leven.
 
A.   de Froe (1907-1992).
Nederlands hoogleraar antropobiologie
en erfelijkheidsleer.

 

Van het aantal cellen in uw lichaam gaan er elke seconde vijftig miljoen naar de bliksem. We zijn een levend kerkhof. We bestaan uit minstens honderd biljoen cellen. Na twintig jaar leeft daar nog maar de helft van en op je tachtigste nog maar twintig procent. De cellen die verdwijnen zijn die, welke je niet gebruikt. Je moet je lichaam gebruiken als het goed wil blijven. Nadenken, lezen. Gebruik je je hersenen dan blijven de cellen leven. Daarom is lang op non-actief zijn zo gevaarlijk. Oude mensen door hun omgeving geïsoleerd, dementeren. Dat is de schuld van hun omgeving, die heeft ze losgelaten. Gevangenen gaan achteruit in hun isolement. Aan te snel afgestorven cellen kan je niks meer doen. Dat is de dood in ons zelf, de dood leeft in ons.

En we zijn aaseters. We horen in onze eigen ogen tot het verachtelijkste diersoort. Dat is de kroon van de schepping die leeft van lijken. We behoren tot wat we hebben leren verachten. Het bestaan van de mens is voor de wereld, de samenleving een ramp. Maar je kunt de mens nooit begrijpen als je geen oog hebt voor zijn moed.
 
A.   de Froe (1907-1992).
Nederlands hoogleraar antropobiologie
en erfelijkheidsleer.

 

En toch is het de renner die goed kan eten, die ook goed presteert. Voeding is na training het allerbelangrijkste. Dag na dag verbruiken de renners in de Ronde
[ van Frankrijk ] 7.000 calorieën [ hier en verder worden kilocalorieën bedoeld ]. In de Pyreneeën en de Alpen loopt het zelfs op tot 12.000 per dag. Ter vergelijking, een normaal werkende mens is goed voor 2.500 tot 3.000 calorieën per dag. Als je dat verbruik niet goedmaakt met voeding, ben je gezien.
 
Guy Fransen.
Journalist.
In "De Standaard".

 

Mensen, die een kleur zouden krijgen, als men hen er op betrapte, dat zij Euripides met de klemtoon op de tweede i in plaats van Euripides met de klemtoon op de eerste i zegden, of die het als een belediging zouden opnemen als men hen verdacht van onkunde in zake de fabelachtige heldendaden van een mythologische halfgod, gevoelen niet de geringste schaamte bij de bekentenis, dat zij niet weten waar de buizen van Eustachius liggen, wat de betekenis en de werking van het ruggenmerg is, hoe groot het normale aantal polsslagen is of hoe de longen voor de ademhaling zorgen.

 
Herbert Spencer (1820-1903).
Brits wijsgeer en socioloog.

 

Regelmatig de handen wassen is een van de beste manieren om de verspreiding van infectieziekten tegen te gaan.

 
National Center for Infectious Diseases (Amerika).
 

Omne vivum e vivo - Elk levend ding ontstaat uit een vooraf bestaand levend ding.

 
Francesco Redi (1626-1698).Italiaans geleerde.
Ook toegeschreven aan:
Louis Pasteur (1822-1895).
Frans chemicus en bacterioloog.

 

Hoever staan de wetenschappers nu met hun kennis over het ontstaan van het leven op aarde? Wanneer zullen we in staat zijn om de oorsprong van het leven te verklaren in zuiver wetenschappelijke termen? Zullen we dit ooit kunnen?

Wetenschappers zijn er nog ver van om de exacte processen te kennen die op aarde geleid hebben tot het ontstaan van het leven. Zij zullen wellicht nooit het precieze antwoord kennen, omdat het bewijsmateriaal voor dit heel primitieve leven waarschijnlijk vernietigd werd door het meer efficiënte leven dat uit dit primitieve leven geëvolueerd is. De wetenschappers hebben evenwel een belangrijke vooruitgang gemaakt in het begrijpen van de typen van chemische processen die kunnen geleid hebben tot het ontstaan van het leven.
 
