DE GEOLOGISCHE TIJDSCHAAL VOORGESTELD IN DE
BIOLOGIEKLAS
In 2004 werd door de “International
Commission on Stratigraphy”, een onderdeel van de “International Union of
Geological Sciences”, een nieuwe, officiële geologische tijdschaal voorgesteld.
De nieuwe tijdschaal verschilt van
de oude. Zo begint het Cambrium nu niet meer 600 of 570, maar 542 miljoen jaar
geleden. Het Jura eindigt nu 145,5 miljoen jaar geleden en niet meer 135
miljoen jaar geleden.
Niet alleen werden er data die
behoren bij de tijdperken herzien, maar betere metingen en onverwachte
ontdekkingen hebben ook geleid tot het aannemen van nieuwe en het schrappen van
oude tijdperken en ook tot het vastleggen van nieuwe namen voor bepaalde
tijdperken. Verder onderzoek zal in de toekomst leiden tot nog meer
aanpassingen.
Een zeer gedetailleerde afbeelding
van de nieuwe tijdschaal kan men vinden op de webstek:
http://www.stratigraphy.org/cheu.pdf
Het is voor iedereen en zeker voor
scholieren moeilijk om goed te beseffen dat de tijd die we met alle gemak
historisch min of meer kunnen overzien, zoals bijvoorbeeld vanaf het jaar nul
tot op heden, eigenlijk in de geschiedenis van onze aarde maar een heel korte
tijdspanne inneemt. Ook daardoor blijft het moeilijk om bij de bespreking van
de evolutie van de organismen duidelijk te maken dat vele soorten organismen
soms miljoenen jaar geleefd hebben vooraleer ze van de aardbol verdwenen waren.
In deze bijdrage geven we een
vereenvoudigde versie van de officiële geologische tijdschaal en doen we ook
enkele middelen aan de hand om de tijdschaal zo goed mogelijk voor te stellen.
Vereenvoudigde versie van de
geologische tijdschaal
|
(1) Hoofdtijdperk |
(2) Periode |
(3) Tijdvak |
(4) Aanvang (miljoen
jaar geleden) |
(5) Duur (miljoen
jaar) |
|
Cenozoïcum |
Neogeen |
Holoceen |
0,011 |
0,011 |
|
Pleistoceen |
1,8 |
1,79 |
||
|
Plioceen |
5,3 |
3,5 |
||
|
Mioceen |
23 |
17,7 |
||
|
Paleogeen |
Oligoceen |
34 |
11 |
|
|
Eoceen |
56 |
22 |
||
|
Paleoceen |
65 |
9 |
||
|
Mesozoïcum |
Krijt |
|
145 |
80 |
|
Jura |
|
200 |
55 |
|
|
Trias |
|
251 |
51 |
|
|
Paleozoïcum |
Perm |
|
299 |
48 |
|
Carboon |
|
359 |
60 |
|
|
Devoon |
|
416 |
57 |
|
|
Siluur |
|
444 |
28 |
|
|
Ordovicium |
|
488 |
44 |
|
|
Cambrium |
|
542 |
54 |
|
|
Deze drie eonen vormen
samen het Precambrium |
Eon |
|||
|
Proterozoïcum |
|
2.500 |
1.958 |
|
|
Archeïcum |
|
3.800 |
1.300 |
|
|
Hadeïcum |
|
4.600 |
800 |
|
TABEL 1: Vereenvoudigde versie
van de geologische tijdschaal (afgeronde aantallen)
Kolom 1: Hoofdtijdperk, ook
era genoemd.
Afkomstig uit oudere indelingen
worden ook nog twee sub-era of sub-hoofdtijdperken onderscheiden: (1) het Quartair:
van 2,6 miljoen jaar geleden tot heden; en (2) het Tertiair: van 65
miljoen jaar geleden tot 2,6 miljoen jaar geleden.
Kolom 2: Periode
Kolom 3: Tijdvak, ook epoche
genoemd.
Kolom 4: In miljoen jaar,
het aantal jaar geleden dat het tijdperk een aanvang nam.
