Site logo

Vereniging voor het onderwijs in de biologie, de milieuleer en de gezondheidseducatie-vzw Contact

KERNACHTIGE UITSPRAKEN - REEKS I

Wanneer je kunt meten waarover je spreekt en het in een getal kan uitdrukken, weet je iets van je onderwerp af; maar als het niet gemeten kan worden, is je kennis schraal en onbevredigend.

William Thomson (Lord Kelvin) (1824-1907).
Brits wis- en natuurkundige.

 
Elke nieuwe visie moet uitvoerig toegelicht worden om de algemene aandacht te trekken.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.

 
De gisting is het gevolg van een leven zonder lucht.
 

Louis Pasteur (1822-1895).
Frans chemicus en bacterioloog.
 

 
Zonder theorie is de praktijk slechts een routine die door gewoonten geboren wordt.
 

Louis Pasteur (1822-1895).
Frans chemicus en bacterioloog.

 

 
De waarde die de onderwijzer heeft voor de opvoeding van de jeugd, dus voor de toekomst van de hele wereld, kan volgens mij nooit hoog genoeg worden aangeslagen.
 

Albert Plesman (1889-1953).
Oprichter van de Nederlandse Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM).
 

 
Niets in de biologie heeft zin, tenzij in het licht van de evolutie.
 

Theodosius Dobzhansky (1900-1975).
Russisch-Amerikaans geneticus.
 

 

De rijkdom van de natuurwetenschappen bestaat niet in de hoeveelheid, maar in de combinatie van feiten.
 

Alexander von Humboldt (1769-1859).
Duits natuuronderzoeker.
 

 
Achterop kijkend denk ik dat het moeilijker was de problemen te zien dan ze op te lossen.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.
 
 

Zonder enzymen is het leven niet mogelijk, en toch zijn enzymen zelf niet levend.
 

John Howard Northrop (1891-1987).
Amerikaans biochemicus. Nobelprijs chemie 1946
.

Alles wel beschouwd heeft de beschaving niet de vooruitgang van de wetenschap of van de machines tot doel, maar die van de mens.
 

Alexis Carrel (1873-1944).
Frans chirurg en fysioloog. Nobelprijs geneeskunde 1912.
 

 

Word geen archivarissen van feiten. Tracht hun ontstaan te doorgronden. Zoek hardnekkig hun wetten.
 

Ivan Petrovich Pavlov (1849-1936).
Russisch fysioloog. Nobelprijs geneeskunde 1904.
 

 
Waterstof is de brandstof van het leven.
 

Albert Szent-Györgyi (1893-1986).
Hongaars-Amerikaans biochemicus. Nobelprijs geneeskunde 1937.
 

 
Bacteriën:
-
       zijn overal en op alle plaatsen.
-
       kunnen met 500 plaats vinden op de punt aan het eind van deze zin.
-
       leven in één vingerhoed goede tuingrond met zoveel als mensen op aarde.
-
       vermenigvuldigen zich door deling.

-  geven aanleiding tot psychomicrobialisme, een geestesafwijking gekenmerkt door het denken dat alle microben gevaarlijk zijn.

 

Anoniem.

 

Moeilijk leesbaar schrijven is makkelijk, makkelijk leesbaar schrijven is moeilijk.
 

Anoniem.

 
Niemand beter dan een leraar weet dat de beste manier om iets te leren het onderwijzen van dat iets is.
 

Jean Piaget (1896-1980).
Zwitsers psycholoog.
 

Je kan niet onderwijzen wat je niet kent.
 

Julius Robert Oppenheimer (1904-1967).
Amerikaans fysicus.
 

Zelfs al zijn alle deskundigen het met elkaar eens, dan hoeven ze nog geen gelijk te hebben.
 

Bertrand Russell (1872-1970).
Brits wijsgeer, Nobelprijs literatuur 1950.

 
 
 
De biologie kan ons niet leren hoe leerlingen biologie moeten leren en hoe biologieleerkrachten biologie moeten onderwijzen.
 

Anoniem.

 
Leven is het gereguleerd samenwerken van enzymatische processen.
 

Richard Willstätter (1872-1942).
Duits chemicus. Nobelprijs chemie 1915.

 
De eerste noden van kinderen zijn:
1. een goede familie, 2. goed voedsel en 3. een goede school.
 

Wereldgezondheidsorganisatie.

 
Those that can, do research.
Those that cannot, teach.
Those that cannot teach, teach teachers.
Those that cannot teach teachers, do educational research.

 
Zij die het kunnen, doen onderzoek.
Zij die het niet kunnen, onderwijzen.
Zij die niet kunnen onderwijzen, onderwijzen leraars.
Zij die geen leraars kunnen onderwijzen, doen onderwijskundig onderzoek.
 

Anoniem.

 
De natuur verafschuwt voortdurend de zelfbevruchting.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.

 

De stabiliteit van het interne milieu - le milieu intérieur - is de voorwaarde voor een vrij leven.
 

Claude Bernard (1813-1878).
Frans fysioloog.

 
Zij die het voorgevoel hebben dat ze nieuwe waarheden ontdekt hebben, zijn zeldzaam. In alle wetenschappen is het grootste aantal wetenschappers bezig met het ontwikkelen en het nalopen van ideeën van een klein aantal anderen.
 

Claude Bernard (1813-1878).
Frans fysioloog.

 

Er is geen leven zonder water.

Wereldgezondheidsorganisatie.

 
Om van een bacterie naar een mens te gaan is het een kleinere stap dan om van een mengsel van aminozuren naar een bacterie te gaan.
 

Lynn Margulis (°1938).
Amerikaans hoogleraar biologie.

Hoe meer de onderwijskunde zich ontwikkelt, des te meer verwijdert de wetenschapsbeoefening zich van de concrete onderwijspraktijk.
 

