Site logo

Vereniging voor het onderwijs in de biologie, de milieuleer en de gezondheidseducatie-vzw Contact

KERNACHTIGE UITSPRAKEN - REEKS III

Momenteel is er geen enkel land in Europa waar minder jongeren voor een wetenschappelijke loopbaan kiezen dan België. Dat heeft te maken met een verkeerde perceptie van de studie als moeilijk en saai bij leerlingen in het secundair onderwijs. Maar in plaats van het lerarenambt aantrekkelijker te maken, ook financieel, spant de minister de kar voor het paard en wil ze het aantal uren wetenschap nog verlagen en bijeenbrengen in een cluster. Zo degradeert ze leraren wetenschappen tot algemene onderwijzers met een brede inzetbaarheid. Ik vraag mij af hoe zulke mensen onze jongeren de liefde voor het wetenschappelijk vak zullen bijbrengen.
 

Dirk Van Dyck in 2003.
Hoogleraar fysica Universiteit Antwerpen.

 
Niet alles wat telt, kan geteld worden en niet alles wat geteld kan worden, telt.
 

Albert Einstein (1879-1955).
Theoretisch fysicus.

 
Wie nooit een fout gemaakt heeft, heeft nooit iets nieuws geprobeerd.
 

Albert Einstein (1879-1955).
Theoretisch fysicus.

 
Principes zijn zoals winden. Je houdt ze op zolang je kan, daarna los je ze langzaam.
 

Gaston Eyskens (1905-1988).
Politicus en hoogleraar economie KU Leuven.

 

De afgelopen honderd vijftig jaar is de gemiddelde levensverwachting van de vrouw elke tien jaar met 2,3 jaar toegenomen, en die van de man met 2,2 jaar. En het plafond is voorlopig nog niet bereikt. Sommigen denken dat we aan de top zitten, maar dat dachten ze twintig jaar geleden ook. Net als bij het wielrennen volgen de records elkaar steeds sneller op. We zullen de komende jaren misschien ook bij de mens de genen herkennen die voor een lang leven zorgen. Bij wormen en vliegen is het al gelukt om met een kleine verandering aan het erfelijk materiaal de levensduur te verdubbelen. Wormpjes die anders maar 25 dagen leven, werden 50 of soms zelfs 75 dagen oud.
 

Rudi Westendorp.
Hoogleraar gerontologie van het
Leids Universitair Medisch Centrum.

 
De edelste beloning der wetenschap is de onwetendheid te verlichten.
 

Bernardin de Saint-Pierre (1737-1814).
Frans auteur en natuuronderzoeker.

 
Een gezonde mens is een zieke die het nog niet van zichzelf weet.
 

Jules Romains (1885-1972).
Frans schrijver.

 
Oude mannen hebben haast want ze worden bedreigd door de natuurwet van de leeftijdsgrens.

 

Italo Svevo (1861-1928).
Italiaans schrijver.

 
Kamerplanten in scholen, ziekenhuizen en kantoren zijn een probaat middel in de strijd tegen kleine ongemakken en gezondheidsproblemen. Het geheel van deze gezondheidsklachten die veroorzaakt worden door een zogenaamd "ziek gebouw", heet de "gebouwenziekte" of het "sick building syndroom". In een onderzoek verminderden dankzij kamerplanten vermoeidheidsklachten met 20 %, klachten van hoofdpijn en droge keel met 30 %, er werd 40 % minder gehoest, en het algemeen gevoel van welzijn was er gemiddeld met maar liefst 84 % op vooruitgegaan.
 

Tove Fjeld.
Noors hoogleraar tuinbouwwetenschappen.

 
Het ergste wat een mens kan overkomen, is leven, want daarvan ga je zeker dood. Het leven is een groot risico! En dat zal wel zo blijven.
 

Paul Janssen (1926-2003).
Vlaams farmaceut-uitvinder.

 

Praktisch beginnen: hierin ligt vermoedelijk de sleutel voor de overdracht van de alledaagse deugden. Hierin ligt ook hun maatschappelijke relevantie. Een aantal deugden hoort op school geleerd te worden. Het maatschappelijke geheugen wordt getraind in de geschiedenisles, het zorgvuldig spreken en schrijven in de taalles, het goed observeren, de trial and error in de exacte vakken.

 

Kees Schuyt.
Hoogleraar in de sociologie
aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Cloaca, het werk van de Vlaamse kunstenaar Wim Delvoye, lijkt ons in ons blootje te zetten: het zegt ons dat we uiteindelijk allemaal kakmachines zijn.

 

Frank Vande Veire.
Vlaams filosoof en kunstcriticus.

 
 

ICT zoals die vandaag voorgesteld wordt, moet als nieuwe god falen, net zoals het communisme dat deed. Het terugschroeven van de grote verwachtingen die men in Nederland had van het zogenaamde "studiehuis" is daarvan een klein omen. Neil Postman had daarover in zijn "The end of Education" reeds terecht opgemerkt dat de ICT-utopisten uitgaan van een nieuw menstype dat nu zal doen wat hij of zij vroeger niet deed. Zocht men vroeger nauwelijks op in encyclopedieën, dan zal men nu via de elektronische snelweg zijn nooit ophoudende nieuwsgierigheid willen bevredigen. Het is een verkooppraatje als een ander, maar in het onderwijs slikt men tegenwoordig echt alles uit angst niet voor vol te worden aangezien of uit vrees niet mee te kunnen. Het is een bekend psychologisch fenomeen.
[...]
Toegepast op het onderwijs: de angst, zoals reeds gezegd, "niet bij de tijd te zijn"; de angst ook de heersende chaos en onzekerheid in de scholen, door het postmoderne gedachtegoed uitentreuren gecultiveerd, niet de baas te kunnen; dáárom zijn velen zo gedachtenloos blij en interpreteren ze ICT graag als een welkome reddingsboei, als een nieuw middel waarmee ze jongeren kunnen aanspreken. Als niets immers nog helpt de jongeren bij de les te houden, dan zullen we het via deze nieuwe panacee proberen.
 

Wim Van Rooy.
Kritische Vlaamse onderwijsdirecteur in
"De computer en zijn leerling".

 

ICT is geen tovermiddel om alle problemen op te lossen, ondanks de torenhoge investeringen. Dus bestaat de kans dat vele directies het - na een periode van blinde euforie - weer zullen laten vallen. Er zullen dan wel pc's staan in de klassen, als een soort fossielen om te tonen dat men "mee" is tijdens opendeurdagen, maar veel zinnigs zal daar niet mee gebeuren, als ze al zullen werken.
 

