In deze rubriek serveren we je besprekingen van boeken, waarvan leden vinden dat ze een meerwaarde bezitten. Heb je ook zo'n boek, waarvan je overtuigd bent dat het je collega's heel wat te bieden heeft, aarzel dan niet en schrijf een (beknopte) recensie! Opsturen naar [email] en klaar is Suzie...



R.-E. Spichiger, V.V. Savolainen & M. Figeat, 2000. Botanique systématique des plantes à fleurs. Une approche phylogénétique nouvelle des Angiospermes des régions tempérées et tropicales. Presses Polytechniques et Universitaires romandes, Lausanne, 372 p. ISBN 2-88074-417-2. Paperback. 47,90 Euro

Enige tijd geleden maakte ik melding van Judd et al. 1999 (zie BIO 31/2), een titel die een fylogenetische classificatie presenteert van de bloemplanten op basis van de resultaten van de moleculaire analyses van de APG. Het was het eerste bevattelijke boek om deze resultaten buiten de wetenschappelijke tijdschriften te brengen. Voor wie liever Frans dan Engels leest, is er nu ook zo’n uitgave in de taal van onze zuiderburen.
De inleidende hoofdstukken zijn zeer lezenswaardig: geschiedenis van de botanische classificaties, floras en vegetaties, evolutie van de vegetatieve delen en van de reproductie.
Naast de resultaten van APG, laten Spichiger et al. dan nog eens 106 families, binnen 36 ordes, de revue passeren. Deze werden geselecteerd op basis van hun belangrijk voor de Europese lezer: families die Europese vertegenwoordigers hebben of goed gekend zijn van botanische tuinen en tropische serres. Iedere familie wordt geïllustreerd en de karakteristieke kenmerken afgebeeld met heldere lijntekeningen of zwart-wit electronenmicroscopische foto’s. Zowel binnen het hoofdstuk over de resultaten van de APG, als binnen de uiteindelijke selectie van 39 orden en 106 families kan de gebruiker zijn weg vinden aan de hand van determineersleutels. Het geheel wordt afgesloten door een glossarium, een sleutel voor de tropische families, voornamelijk aan de hand van vegetatieve kenmerken, en een taxonomische index.

Guido Rappé



Michael Chinery, 2001. Dieren en planten in de Tuin. Tirion, Baarn, 256 p. Paperback. ISBN 90-5210444-1, 15,95 Euro

Eén van de tere punten in het biologie-onderwijs is de gebrekkige kennis van fauna en flora, niet alleen bij de leerlingen (die moeten het tenslotte leren), maar ook bij een aantal biologie-leerkrachten. Dat merkte ik onlangs nog bij mijn dochter, die in het vierde jaar zit en een klein herbarium moest samenstellen. Vroeger was de kennis van plant en dier bijna synoniem met wat nu biologie heet: de natuurlijke historie. Hoewel het vak op een aantal terreinen grote interessante verhalen heeft gebaard (fotosynthese, evolutie, genetica,...) heeft men helaas het kind met het badwater weggegooid. Soorten worden gereduceerd tot een wetenschappelijke naam in een wetenschappelijke tekst over een eiwit of een gen. De manier waarop dit onderdeel van de biologie enkele jaren geleden uit het vaste pakket van een aantal vierdejaars werd gebonjourd, getuigt van kortzichtigheid van de programmamakers. Wij zijn - blijkbaar in tegenstelling tot de chemici en de natuurkundigen, die met de buit gingen lopen - geen volkje van lobbyisten.
Dit boekje kan helpen als een beetje plamuur voor het gat in de biologische cultuur. Het bevat korte kennismakingen met een selectie dieren en planten uit de directe omgeving. En welke omgeving is zo gevarieerd en zo dichtbij als een tuin? Zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën, spinnen, kevers, vlinders, vliegen, bijen en wespen, wormen, miljoen- en duizendpoten, slakken, pissebedden, mossen en vaatplanten passeren de revue, een kleine 400 soorten in totaal. De inleiding geeft wat wenken mee om dieren extra te lokken: wild tuinieren, voederplankjes en nestkasten, huisvesting voor vleermuizen, vlinderplanten, nestplaatsen voor bijen en wespen, een natuurlijke vijver. Omdat de meeste handboeken in het onderwijs alleen maar ruimte hebben voor een presentatie van de kenmerken van de diverse groepen en nauwelijks voor een diepgaandere kennismaking, lijkt dit boekje, met zijn vele kleurenfoto’s en beschrijvingen van kenmerken, gedrag en leefomgeving, een ideale aanvulling van de vaste uitrusting van het biologielokaal. Het is - onvermijdelijk - onvolledig en over de selectie kan men zich vragen stellen. Bij wijze van voorbeeld neem ik even de zoogdieren en de vogels onder de loupe. Zo mis ik bij de zoogdieren bv. de laatvlieger en de zwarte rat. Ook bunzing, konijn en haas ontbreken, maar goed, behalve tamme individuen van de tweede soort zijn dat niet echt tuindieren. Grijze eekhoorn, eikelmuis en relmuis zou ik er uitgooien. Bij de vogels mis ik de staartmees, de zwarte kraai, eventueel de Vlaamse gaai. Hebt u al eens een hop in uw tuin gezien? Zo is er van elke groep wel detailkritiek te geven. Sommige soorten komen helemaal niet in België of Nederland voor, zoals de nagelslak. Het merendeel van de kritiek op dit vlak is terug te voeren tot het feit dat het handige gidsje een vertaling is uit het buitenland, Groot-Brittanië. Jammer dat de vertaler ook niet meteen van de gelegenheid gebruikt maakte om hier en daar een waarschuwende noot in te bouwen. Dit verklaart bv. ook waarom de kortsnavelboomkruiper (de soort van Groot-Brittanië en Noord- en Oost-Europa) is opgenomen, en niet onze boomkruiper (West-en Zuid-Europa). Als u deze beperkingen in het achterhoofd houdt, is het boekje best nuttig. Als u naar volledigheid streeft, bent u beter af met een aparte zoogdierengids, vogelgids, vlindergids enz., liefst van eigen bodem. Dit is uiteraard het ideaal, maar snel een flinke hap uit uw budget.

