A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

RUSTPOTENTIAAL

Nemen we een zenuwcel die niet geprikkeld wordt. Met behulp van zeer gevoelige elektrodes kan men vaststellen dat er een potentiaalverschil heerst tussen de buiten- en de binnenkant van de plasmamembraan (een gemiddelde van -70 mV). Dit potentiaalverschil in rusttoestand noemt men de rustpotentiaal.

Ontstaan van de rustpotentiaal:

Zenuwcellen bevatten vele negatief geladen eiwitten en fosfaationen, die te groot zijn om naar buiten te diffunderen, en een hoge concentratie aan kaliumionen. De concentratie aan natriumionen buiten de cel is dan weer veel groter dan binnen de cel. Via 'lekken' in de membraan kunnen de kaliumionen naar buiten stromen en natriumionen naar binnen. (Deze 'lekken' zijn eiwitten die een vergemakkelijkte diffusie mogelijk maken).

Nu blijkt dat de kaliumionen gemakkelijker naar buiten stromen, dan de natriumionen naar binnen. Hoe meer kaliumionen naar buiten stromen, hoe groter de negatieve lading wordt aan de andere kant van de membraan. Deze toenemende negatieve lading remt het naar buiten stromen van de kaliumionen af. Bovendien zitten in de membraan z.g. natrium-kaliumpompen, dit zijn eiwitcomplexen die actief natriumionen naar buiten pompen en kaliumionen naar binnen. Beide processen samen hebben tot gevolg, dat er zich uiteindelijk een evenwicht instelt waarbij aan de binnenkant van de membraan een grotere concentratie is aan negatieve ionen dan er buiten; de binnenzijde van de membraan is dus negatief geladen t.o.v. de buitenzijde. Het resulterend potentiaalverschil noemt men de rustpotentiaal van de cel (gemiddeld ca. - 70mV voor een neuron).

 

 

Flashanimatie van het fenomeen (Engels):

 

 

 

 

 

[HOME] [CONTACT]