Jef Staes, industrieel ingenieur, en Eddy Daniëls, publicist.
In: "De computer en zijn leerling".

 
De leermethoden op de meeste scholen worden steeds onpersoonlijker. Er is steeds minder echte interactie. Door zogenaamd de nadruk te leggen op het verwerven van "basiskennis" door stampen, drillen en het afnemen van gestandaardiseerde toetsen, houdt men geen rekening met individuele verschillen. Bovendien maakt men in de klas steeds meer gebruik van zogenaamde interactieve computerprogramma's. Deze zijn niet echt interactief maar reageren slechts mechanisch op de inspanningen van de leerlingen.
 

Stanley Greenspan.
Amerikaans hoogleraar kinderpsychiatrie.

 
 

Een mens leert door abstractie, als je nu vooral door beelden gebombardeerd wordt, heb je geen tijd of geen zin meer om te werken aan abstractie en dus leer je niet meer... Multimedia moet men zuinig gebruiken.
 

Robert Calliau.
In 1989 Vlaamse mede-uitvinder
van het Wereld Wijde Web (www).

 
Over de argumenten dat onderwijs beter of anders zal worden door ICT, kunnen we korter zijn. De geloofsovertuiging dat ICT-gebruik tot beter onderwijs leidt, kan niet hard gemaakt worden.
[...]
In de ICT-campagne werd en wordt steeds opnieuw geappelleerd aan de angst niet mee te zijn; niet mee als "natie", niet mee met de ICT-geletterdheid en dus niet mee met de zogenaamde nieuwe eisen van de arbeidsmarkt, niet mee met het betere digitale leren, niet mee met de nieuwe opvattingen over leren en onderwijs, niet mee met de kennismaatschappij... Omdat promotie en propaganda moeilijk verzoenbaar zijn met nuchtere en kritische reflectie - d.w.z. ook aandacht schenken aan en rekening houden met argumenten die op zijn minst tot heel wat meer terughoudendheid kunnen leiden - is een heel diffuus en ongenuanceerd beeld ontstaan. Een beleid dat in de eerste plaats gericht is op het bereiken van een bepaalde leerling-PC-ratio (zoveel leerlingen per computer) zonder dat er een duidelijke visie voorhanden is, verspreidt impliciet de boodschap dat wat je doet met je computer niet zo belangrijk is, als je er maar iets mee doet. De computer als doel, niet als middel.
[...]
Het PC/KD-geld wordt aangewend om aan de buitenwereld te laten zien dat ook deze school mee is, hoewel directie en schoolteam niet echt weten waarheen. Veel geld en energie worden besteed aan het ophouden van de schone schijn. De enige klas waar je vanuit de inkomhal kunt binnenkijken, is uiteraard ideaal om er de batterij glanzende multimediamachines in onder te brengen. Of wat er gebeurt - als er iets gebeurt - ook zinvol is, dat is een andere vraag.
[...]
In het kielzog van de angst niet mee te zijn, ontwikkelde zich ook de angst om uitgesloten te worden of met de vinger gewezen te worden als vastgeroest, conservatief, achterop... Leraren krijgen inderdaad heel wat verwijten. De moeizame verbreiding van computers in het onderwijs werd op de leraren afgewenteld. Vele leraren waren star, conservatief, technofoob of nog wat anders.
 

Hans Annoot.
Kritische Vlaamse leraar in
"De computer en zijn leerling".

 
Van alle wonderen van het leven is dat van de groei en ontwikkeling het indrukwekkendst. Stel u voor: het begint met het kleine druppeltje dril van de bevruchte eicel die de kiem van een organisme vormt, en hieruit ontstaat het prachtige bouwsel van het volledige levende organisme, met zijn ontelbare cellen, zijn uiterst gecompliceerde organen, en zijn instincten en gedragingen.
 

Ludwig von Bertalanffy (1901-1972).
Oostenrijks zoöloog.

 

Het is duidelijk dat de levende structuur geordend is: elk deel ervan heeft een bepaalde relatie met elk ander deel. Maar omdat de structuur het resultaat is van de metabolische activiteit, moet de metabolische activiteit van het levende lichaam ook geordend zijn, zodat elk aspect een bepaalde relatie heeft met elk ander aspect. Dat dit inderdaad zo is, is vooral de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden door de vorderingen in de fysiologie.
 

John Scott Haldane (1860-1936).
Brits hoogleraar fysiologie.

 

Het is een opvallend en frustrerend aspect van de moderne biologie dat er door de vloedgolf van specialisaties niemand meer over is die het gevoel heeft dat hij over de kwalificaties beschikt om iets te vertellen over het probleem van het leven zelf. Er zijn in de biologie taxonomen, botanici, bacteriologen, biochemici en nog allerlei andere specialisten, die deskundig zijn op hun eigen terrein, maar geen van hen wil zich bezighouden met dit algemene en fundamentele vraagstuk. Er is al veel over dit ontwerp geschreven, maar niet door actieve biologen, die de empirie verkiezen boven speculaties.
 

William S. Beck (ca 1924-2003).
Amerikaans hoogleraar hematologie.

 

Elke moleculaire bioloog leert zijn vak door te spelen met modellen die gemaakt zijn van plastic balletjes en staafjes. Deze modellen zijn een onmisbaar hulpmiddel voor een gedetailleerde studie van de structuur en functie van nucleïnezuren en enzymen. Ze stellen ons in staat om ons een voorstelling te maken van de moleculen waaruit we zijn opgebouwd. Maar in de ogen van een natuurkundige behoren deze modellen tot de negentiende eeuw. Elke natuurkundige weet dat atomen geen kleine harde balletjes zijn. Terwijl de moleculaire biologen deze mechanische modellen gebruikten om hun spectaculaire ontdekkingen te doen, ontwikkelde de natuurkunde zich in een heel andere richtingen. Voor de biologen was elke stap naar kleinere afmetingen een stap naar eenvoudiger en meer mechanisch gedrag. Een cel is meer mechanisch dan een bacterie. Maar de twintigste-eeuwse natuurkunde heeft aangetoond dat een verdere verkleining van de schaal een omgekeerde uitwerking heeft. Als we een DNA-molecule verdelen in de atomen waaruit het is samengesteld, gedragen de atomen zich minder mechanisch dan het molecule. En als we een atoom verdelen in een kern en elektronen, gedragen de elektronen zich minder mechanistisch dan het atoom.
 