James P. Ferris.
Amerikaans hoogleraar biochemie.

 

Er is "something rotten" in ons middelbaar onderwijs. Dat bewijzen ons de vele voorslagen tot verbetering die tijdschriften van allerlei aard en besprekingen in vergaderingen van deskundigen ons in de laatste jaren brachten. Dat zien wij uit de vele pogingen om tot den wortel van het kwaad door te dringen. Ligt het, zoo wordt er gevraagd, aan de jongelieden van onze tijd, ligt het aan de onderwijzers of moet de oorzaak gezocht worden bij de organisatie der scholen en bij de leerstoffen? De een meent dit, de ander dat - niemand geeft een afdoend antwoord. Och, ook hier zal, zooals bij alle dergelijke kwesties, de waarheid wel in het midden liggen.

 
P. G. Buekers (1849-1930).
Nederlands biologieleraar in 1899.



Onkruid is dus wel hinderlijk en ik heb ook menig moeizaam uurtje er aan besteed, om het te bestrijden. Doch daarbij had ik voor mijn vijanden de grootse achting en die steeg, naarmate zij mij meer moeite veroorzaakten. Het zijn allemaal taaie strijders met velerlei bewapening. Alles wat de mensch voor zijn cultuurplanten doet, moeten zij alleen klaarspelen. Zij zaaien zichzelf of hebben er handigheidjes op om te maken dat de mensch zich ook daarmee belast. Zijn ze door middel van dat zaad, of ook wel op ander wijze ergens aangekomen, dan is hun er om te doen, om zoo spoedig mogelijk een zoo groot mogelijk gebied te veroveren en cultuurplanten te verdringen of te overvleugelen. Sommige doen dit door maar vlug weer zaad te te maken en dat te verspreiden of te laten verspreiden, andere en dat zijn de ergste, gaan ondergrondsch te werk en veroveren terrein door het maken van lange en vertakte uitloopers, waarvan dikwijls elk brokstuk weer tot een nieuwe plant kan uitgroeien. Winter of droogte hebben voor de meeste dezer planten geenerlei verschrikking en in de allerergste gevallen weten ze zich nog te handhaven, doordat hun zaden jarenlang kiemkrachtig blijven.

Jacobus Pieter Thijsse (1865-1945).
Nederlands bioloog.

 

In een werkje waarvan onlangs een vierde druk het licht zag, dat de eerste beginselen der plantenkunde geeft, worden, achteraan, bijna als aanhangsel, 78 bladzijden gewijd aan de physiologie, tegen bijna 300 bladzijden die over morphologie en anatomie handelen. In dat werkje treffen wij een beschrijving met Hollandsche en Latijnsche namen van ruim zestig, zegge zestig soorten van bladeren aan! Of een blad vinspletig of vindeelig is, welken niet plantkundige kan deze vraag ook maar het allergeringste belang inboezemen. Hoelang zal de kennis daarvan blijven hangen? Nauwelijks heeft de leerling de schoolbanken verlaten, of hij werpt zulke dingen, als nutteloozen ballast over boord. En werkelijk, veel verliest hij daarbij niet, maar ergerlijk is het dan, dat hij nu als een vreemdeling door bosschen en velden gaat en van de natuur, ja, van den bouw van zijn eigen lichaam niet meer weet dan het onnoozele kind!

[·]
Daarom is het onze dure plicht den geest van onze schooljeugd te voorzien van kennis, die bruikbaar is in het leven. Als ons onderwijs in dit opzicht niet omkeert op zijnen weg, bezondigt het zich aan de jeugd en daardoor aan de maatschappij; want kennen en begrijpen van de natuur is de eisch van onzen tijd. Het leven verlangt denkende menschen.
 