Kolom 5: In miljoen jaar, de
duur van elke tijdperk (afgeronde aantallen). Het Holoceen waarin we nu leven
nam ongeveer 11.000 jaar geleden een aanvang.
|
(1) Tijdperk |
(2) Aanvang (miljoen jaar
geleden) |
(3) Duur (miljoen
jaar) |
(4) Tijdbalk (aantal cm
per 1.000 cm) |
(5) Duur (dagen en
uren in één jaar) |
(6) Aanvang (data in de
loop van één jaar) |
|
Cenozoïcum |
|||||
|
Neogeen |
|||||
|
Holoceen |
0,011 |
11.000 jr. |
0,002 |
1 min. |
31 dec. 23.59 u. |
|
Pleistoceen |
1,8 |
1,79 |
0,40 |
3 u. |
31 dec. 21.00 u. |
|
Plioceen |
5,3 |
3,5 |
0,75 |
7 u. |
31 dec. 14.00 u. |
|
Mioceen |
23 |
17,7 |
4 |
1 d. 10 u. |
30 dec. 4.00 u. |
|
Paleogeen |
|||||
|
Oligoceen |
34 |
11 |
2 |
21 u. |
29 dec. 7.00 u. |
|
Eoceen |
56 |
22 |
5 |
1 d. 18 u. |
27 dec. 13.00 u. |
|
Paleoceen |
65 |
9 |
2 |
17 u. |
26 dec. 20.00 u. |
|
Mesozoïcum |
|||||
|
Krijt |
145 |
80 |
17 |
6 d. 8 u. |
20 dec. 12.00 u. |
|
Jura |
200 |
55 |
12 |
4 d. 9 u. |
16 dec. 3.00 u. |
|
Trias |
251 |
51 |
11 |
4 d. 1 u. |
12 dec. 2.00 u. |
|
Paleozoïcum |
|||||
|
Perm |
299 |
48 |
10 |
3 d. 19 u. |
8 dec. 7.00 u. |
|
Carboon |
359 |
60 |
13 |
4 d. 18 u. |
3 dec. 13.00 u. |
|
Devoon |
416 |
57 |
12 |
4 d. 13 u. |
29 nov. 00.00 u. |
|
Siluur |
444 |
28 |
6 |
2 d. 5 u. |
26 nov. 19.00 u. |
|
Ordovicium |
488 |
44 |
10 |
3 d. 12 u. |
23 nov. 7.00 u. |
|
Cambrium |
542 |
54 |
12 |
4 d. 7 u. |
19 nov. |
|
Precambrium |
|||||
|
Proterozoïcum |
2.500 |
1.958 |
426 |
156 d. |
16 juni |
|
Archeïcum |
3.800 |
1.300 |
283 |
103 d. |
5 maart |
|
Hadeïcum |
4.600 |
800 |
174 |
63 d. |
1 januari |
TABEL 2: Verhoudingsgewijze
omzettingen voor de hele geologische geschiedenis
Kolom 1: Tijdperk
Kolom 2: Aanvang van het
tijdperk, aangegeven in miljoen jaar geleden
Kolom 3: Duur van het
tijdperk in miljoen jaar
Kolom 4: Verhoudingsgewijze
omzetting van de duur van elke tijdperk in centimeter voor een tijdbalk van
1000 centimeter of tien meter (afgeronde aantallen).
Kolom 5: Verhoudingsgewijze
omzetting van de duur van elk tijdperk in dagen en uren voor een periode van
één jaar of 365 dagen (afgeronde aantallen).
Kolom 6: Aanvang van elke
tijdperk verhoudingsgewijze omgezet naar data in de loop van één jaar.
Voorstellingen van de
geologische tijdschaal
Om aan leerlingen een indrukwekkend
idee te geven van de geologische tijdschaal en van de duur van de verschillende
tijdperken, kan men gebruik maken van een voorstelling met een tijdbalk, of van
de verhoudingsgewijze vergelijking met de duur van de tijdperken in de loop van
een jaar of van de data waarop verhoudingsgewijze een tijdperk in de loop van
een jaar een aanvang neemt of met de verhoudingsgewijze tijd aangegeven door
een 12-urenklok.
