OSTEOCLAST
Van het Grieks osteon = "been" + klastos
= "gebroken".
Osteoclasten zijn grote, polynucleaire cellen,
die beendermateriaal resorberen. Zij onstaan door
versmelting van mononucleaire osteoclasten, die
zelf ontstaan zijn uit hematopoëtische stamcellen.
Het cytoplasma van de osteoclasten heeft een schuimachtig
uitzicht. Dit is te wijten aan de grote hoeveelheden
blaasjes en vacuolen.
|
|
 |
R.E.M
opname van een osteoclast |
|
Ingekleurde
opname van een osteoclast (oranje); de
talrijke
kernen zijn duidelijk zichtbaar |
De botafbraak
door osteoclasten begint met de hechting aan
het bot met behulp van diverse receptoren. Na de
hechting ondergaan de osteoclasten specifieke morfologische
veranderingen. In de osteoclasten ontstaan drie
membraanzones met elk een eigen functie. Het eerste
is de verzegelingzone (‘sealing zone’)
die veel filamenteus actine bevat en zorgt voor
een stevige interactie tussen de cellen en de matrix,
waardoor het botoppervlak als het ware wordt afgesloten
van zijn omgeving. De tweede membraanzone staat
in contact met de omgeving en is het ‘lichaam’ van
de osteoclast. De functioneel belangrijkste zone
is de ruwe randzone (‘ruffled zone’),
het afbrekende deel van de osteoclast. Deze zone
heeft uitstulpingen die in de botmatrix doordringen.

Hechtingszones
van de osteoclast
Na de morfologische veranderingen
begint het afbraakproces, waarbij de eerste stap
het afbreken van hydroxylapatiet [Ca5(PO4)3(OH)]
is. Dit begint met de productie van protonen (H+)
en bicarbonaat (HCO3- ) uit koolstofdioxide
en water . Deze reactie vindt plaats onder
invloed van het enzym carbonaatanhydrase II. De
ontstane protonen komen door een speciaal pompsysteem
in de ruwe randzone terecht, waardoor deze zone
een hoge zuurgraad krijgt. Dit pompsysteem bestaat
uit een adenosinetrifosfatase-kanaal. Het ‘pompen’ van
de protonen in de ruwe randzone is een actief proces
en kost dus energie. Deze energie wordt geleverd
door het vrijmaken van fosfaat (Pi) uit adenosinetrifosfaat.
Adenosinetrifosfaat wordt hierbij gereduceerd tot
adenosinedifosfaat. Het zuur zorgt voor de afbraak
van de mineralen in het bot.
Het door carbonaatanhydrase
II ontstane bicarbonaat wordt via een speciaal
transport uitgewisseld tegen
chloride, waardoor bicarbonaat wordt afgegeven
aan de omgeving. De hierdoor ontstane overmaat
intracellulair chloride wordt weer afgegeven aan
de ruwe randzone. Dit is een passief proces en
kost dus geen energie. Door deze mechanismen kunnen
osteoclasten een hoge zuurgraad handhaven en zuren
uitscheiden waardoor de anorganische matrix kan
worden afgebroken

Mechanisme
van de botafbraak door osteoclast
Na de afbraak
van hydroxylapatiet beginnen de osteoclasten met
de afbraak van de organische matrix, die voor ongeveer
90% uit collageen bestaat. Hoe dit deel van de
botafbraak precies werkt, is nog niet geheel duidelijk,
maar in ieder geval zijn er proteolytische activiteiten
noodzakelijk. Regulering
Osteoclasten worden gereguleerd door
diverse hormonen, waaronder het bijschildklierhormoon
en calcitonine geproduceerd door de schildklier.
Er bestaat een nauwe samenwerking
tussen osteoblasten, osteoclasten en osteocyten,
waardoor er een evenwicht is tussen botopbouw en
botafbraak.
[HOME]
[CONTACT] |