P. G. Buekers (1849-1930).
Nederlands biologieleraar in 1899.

 

Leerkrachten zullen geen aantrekkelijk klinkende ideeën aanvaarden, ook al berusten ze op uitvoerig onderzoek, als ze voorgesteld worden als algemene principes, waarbij die leerkrachten dan die ideeën maar zelf volledig moeten omzetten naar de dagelijkse klaspraktijk. Hun bezigheden in de klas zijn zo druk en zo delicaat dat de omzetting misschien maar voor enkele uitzonderlijke ideeën mogelijk is. Wat leerkrachten nodig hebben, is een variëteit van levende voorbeelden die door leerkrachten in de klaspraktijk ingevoerd worden. Dan moeten dat leerkrachten zijn waarmee ze zich kunnen identificeren, die hen kunnen overtuigen en die het vertrouwen opwekken dat ze het "beter kunnen doen" en bij wie ze dan ook concrete voorbeelden zien van wat "beter doen" in de praktijk betekent.

 
Paul Black en Dylan Wiliam.
In "Inside the Black Box" (1998).

 

De grote vergissing van de menswetenschappen bestaat hierin dat ze geweigerd hebben gebruik te maken van hun natuurlijke basiswetenschap, de biologie, en inzonderheid de belangrijkste theorie die alle onderdelen van de hedendaagse biologie verbindt, namelijk de evolutietheorie.

 
Jan De Laender
Psycholoog.
In: "Het verdriet van Darwin" (Acco, Leuven).

 

Romanschrijven is wetenschap bedrijven zonder bewijs.

 
Willem Frederik Hermans (1921-1995).
Nederlands schrijver.

 
Het doel van de wetenschap is dus de waarheid: wetenschap is zoeken naar waarheid.
 
Karl Popper (1902-1994).
Oostenrijks-Engels wetenschapsfilosoof.

 
De grootste uitdaging voor de mensheid is de uitdaging om het onderscheid te maken tussen realiteit en fantasie, tussen waarheid en propaganda. [·] Laten we duidelijk zijn: wetenschap heeft niets te maken met consensus. Consensus is iets voor politici. In de wetenschap is consensus irrelevant. Zodra je iemand hoort zeggen dat er over zus of zo een wetenschappelijke consensus bestaat, hou dan je portefeuille maar in de gaten, want dan nemen ze je te grazen.
 
Michael Crichton.
Amerikaans auteur in "Knack".

 

Met het geld dat de implementatie van Kyoto in één jaar kost, kunnen we iedereen op deze planeet permanent schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen bezorgen. Maar het is natuurlijk   onwaarschijnlijk   dat  Roland   Emmerich 
[ filmregisseur ]  ooit  Brad  Pitt    [ filmacteur] zal casten als rioolbouwer in Kenia voor zijn volgende glamoureuze film. Er zijn ook weinig goede verhalen te bedenken over een regering die besluit om te investeren in malariavaccins, of een wereldconferentie om handelstarieven af te schaffen. Toch zijn dat reële opties waartussen beleidsmakers moeten kiezen, elke keer als ze een dollar uitgeven met de bedoeling om menselijk leed te verzachten.
 
Björn Lomborg.
Deens "gesel van de groene beweging".
In: "Knack".

 

Ik besef dat het essentiële onderscheid tussen de ideeën van Lomborg en, bijvoorbeeld, die van mij is dat de mens centraal staat in zijn gedachtegoed, terwijl ik en gelukkig vele anderen meer het grote geheel zien, de mens niet als een unieke soort beschouwen, maar als onderdeel van een wereld waarin nog andere wezens leven die de moeite waard zijn.

 
Dirk Draulans.
Vlaams wetenschapsjournalist in "Knack".

 

[
Er zijn grenzen aan de groei en aan onze verbeelding; dat calculeren we te weinig in.] Laten we eens terugdenken aan de mensen in het New York van honderd jaar geleden. Als zij zich zorgen maakten over de mensen in 2000, waarover zou dat dan geweest zijn? Waarschijnlijk vroegen ze zich af: waar zullen mensen genoeg paarden vinden? En wat zullen ze doen met al die paardenmest? De vervuiling met paardenmest was érg in 1900, dus een eeuw later zou dat nog veel erger worden, met zoveel meer mensen te paard.
 