W. M. Hopman in "Lessen over lessen" (1977).
Nederlands pedagoog.

 

Zij die denken dat ze alles weten, kunnen niets leren. Zij die weten dat zij weinig weten, zullen veel leren. Wetenschappelijke waarheden worden voortdurend gewijzigd, naarmate onze kennis toeneemt.
 

Lady Eve B. Balfour.
Bodemdeskundige.

 

De uitwerpselen van regenwormen bevatten vijfmaal meer stikstof, zevenmaal meer opneembaar fosfaat, elfmaal meer kalium en 40 % meer humus dan je normaal kunt vinden in de bovenste 15 cm van de bodem. En dat is niet de enige bijdrage die regenwormen hebben in de vruchtbaarheid van de bodem.

Lady Eve B. Balfour.
Bodemdeskundige.

 
Wij moeten leren de belangen van urbanisatie, van techniek en wegenbouw te verzoenen met een gezonde natuurbescherming. Het gaat er niet alleen om ten minste een deel van ons landschap met ongeschonden karakter te bewaren en aldus een aantrekkelijkheid te meer op de vreemde bezoekers uit te oefenen, want die komen ook om ons landje toekomstige biologen te schenken. Onze plant- en dierkundigen die geroepen zijn om onze landbouw, zowel hier als in Kongo, onschatbare diensten te bewijzen, worden inderdaad in de natuur gevormd. Door de jeugd in staat te stellen dergelijke ongerepte terreinen te bezoeken en er de vredige schoonheid van te genieten, prikkelen wij de belangstelling voor alles wat met de natuur verband houdt en leggen wij de nodige kiemen voor de vorming van nieuwe wetenschappers. Eindelijk zijn reservaten nog steeds het onderwerp van voortdurende studie.
 

Paul Vande Vyvere (1897-1973) in 1939.
Brugs apotheker en plantkundige.

 
Geef mij onderwijs en opvoeding voor de jeugd en ik zal de wereld hervormen.
 

François Laurent (1810-1887).
Rechtsgeleerde, Gents hoogleraar.
 

De geleerde die experimenten uitvoert, gehoorzaamt niet aan een strakke maar aan een soepele logica; hij blijft voortdurend in contact met de realiteit. Heel het geheim van de wetenschappelijke of experimentele methode bestaat erin het idee niet te laten ontsnappen of te laten verloren gaan, maar om het bestendig te confronteren met de feiten door het voortdurend de vleugels af te snijden met de schaar van de ervaring... Ik zoek even naarstig om mijn hypothese te vernietigen als om ze te verifiëren. In één zin: ik onderzoek met een vrije geest. Dat is de reden waarom het mij dikwijls overkomen is dat ik zaken vind die ik niet zocht en dat ik andere zaken zocht die ik niet gevonden heb. De geleerde moet om vooruit te raken zoveel theorieën opofferen als nodig is, zoals de generaal die weliswaar dode paarden onder zich had, maar toch vooruitkwam.
 

Claude Bernard (1813-1878)
Frans fysioloog.

 

Het is het lot van theorieën dat zij verdwijnen. Hun verontschuldiging is dat zij het ontstaan geven aan nieuwe experimenten. Toch hebben ze niet nutteloos geleefd als ze feiten achterlaten die gediend hebben om ze te ondersteunen of om ze te vernietigen.
 

Henry Fairfield Osborn (1857-1935)
Amerikaans paleontoloog.
 

Ooit zal het meer gewaardeerd worden om een half uur in een bos te kunnen wandelen dan om de reistijd naar New York met een half uur in te korten.
 

Anoniem.

 

Stoffen kunnen drie aggregatietoestanden aannemen: vast, vloeibaar en gasvormig. Afvalstoffen van het menselijk lichaam kunnen ook drie aggregatietoestanden aannemen: vast, vloeibaar en gasvormig.
 

Anoniem.

 
De bijzondere kennis van de natuurwetenschappelijke vakken is zeker noodzakelijk, maar dat weten ware machteloos of zelfs gevaarlijk indien het niet alle gebieden van de wetenschap omvatte en verenigd werd met de bijdragen van de humanisten en de wijsgeren. Hoewel het natuuronderzoek een hoeveelheid praktische en nuttige resultaten oplevert en hoewel we geenszins het inzicht hebben de betekenis van die praktische resultaten te minimaliseren, willen we toch beklemtonen dat de wetenschap in feite een uitdrukking is van de nieuwsgierigheid van de mens, waarmee hij antwoordt op de orde en de schoonheid van het universum waarin hij zich bevindt. De wetenschap is op geen enkele wijze het enige antwoord op deze orde en schoonheid en daarom voelt ze zich verbonden met andere bestrevingen, met kunst en met humanistische studiën en geenszins daarmee in tegenspraak.
 

"American Association of the Advancement of Science" (maart 1958).
 

Alles wel overwogen is het voor ieder mens belangrijker over een goede spijsvertering te beschikken dan de laatste zin der dingen te kennen.

 

Frederik II de Grote (1712-1786) - de filosoof von Sanssouci -
aan de wiskundige en filosoof Jean d'Alembert (1717-1783).
 

De wetenschap is een veld van licht te midden van bijna ondoordringbare duisternis. Helder schijnt het licht op de mensheid, verlossing brengende van onkunde en onmacht, van twijfel en vrees. Door gestadigen en harden arbeid en door de toewijding van velen wordt het licht onderhouden en zijn gebied allengs vergroot, en dringen de zegeningen van ervaring en macht over de natuur allengs in groter kringen door.

 

Hugo de Vries (1848-1935).
Nederlands plantkundige.
 

Ik vind dat wetenschap zonder een behoorlijke dosis romantiek - dat is "creative imagination" - onbestaanbaar is.
 