Freeman Dysan.
Amerikaans fysicus.

 
Afhankelijk van de stand van zaken in de wetenschap en de techniek is het beschouwen van het dier of de mens als een model van een machine op allerlei manieren geïnterpreteerd. Toen Descartes de opvatting van dieren als machines in de zeventiende eeuw introduceerde, bestonden er alleen mechanische machines. Daarom beschouwde hij een dier als een soort ingewikkelde klok. Later werden de stoommachine en de thermodynamica ontwikkeld, en dit leidde ertoe dat een organisme werd opgevat als een calorische machine. Hieraan hebben we bijvoorbeeld de berekening van aantallen calorieën in voedsel te danken. Het bleek echter dat een organisme geen calorische machine is die energie uit brandstof eerst in warmte en daarna in mechanische energie omzet. We zouden het beter een chemisch-dynamische machine kunnen noemen, die de chemische energie van brandstof rechtstreeks omzet in arbeid. Hierop is bijvoorbeeld de theorie van de spiercontracties gebaseerd. De afgelopen jaren zijn zelfregulerende machines, zoals thermostaten, raketten die zelf hun doel zoeken, en de servomechanismen van de moderne technologie op de voorgrond getreden, en daarom zijn organismen cybernetische machines geworden. En de meest recente ontwikkeling zijn de moleculaire machines.
 

Ludwig von Bertalanffy (1901-1972).
Oostenrijks zoöloog.

 
 
 
Als de transformatie van energie in organismen op dezelfde manier plaatsvond als in een calorische machine, zou het rendement bij temperaturen waarbij levende organismen kunnen bestaan, tot minder dan één procent afnemen. In werkelijkheid is het rendement verbazend hoog, en veel beter dan de huidige machines kunnen bereiken. Dit komt doordat processen zoals de oxidatie van suiker in een organisme niet als één chemische gebeurtenis verlopen, maar als een reeks gecoördineerde reacties.
 

Aleksandr Oparin (1894-1980).
Russisch biochemicus.

 
Alles kan herleid worden tot eenvoudige en duidelijke mechanische wisselwerkingen. Een cel is een machine, een dier is een machine, en ook een mens is een machine.
 

Jacques Monod (1910-1976).
Frans hoogleraar biochemie.
Nobelprijs geneeskunde 1965.

 
In een klok brengt elk deel de andere delen in beweging, maar een tandwiel is nooit de oorzaak die een ander tandwiel voortbrengt. Een deel bestaat wel voor andere delen, maar niet door andere delen. De oorzaak die tandwielen voortbrengt, is niet te vinden in de aard van de tandwielen, maar erbuiten, in een wezen dat zijn ideeën kan verwezenlijken. Een klok kan geen onderdelen vervaardigen of zelf bewegingen corrigeren als hij niet goed loopt. Een organisme is dan ook geen machine, want een machine bezit alleen het vermogen om te bewegen, terwijl een organisme ook het vermogen bezit om te vormen en te regelen, en dat over te brengen op het materiaal waarvan het is gemaakt.
 

François Jacob (°1920).
Hoogleraar cellulaire genetica.
Nobelprijs geneeskunde 1965.

 
We weten dat een infectie met een herpesvirus dikwijls latent is. Het geïnfecteerde individu vertoont geen symptomen van de ziekte. Onder invloed van een groot aantal factoren kan de ziekte evenwel uitbreken. De verscheidenheid van de uitlokkende factoren is verbazingwekkend, zoals moge blijken uit de hiernavolgende lijst van omstandigheden die het uitbreken van een herpes-aandoening kunnen doen ontstaan: locale zeer hoge koorts, artificiële koorts, met koorts gepaarde aandoeningen (malaria, longontsteking, brucellosis, tyfeuze koorts), locale ultraviolet-bestraling, hormonale behandeling, menstruatie, eenzijdige voeding, leukemie, toedienen van lichaamsvreemde eiwitten, anafylactische shock, verwonding van de gevoelszenuw van het gelaat of van het trigeminaal ganglion, emotie.
 

André Lwoff (1902-1994).
Frans hoogleraar microbiologie.
Nobelprijs geneeskunde 1965.

 

Vertel het me en ik zal het vergeten.
Onderwijs het me en ik zal het onthouden.

Betrek me erbij en ik zal het leren.
 

Benjamin Franklin (1706-1790).
Amerikaans staatsman en natuurkundige.

 

Wek de interesse van het kind van de lagere school door het tonen van experimenten. De studie van de ademhaling dwingt u om te spreken over zuurstof. Denk aan het meest eenvoudige middel om te doen begrijpen wat dit gas precies is: bereid het onder de ogen van de leerlingen, vul er enkele potten mee en laat bepaalde stoffen erin branden.
 

J. Aubert in 1888.
Directeur van de normaalschool van Bergen.

 
De druppel holt de steen uit, niet door tweemaal, maar door dikwijls te vallen.
Zo wordt de mens wijs, niet door tweemaal, maar door veel te lezen.
 

Ovidius (43 v.C. - ca. 18 n.C.).
Romeins dichter.

 

Ik sta verwonderd over het minuscule laboratorium in een bacterie, die met een ongelooflijke vaardigheid in een enorm kleine ruimte zo'n tweeduizend verschillende reacties uitvoert. Deze tweeduizend reacties verlopen met een uitzonderlijk hoge snelheid, zonder dat er ooit verwarring optreedt, en produceren met een rendement van bijna honderd procent precies de juiste hoeveelheden van de juiste soorten moleculen die nodig zijn voor de groei en de reproductie.
 

François Jacob (°1920).
Hoogleraar cellulaire genetica.
Nobelprijs geneeskunde 1965.

 
Een bacterie kan uitstekend beschreven worden als een kleine chemische fabriek. Een fabriek en een bacterie kunnen allebei alleen functioneren als er van buiten af energie wordt aangevoerd. Ze zetten allebei grondstoffen uit de omgeving door middel van een reeks bewerkingen om in kant-en-klare producten. En ze scheiden allebei grondstoffen af. Maar als we een bacterie met een fabriek willen vergelijken, moet het wel een speciaal soort fabriek zijn. De producten van onze technologie verschillen sterk van de machines waarmee ze gemaakt worden, en dus ook van de fabriek. Maar een bacterie maakt zijn eigen onderdelen; het eindproduct is identiek aan de bacterie zelf. Een fabriek produceert en een cel reproduceert.
 