1. Tijdbalk van tien meter voor
de volledige geologische geschiedenis
Met behulp van een band stevig
behangselpapier van precies tien meter lang kan men een tijdbalk maken waarop
de geologische tijdschaal illustratief voorgesteld kan worden. Een dergelijke
tien meter-lange tijdbalk kan men op de vloer, hetzij in de klas, hetzij in een
gang, openrollen, vastleggen en erbij de nodige uitleg geven. Na gebruik kan
men de band weer netjes oprollen en kan men er vele jaren van genieten.
In TABEL 2 staat in kolom 3 van elk
tijdperk de duur in miljoen jaar aangegeven. Deze duur werd dan in kolom 4
verhoudingsgewijze uitgedrukt in centimeter ten opzichte van een lengte van
1.000 centimeter (tien meter), die overeenkomt met de tijd van het ontstaan van
de aarde, 4.600 miljoen jaar geleden, tot het heden.
Deze omzetting werd telkens
berekend met de regel van drieën, bijvoorbeeld:
De totale leeftijd van de aarde van
4.600 miljoen jaar komt overeen met 1.000 cm
1 miljoen jaar komt overeen met 1.000 cm / 4.600
57 miljoen jaar van bijvoorbeeld
het Devoon komt overeen met 1.000 cm x 57 / 4.600 =
12,39 cm (afgerond tot 12 cm)
Voor het gemak worden afgeronde
getallen gebruikt. Immers, in de officiële geologische tijdschaal is de aanvang
van een tijdperk ook maar benaderend aangeduid. Zo staat voor het begin van het
Devoon aangegeven: 416,0 ± 2,8
miljoen jaar geleden. Dit betekent dat dit begin ligt tussen 413,80 en 418,80
miljoen jaar geleden. Als we dan aannemen dat het Devoon een einde nam op 359,2
miljoen jaar geleden, dan ligt de duur van het Devoon tussen 54 en 59,60
miljoen jaar. In onze omrekening
naar centimeter ten opzichte van een lengte van 1.000 centimeter zou dat
respectievelijk een duur geven overeenkomend met 11,84 cm en 13,07 cm en nu
nemen we gewoon 12 cm aan.
We starten met het maken van de
tijdbalk aan een dwarse rand van het behangselpapier en meten eerst 174 cm af,
d.w.z. 1,74 m, nauwkeurig af. Deze breedte komt dus overeen met het Hadeïcum.
Vervolgens meet men voor het Archaeïcum 283 cm of 2,83 m af, en zo verder tot
men de 19 tijdperken “afgemeten” heeft. Als men dan heel nauwkeurig gewerkt
heeft, zou de band dan precies op een lengte van 10 meter moeten uitkomen. Het
is natuurlijk onvermijdelijk dat het Precambrium al 883 cm inneemt… Voor de
tijdperken van het Cenozoïcum is er voor de aanduidingen maar een beperkte
ruimte beschikbaar. Eventueel kan men voor het Cenozoïcum een afzonderlijke
tijdbalk maken (zie punt 6).
2. Tijdbalk voor een muur van
een bepaalde lengte
Als men een blijvende tijdbalk over
de hele geologische geschiedenis tegen een muur van een bepaalde lengte wil
vastmaken, moeten uiteraard bijzondere berekeningen uitgevoerd worden.
Veronderstel dat de tijdbalk 12,5
meter of 1250 centimeter lang moet worden. Met behulp van de gegevens in kolom
4 van TABEL 2 kan met dan met de regel van drieën de verhoudingsgewijze breedte
van elk tijdperk als volgt berekenen:
1.000 cm moet overeenkomen met 1250 cm
1 cm komt overeen met 1250 cm / 1000
lengte van een tijdperk in cm (kolom 4) komt overeen met 1250 x lengte in cm/ 1000= lengte in cm voor een tijdbalk van 1250 cm
3. De geologische geschiedenis
verhoudingsgewijze uitgedrukt in dagen en uren in het geheel van een jaar
Een zeer illustratieve voorstelling
van de geologische geschiedenis van de aarde, is de verhoudingsgewijze
omzetting van de duur van de tijdperken in dagen en uren die samen een jaar van
365 dagen vormen.
Deze verhoudingsgewijze omzetting
vergt enig rekenwerk met de regel van drieën. Een jaar telt 365 dagen, d.i. 8.760
uren. Voor elk tijdperk kan men berekenen met hoeveel dagen en uren een periode
overeenkomt.