Jan Lever.
Nederlands hoogleraar dierkunde.

 
 
Elke keer als ik een bevalling zie, vraag ik mij af hoe een kind zoiets overleeft.
 

Hans van Straten.
Nederlands journalist en schrijver.

 

Genetische manipulatie is zo oud als het fokken en selecteren. Alles wat er in de loop der eeuwen is veranderd aan de oerkoe ligt vast in het DNA. De melkproductie, het uiterlijk, het gedrag. Koeien zijn zo gemanipuleerd als maar kan. Zo simpel is dat. Het verschil is alleen dat we bij fokken en selecteren niet precies weten hoe het transgen in het erfelijk materiaal van de koe vastligt en bij genetische manipulatie wel.
 

Herman de Boer, Nederlandse "vader" van de transgene stier Herman,
's werelds eerste transgene rund.

 

De enige verstandige manier van opvoeding bestaat erin een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.

 

Albert Einstein (1879-1955).
Duits-Amerikaans fysicus. Nobelprijs natuurkunde 1921.

 
Hij die kan, doet. Hij die niet kan, onderwijst.
 

George Bernard Shaw (1856-1950).
Iers toneelauteur en essayist.

 

Er is maar één deugd en dat is kennis, er is maar één ondeugd en dat is onwetendheid.

 

Socrates (? 470-399 v.C.).
Grieks filosoof.

 

De beste manier om iets te leren is er les in te geven.

 

Seneca (4 v.C.-65).
Romeins filosoof en toneelauteur.

 
Fantasie is belangrijker dan kennis.
 

Albert Einstein (1879-1955).
Duits-Amerikaans fysicus. Nobelprijs natuurkunde 1921.

 

Nog altijd wordt de kunst van het leren, die de moeder van alle kunsten is, al te zeer als de kunst aangezien van het in de geest opstapelen van kennis. De kunst van het leren is evenwel niets anders dan een inleiding in de kunst van het denken. We leren en onderwijzen ter wille van het denken. Alleen hij heeft de grootst mogelijke geestelijke opvoeding genoten als hij meester is in de kunst van het denken en in logische vrijheid leeft. We weten dat het denken gebonden is aan ijdelheid, eerzucht, zelfzucht, hartstocht, liefde, haat, vrees, hoop, de openbare mening en het overgeleverd onderwijzen. Daardoor maakt de logische vrijheid nog zeer veel andere opvoedingsmaatregels noodzakelijk dan alleen de zuivere logische oefeningen in de taal van de natuurwetenschappen. Maar deze oefeningen leren ons op zijn minst de kunst van het leren en we zullen met die kunst sneller onze vermogens bereiken dan zonder die oefeningen.

Georg Kerschensteiner (1854-1932).
Duits pedagoog.


De wortels van de opvoeding zijn bitter, maar het fruit is zoet.

 

Aristoteles (384-322 v.C.)
Wijsgeer.

 
Het is een teken van een geschoolde geest als iemand kan nadenken over een gedachte zonder ze te aanvaarden.
 

Aristoteles (384-322 v.C.).
Wijsgeer.

 
De ware leraar verdedigt zijn leerlingen tegen zijn eigen persoonlijk invloed.
 

Amos Bronson Allcot (1799-1888)
Amerikaans opvoedkundige.

 
"Omnis cellula e cellula" - "Elke cel komt voort uit een cel."
 

Rudolf Virchow (1821-1902).
Duits geneeskundige.

 
"Omne vivum ex ovo" - "Elk levend wezen komt voort uit een ei."
 

William Harvey (1578-1657).
Engels geneesheer.

                                                                                                                        

Mensen die niets weten,
en weten dat ze niets weten,
weten meer dan mensen die niets weten,
en niet weten dat ze niets weten.
 

Anoniem.

 
Vakantie is zich moe maken op eigen kosten.
 

Anoniem.

 
De vraag of een computer kan denken is niet zinvoller dan de vraag of een duikboot kan zwemmen.
 

Edsger Wybe Dijkstra (1930-2002).
Nederlands hoogleraar computerwetenschappen.

 
De computerwetenschap gaat net zo min over computers als de astronomie over telescopen.
 

Edsger Wybe Dijkstra (1930-2002).
Nederlands hoogleraar computerwetenschappen.

 
Alle veralgemeningen zijn gevaarlijk, zelfs de zonet genoemde.

Alexandre Dumas (1802-1870).
Frans schrijver.

 
 
 
Leid de groei van een vijgenboom in de richting waarin je hem wil en ga onder de schaduw ervan zitten als je oud bent.
 

Charles Dickens (1812-1870).
Brits romanschrijver.

 
IJzer roest als het niet gebruikt wordt, stilstaand water verliest zijn zuiverheid en bevriest als het koud wordt; zo ondermijnt inactiviteit de kracht van de geest.
 

Leonardo da Vinci (1452-1519).
Italiaans schilder en natuuronderzoeker.

 
Elke nieuwe ontwikkeling in een wetenschap steunt noodzakelijk op wat reeds bekend is. Maar onze kennis houdt niet altijd op aan zeer precieze grenzen. Tussen het gekende en het niet-gekende is er geen scherp gedefinieerde lijn, maar een vage grens. Vooraleer het gebied te bereiken waar de geleerde een stevige bodem kan vinden waarop hij zijn grondvesten kan bouwen, moet hij zeer ver achteruit gaan om uit de zone te raken van de weinige zekerheden waarvan daarnet sprake. Als men een beetje het wetenschappelijk domein waarin men werkzaam is wil verbreden, moet men om zeker te zijn van de perspectieven terugkeren in de geschiedenis om zo een basis te vinden.
 

Charles Singer (1876-1960).
Engels historicus van de geschiedenis van de biologie.