François Jacob (°1920).
Hoogleraar cellulaire genetica.
Nobelprijs geneeskunde 1965.

 
Ik ben gekant tegen de uitspraak "eens een sufferd, altijd een sufferd". Ik moet de onderwijzers berispen die zich niet interesseren voor weinig intelligente leerlingen. Sommige geleerden schijnen het met dit verschrikkelijk oordeel eens te zijn en stellen dat iemands intelligentie vaststaat en niet kan groeien. We moeten tegen dit grove pessimisme protesteren en ons er tegen weren; we moeten proberen aan te tonen dat het nergens op berust.
 

Alfred Binet (1857-1911).
Grondlegger van het
meten van het intelligentiequotiënt.

 
 
 
Nadat virusdeeltjes gevormd zijn, groeien ze niet meer. Ze nemen geen voedsel in zich op en vertonen geen metabolische processen. Voor zover met de elektronenmicroscoop en met andere onderzoeksmethoden kan worden nagegaan, zijn de afzonderlijke deeltjes van een virus volkomen gelijk aan elkaar en veranderen ze niet; er is geen verouderingsproces. De virusdeeltjes lijken zich niet te kunnen voortbewegen en reageren niet op prikkels van buiten af, zoals grote levende organismen dat doen.
[...]

Virussen leven niet. Als we de eis stellen dat levende organismen metabolische reacties uitvoeren, moeten we plantenvirussen eenvoudig beschrijven als moleculen - met een moleculaire massa van rond de 10.000.000 - die een structuur hebben waardoor ze in de juiste omgeving een reactie op gang kunnen brengen die leidt tot de synthese van moleculen die identiek zijn aan henzelf.
 

Linus Pauling (1901-1994).
Amerikaans hoogleraar chemie.
Nobelprijs chemie 1954.
Nobelprijs voor de vrede 1962.

 
Een van de opvallendste kenmerken van levende organismen is dat ze niet meer doen dan nodig is. In tegenstelling tot machines hoeven ze niet door een buitenstaander aan- en uitgezet te worden. Er is iets in ze ingebouwd dat dit op het juiste moment zelf doet.
 

Niko Tinbergen (1907-1988).
Nederlands etholoog.

 
Eén zwaluw maakt de lente niet.
 

Aristoteles (384-322 v.C.).
Grieks wijsgeer.

 

In de Verenigde Staten zeggen artsen dat niet kanker of kinderverlamming het grootste gezondheidsprobleem is, maar wel overgewicht. De totale biomassa van de Amerikanen die het optimale lichaamsgewicht overschrijden bedraagt 250 miljoen kilogram.
 

Paul Duvigneaud (1913-1999).
Hoogleraar ecologie ULB.

 
Grauw, dierbare vriend, is alle theorie.
 

Johan Wolfgang von Goethe (1749-1832).
Duits dichter en natuuronderzoeker.

 

Om een wetenschap te doen beminnen, moet men ze aantrekkelijk maken.

 

Anoniem.

Hoe eenvoudiger een experiment , hoe schoner het is.
 

Hans Molisch (1856-1937).
Oostenrijks hoogleraar plantenfysiologie.

 

En wat betreft het doden van dieren om ze op te eten, dit moge in het algemeen pijnloos geschieden, wat aan dit doden voorafgaat, als regel voorafgaat, is dit niet. Het aantal stieren, rammen en hanen, dat de mens castreert om lekkerder ossen-, hamel- en kapoenenvlees te kunnen verorberen, bereikt jaarlijks een getal van ettelijke cijfers. Of deze dieren, indien zij voelen en spreken konden, zich niet bitterlijk over onze gulzigheid beklagen zouden, die hun wreedaardiglijk "de geneugthen des houwelijcken staets" en "de zegeningen des vaderschaps" doen ontberen?
 

G. Van Rijnberk.
Hoogleraar fysiologie Amsterdam.

 
In de beperking toont zich de meester.
 

Johan Wolfgang von Goethe (1749-1832).
Duits dichter en natuuronderzoeker.

 
Altijd weer opgewarmde kost doodt de arme leraar.
 

Decimus Juvenalis (ca 60-140 n.C.).
Latijns satiredichter.

 
We leven niet om te eten, we eten om te leven.
 

Socrates (469-399 v.C.).
Grieks wijsgeer.

 
De mens is wat hij eet.
 

Ludwig Feuerbach (1804-1872).
Duits wijsgeer.

 
Zeg me wat je eet en ik zal je zeggen wat je bent.
 

Jean Brillat-Savarin (1756-1826).
Frans schrijver over gastronomie.

 
Errare humanum est - Missen is menselijk.
 

Seneca (ca. 5 v.C.- 65 n.C.).
Romeins filosoof.

 
Ieder mens kan zich vergissen, maar alleen de domme volhardt in zijn vergissing.
 

Marcus Tullius Cicero (106 v.C.- 43 v.C.).
Romeins staatsman.

 
De natuur maakt geen sprongen.
 

Aristoteles (384-322 v.C.).
Grieks wijsgeer.

 
We leren door aan te leren.

Seneca (ca. 5 v.C.-65 n.C.).
Romeins filosoof.

 
Lang is de weg door het leren, kort en efficiënt door het voorbeeld.
 

Seneca (ca. 5 v.C.-65 n.C.).
Romeins filosoof.
 

Onze ziel heeft behoefte aan gedachten, zoals onze maag aan voedingsstoffen.
 

Paul Henri Thiry, Baron d'Holbach (1723-1789).
Duits-Frans filosoof.

 
Overal is er maar één boodschap die er echt ingehamerd wordt: het hoogste wat het leven te bieden heeft, is passief consumeren. Denk vooral niet zelf na, stel geen vragen over hoe je leven en de wereld in elkaar zitten, en maak je niet druk over het lot van anderen. Ik zag het bij mijn kleinkinderen al gebeuren toen ze twee waren. Je moet eten, drinken, kopen, en verder kun je je bezighouden met sport, persoonlijke relaties, seks. En het werkt, het is allemaal heel effectief. Pubers brengen nota bene hun vrije tijd in winkelcentra door, zwaarlijvigheid is echt een grote bedreiging geworden. Natuurlijk wordt er gemikt op dingen waar we gevoelig voor zijn. Maar ook het hele schoolsysteem is goeddeels gericht op gehoorzaamheid kweken en zorgen dat je je conformeert. Wie zich om welke reden dan ook niet aanpast, valt al gauw uit de boot.
 