4.600 miljoen jaar komt overeen met
8.760 uren
1 miljoen jaar komt overeen met 8.760 uren / 4.600
57 miljoen jaar van bv. het Devoon
komt overeen met 8.760 x 57
uren / 4600 = 108,54 uren (afgerond 4 dagen en 13 uur)
Het resultaat van de berekeningen
vind men in kolom 5 van TABEL 2.
Het Precambrium neemt al 322 dagen
in van de 365 dagen. En het Holoceen duurt verhoudingsgewijze amper één minuut!
4. De geologische geschiedenis
samengedrukt in de duur van één jaar
Interessant is ook als men op een
tijdbalk de aanvang van elk tijdperk met een datum kan aanduiden, alsof heel de
geologische geschiedenis van de aarde zich zou afspelen in de loop van één
jaar. De aarde begint dan haar ontstaan op 1 januari en met behulp van de
gegevens uit kolom 5 van TABEL 2 wordt dan telkens de duur van elk tijdperk,
uitgedrukt in dagen en uren, bij elke nieuwe datum gevoegd. Het resultaat
daarvan ziet men in kolom 6 van TABEL 2.
Eén minuut voor het begin van een
nieuw jaar nam het Holoceen een aanvang. Als we aannemen dat de moderne mens
– Homo sapiens sapiens – ongeveer 200.000 jaar geleden ontstaan is, dan
zou dat, als we de geologische geschiedenis van de aarde samendrukken tot één
jaar, gebeurd zijn op 31 december om 23.37 uur, of 23 minuten voor het einde
van het jaar.
|
Tijdperk |
Aanvang (miljoen jaar
geleden) |
Evolutieve
ontwikkeling van de
organismen |
|
Paleozoïcum |
||
|
Perm |
299 |
Veel varens en naaldbomen. Opkomst van eerste reptielen. Eerste ammonieten. Uitsterven van de trilobieten. |
|
Carboon |
359 |
Weelderige wouden van varens, wolfsklauwen en
naaldbomen: de steenkoolwouden. Primitieve, echte amfibieën en reptielen. Vliegende insecten, reuzeninsecten. |
|
Devoon |
416 |
Eerste zaadplanten en boomvarens. Eerste beenvissen in zoet water. Aan het eind van
het tijdperk ontstaan van amfibieën uit vissen. Eerste reptielen. Bloeiperiode van koralen, brachiopoden. Uitsterven
van de graptolieten. Eerste insecten en spinnen. |
|
Siluur |
444 |
Ontwikkeling van landplanten. Veel gepantserde, kaakloze vissen. Eerste
kaakvissen. Opbloei van koraalriffen, eerste schorpioenen. |
|
Ordovicium |
488 |
Eerste planten op het land. Eerste gepantserde, kaakloze vissen. Bloei van trilobieten, graptolieten, tweekleppige
schelpdieren en brachiopoden. |
|
Cambrium |
542 |
Ontwikkeling van bacteriën, wieren en zwammen. De Cambrische explosie: eerste dieren met een hard
kalkskelet en vertegenwoordigers van alle stammen van ongewervelde dieren.
Bloeiperiode van de trilobieten. Vooral zeebodembewoners: brachiopoden,
koralen, graptolieten, schelp- en schaaldieren en veel ongewervelde dieren
waarvan nu geen ermee verwante dieren nog leven. |
|
Precambrium |
||
|
Proterozoïcum |
2.500 |
Bloei van eencellige wieren in zee, eerste
eencellige wieren in zee, eerste meercellige wieren met geslachtelijke
voortplanting, eerste meercellige dieren zonder harde delen (wormachtigen,
holtedieren). |
|
Archeïcum |
3.800 |
3 miljard jaar geleden: oudste fossiele bacteriën
(cyanobacteriën). 3,5 miljard jaar geleden: eerste chemische sporen
van leven. |
|
Hadeïcum |
4.600 |
4,6 miljard jaar geleden: ontstaan van de aarde. |
TABEL 3.1: De evolutieve
ontwikkeling van de organismen
In de TABELLEN 3.1 en 3.2 worden
voor elk tijdperk enkele opmerkelijke stadia in de evolutieve ontwikkeling van
de organismen weergegeven.