 

De cellen zijn de ware autonome burgers die, verenigd met miljarden, ons lichaam als een cellulaire staat samenstellen.

 

Ernst Haeckel (1834-1919).
Duits hoogleraar dierkunde.

 

De menselijke geest behandelt een nieuw idee op dezelfde manier als het lichaam een vreemd eiwit behandelt: hij verwerpt het.

 

Peter Brian Medawar (1915-1987).
Engels biochemicus. Nobelprijs geneeskunde 1960.

 
Opvoeding is de beste voorzorg voor de oude dag.

Aristoteles (384-322 v.C.).
Wijsgeer.


De natuur overtreedt nooit haar eigen wetten.

 

Leonardo da Vinci (1452-1519).
Italiaans kunstenaar en natuuronderzoeker.

 
We zijn zo graag in de vrije natuur, omdat deze geen mening over ons heeft.
 

Friedrich Nietsche (1844-1900).
Duits filosoof.

 
De enige man die echt niet zonder vrouwen kan leven is de gynaecoloog.
 

Arthur Schopenhauer (1788-1860).
Duits filosoof.

We leren niet voor de school, maar voor het leven.
 

Seneca (4 v.C.-65).
Romeins filosoof en toneelauteur.

 

Onze wetenschappelijke macht heeft onze spirituele macht overschreden. We hebben geleide projectielen en misleide mensen.

 

Martin Luther King Jr. (1929-1968).
Amerikaans negerleider.

 

Het is niet de sterkste van een soort die overleeft en ook niet de meest intelligente, maar diegene die meest ontvankelijk is voor verandering.

 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.

 

De man die het aandurft om één uur te verspillen heeft de waarde van het leven nog niet ontdekt.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.

 
De mens is een sociaal dier, hij is niet gemaakt om alleen te leven.
 

Aristoteles (384-322 v.C.).
Wijsgeer.

 
Ik hou van domme experimenten. Ik doe er voortdurend.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.

 
De ware geboorte heeft niet plaats wanneer de moeder van het kind, maar pas wanneer het kind van de moeder verlost wordt.
 

Jan Greshoff (1888-1971).
Nederlands dichter.

 
Twee zaken zijn mij uit eigen ervaring opgevallen bij leerlingen die in het middelbaar onderwijs vooral talen gestudeerd hebben en dan overgaan naar natuurwetenschappelijke of medische studiën. Ten eerste zijn zij in grote mate geneigd om zich te steunen op autoriteiten en, ten tweede, leggen ze een zekere laksheid aan den dag in het streng toepassen van algemeen geldende regels. De grammaticaregels waarin zij zich geoefend hebben, gaan meestal vergezeld van een lange lijst van uitzonderingen. Vandaar dat die leerlingen niet gewoon zijn te vertrouwen op de zekerheid van de legitieme gevolgen van strenge, algemene wetten.
 

Hermann Helmholtz (1821-1894).
Duits fysioloog en fysicus.

 
 
 
Het verschil tussen mensen en dieren is dat dieren naar de stem van hun instinct luisteren en mensen niet naar de stem van hun verstand.

Cees Buddingh (1918-1985).
Nederlands dichter en prozaïst.

 
De natuur begaat nooit blunders en wanneer ze een dwaasheid begaat, meent ze het.
 

Archibald Alexander (1772-1851).
Amerikaans theoloog.

 
We moeten iedereen over genetica goed en correct informeren, daarin spelen de media een erg belangrijke rol. Bij iedereen moet het worden ingehamerd: wat is DNA, wat zijn genen, wat is een genetisch effect, wat betekent dat allemaal?
 

Jean-Jacques Cassiman (°1934).
Hoogleraar genetica KU Leuven.

 
Als je het leven wil begrijpen moet je niet denken aan trillende of kloppende gels of aan een of andere brij, maar aan informatietechnologie.

Richard Dawkins (°1941).
Engels hoogleraar dierkunde.

 
De ongeletterde van de 21ste eeuw zal niet diegene zijn die niet kan lezen of schrijven, maar diegene die niet kan leren, afleren en herleren.
 

Alvin Toffler (°1928)
Amerikaans futuroloog.

 
Opvoeden is een nieuwe generatie trachten te vullen met de eigen vooroordelen.
 

Simon Carmiggelt (1913-1987).
Nederlands prozaïst.

 
Wetenschappelijke onderzoekers zijn er gewoonlijk niet op uit om nieuwe theorieën te creëren en ze zijn vaak intolerant waar het gaat om nieuwe theorieën van anderen.
 

Thomas Samuel Kuhn (1922-1996).
Amerikaans wetenschapsfilosoof.
 

Wie oude kennis koestert en voortdurend nieuwe vergaart, mag een leraar van anderen zijn.
 

Confucius (551-479 v.C.)
Chinees wijsgeer.
 

In de wetenschappen hebben we in zekere zin voor elke theorie die aan een onderzoek onderworpen wordt partijen nodig die gunstig en partijen die vijandig staan. Want we hebben een rationele, wetenschappelijke discussie nodig.
 

Karl Popper (1902-1994).
Engels-Oostenrijks wetenschapsfilosoof.

 
 
 
Alle leven is oplossen van problemen.
 

Karl Popper (1902-1994).
Engels-Oostenrijks wetenschapsfilosoof.

 
De wetenschap is ontstaan door de uitvinding van de kritische discussie.
 

Karl Popper (1902-1994).
Engels-Oostenrijks wetenschapsfilosoof.

 
De theorie van Darwin is in één zin samen te vatten: de best aangepaste individuen hebben de grootste kans om nakomelingen te hebben. De theorie is in die vorm ook bij Darwin zelf te vinden, een vorm die naar mijn mening de theorie beter verheldert en ze ook veel beter formuleert dan als we spreken van "selectie" of van "natuurlijke selectie" of van "strijd voor het bestaan" en andere zaken van dien aard.
 