Noam Chomsky (°1928).
Amerikaans essayist en taalgeleerde.

 
Geen boek is dermate slecht dat men er niets kan uit leren.
 

Plinius (23-79 n.C).
Militair en schrijver.

 
Er zijn meer vakantiebestemmingen dan vakantiedagen.
 

Jan de Jong (°1954).
Nederlands columnist.

 
De moeilijkste opgave voor de leraar is de leerlingen het plezier in het leren niet bederven.
 

Bertrand Russell (1872-1970).
Brits filosoof.
Nobelprijs literatuur 1950.

 
De boomen dorren in het laat seizoen, en wachten roerloos
den nabijen winter - Wat is dat stil, doodstil -
ik vind er mijn eigen leven in, dat heen gaat spoên.
 

Willem Kloos (1859-1938).
Nederlands letterkundige.

 
 
Kinderen leren niet door te doen wat we zeggen dat ze moeten doen; ze leren van wat ze zien dat wij doen.
 

Anoniem.

 
Alle ontdekkingen en waarnemingen der natuuronderzoekers zouden in vergetelheid verzinken en voor de maatschappij verloren gaan, als de geobserveerde objecten niet elk een naam hadden gekregen, waarmee ze dadelijk zijn aan te duiden als men 't er over heeft.
 

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778).
Frans schrijver en politiek theoreticus.

Leren is inderdaad leuk, maar het is ook hard werken. Het is precies de ervaring dat we door hard werken obstakels overwinnen en ons doel kunnen bereiken, die aan de basis ligt voor echte motivatie. Elk "gadget" dat van dit spannende en moeizame proces een simpel spelletje maakt, is oneerlijk en ontneemt de kinderen op bedrieglijke wijze de vreugde van het zelf verworven meesterschap. Kinderen aanmoedigen om te "leren" door rond te fladderen in een kleurrijke multimediale wereld is het basisrecept voor een ongeorganiseerde en ongedisciplineerde geest...
 

Jane Healy.
Amerikaanse onderwijspsychologe
over de relatie computer-kind.

 
Terecht wordt er met de opkomst van de ICT nadruk gelegd op de vaardigheid van het omgaan met informatie. Maar daarbij wordt vaak vergeten dat algemene kennis (achtergrondinformatie) een fundamentele voorwaarde is voor de interpretatie en beoordeling van die nieuwe informatie. De school die daaraan voorbijgaat, stelt haar leerlingen niet in staat om nieuwe informatie inhoudelijk te beoordelen en gaat zo voorbij aan de pedagogische opdracht van de school. [...] De moderne mens wordt werkelijk overspoeld met informatie over een wereld die hij uit eigen ervaring niet kent. De vaardigheid om met deze informatie om te kunnen gaan, neemt in het onderwijs dan ook een steeds belangrijkere plaats in. Maar wil een leerling zich in de wereld oriënteren, dan zal hij die informatie ook moeten kunnen begrijpen, daarin onderscheiden tussen wat belangrijk is en wat niet. Essentieel voor ordening en beoordeling is achtergrond- of contextinformatie, die iedereen in staat stelt de nieuwe informatie te plaatsen en op waarde te schatten.
 

Jan Maarten Praasma.
Universiteit van Utrecht.

 
Er zijn drie soorten van onwetendheid: niets weten, slecht weten wat men weet en iets anders weten, dan hetgeen men weten moet.
 

Charles Duclos (1704-1772).
Frans schrijver.

 
Vervelend te zijn is de ergste zonde in het onderwijs.
 

Johann Friedrich Herbart (1776-1841).
Duits filosoof en pedagoog.


Eerst voorbeelden, dan onderzoek, regel en oefening.

 

Johan Amos Comenius (1592-1670).
Tsjechisch-Nederlands opvoedkundige.

 
Het is even onmogelijk in ene sidderende ziel schone en regelmatige lijnen te tekenen, als op een bevend blad papier.
 

John Locke (1632-1704).
Engels filosoof.

 
Leerlingen houden van de computer omdat ze een uur lang niet moeten nadenken. Leerkrachten houden van de computer omdat ze niet moeten lesgeven. Ouders houden van de computer om te kunnen zeggen dat de school van hun zoon of dochter "hightech" is. Maar er wordt niet echt geleerd.
 

Clifford Stoll.
Amerikaans astronoom en
Internet-deskundige.

 
De leraar vertegenwoordigt niet de minister-president of een meerderheid binnen de gemeente. Neen, hij is de geboren vertegenwoordiger van minder vergankelijke personages, hij is de enige, onschatbare vertegenwoordiger van de dichters, de filosofen en de geleerden, van de mensen die de mensheid hebben gemaakt en in stand houden.
 

Charles Péguy (1873-1914).
Frans dichter en prozaïst.

 
Cultuur begint bij de mest, omdat met mest landbouw mogelijk wordt en landbouw weer zekerheid biedt en zekerheid een grotere toegankelijkheid schept.
 

Albert Schweitzer (1875-1965).
Duits-Frans theoloog en zendeling-arts.

 
De mest is geen heilige, maar hij doet wonderen waar hij valt.
 

Anoniem.

 
Het onderwijs alleen is ontoereikend voor de opvoeding.
 

Pierre Janet (1859-1947).
Frans psychiater.

 
Het kind is de hoop van het gezin en van de maatschappij.
 

Felix Dupanloup (1802-1878).
Frans, rooms-katholiek priester en pedagoog.

 
Herhaling is de moeder, niet alleen van de studie, maar ook van de opvoeding.
 

Anoniem.

 
Door denken maken wij ons eigen, wat wij lezen.
 

John Locke (1632-1704).
Engels filosoof.

