OSMOTISCHE
WAARDE
is rechtstreeks afhankelijk van de
concentratie aan osmotisch actieve deeltjes in
het beschouwde midden.
Deze concentratie kan uitgedrukt worden in
- osmol per kg
oplosmiddel, en wordt in dit geval de osmolaliteit genoemd
- osmol per liter oplossing, en wordt dan de
osmolariteit genoemd.
Eén osmol = de hoeveelheid stof die één mol aan
osmotisch actieve deeltjes oplevert in een waterige
oplossing
Voor een stof
die niet dissocieert is de osmolaliteit (osmolariteit)
= molaliteit (molariteit).
Voor
een stof die wel dissocieert zal de osmolaliteit
(osmolariteit) groter
zijn
dan
de molaliteit
(molariteit) en wel in de mate van het aantal
deeltjes waarin de stof dissocieert. Bovendien
speelt de
ligging
van het evenwicht eveneens een rol.
Een hypertonische oplossing heeft een
grotere osmotische waarde dan een hypotonische.
Hierdoor zal ze water 'aanzuigen' van de hypotonische
oplossing. Wil men dit binnenstromen van water
beletten, dan moet men een extra hydrostatische
tegendruk uitoefenen. De grootte van deze extra
druk noemt men de osmotische
druk.
-
Twee
oplossingen
van verschillende concentratie zijn
van elkaar gescheiden door een semipermeabele
membraan (a)
-
waterverplaatsing
door osmose —> volume
in cilinder
neemt toe (b)
-
de
druk P die
dient uitgeoefend te worden om de
oorspronkelijke
situatie
te herstellen = osmotische druk(c)
|
[HOME]
[CONTACT] |