Karl Popper (1902-1994).
Engels-Oostenrijks wetenschapsfilosoof.
 

Wat mij in België allereerst bijzonder getroffen heeft en nog steeds treft, is dit: er wordt geen onderwijs gegeven in de biologie in het middelbaar onderwijs, er bestaat geen liefde of liefhebberij voor de kennis der natuur... Geen onderwijs: voordat ik mijn ambt aanvaardde aan de Universiteit te Gent, heb ik een onderhoud gehad met een hooggeplaatste ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs; ik vroeg hem met hoeveel kennis der plant- en dierkunde de studenten aan de universiteit aankomen; antwoord: "zéro". Ik heb dat toen nauwelijks geloofd maar ik heb ondervonden dat het waar is...

 

Georges Lodewijk Funke (1896-1946) in 1936.
Hoogleraar plantkunde Universiteit Gent.

 
Het biologieonderricht heeft in een opvoedingssysteem geen doel op zich. Het heeft alleen reden van bestaan als een element, naast vele andere, in de opvoeding van den gehele mens, zoals wij die willen en dienen af te leveren aan de maatschappij. Dit wil zeggen: hem door een harmonische en evenwichtige ontwikkeling van AL zijn GEESTELIJKE en LICHAMELIJKE vermogens als actief, organisch-verbonden deel van een geheel, te plaatsen in zijn milieu, om dit milieu, naar de mate zijner bekwaamheid - en dus zijner roeping - te verheffen, te vervolmaken, te vergeestelijken door het op te nemen in zijn uiteindelijk streven van denkend en vrij-willend sociaal wezen.
 

Albert Raignier, S.J. (1904-2002).
Hoogleraar dierkunde KU Leuven.

 
Iemand die geen begrip heeft van wat er voor grote dingen gebeuren in de oneindige, majestatelijke natuur, die niet beseft dat hij daar zelf deel van is, en welke plaats hij er inneemt, ... zo iemand mist een der voornaamste factoren om ten volle mens te zijn.
 

Georges Lodewijk Funke (1896-1946).
Hoogleraar plantkunde Universiteit Gent.

 
Vooruitgang in de wetenschap is lijk het beklimmen van een berg; pas is één top bestegen of daar rijst verderop een andere die nog hoger is.

Charles Spearman (1863-1945).
Engels psycholoog.

Het probleem der problemen, dat in het middelpunt van alle wetenschappelijke onderzoek staat is het leven. Hier ontmoeten materie en geest zich, natuur- en geesteswetenschappen... Zonder biologie geen begrip van de filosofische problemen. De school die afziet van een biologieonderwijs, ziet af van het interessantste en belangrijkste deel van het natuurwetenschappelijk inzicht, het deel waarmee de natuurwetenschappen het meest onmiddellijk met de laatste en algemene vragen van het menselijk bewustzijn in contact komen.
 

Friedrich Paulsen (1846-1908).
Duits filosoof.

 
Een leraar in de biologie die de meest voorkomende planten en dieren uit zijn omgeving door eigen opmerking en onderzoek kent, weet genoeg om zijn leerlingen een duidelijk inzicht in de verscheidenheid der natuur te geven.
 

Martin Möbius (1859-1946).
Duits hoogleraar plantkunde.

 
Een slecht presterende chirurg beschadigt 1 persoon per keer. Een slecht presterende leerkracht beschadigt er 130.
 

Ernest Boyer.
Voorzitter van de "Carnegie Foundation for Advancement of Teaching".

 
De mens die de opvoeding in ons moet realiseren is niet de mens die de natuur heeft gemaakt, maar wel de mens die is wat de samenleving wil. Het is dus de samenleving die we moeten ondervragen en het zijn haar noden die we moeten kennen, want het is aan die noden dat moet voldaan worden.
 

Emile Durkheim (1858-1917).
Frans hoogleraar sociologie en opvoedkunde.

 
In de opvoeding is datgene wat de leerkracht doet van weinig tel, wat hij doet doen is alles.
 

Felix Dupanloup (1802-1878).
Bisschop van Orléans en pedagoog.

 
Te weinig wordt nog beseft, dat de aanwezigheid van een rijke flora en fauna, van schone en belangwekkende landschappen een levensbehoefte is voor iedereen. Wie niet met de natuur kan meeleven, leidt een gekortwiekt bestaan.
 

Jacobus Pieter Thijsse (1865-1945).
Nederlands publicist over de natuur. Auteur van een bekende flora.

 
Onderwijzen, hetzij door het woord, hetzij door de daad, is het hoogste beroep op aarde.
 

William Ellery Channing (1780-1842).
Amerikaans essayist en filosoof.

 
De zin van het leven is de dood, en de zin van de dood nieuw leven mogelijk te maken.
 

Adolf Meyer-Abich (1893-1971).
Duits natuurfilosoof.

De meeste mensen eten te veel. Van het kwart van het voedsel leven ze, van de rest leven de dokters.
 

Op een Egyptische papyrusrol 2000 v.C.

 
Minder leerstof, meer diepgang!  Less is more! Multum, non multa!
 

Anoniem.

 
Alles wat uit de aarde komt, zal naar de aarde wederkeren.
 

Bijbel, Sirach 41:10.

 

Ik denk dat ik de eerste ben die de nadruk heeft gelegd op het idee dat er voor een dier eigenlijk twee milieus zijn: een uitwendig milieu waarin het organisme geplaatst is en een inwendig milieu -le milieu intérieur - waarin de elementen van de weefsels leven.
 

Claude Bernard (1813-1878).
Frans fysioloog.