 
Alleen bij het beroep van boeienkoning, brandweerman of bolletjesslikker is de mortaliteit hoger dan in het onderwijs. Hoe men als schoolmeester sterft - op het veld van eer, met opgeheven hoofd en open vizier, of schichtig weggedoken in een roestend harnas van verbittering - is afhankelijk van de lichamelijke conditie, de inzet en het karakter van ieder afzonderlijk individu in deze risicogroep. Maar zeker is dat er nagenoeg geen onderwijsman het einde van zijn carrière haalt zonder blijvende beschadiging aan lichaam of geest. Geen beroep is zwaarder dan dat van leraar, het is veel zwaarder bijvoorbeeld dan het beroep van bouwvakker of verhuizer, werkzaamheden waarbij alleen de onderrug onder druk komt te staan en die het dan ook opvallend vaak begeeft, terwijl bij het beroep van leraar de gehele mens wordt aangesproken, zowel de persoon als de persoonlijkheid. Weinigen zijn daartegen bestand.
 

Lodewijk Henri Wiener (°1945).
Nederlands schrijver en leraar.

 
Chimpansees vertonen evenveel individualiteit als de mens.
 

Jane Goodall (°1934).
Primatoloog.

 
De theorie van de evolutionist Lamarck (1744-1824) kan weergegeven worden met één kernachtige uitspraak: "La fonction crée l'organe " (De functie schept het orgaan.) In de moderne wereld is dikwijls het omgekeerde het geval: "L'organe crée la fonction " (Het orgaan schept de functie.) Een auto of een computer of een mobieltje of gsm leveren nogal eens voorbeelden van dit laatste verband.

Anoniem.

 
Een belangrijk vraagstuk dat onderzocht moet worden, is de algemene instelling van de natuur. Een eeuw geleden was men het erover eens dat er in de natuur een onafgebroken strijd wordt gevoerd. De evolutie zou het resultaat zijn van een rechtstreekse oorlog tussen concurrerende soorten, waarbij de beste vechters overleven, enzovoort. Maar het begint erop te lijken dat dit onjuist is. [...] De neiging om samenwerkingsverbanden te vormen is misschien wel de oudste, sterkste en meest fundamentele kracht in de natuur. Er zijn geen solitaire, onafhankelijk levende wezens. Elke levensvorm is afhankelijk van de andere levensvormen.
 

Lewis Thomas (1913-1993).
Amerikaans medicus en auteur.

 
Louter opnemen is weinig en brengt weinig voort, zich eigen maken is alles.
 

Adolph Diesterweg (1790-1866).
Duits pedagoog.

 
Hoe meer aandacht er wordt verleend aan het teken, hoe min er wordt geschonken aan de betekende zaak.
 

Herbert Spencer (1820-1903).
Brits filosoof en socioloog.

 
Bij de beoordeling der gebreken van kinderen, herinnere men zich zijn eigene jeugd.
 

Plutarchus (ca 46-120 n.C.).
Grieks schrijver en filosoof.

 
Weinig, maar goed, zeer weinig, maar zeer goed.
 

Felix Dupanloup (1802-1878).
Frans, rooms-katholiek priester en pedagoog.

 
Altijd eerst de zaak, dan hare uitdrukking in woorden.

 

Johan Amos Comenius (1592-1670).
Tsjechisch-Nederlands opvoedkundige.

 
Wetenschappers zijn ook maar mensen, met sterke overtuigingen en meningen, die ze wel eens verbergen achter hun academische autoriteit.
 

Björn Lomborg (°1965).
Deense wiskundige en directeur
van het Deense Milieu-Instituut.

 
Chimpansees hebben me zoveel gegeven. De lange uren dat ik ermee in de bossen heb doorgebracht, hebben mijn leven uitermate verrijkt. Wat ik van hen geleerd heb, heeft vorm gegeven aan mijn begrijpen van het menselijke gedrag en van onze plaats in de natuur.
 

Jane Goodall (°1934).
Primatoloog.

 
Vergissingen liggen aan de basis van het menselijk denken en voeden het zoals wortelknolletjes dat bij planten doen. Indien we het vermogen niet hadden om verkeerd te zijn, zouden we nooit iets nuttigs gedaan hebben.
 

Lewis Thomas (1913-1993).
Amerikaans medicus en auteur.

 
Er zijn bepaalde parallellen te trekken tussen de 18de eeuw en de 20ste, waarvan het eerste decennium van de 21ste duidelijk nog de voortzetting is. De 18de eeuw begon met Newton, de 20ste met Einstein. De vlucht van de wetenschap was in beide eeuwen even indringend: de 18de eeuw richtte de eerste leerstoelen anatomie op, de 20ste eeuw legde zich toe op de genetica en de registratie van het menselijk genoom.
 

Pieter De Meyere.
Hoogleraar politieke en sociale wetenschappen
Universiteit Gent.

 
De overheid laat het onderwijs in de steek. [...] De overheid heeft de scholen de voorbije jaren voorzien van computers, maar nu we die in gebruik hebben, ontbreekt het plots aan geld om ze te onderhouden. De overheid heeft een behoefte gecreëerd, die ze moet blijven ondersteunen.
 

Marcel Vandeweyer
Technisch adviseur en coördinator
van het Sint-Jozefinstituut in Geel.

 
In het uitgestrekt domein der levende natuur heerst open en bloot geweld, een soort opgelegde razernij waarmee alle schepselen zijn bewapend ter wederzijdse vernietiging; zodra ge het onbezielde rijk verlaat ziet ge het decreet der gewelddadige dood geschreven op de poorten van het leven zelf. Reeds in het plantaardige rijk begint men die wet gewaar te worden: hoe vele planten, van de reusachtige catalpa tot de nederigste grashalm, sterven er niet en hoe vele worden er niet gedood! Maar zodra ge het dierenrijk betreedt, manifesteert deze wet zich eensklaps in zijn gruwelijkste gedaante. Een zowel versluierde als tastbare kracht [...] heeft bij elke soort een aantal dieren belast met de taak de andere te verslinden: zo zijn er roofinsecten, roofreptielen, roofvogels, roofvissen en roofviervoeters. Geen ogenblik verstrijkt zonder dat er een levend schepsel door een ander wordt verslonden. Boven deze talrijke dierlijke rassen is de mens geplaatst, wiens vernietigende hand niets spaart dat leeft: hij doodt om zich te voeden, hij doodt om zich te kleden, hij doodt om zich op te smukken, hij doodt om aan te vallen, hij doodt om zich te verdedigen, hij doodt om inzicht te verkrijgen, hij doodt om zich te verstrooien, hij doodt om het doden zelf: trotse en vreselijke koning die hij is, begeert hij alles, en niets is tegen hem bestand [...] het lam ontneemt hij zijn darmen om een harp tot klinken te brengen [...] de wolf zijn dodelijkste tand om bekoorlijke kunstwerken te polijsten, de olifant zijn slagtanden om kinderspeelgoed van te vervaardigen: zijn tafels zijn met lijken bezaaid. [...] Maar wie [in dit algehele bloedbad] verdelgt hem die alle anderen verdelgt? Hijzelf. Het is de mens die tot taak heeft de mens te slachten. [...] Zo voltrekt zich [...] de grote wet van de gewelddadige vernietiging der levende wezens. Heel de aarde, onafgebroken van bloed doordrenkt, is slechts een uitgestrekt altaar waarop al wat leeft dient geofferd, eindeloos, mateloos, rusteloos, tot aan de volvoering der dingen, tot aan de uitdelging van het kwaad, tot aan de dood van de dood.
 