Guido Rappé




Tim Haines, 2001. Walking with beasts. Een prehistorische safari. Tirion, Baarn, 263 p. Hardcover met stofwikkel. ISBN 90-43902659. 31,90 Euro

Iedereen herinnert zich wellicht nog de spectaculaire reeks documentaires van de BBC, met geanimeerde dinosauriërs, ‘Walking with Dinosaurs’, die vorig jaar op de VRT werd aangeboden. Het verhaal van de opkomst, evolutie en ondergang van deze reuzen der aarde is een mediageniek thema. Dinosauriërs zijn al bijna een decennium lang troetels, mede door toedoen van films als ‘Jurassic Park’ of de poppenreeks ‘Dinosaurs’.
De BBC heeft nu een vervolg (‘the sequel’) gebreid aan dit succesverhaal. Want alhoewel ‘Dino nv’ failliet is gegaan, ligt er toch een flinke tijdsspanne tussen hun uitsterven en de huidige grote fauna. Deze periode wordt zowel in het onderwijs als in de media grotendeels overgeslagen. Van deze evolutie wordt alleen het verhaal van het ontstaan van de mens, grofweg de laatste 5 miljoen jaar met enige diepgang behandeld in het secundair onderwijs. Maar wat is er gebeurd in die 60 miljoen jaar tussen het verdwijnen van T. rex en het verschijnen van de Australopithecus? Ook toen werd de planeet afgewandeld en dank zij Tim Haines, dezelfde van de dinosauriërs, mogen wij meewandelen. De een zijn dood is de ander zijn brood. Toen de dino’s van het toneel verdwenen, namen de vogels en de zoogdieren, in één woord de ‘beasts’, de heerschappij over. ‘Walking with beasts’ is zowel de naam van een reeks van geanimeerde documentaires, als de titel van het begeleidende boek. Alles is op dezelfde leest geschoeid als de vorige reeks. De serie wordt sinds 23 december 2001 op de VRT aangeboden, zes zondagavonden op rij, corresponderend met de zes hoofdstukken in het gelijknamige boek. Het begint met de Gastornis, een flink uit de kluiten gewassen, lopende roofvogel, ter grootte van de moderne mens. De hoofdrolspelers in deze prehistorische safari zijn ongetwijfeld de zoogdieren. Minipaarden en wandelende walvissen (toen nog echt WALbeasts) bewegen zich over het scherm. Van sabeltandkatten en mammoeten en wolharige neushorens hebben wij wellicht wel al gehoord. Maar weet u wat leptictiden zijn, of mesonychiden of nimraviden of indricotheren of entelodonten of chalicotheren? Hoewel sommige verdacht sterk lijken op huidige soorten, zijn het allemaal zoogdierenlijnen die het niet gehaald hebben tot vandaag. Onze verre voorouders kunnen de laatsten, een mislukt ‘paard’ met okapikop en luiaardlijf, nog hebben ontmoet: ze verdwenen pas 3,5 miljoen jaar geleden van het toneel. Onze eigen grote pleistocene fauna, met o.a. mammoet, wolharige neushoorn, holenleeuw, reuzenhert, ... stierf ongeveer 10000 jaar geleden uit. De reusachtige grondluiaard verdween zelfs pas 8000 jaar geleden. Ook het uitsterven van de Neanderthaler komt aan bod.
Voor mij ging in elk geval een grotendeels ongekende wereld open.