 
Men mag niet zeggen dat een theorie waar is, men mag alleen zeggen dat ze "gerieflijk" is.
 

Henri Poincaré (1854-1912).
Frans wiskundige en natuurfilosoof.

 
De opvoeding is het moeilijkste vraagstuk dat de mens is voorgelegd.
 

Immanuel Kant (1724-1804).
Duits filosoof.

 
Non scolae, sed vitae. We leren niet voor de school, maar voor het leven.
 

Seneca (4 v.C.-65).
Romeins filosoof en toneelauteur.

 
De aanschouwing is het absolute fundament van alle inzicht. Elk inzicht moet uitgaan van de aanschouwing en erop teruggevoerd kunnen worden.
 

Johann Heinrich Pestalozzi (1746-1827).
Zwitsers pedagoog.

 
Het grotendeels nieuwe voedingspatroon dat we sinds de uitvinding van de landbouw hebben aangewend, en speciaal gedurende de afgelopen honderd jaar, lijkt verder te gaan dan wat onze genen kunnen verdragen.
 

 Boyd Eaton.
Amerikaans voedseldeskundige.

 
Vooruitgang in de wetenschap is lijk het beklimmen van een berg; pas één top bestegen of daar rijst verderop een andere die nog hoger is.

Charles Spearman (1863-1945).
Engels psycholoog.

 
Vis is hersenvoedsel. Dat geldt als het om intellect gaat, als het om stemming en depressie gaat, als het om concentratie en aandacht gaat. En het geldt een heel leven lang - van twee jaar voor de conceptie tot op hoge leeftijd.
 

Jacqueline Stordy.
Brits voedseldeskundige.

 
Drank levert in de industrie azijn op - ook in vele huishoudens.
 

 P. Van Hamel-Roos.
Nederlands apotheker.

 
Het gevoel is een mimosa, de blaadjes trekken zich terug als een hand ze aanroert.
 

Carel Vosmaer (1826-1888).
Nederlands schrijver.

 
Die niet uit alles leren wil,
Wil in 't geheel niet leren.
 

Nicolaas Beets (1814-1903).
Nederlands letterkundige.

 
De Meester, in zijn Wijsheid, gist,
De Leerling, in zijn Waan, beslist.
 

Anthony Staring (1767-1840).
Nederlands dichter.

 
Men kent den boom aan zijn vruchten.
 

Bijbel, Matth., 7, 12

 
Er is veel kaf onder 't koren.
 

Bijbel, Matth. 3, 12; Luc. 3, 17.

 
De keuze van een opvoedingssysteem is voor een volk van meer belang dan de keuze van zijn regering.
 

Onbekend.

 
Men herhaalt maar steeds: er zijn geen kinderen meer! Maar, ouders, zijn die er nog?
 

Joseph Roux (1834-1905).
Zuidfrans priester en dichter.

 
Het is meer nodig de mensen te bestuderen dan de boeken.
 

La Rochefoucauld (1613-1680).
Frans schrijver.

 
 
Er zijn drie manieren om iets te leren: de beste is het zelf te onderwijzen, de uitstekende is te luisteren naar een meester, de goede is het te leren uit een boek.
 

Sint Franciscus van Sales (1567-1622).
Frans schrijver en bisschop.

 

Wat men goed begrijpt, kan men duidelijk uitdrukken. En de woorden om het te zeggen komen makkelijk.

 

Nicolas Boileau (1636-1711).
Frans auteur.

 
Het zekerste middel om ons kind ongelukkig te maken is het eraan te wennen alles te krijgen.
 

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778).
Frans schrijver.

 
Jaag de natuur weg, en ze keert in draf terug.
 

Philippe Destouches (1680-1754).
Frans dramaturg.

 

Biologie is niet "alleen maar" fysica en chemie, maar een heel beperkt, heel bijzonder en buitengewoon interessant deel ervan. En hetzelfde geldt voor ecologie en sociologie.
 

Peter Medawar (1915-1987).
Brits bioloog. Nobelprijs geneeskunde1960.

 

Het is een gangbare opvatting dat biologie een afgeleide wetenschap is, waarvan de principes deductief kunnen worden verkregen uit de fundamentele wetten van de fysica en de chemie.
 

Edgar Howard Mercer (° 1913).
Australisch fysicus en bioloog.

 

Een intelligentie die op een bepaald moment alle krachten die de natuur bezielen, en bovendien het vermogen bezit om al deze gegevens te analyseren, zou de bewegingen van de grootste lichamen en de kleinste atomen van het universum in één enkele formule kunnen samenvatten. Voor zo'n intelligentie zou niets onzeker zijn en zou zowel de toekomst als het verleden een open boek zijn.
 

Pierre Simon Laplace (1749-1827).
Frans wiskundige.

 
Is een definitie van leven mogelijk? Leven virussen? Dit soort discussies heeft alleen zin als men ervan uitgaat dat er een fundamenteel onderscheid bestaat tussen levende en niet-levende systemen, een grens die datgene wat leeft, duidelijk scheidt van datgene wat niet leeft. Ikzelf geloof niet dat er zo'n grens bestaat. Volgens mij is er geen essentieel verschil tussen levende en niet-levende systemen, en ik denk dat de meeste moleculaire biologen het hiermee eens zijn.
 

John Kendrew (1917-1997).
Engels biochemicus. Nobelprijs chemie 1962.

De geest schijnt gewekt te worden door de behoeften van het lichaam. [...] Een wilde zou eeuwig blijven dutten onder zijn boom als hij niet door honger of kou werd wakker geschud uit zijn onverschilligheid. De meeste mensen hebben prikkels nodig om zich in te spannen.
 

Thomas Robert Malthus (1766-1834).
Brits econoom.

