OXIDATIEVE
FOSFORYLERING
is een reactiereeks die doorgaat in de mitochondriën en
die de eindfase betekent van de celademhaling bij
eukaryoten.

Tijdens de oxidatieve fosforylering
(OXFOS) worden elektronen overgedragen van NADH (gereduceerde
vorm van nicotinamide adenine dinucleotide) of
FADH2 (gereduceerde vorm
van flavine adenine dinucleotide) op moleculaire
zuurstof.
Beide vermelde structuren zijn in wezen 'waterstofdragers', die waterstof met
zijn energierijke elektronen vervoeren naar eiwitcomplexen in de endomembraan
van mitochondriën. Deze waterstof wordt
gegenereerd tijdens de glycolyse,
het vetmetabolisme of de cyclus van Krebs.

Situerring
van de oxidatieve fosforylering binnen de celademhaling
In die endomembraan worden de elektronen van het
ene complex naar het andere doorgegeven. Zo ontstaat
een elektronenstroom, waarvan de energie gebruikt
wordt om protonen van de matrix van de mitochondriën
te pompen naar het lumen tussen endo- en exomembraan.
Dit genereert een protonengradiënt over de endomembraan,
die de drijvende kracht wordt voor een ATP-synthetiserende
complex. Inderdaad, via dit proteïnencomplex stromen
protonen terug van het lumen
naar de mitochondriale matrix. De energie van dit
proces wordt gebruikt voor de synthese van ATP

Vanwaar komt de naam "Oxidatieve fosforylering"?
Een verbinding wordt geoxideerd wanneer ze elektronen
afstaat en
fosforylering is het proces waarbij een fosfaatgroep wordt gebonden.
Oxidatie vindt plaats in de volgende omkeerbare
reactie :
NADH + ubiquinone <=> NAD+ + ubiquinol (ubiquinon
is een coënzym)
Fosforylering vindt plaats in de volgende
omkeerbare reactie :
ADP + fosfaat <=> ATP + H2O
De oxidatieve fosforylering
is de reactiereeks die het meeste ATP produceert.
OXFOS wordt mogelijk gemaakt door vijf
enzymcomplexen. Deze enzymen zijn gelokaliseerd in endomembraan
en worden als volgt benoemd:
Complex I en II verzamelen de elektronen uit
verschillende bronnen en geven ze af aan ubiquinone (co•nzym Q10). De
elektronen bewegen zich dan door de complexen III en IV en reageren
dan uiteindelijk met zuurstof.
Complexen I, III en IV
overspannen de binnenste
mitochondri•le membraan en zijn protonen pompen.
Complex II bevindt zich tussen complex I en Complex III . Het overspant
de binnenste mitochondri•le membraan niet, maar
bevindt zich aan de matrix-zijde van de binnenste mitochondri•le membraan
en is het ingangspunt van elektronen afkomstig van FADH2.
Complex I is het ingangspunt voor elektronen afkomstig van NADH.
Alle 4 genoemde enzymen bevatten prosthetische groepen die de eigenlijke
elektronendragers in de enzymen zijn.
In elk complex en ook van complex naar complex zijn verschillende groepen
betrokken bij de eigenlijke elektronen overdracht. Deze groepen kunnen
worden onderscheiden in: ijzer-zwavel prote«nen; hem; koper en flavinen.
Allen dienen als elektronendrager, echter elk enzymcomplex wordt
geassocieerd met bepaalde prostethetische groepen.
Redoxreacties per complex:
De volgende afkortingen worden hieronder gebruikt: FMN
= flavinemononucleotide, Fe2+S =
gereduceerd ijzer-zwavel centrum, Fe3+S = geoxideerd ijzer-zwavel
centrum,
cyt
= cytochroom,
CoQ - Coënzym Q.

Werking van het ATP-synthetiserend complex
Animatie oxidatieve fosforylering: klik HIER
[HOME]
[CONTACT] |