Guido Rappé


CARL ZIMMER, Evolutie, triomf van een idee. Vertaald door Riet Rutten-Vonk en Wietske Rutten, Het Spectrum, Utrecht, 364 blz., 50,75 euro.

"Evolutie, triomf van een idee" is een acht uur durende Amerikaanse televisieserie, gebaseerd op twee jaar opnamen in onder meer Uganda, Tanzania, Mexico, Hawaï, Zuid-Amerika, Egypte, Rusland, Turkije en Frankrijk. Het programma vertelt in prachtige beelden en uitmuntende commentaar het verhaal van 3,8 miljard jaar biologische evolutie. De serie wordt vergezeld door een omvangrijk educatief programma op het Internet, inclusief multimediabibliotheek en modules voor leerkrachten en studenten. Al dat moois wordt ook nog eens uitgebreid gedocumenteerd in een prachtig boek.

De laatste jaren verschijnt een niet aflatende stroom boeken over de evolutie. Dit megaproject lijkt daarom op het eerste gezicht wat overbodig, maar elk boek over de evolutie is welkom, zeker als het zo goed is als dat van Carl Zimmer, want we worstelen nog steeds met dezelfde vragen als Darwin anderhalve eeuw geleden. Hoe kunnen we de evolutie van het leven verenigen met een hedendaagse kijk op de wereld? Wat betekent de evolutie voor het leven van alledag? Wat met de praktische, ethische of maatschappelijke vragen die de evolutie oproept? Hoe reageren we op mensen die bij hoog en bij laag beweren dat de mens geschapen is door God als Kroon op Zijn Werk? (Dat is zeker relevant in de VS, waar fundamentalistische gelovigen de evolutieleer uit de schoolprogramma's proberen te weren.)

Het evolutieverhaal draait om één eenvoudig, maar alles doordringend idee. Misschien is het wel het briljantste idee dat ooit iemand heeft gehad, omdat het in één beweging een verband legt tussen leven en zingeving, ruimte en tijd, oorzaak en gevolg, processen en natuurwetten. Zonder de evolutie is de biologie zinloos. De theorie van Darwin maakt duidelijk hoe het komt dat we hier zijn en misschien wel waar we naartoe gaan. We zijn niet de top van een piramide, maar een klein zijtakje aan de rand van de gigantische kruin van het leven.

Voor al wie denkt dat alles op deze aarde geschapen is door een opperwezen is dat een bedreigende gedachte. Het lijkt tegen te spreken dat er een diepere betekenis is in het leven. (Alleen als God de mens naar Zijn Aanschijn geschapen heeft, is volgens sommigen moraal mogelijk.) Het is ook een gevaarlijk idee omdat het talloze kortzichtigen op de gedachte heeft gebracht dat ze het menselijke ras konden verbeteren. En omdat het door kwaadwilligen wordt misbruikt om racisme, armoede en wreedheid te rechtvaardigen. (Ook Darwin verzette zich al tevergeefs tegen het zogenaamde ,,recht van de sterkste''.)

Het boek (en de serie) vertrekken van het basiswerk van Darwin. Daarop wordt de evolutietheorie gebouwd, ondersteund door de modernste wetenschappelijke bevindingen. We weten nu dat de aarde al lang genoeg bestaat om de evolutie mogelijk te maken (wat Darwin niet wist) en dat eigenschappen van generatie op generatie worden doorgegeven via het DNA.

Mooi is dat Darwin ook in dat hedendaagse verhaal steeds opnieuw opduikt omdat hij heel veel van wat nu bewezen is al suggereerde. Geschiedenis en hedendaagse wetenschap kruisen voortdurend elkaars pad.
Dankzij de moderne embryologie is het nu duidelijk hoe bijvoorbeeld het oog kon ontstaan. Een oog is zo complex dat in Darwins tijd de tegenstanders van de evolutietheorie daarin het bewijs zagen dat het wel ontworpen moest zijn door een geniale Creator. Nu is duidelijk dat het oog een basale constructiefout heeft, waardoor het misschien wel complex, maar zeker niet volmaakt is. Als er een ontwerper achter zit, dan was dat niet de slimste van de klas.
Dit boek is tegelijk een vlot lezend verhaal en een naslagwerk (met een zeer degelijk register en bibliografie) over de kern van ons wezen en van al het leven op deze aarde. Darwin beloofde zijn lezers een grootse visie op het leven. Dit boek is het levende bewijs dat het leven meer grootsheid bevat dan Darwin had durven dromen.

© Copyright De Standaard