 
De mens is geen oorzaak, maar een gevolg. Het leven en de menselijke geest zijn eenvoudig het resultaat van genen die in grote kolonies bij elkaar wonen, veilig in het binnenste van reusachtige lompe robots en afgesloten van de buitenwereld, waarmee ze op een indirecte en slinkse manier communiceren en die ze door middel van afstandsbediening manipuleren. Ze leven in u en in mij. Ze hebben ons geschapen, met lichaam en geest, en hun behoud is de ultieme reden van ons bestaan. Ze hebben het ver geschopt, die verdubbelaars. Ze worden tegenwoordig genen genoemd, en wij zijn hun overlevingsmachines.
 

Richard Dawkins (° 1941)
Engels hoogleraar biologie.

 
Van alle wonderen van het leven is dat van de groei en ontwikkeling het indrukwekkendst. Stel u voor: het begint met het kleine druppeltje dril van de bevruchte eicel die de kiem van een organisme vormt, en hieruit ontstaat het prachtige bouwsel van het volledige levende organisme, met zijn ontelbare cellen, zijn uiterst gecompliceerde organen, en zijn instincten en gedragingen.
 

Ludwig von Bertalanffy (1901-1972).
Oostenrijks zoöloog.

 
Toen ze me op school vertelden dat de mens uit cellen bestaat, zo mooi en ingenieus, toen voelde ik al dat ik bedrogen werd. De cellen zijn hoogstens de begrenzing! Hij bestaat uit celinhoud, uit protoplasma, slijm, drab! Waar we geen donder van weten en waar alles mogelijk is! En daarom zijn we geen redelijke wezens, maar slijmballen!
 

Harry Mulisch (° 1927).
Nederlands romancier.

 
Het is duidelijk dat de levende structuur geordend is: elk deel ervan heeft een bepaalde relatie met elk ander deel. Maar omdat de structuur het resultaat is van de metabolische activiteit, moet de metabolische activiteit van het levende lichaam ook geordend zijn, zodat elk aspect een bepaalde relatie heeft met elk ander aspect. Dat dit inderdaad zo is, is vooral de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden door de vorderingen in de fysiologie.
 

John Scott Haldane (1860-1936)
Engels fysioloog en filosoof.

 
Leven is afhankelijk van een opeenvolging van metabolische reacties, en de vorm en structuur van levende lichamen veranderen voortdurend. Organismen kunnen alleen bestaan door onafgebroken chemische transformaties uit te voeren, die de essentie zijn van leven, zodat de beëindiging ervan tot de ontregeling van het levende systeem en de dood van het organisme leidt.
 

Aleksandr Ivanovich Oparin (1894-1980).
Russisch biochemicus.

 
Het is niet mogelijk om iemand een redelijk nauwkeurig beeld te geven van een cel met behulp van illustraties op een blad papier of met museummodellen, zelfs niet als dit wordt aangevuld met een mondelinge toelichting. Door de onbeweeglijkheid van de afbeeldingen in leerboeken krijgt men zo'n volstrekt verkeerde voorstelling van een levende cel dat een beschrijving ervan vooral aandacht zal moeten besteden aan wat een cel niet is. Het statische beeld dat we ons van een cel vormen, is te vergelijken met één stilstaand beeldje van een film. Aan zo'n statisch beeld is niet te zien of het een tijdelijke toestand van een proces voorstelt of een permanente situatie. Tenzij we dit voortdurend in gedachten houden, lopen we het risico dat we door de statische afbeeldingen van cellen een organisme gaan zien als een soort mozaïek van onveranderlijke structuren.
 

Paul Weiss (1898-1989)
Australisch-Amerikaans theoretisch-bioloog.
 

Schoonheid is niet alleen in de kunst, maar ook in de exacte wetenschappen de belangrijkste bron van inzicht en inspiratie.
 

Werner Heisenberg (1901-1976).
Duits fysicus. Nobelprijs fysica 1932.

 
De biologie heeft onder de wetenschappen een unieke en bevoorrechte positie, doordat we haar onderwerp, het levende organisme, niet alleen objectief door middel van zintuiglijke waarneming kennen, maar in één geval ook rechtstreeks als het onderwerp van onze directe ervaring. In het bijzondere geval van ons eigen persoonlijke leven kunnen we een levend organisme van binnen uit waarnemen. Natuurlijk kan het rechtstreekse, intuïtieve inzicht dat we door deze directe ervaring verkrijgen, niet het onderwerp zijn van de biologie, die immers een objectieve wetenschap is. En we moeten oppassen dat we aan andere organismen niet te snel de motieven en manieren van ervaren toeschrijven die we in onszelf ontdekt hebben. Niettemin biedt onze introspectieve kennis ons een inzicht in de werkelijkheid van levende organismen dat we op geen enkele andere manier kunnen verkrijgen, en ze verschaft ons een norm waaraan we onze ideeën over organismen kunnen toetsen.
 

Edward Stuart Russell (1887-1954).
Engels theoretisch-bioloog.

 
Alles is giftig en niets is zonder gif, alleen de dosis zorgt ervoor dat iets niet giftig is.
 

Theophrastus von Hogenheim, genoemd Paracelsus (1493-1541).
Zwitsers alchemist en geneesheer.

 
De hele natuur is in staat van oorlog. Elk organisme is in een strijd verwikkeld met de andere organismen en met de natuur om zich heen. De schijnbare rust van de natuur maakt het misschien moeilijk om dit te geloven. Maar wie erover nadenkt, zal inzien dat het waar is.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels bioloog.

 
Dieren en planten vechten een voortdurende strijd om het bestaan, waarbij de zwakste en de slechtst georganiseerde ten onder gaan.
 

Alfred Russel Wallace (1823-1913).
Brits dierkundige.