Joseph de Maistre (1753-1821).
Frans sociaal denker.

 
Van hout zo krom als dat waarvan de mens gemaakt is, kan niets rechts worden getimmerd.
 

Immanuel Kant (1724-1804).
Duits filosoof.

 
Ik vind het Kyoto-verdrag eigenlijk geldverspilling. De opwarming van de aarde is wel degelijk een probleem, maar dat meer dan een kwart van de wereldbevolking geen drinkwater en sanitair heeft, is een veel groter probleem, waaraan we veel minder aandacht, geld en energie besteden.
 

Björn Lomborg (°1965).
Deense wiskundige en directeur
van het Deense Milieu-Instituut.

 
Björn Lomborg doet alsof we moeten kiezen tussen het Kyoto-verdrag en het drinkwaterprobleem. Dat is een valse voorstelling van zaken: we kunnen beide problemen tegelijk oplossen. Kijk even rond, en beweer dan nog eens dat we geen welvaart en rijkdom genoeg hebben om alle mensen te voeden èn tegelijk de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Ofwel doen we het allebei, ofwel doen we helemaal niets. Het hangt er van af of we dat willen of niet. Het is geen kwestie van economie, maar van ethiek. Wij lijken te vergeten dat bijna de helft van de wereldbevolking moet rondkomen met minder dan twee dollar per dag. Dat is onaanvaardbaar.
 

Dennis Meadows.
Engels hoogleraar en coauteur van het
Rapport van de Club van Rome:
"De grenzen aan de groei".

 
Wat is wetenschap? Een verzameling principes waarover een consensus bestaat. We hebben de wetten van de thermodynamica nooit bewezen, maar wetenschappers zijn het erover eens dat het geldige en bruikbare wetten zijn. Dat wil niet zeggen dat die wetten waar zijn. Dat weten we niet. We wéten eigenlijk helemaal niets, maar we kunnen het wel over bepaalde zaken voorlopig eens zijn.
 

Dennis Meadows.
Engels hoogleraar en coauteur van het
Rapport van de Club van Rome:
"De grenzen aan de groei".

 
Dat de meeste wetenschappers het ergens over eens zijn, wil nog niet zeggen dat het waar is.
 

Dennis Meadows.
Engels hoogleraar en coauteur van het
Rapport van de Club van Rome:
"De grenzen aan de groei".

 
Er is één verlangen dat al onze andere behoeften overschaduwt: meer geld, meer welvaart, meer economische groei. Het is een verslaving die de hele wereld heeft aangetast. Een van de redenen waarom mensen verslaafd raken aan alcohol of andere harddrugs is dat die substanties het deel van het brein aantasten dat zich bezighoudt met de lange termijn. Een alcoholist verliest het vermogen om naar een glas te kijken en te denken aan de gevolgen op lange termijn. Naarmate je steeds zwaarder verslaafd raakt, wordt je tijdshorizon steeds korter. Als je alleen maar aan de volgende drie minuten denkt, is het een rationele beslissing om die borrel te nemen, want je zult je beter voelen. Maar als je aan de volgende zes maanden of zes jaar denkt - aan je job, je relatie, je gezondheid - dan is het natuurlijk erg irrationeel.

 
Dennis Meadows.
Engels hoogleraar en coauteur van het
Rapport van de Club van Rome:
"De grenzen aan de groei".

 
De werkelijk gecultiveerde leest de nieuwste wetenschappelijke boeken en de oudste litteraire.
 

Anoniem.

 
Per jaar spoelt elke Nederlander tienduizend liter drinkwater door de WC. Ga eens met twee op 'n trek!
 

Hanneke van Veen en Rob van Eeden
in "Meer doen met minder".

 
Sla een vakantiereis over! Zo uitgerust bent u nooit op uw werk teruggekomen.
 

Hanneke van Veen en Rob van Eeden
in "Meer doen met minder".

 
Met veertig mannen en één vrouw sterft de wereld uit. Met veertig vrouwen en één man gaat de mensheid door. De man is overbodig en had er dus alle belang bij om zich zeer belangrijk te maken.
 

Bram Vermeulen (°1946).
Nederlands chansonnier.

 
Naar schatting lijden honderdduizenden mensen in de wereld aan ziekten, die terug te voeren zijn tot verontreinigd voedsel.
 

Wereldgezondheidsorganisatie (WGO).

 
Meer scholen, minder auto's.
 

Dennis Meadows.
Engels hoogleraar en coauteur van het
Rapport van de Club van Rome:
"De grenzen aan de groei".

 
Het onderwijs is in de eerste plaats een kwestie van liefde en geestdrift.
 

Richard Minne (1891-1965).
Vlaams letterkundige en journalist.

 
Wie zijn geestdrift behoudt, wordt wellicht ouder van jaren maar nooit oud.
 

Camille Huysmans (1871-1968).
Politicus, gewezen minister van Onderwijs.

 
Hoe groter het aandeel van wetenschappelijk en technisch denken wordt in een maatschappij, des te meer zullen de leden dier maatschappij zich genoodzaakt zien de abstractere vormen van het denken te hanteren. Wat we meer en meer nodig gaan hebben is een stelselmatige ontlasting van het geheugen, juist omdat de omvang van wat ieder moet kunnen overzien voortdurend toeneemt.
 

Philip Abraham Kohnstamm (1875-1951).
Nederlands hoogleraar fysica,
pedagogiek en didactiek.