|
Tijdperk |
Aanvang (miljoen jaar
geleden) |
Evolutieve
ontwikkeling van de
organismen |
|
Cenozoïcum |
||
|
Neogeen |
||
|
Holoceen |
0,011 |
Grote zoogdieren, zoals mammoet, bizon en Ierse
eland, sterven uit. Dodo uitgeroeid. Culturele ontwikkeling van de moderne
mens. |
|
Pleistoceen |
1,8 |
Opkomst, ontwikkeling en verdwijnen van
verschillende soorten mensen. 200.000 jaar geleden: ontstaan van de moderne
mens. Aanwezig: holenbeer, mammoet, wolharige neushoorn. |
|
Plioceen |
5,3 |
Huidige flora van het gematigde klimaat in Europa. Verschillende voorlopers van de moderne mens. Grote zoogdieren. |
|
Mioceen |
23 |
Ontwikkeling van graslanden ten koste van bossen. Grote opkomst van zoogdieren en haaien. Mensapen
en misschien 6-7 miljoen jaar geleden eerste voorouders van de mens. |
|
Paleogeen |
||
|
Oligoceen |
34 |
Ontwikkeling van paardachtigen en andere moderne
zoogdieren. Baleinvissen. Mensapen in Afrika. |
|
Eoceen |
56 |
Bomen, struiken en kruidachige planten. Eerste
grassen. Ontstaan van de voorouders van de paarden. Ontwikkeling
van de walvis uit een landzoogdier. Verdere ontwikkeling van zoogdieren en
van aapachtige voorouders. |
|
Paleoceen |
65 |
Moderne planten; tropische regenwouden zonder
grassen. Dinosauriërs sterven uit. Eerste aapachtige
voorouders. Geleidelijke ontwikkeling van iets grotere zoogdieren. Opkomst
van slangen. Moderne slakken en tweekleppige weekdieren. |
|
Mesozoïcum |
||
|
Krijt |
145 |
Ontwikkeling van planten met bloemen. Grote reptielen verdwijnen geleidelijk: dinosauriërs,
zeereptielen, vliegende reptielen. Verschijnen van echte vogels, slangen,
salamanders, buideldieren, insecteneters, kleine spitsmuisachtige zoogdieren. Uitsterven van ammonieten en belemnieten. |
|
Jura |
200 |
Nog altijd veel varenpalmen, varens en naaldbomen. Bloeiperiode van de reptielen in zee, op het land
en in de lucht; veel dinosauriërs. Eerste vogels met tanden. Aanwezig:
Archaeopteryx. Kleine, primitieve zoogdieren. Bloeiperiode van ammonieten en belemnieten. |
|
Trias |
251 |
Veel naaldbomen, varenpalmen, paardenstaarten en
varens. Drie kwart van de diersoorten sterven uit. Wel
talrijke reptielen: eerste dinosauriërs, zeereptielen, vliegende reptielen.
Eerste kleine, primitieve zoogdieren. Bloeiperiode van ammonieten, eerste belemnieten. |
TABEL 3.2: De evolutieve
ontwikkeling van de organismen
5. De evolutieve ontwikkeling
van de organismen in een tijdbalk
Eventueel kan men op de tijdbalk ook
gegevens weergeven van de evolutieve ontwikkeling van de organismen. TABEL 3.1
en TABEL 3.2 leveren daarvoor enkele gegevens. In verschillende bronnen vindt
men een dergelijke tabel en inhoudelijk zijn er soms grote verschillen.
6. Tijdbalk van vijf meter over
de geschiedenis van het Cenozoïcum
In een tijdbalk van bijvoorbeeld
tien meter voor de hele geologische geschiedenis, neemt het Cenozoïcum ongeveer
14 centimeter in, wat heel weinig is om de verschillende tijdvakken duidelijk
van elkaar af te grenzen en het is dan ook moeilijk om bijvoorbeeld aan te
duiden op welk ogenblik de moderne mens ontstaan is. Daarom kan een tweede
tijdbalk die alleen maar betrekking heeft op het Cenozoïcum en bijvoorbeeld
vijf meter lang is, een nuttige aanvulling vormen.