 
 
De dierenwereld is te vergelijken met een groot gladiatorengevecht. De sterkste, de snelste en de slimste blijven in leven, tenminste tot aan het volgende gevecht. En de strijd is genadeloos.
 

Thomas Henry Huxley (1825-1895).
Brits bioloog en filosoof.

 
Er bestaat geen heftige en moorddadige strijd tussen planten, maar een harmonieuze ontwikkeling op basis van eerlijk delen. Het samenwerkingsprincipe is sterker dan de concurrentie.
 

Frits Warmolt Went (1903-1990).
Nederlands-Amerikaans plantenfysioloog.

 
Variaties in de populatie-grootte van een bepaalde soort in een gebied zijn vrijwel onafhankelijk van de aan- of afwezigheid van andere soorten en van variaties in de kenmerken van de habitat. Naast elkaar levende soorten schijnen de beschikbare middelen min of meer zoals het uitkomt te gebruiken. We hebben weinig aanwijzingen gevonden dat ze zich op dit moment erg druk maken over de concurrentie met elkaar of dat concurrentie in het verleden tot een geordende leefstructuur heeft geleid. Concurrentie is blijkbaar minder belangrijk en alomtegenwoordig dan veel ecologen denken.
 

John Weins en John Rotenberry
Hoogleraars biologie

 
Onder natuurlijke omstandigheden komt concurrentie bijna niet voor.

Edmond John Kormondy (° 1926).
Ecoloog.

 
Pogingen om normale lichaamsfuncties na te bootsen of aan te vullen met kunstmatige apparaten schieten altijd tekort. Geen enkel door de mens gemaakte systeem kan de sierlijkheid van een hoofdbeweging of een handgebaar, de subtiele betekenis van een glimlach of de veelzijdigheid van de menselijke stem zelfs maar benaderen. Ook met de meest geavanceerde micro-elektronische technieken zijn we niet in staat lichaamsactiviteiten die door aangeboren afwijkingen, verwondingen, ziekte of ouderdom ontbreken, te vervangen door middelen die even weinig ruimte innemen.
 

Keith Copeland.
Biofysicus.

 
Het leven vertoont veel meer een afwisselendere schoonheid in vorm, kleur en klank dan de levenloze wereld. Schoonheid hoort tot de essentie van leven. Het is een van de permanente en onverwoestbare aspecten van de natuur.
 

Edmund Ware Sinnott ( 1888-1968).
Amerikaans plantkundige.

 
De mens met al zijn edele eigenschappen draagt in zijn lijfelijk gestel nog de onuitwisbare sporen van zijn bescheiden afkomst.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.

 
Wetenschapsmensen onderzoeken de natuur niet omdat dat nuttig is, maar omdat ze er plezier in hebben. En ze hebben er plezier in, omdat de natuur mooi is. Als de natuur niet mooi was, zou het niet de moeite waard zijn om haar te leren kennen, en zou ook het leven geen waarde hebben.
 

Henri Poincaré (1854-1912).
Frans wiskundige en natuurfilosoof.

 
Ik heb voortdurend geprobeerd onbevooroordeeld te blijven, zodat ik elke hypothese, hoe zeer ik er ook op gesteld was - en ik kan het niet laten om over elke onderwerp een hypothese te ontwikkelen,- onmiddellijk kon opgeven zodra er feiten bekend werden die ermee in strijd waren.
 

Charles Darwin (1809-1882).
Engels natuuronderzoeker.
 

Wat hun chemische samenstelling betreft, lijken alle organismen sterk op elkaar. Ze bevatten niet alleen atomen van dezelfde elementen, maar vaak ook in min of meer dezelfde verhoudingen. Overal treffen we dezelfde soorten verbindingen aan, vooral nucleïnezuren en proteïnen. De proteïnen bestaan uit dezelfde twintig aminozuren, en de aminozuren zijn bijna altijd linksdraaiende optische isomeren. Bepaalde energiedragers, zoals adenosinetrifosfaat, en enzymen, zoals cytochroom, komen in de meest uiteenlopende organismen voor. In de ogen van een evolutionist bevestigen deze chemische overeenkomsten dat de mens verwant is aan alles wat leeft.
 

Theodosius Dobzhansky (1900-1975).
Russisch-Amerikaans geneticus.

 
De hiërarchie van het leven- het patroon van overeenkomsten dat alle organismen met elkaar verbindt - was misschien wel Darwins beste argument voor het feit dat het leven een evolutie heeft doorgemaakt. Als we aannemen dat er een evolutie is geweest, zouden we op grond daarvan voorspellen dat sommige kenmerken van de eerste levensvormen aan alle nu levende afstammelingen zijn doorgegeven. En dat is inderdaad het geval: RNA en, in iets mindere mate, DNA vormen een biochemische erfenis die alle levensvormen gemeen hebben. Maar van latere evolutionaire vernieuwingen, die pas geïntroduceerd zijn nadat er een splitsing had plaatsgevonden in de afstammingslijnen, zouden we verwachten dat ze alleen zijn doorgegeven aan de afstammelingen van een bepaalde soort. En ook dat is juist. Echt haar wordt bijvoorbeeld alleen aangetroffen bij zoogdieren.
 

Niles Eldridge.
Amerikaans paleontoloog.

 
Pas toen doelgerichtheid uit beschrijvingen van biologische activiteiten werd geweerd, konden biologische problemen op de juiste manier geformuleerd en onderzocht worden.
 

Alex Benjamin Novikoff (1913-1987).
Amerikaans celbioloog.

 
De fysicus en de chemicus houden zich niet bezig met het doel van de verschijnselen die ze onderzoeken, maar de bioloog moet hieraan wel aandacht besteden.
 

Nikolaas Tinbergen (1907-1988).
Nederlands etholoog. Nobelprijs 1973 voor geneeskunde.
..