OVARIUM
Van het Latijn ovum = "ei"
De ovaria zijn de vrouwelijke geslachtsklieren
(gonaden) en bevinden zich in het kleine bekken,
aan weerszijden van de baarmoeder. Ze zijn met
de baarmoeder verbonden via een peritoneale (buikvlies)
omslagplooi. De ovaria hebben de grootte van een
amandel (3-4 cm lang en 2-3 cm breed).

De ovaria zijn de organen waar
de ontwikkeling van eicellen (oöcyten)
gebeurt en waar vrouwelijke geslachtshormonen geproduceerd
worden.
Op doorsnede kunnen we in een eierstok duidelijk
twee onderdelen onderscheiden: een schorslaag
en een merglaag:

Doorsnede
van een ovarium
S = schorslaag
M = merglaag
Het is in de schorslaag dat de oögenese plaatsvindt.
In blaasvormige structuurtjes (follikels) komen
eicellen periodisch tot rijping (ovulatiecyclus).
Merglaag
van ovarium met verschillende stadia van de
ovulatiecyclus
In de eierstokken worden diverse
hormonen geproduceerd: oestrogenen en progestagenen
De activiteit van de ovaria wordt
vooral geregeld door hormonen afgescheiden door
de hypofyse (FSH en LH)
De grootte van het ovarium neemt
af met de leeftijd (van 6,59 cm3 voor
een vrouw beneden de 35 tot 1,62 cm3 voor
vrouwen boven de 50). Ook het aantal primordiale
follikels (zie oögenese) neemt af van 1 000 000
bij de geboorte tot een 1 000-tal bij de menopauze.
Animatie: http://www.bioplek.org/animaties/voortplanting/ovarium.html
[HOME]
[CONTACT] |