In TABEL 4 staat dan aangeduid
hoeveel centimeter elke tijdvak van het Cenozoïcum in een tijdbalk van 500
centimeter mag innemen.
Als men aanneemt dat de moderne
mens ongeveer 200.000 jaar geleden ontstaan is, dan is dat aan te duiden op 1,5
centimeter van de rand waar het Holoceen eindigt. Volgens de regel van drieën
werd dat als volgt berekend. Het Cenozoïcum is 65 miljoen jaar geleden begonnen
en die periode komt overeen met de 500 centimeter van de tijdbalk.
65 miljoen jaar komt overeen met 500
cm
1 miljoen jaar komt overeen met 500
cm / 65
0,2 miljoen jaar (200.000 jr.) komt
overeen met 500 x 0,2 cm / 65 =
1,5 cm
|
(1) Tijdperk |
(2) Aanvang (miljoen jaar geleden) |
(3) Duur (miljoen jaar) |
(4) Tijdbalk (aantal cm per 500 cm) |
|
Cenozoïcum |
|||
|
Neogeen |
|||
|
Holoceen |
0,011 |
11.000 jaar |
0,08 |
|
Pleistoceen |
1,8 |
1,79 |
14 |
|
Plioceen |
5,3 |
3,5 |
27 |
|
Mioceen |
23 |
17,7 |
136 |
|
Paleogeen |
|||
|
Oligoceen |
34 |
11 |
85 |
|
Eoceen |
56 |
22 |
169 |
|
Paleoceen |
65 |
9 |
69 |
TABEL 4: Verhoudingsgewijze
omzetting voor het Cenozoïcum
Kolom 1, Kolom 2 en Kolom
3 zoals in TABEL 2.
Kolom 4: Verhoudingsgewijze
omzetting van de duur van elk tijdvak van het Cenozoïcum in centimeter voor een
tijdbalk van 500 centimeter of vijf meter.
Ongeveer bij het begin van het
Cenozoïcum hebben de voorouders van de aapachtigen (halfapen, echte apen,
mensapen) en van de mens zich afgesplitst van de voorouders van de andere
zoogdieren. Aangezien het ontstaan van de mens altijd de grootste
belangstelling kan opwekken, is het misschien interessant om de evolutie van de
aapachtigen tot de mens in een tijdbalk over het Cenozoïcum op te nemen. De
informatie daarvoor kan men aantreffen in TABEL 5. Deze gegevens zijn volledig
ontleend aan het boek van Carl Zimmer, Waar komen we vandaan? (Standaard
Uitgeverij, 2006). Nieuwe vondsten van fossielen van voorouders van de mens
zullen ongetwijfeld in de toekomst tot nieuwe gegevens leiden.
|
(1) Tijdperk |
(2) Aanvang (miljoen jaar geleden) |
(3) Evolutieve
ontwikkeling van de voorouders van de aapachtigen en de mens tot de mens van
nu |
|
Cenozoïcum |
||
|
Neogeen |
||
|
Holoceen |
0,011 |
* Mens van nu. Culturele evolutie. |
|
Pleistoceen |
1,8 |
* 200.000 jaar geleden: ontstaan van de moderne
mens Homo sapiens. * Aanwezigheid van verschillende soorten mensen
die uitsterven, o.m. Homo ergaster, H. erectus, H. neanderthalensis, H. heidelbergensis, H.
