A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

OPPPERVLAKTE-VOLUME VERHOUDING

Dit is de verhouding tussen de oppervlakte en het volume van een organisme. Zoals we hieronder zien, neemt deze verhouding af met de grootte van het organisme (gemakshalve vertrekken we van een hypothetische, bolvormige cel):

 

Dit houdt in, dat kleine cellen in verhouding tot grotere een groter oppervlak hebben. Hierdoor kunnen ze makkelijk voldoende stoffen met de omgeving uitwisselen om in leven te blijven. Naarmate cellen groeien zullen ze meer en meer problemen krijgen om voldoende stoffen uit de omgeving op te nemen, tot op een punt, waar ze verplicht worden te delen, willen ze overleven.

Op grotere schaal hebben kleine organismen zoals muizen en kleine vogels een relatief groot lichaamsoppervlak, waardoor ze gemakkelijk warmte verliezen. Zij moeten dan ook veel eten om hun temperatuur op peil te houden en beschikken over een isolerende pels of veren om warmteverlies zoveel mogelijk te beperken. Olifanten daarentegen hebben een groot volume voor een verhoudingswijze kleiner lichaamsoppervlak. Zij zullen dus moeilijker afkoelen. Verder hebben zij behoefte aan zware beenderen en een grote spiermassa.

Om succesvol te zijn moet een grotere cel de kleinere oppervlakte-volume verhouding ergens kunnen compenseren, wil ze voldoende voedingsstoffen kunnen opnemen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijkheden die dergelijke cel heeft om dat probleem te omzeilen.

 

OPLOSSING UITLEG FIG. VOORBEELDEN
Probleem ontlopen
Voorkom het probleem: blijf klein! Kleine afmetingen geven de grootste oppervlakte t.o.v. het volume. Kleine cellen kunnen zeer efficiënt voedsel vergaren en vermenigvuldigen zeer snel kleine bacteriën, gistcellen
Geometrische oplossingen
Vergroot het lichaamsoppervlak
Wordt langer of vlak af Een bol heeft een klein op./vol.-ratio. Langwerpige of afgeplatte cellen hebben veel meer celmembraan per cytoplasmaeenheid bacillen, rode bloedcellen
Plooi de celmembraan Het vormen van cytoplasmatische uitstulpingen of het veelvuldig plooien van de buitenkant vergroot het oppervlak aanzienlijk amoeba, darmwandcellen met microvilli.
Verminder het effectieve volume
Hol het binnenste van de cel uit Een cel meteen grote centrale vacuole heeft minder actief cytoplasma en dus kleinere behoeften volwassen plantencellen
Vergroot de snelheid waarmee voedsel wordtaangevoerd
Zoep plaatsen opwaar de concentratie aan nutriënten groot is Mobiele cellen kunnen plaatsen vermijden met lagen voedselconcentraties en actief op zoek gaan naar plaatsen met grote diffusiesnelheden Protisten, sommige wieren
Neem actief voedingsstoffen op in bulk Door voedsel op te nemen in vacuolen vergroot een cel de totale hoeveelheid opgenomen voedsel. Bovendien vergroot de hoge concentratie aan nutriënten in de vacuolen de diffusiesnelheid. Amoeba, Paramecium, epitheel van ingewandscellen
Verbeter het transport van nutriënten in de cel Door snel de voedingsstoffen van de membraan weg te voeren kunnen concentratiegradiënten over de membraan gehandhaafd wodorden plasmastromingen in bladcellen
Verhoog de efficiëntie waardoor de vraag naar voedingsstoffen verminderd wordt
Verdeel de arbeid binnen de cel Door de cel te verdelen in compartimenten, die slechts in één functie gespecialiseerd zijn, kan de cel meer efficiënte enzymsystemen ontwikkelen eukaryote cellen
Verdeel het werk over verschillende cellen Door samen te klitten kunnen cellen relatief klein blijven en samen toch de voordelen genieten van één groot organisme. Elke cel kan specialiseren in één of twee basisfuncties en voor de rest afhangen van andere cellen met andere specialisaties. Planten, dieren, de meeste zwammen en sommige wieren
 

 

[HOME] [CONTACT]