Hoe giftig is de giftigste pijlgifkikker?

De juiste Nederlandse naam is gifkikker. De Engelse naam is echter arrow poison frog en daardoor is bij ons ook pijlgifkikker ingeburgerd geraakt.

Ik heb navraag gedaan bij de verzorgers van de amfibie‘n in de Antwerpse zoo en zij verklaren unaniem dat Phyllobates terribilis het giftigste kikkertje is. Wegens de kleur had men dat kikkertje uit het Columbiaanse regenwoud graag de Nederlandse naam gouden gifkikker gegeven, maar die naam was al toegekend aan Dendrobates auratus. Wij gebruiken dus de wetenschappelijke naam Phyllobates terribilis.

 

 

Terloops: we schrijven Ôwetenschappelijke naamÕ en niet ÔLatijnse naamÕ, een veelgemaakte fout! Phyllobates is immers afgeleid van de Griekse namen voor blad (phyllon) en kikker (batrachos). Het Griekse ÔdendroÕ van Dendrobates betekent dan weer ÔboomÕ.

Wat maakt Phyllobates terribilis zo ÔterrribelÕ? Zijn gifklieren geven batrachotoxine, een stero•d-alkalo•de, af dat op botuline na de giftigste stof is die bestaat. Het gif is sterker dan de toxinen van kogelvissen en steenvissen. 0,2 mg van het gif is voldoende om een mens te doden. Theoretisch kan het gif van 1 kikkertje ± 50 mensen doden.

Laboproeven hebben uitgewezen dat bij onderhuidse inspuiting van batrachotoxine bij muizen 50 % van de proefdieren stierven met een dosis van 0,002 mg.kg–1 muis. We duiden die letale dosis aan met: LD50 = 0,002 mg.kg–1 muis. Voor de andere soorten gifkikkers is die letale dosis ± 0,2 mg.kg–1 muis, dus gemiddeld 100 x minder giftig. Daarenboven bedraagt de hoeveelheid gif per kikker ± 0,24 µg, terwijl die waarde kan oplopen tot 500 µg bij Phyllobates terribilis.

Als indianen hun pijlpuntjes willen giftig maken, dan prikken ze een gifkikker op een stokje en houden die boven een vuurtje om het gif te laten afdruipen. Bij Phyllobates terribilis is dat niet nodig. Die wordt als een kostbaar kleinood levend bewaard in een stuk holle bamboestengel. Als men een pijlpunt wil ÔpreparerenÕ wrijft men die lichtjes over de rughuid van het kikkertje, dat daarna weer voorzichtig in de bamboestok wordt opgesloten.

De indianen moeten opletten dat ze met hun vingers niet in de ogen wrijven of aan hun mond komen. Een gave huid laat het gif niet door. In de Antwerpse zoo hebben ze Phyllobates terribilis niet in de collectie. Gifkikkers kunnen wel worden vastgenomen, bv. bij het reinigen van de terraria en bij de voorbereiding van de kweek. De verzorgers moeten daarna wel grondig hun handen wassen.

Een boeiend verhaal over het leven van gifkikkers werd geschreven door Uwe George in het boek ÔHet RegenwoudÕ, hoofdzakelijk van p. 202 tot p. 208. Ik geef de bladzijden aan omdat het register onvolledig is. Ook erger ik me aan het onzijdig maken van het woord biotoop en aan het te pas en te onpas gebruik van ÔroofdierÕ (bv. voor roofmieren), waar volgens mij ÔroversÕ moet worden gebruikt.

De beste informatie vind je als je op Google ÔPhyllobates terribilis, giftigheidÕ intikt. Je krijgt dan een aantal websites aangeboden. Phyllobates terribilis van Reptielenopvang & Educatie Centrum MAYA THUK geeft degelijke informatie over het kikkertje en breidt zelfs uit naar botulisme. Iets verder staat de website Phyllobates terribilis van Wikipedia. Wie heeft van wie overgenomen? De tekst is praktisch identiek met die van de vorige site. Als je echter in de tekst van Wikipedia het gekleurde woord ÔbatrachotoxineÕ aanklikt, krijg je een prachtig uitgewerkte pagina over het gif.

Andere betrouwbare sites, aanbevolen door het zoo-team:

www.dendrobase.de  
www.tropical-experience.nl  
www.gifkikker.nl  
www.hylawerkgroep.be  
www.gifkikkerportaal.nl  
www.dierenbibliotheek.nl  
www.amphibiaweb.org  
www.amphibianark.org
 

Nuttige literatuur:

¥ DesfossŽs F., 2003. Giftige stoffen in dierentuinen. Jaarboek 2003 VOB, p. 127-165.
¥ Flindt R., 2000. Biologie in Zahlen, eine Datensammlung in Tabellen mit Ÿber 10.000 Einzelwerten. Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg/Berlin, 285 p.
¥ Mebs D., 2000. Gifttiere. Wissenschaftliche Verlagsgesellschaft, Stuttgart, 350 p.
¥ OÕNeil M. et al. 2001. The Merck Index, thirteenth edition. Merck Research Laboratories, Merck & Co., Whitehouse Station, NJ, USA, rubrieken 1012 en 1345.
¥ Uwe George, 1991. Het regenwoud. Natuur & Techniek, Maastricht/Brussel, 380 p.

Frans DesfossŽs,

zoo-gids