habilis. |
|
Plioceen |
5,3 |
* 2 miljoen jaar geleden: uiteengaan van de
voorouders van de chimpansee en de bonobo. * Aanwezigheid van verschillende soorten mensen
die uitsterven, o.m. Australopithecus-soorten, Paranthropus-spp., Homo-spp., o.m. Homo
habilis. |
|
Mioceen |
23 |
* 6-7 miljoen jaar geleden: voorouders van de
chimpansee en de bonobo splitsen zich af van de voorouders van verschillende
soorten mensen. * 7-9 miljoen jaar geleden: voorouders van de
gorilla splitsen zich af van de voorouders van de chimpansee, de bonobo en de
soorten mensen. * 12-15 miljoen jaar geleden: voorouders van de
orang-oetan splitsen zich af van de voorouders van de mensapen en de mens. * ± 18 miljoen jaar geleden: voorouders van de
lagere mensapen, zoals de gibbon, splitsen zich af van de voorouders van de
hogere mensapen en de mens |
|
Paleogeen |
||
|
Oligoceen |
34 |
* ± 25 miljoen jaar geleden: voorouders van de
echte apen splitsen zich af van de voorouders van de mensapen en de mens. |
|
Eoceen |
56 |
* 55-56 miljoen jaar geleden: voorouders van de
halfapen en lemuren splitsen zich af van de voorouders van de echte apen, de
mensapen en de mens. |
|
Paleoceen |
65 |
* ± 65 miljoen jaar geleden: voorouders van de aapachtigen
(halfapen, echte apen, mensapen en de mens) splitsen zich af van de
voorouders van de andere zoogdieren. |
TABEL 5: Evolutieve
ontwikkeling van de aapachtigen tot de mens
7. De geologische geschiedenis voorgesteld
in een 12-urenklok
|
(1) Tijdperk |
(2) Duur (miljoen jaar) |
(3) Duur (in een 12-urenklok) |
(4) Aanvang (in een 12-urenklok) |
|
Hadeïcum |
800 |
2 u. 5 min. |
0.00 u. |
|
Archeïcum |
1.300 |
3 u. 24 min. |
2.05 u. |
|
Proterozoïcum |
1.958 |
5 u. 6 min. |
5.29 u. |
|
Paleozoïcum |
291 |
46 min. |
10.35 u. |
|
Mesozoïcum |
186 |
29 min. |
11.21 u. |
|
Cenozoïcum |
65:↓ |
10 min.:↓ |
11.50 u. |
|
Paleoceen |
9 |
1 min. 23 sec. |
11 u. 50 min. |
|
Eoceen |
22 |
3 min. 23 sec. |
11 u. 51 min. 23 sec. |
|
Oligoceen |
11 |
1 min. 42 sec. |
11 u. 54 min. 46 sec. |
|
Mioceen |
17,7 |
2 min. 43 sec. |
11 u. 56 min. 28 sec. |
|
Plioceen |
3,5 |
32 sec. |
11 u. 59 min. 11 sec. |
|
Pleistoceen |
1,79 |
17 sec. |
11 u. 59 min. 43 sec. |
|
Holoceen |
0,011 |
0,10 sec. |
11 u. 59 min. 59,90 sec. |
TABEL 6: De geologische
tijdschaal in een 12-urenklok
Tenslotte kan men de geologische
geschiedenis van de aarde ook weergeven in een 12-urenklok.
Weeral met de regel van drieën kan men
op die klok de duur van elk tijdperk weergeven. Een 12-urenklok telt 720
minuten. Voor de duur van bijvoorbeeld het Paleozoïcum, die 291 miljoen jaar
bedraagt, verloopt dan de berekening als volgt:
4.600 miljoen jaar komt overeen met
720 minuten
1 miljoen jaar komt overeen met 720
minuten / 4.600
291 miljoen jaar komt overeen met 720
minuten x 291 / 4.600 =
45,54 min. (afgerond 46 min.)
We bepalen eerst de duur van de drie
eonen van het Precambrium en dan van de drie hoofdtijdperken en van de
tijdvakken (kolom 3 in TABEL 6). Vervolgens brengen we die gegevens over op een
12-urenklok, waarbij het ontstaan van de aarde begint bij 0.00 uur (zie
figuur).
We stellen daarbij vast dat het
Cenozoïcum, dat 65 miljoen jaar duurt, de laatste 10 minuten inneemt. We kunnen
dan ook berekenen wanneer elk tijdvak van het Cenozoïcum begint. Het Holoceen,
het tijdvak waarin wij leven, begint dan één tiende van een seconde voor twaalf
uur.
Als we aannemen dat de moderne mens
ongeveer 200.000 jaar geleden ontstaan is, dan zou dat, gerekend op een
12-urenklok, gebeurd zijn om 11 u. 59 min. 58,20 sec. of 1,80 seconden voor
twaalf.
![]() |
Walter Deconinck