A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

OSMOTISCHE WAARDE

is rechtstreeks afhankelijk van de concentratie aan osmotisch actieve deeltjes in het beschouwde midden.

Deze concentratie kan uitgedrukt worden in

  1. osmol per kg oplosmiddel, en wordt in dit geval de osmolaliteit genoemd
  2. osmol per liter oplossing, en wordt dan de osmolariteit genoemd.

Eén osmol = de hoeveelheid stof die één mol aan osmotisch actieve deeltjes oplevert in een waterige oplossing

Voor een stof die niet dissocieert is de osmolaliteit (osmolariteit) = molaliteit (molariteit).
Voor een stof die wel dissocieert zal de osmolaliteit (osmolariteit) groter zijn dan de molaliteit (molariteit) en wel in de mate van het aantal deeltjes waarin de stof dissocieert. Bovendien speelt de ligging van het evenwicht eveneens een rol.

Een hypertonische oplossing heeft een grotere osmotische waarde dan een hypotonische. Hierdoor zal ze water 'aanzuigen' van de hypotonische oplossing. Wil men dit binnenstromen van water beletten, dan moet men een extra hydrostatische tegendruk uitoefenen. De grootte van deze extra druk noemt men de osmotische druk.

 

  • Twee oplossingen van verschillende concentratie zijn van elkaar gescheiden door een semipermeabele membraan (a)
  • waterverplaatsing door osmose —> volume in cilinder neemt toe (b)
  • de druk P die dient uitgeoefend te worden om de oorspronkelijke situatie te herstellen = osmotische druk(c)

 

 

 

[HOME] [CONTACT]