 
Planten doen het stressniveau dalen; de terugval naar een normaal stressniveau zou veel sneller en vollediger verlopen in een natuurlijke omgeving. [...] Planten op de werkplek zouden het ziekteverzuim met meer dan de helft doen dalen. Uit onze biologielessen weten we allemaal dat planten zonder afvalproducten lucht zuiveren doordat ze water, zonlicht en koolstofdioxide in de bladeren omzetten in suikers en zuurstof. Ze zorgen zo ook voor een optimale luchtvochtigheid, wat vooral in gebouwen met airconditioning heel nuttig kan zijn. Gezondheidsklachten als hoofdpijn dalen dankzij planten dan ook met een kwart. Azalea's bijvoorbeeld nemen gassen als benzeen, toner en uitwasemingen van schoonmaakmiddelen op. Werkgevers die planten zetten, besparen ten slotte tot 20 percent op hun verwarmings- en verkoelingskosten.
 

Mieke De Jaegher.
Journaliste.

 
De eerste veertig jaren van ons leven geven ons de tekst; de volgende dertig bezorgen ons de commentaar erop.
 

Arthur Schopenhauer (1788-1860).
Duits filosoof.

 
Verpleegsters verplegen,
en leraars onderwijzen,
en kleermakers verstellen,
en predikers prediken,
en kappers kappen,
en chauffeurs vervoeren,
en ouders ... die doen dat allemaal.
 

Babs Bell Hajdusiewicz.
Bekend Amerikaans auteur
van boeken voor kinderen en pedagoge.

 
Geld is als mest. Als je het verspreidt, doet het veel goed, maar als je het op één plaats opstapelt, stinkt het verschrikkelijk.
 

Clint W. Murchison (1923-1987).
Amerikaans zakenman.

 
Geloof het of geloof het niet, maar elke dwaze die je ontmoet is het resultaat van miljoenen jaren evolutie.

Anoniem.

 
Veel problemen verdwijnen als je ze lang genoeg negeert, net zoals sneeuw, jongelings- en jongemeisjesjaren.
 

Anoniem.

 
Het is in de wereld altijd zo geweest en het zal altijd zo zijn: het paard doet het werk en de koetsier krijgt de fooi.
 

Anoniem.

 
Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu uuat unbidan uue nu.
Hebben alle vogels nesten begonnen, tenzij ik en jij, wat wachten we nu?
 

Oudst gekende biologisch gekleurde uitspraak in het Nederlands.
Een van de oudste geschreven Nederlandse teksten.
West-Vlaams, circa 1100.

 
Liefde is blind, zeggen ze, en dat verklaart heel goed waarom jonge verliefden altijd zo geneigd zijn om hun gevoelszintuig te gebruiken.
 

Charles Ghigma.
Amerikaans dichter en
auteur van boeken voor kinderen.

 
De vogel denkt dat hij een vriendelijke daad stelt als hij de vis een lift in de lucht geeft.
 

Rabindranath Tagore (1861-1941).
Bengaals dichter en wijsgeer.
Nobelprijs voor letterkunde 1913.

 
De "hygiëne-hypothese" is nog onbewezen. Deze stelt dat kinderen die in hun vroege jeugd veelvuldig blootstaan aan stof, bacteriën en dieren, in hun latere leven minder kans maken op allergieën en astma. De hypothese zou verklaren waarom er in het steeds hygiënischere Westen zo'n sterk stijging is van het aantal kinderen met astma en andere allergieën. Maar niet alle wetenschappers geloven dat de theorie klopt. Ze waarschuwen dat het geen goed idee is om het huis voortaan minder goed schoon te houden.
 

Hilde Van Den Eynde.
Wetenschapsjournaliste.

 
Het beste moment om een slang af te maken, is wanneer ze begint te kronkelen.
 

John Scopes (1900-1970).
Amerikaans biologieleraar
in 1925 veroordeeld omdat
hij de evolutieleer onderwees.

 
Het is niet Scopes die op de beklaagdenbank zit, maar de beschaving.
 

Clarence Darrow (1857-1938).
Advocaat, verdediger van Scopes.

 
Hoe kunnen leraars aan leerlingen vertellen dat ze van apen afstammen en desondanks verwachten dat ze zich niet als apen zullen gedragen?
 

William Jennings Bryan (1860-1925).
Advocaat, verdediger van het creationisme
in het proces tegen Scopes.

 
 
Wetenschap is eenvoudig en mooi. Kinderen zijn complex. Vergeet dat nooit.
 

Frank Cardulla.
Amerikaans leraar chemie.

 
Elk kind is goed, intelligent en geïnteresseerd. Elk kind is slecht, dom en ongeïnteresseerd. Je job is het om elke laatste druppel uit de eerste eigenschappen te persen en om uit de volgende eigenschappen niets te halen.
 

Frank Cardulla.
Amerikaans leraar chemie.

 
We weten dat de essentiële vetzuren die omega-3 bevat, nl. docosahexaeenzuur (DHA) en eicosipentaeenzuur (EPA), een gunstige invloed hebben op de hersenontwikkeling en de hersenfuncties, en we gaan ervan uit dat die gunstige invloed ook op het niveau van emoties en gedragingen doorwerkt, maar het onderzoek loopt nog.
 

Greet Vansant.
Hoogleraar voedingsleer KU Leuven.

 
De ene helft van wat we eten laat ons leven, de andere helft laat de dokter leven.
 

Anoniem.

 
Het probleem met een dieet: je eet niet, wat je graag eet en wat je graag eet, eet je niet.
 

Anoniem.

 
Het is in de wereld altijd zo geweest en het zal altijd zo zijn: het paard doet het werk en de koetsier krijgt de fooi.
 

Anoniem.

 
Het moeilijkste in het opvoeden van een kind, is het te leren fietsen. Een vader kan alleen naast de fiets rijden of van aan de zijkant bevelen roepen als het kind valt. Een onzeker kind op een fiets heeft voor de eerste keer èn hulp èn vrijheid nodig.
 

Sloan Wilson (°1920).
Amerikaans schrijver.

 
Dit boek bevat veel dat goed en nieuw is; het is alleen jammer dat het goede niet nieuw en het nieuwe niet goed is.
 

Gotthold Lessing (1729-1781).
Duitse dichter en criticus.

 
Wat men kan leren uit mooie uitspraken zou moeten verzameld worden, als men dat kan. Want voor het verheven geschenk van woorden van wijsheid, zal men elke prijs betalen.
 

Siddha Nagarjuna (ca. 100-200).
Indisch-Tibetaans religieus leider.