Michael Crichton.
Amerikaans auteur in "Knack".

 

De "beheersing van de natuur" is een zin die uit arrogantie ontworpen werd, geboren in de Neanderthal-tijd van de biologie en voor het gemak van de mens.

 
Rachel Carson (1907-1964).
Amerikaanse marinebioloog.

 

Mens of biosfeer: is het eigenlijk wel een dilemma? Theoretisch misschien wel, maar moreel gesproken niet, natuurlijk. We kiezen voor allebei. Het is niet
of-of, het is en-en. "Ja, in een ideale wereld zouden we alles kunnen verwezenlijken", zegt Lomborg. "We zouden de opwarming van de aarde een halt kunnen toeroepen, corruptie en hongersnood uitroeien én de strijd tegen besmettelijke ziekten winnen. Maar we leven niet in een ideale wereld, we kunnen niet alles tegelijk doen".

Joël De Ceulaer.
Vlaams wetenschapsjournalist in "Knack".

 

We  hebben al  in  heel  Europa  gekeken  naar bepaalde types genetische variatie in het Y-chromosoom. Als je dan kijkt naar de verspreiding van die variatie bij mannen over heel Europa, zie je dat er een aantal genetische grenzen door Europa lopen. Zo'n grens geeft aan dat er langs beide zijden een duidelijk verschil is in de frequentie waarmee bepaalde DNA-variaties voorkomen in het Y-chromosoom. Een van die grenzen loopt dwars door België en komt verdacht dicht in de buurt van de taalgrens.

 
Peter de Knijff.
Nederlands hoogleraar antropogenetica
.
 

En om deze reeks van kernachtige uitspraken af te sluiten: de belangrijkste problemen in de wereld, waarvan er verscheidene in de biologielessen behandeld kunnen worden.

De Deense statisticus Björn Lomborg organiseerde eind mei 2004 in de Deense hoofdstad Kopenhagen een symposium om de belangrijkste wereldproblemen vast te leggen. Dertig experts, acht topeconomen, onder wie vier Nobelprijswinnaars, kwamen naar buiten met een lijst van de belangrijkste problemen in de wereld.
 
We sommen ze hier op volgens orde van belangrijkheid. We kunnen daarbij vaststellen dat het grootste deel van deze problemen binnen het terrein van de zuivere en de toegepaste biologie vallen. Daarmee is bewezen dat het biologieonderwijs een belangrijke en onmisbare bijdrage kan leveren in het opvoeden van de volledige mens.
 
Belangrijkste problemen:
1.     Tegengaan van het HIV-virus en Aids.
2.     Honger en ondervoeding. Voorzien van micronutriënten.
3.     Vrijmaken van de wereldmarkt.
4.     Strijd tegen malaria.
5.     Ontwikkelen van nieuwe landbouwtechnologieën.
6.     Watertechnologie op kleine schaal voor het levensonderhoud.
7.     Watervoorziening voor drinkwater en sanitaire behoeften.
8.     Onderzoek van de watervoorziening in de voedselproductie.
9.     Verlagen van de kosten bij het starten van nieuwe handelsondernemingen.
10.  Verlagen van de barrières voor migratie door geschoolde krachten.
11.  Verbeteren van de voeding van kinderen.
12.  Verlagen van het voorkomen van te laag geboortegewicht.
13.  Verbeteren van de basisvoorzieningen in de gezondheidszorgen.
Minder dringende projecten:
1.     Opleidingsprogramma's voor ongeschoolde migranten.
2.     Belastingen op de uitstoot van koolstofverbindingen.
3.     Uitvoeren van het Kyoto-programma.
 
Meer gedetailleerde informatie: [http://www.copenhagenconsensus.com]