A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

OPPPERHUID MENS

De opperhuid is de buitenste laag van de huid.

 

Stereogram van de menselijke huid.
Situering van de opperhuid.


De opperhuid zelf bestaat uit diverse lagen:

De lagen van de opperhuid

 

Van buiten naar binnen onderscheiden we dus respectievelijk

De hoornlaag (Stratum corneum)

Deze bestaat uit verhoornde of gekeratiniseerde cellen (corneocyten) met ertussen een kitmassa, die rijk is aan lipiden. Aan de buitenkant schilferen de cellen gemakkelijk af, terwijl de onderliggende lagen compacter zijn.

Een typische hoornlaagcel bestaat uit een taaie celmembraan, die een vezelachtige celinhoud omgeeft die rijk is aan keratine.

De hoornlaagis bedekt met een hydrolipidenfilm, die een uistekende beschermingsfilm voor de huid vormt. Belangrijke componenten van deze hydrolipidenfilm zijn

  • natuurlijke vochthoudende factoren
  • een hele reeks lipiden
  • de huidflora (diverse soorten micro-organismen)

De glanslaag (Stratum lucidum)

Zij wordt ook wel lichtbrekende laag genoemd door haar sterk lichtbrekende werking. De cellen zijn zeer plat en liggen dicht tegen elkaar aan. Deze laag komt alleen voor op de handpalmen en de voetzolen.

De korrellaag (Stratum granulosum)

Dankt haar naam aan het korrelige uitzicht, dat het gevolg is van de aanwezigheid van keratohyalinekorrels, die een mengsel zijn van verschillende soorten eiwitten. De korrellaag is een drietal cellagen dik en de cellen zelf zijn eerder afgeplat. In deze laag grijpt de verhoorning plaats.

De stekelcellenlaag (Stratum spinosum)

Bestaat uit verschillende cellagen. De cellen zijn minder afgeplat en onderling met elkaar verbonden via talrijke cytoplasmabrugjes (desmosomen). Het zijn deze desmosomen die de cellen een stekelig uitzicht geven.
In deze laag ontwikkelen zich de keratinosomen (odland-bodies); dit zijn kleine holtes die door een membraan zijn omgeven en die een vetachtige substantie bevatten.

De onderste laag (Stratum basale)

Is slechts één cellaag dik; de cellen delen zich voortdurend en de gevormde dochtercellen schuiven systematisch op naar de buitenste lagen. De cellen liggen los t.o.v. elkaar, maar zijn wel via plasmambrugjes met elkaar verbonden. De basis van elke cel bezit uitlopers, waardoor ze stevig verankerd zijn in de basismembraan.
De onderste laag bevat ook de pigmentproducerende cellen (melanocyten).

Doordat de cellen in de basale laag zich voortdurend delen en deze uiteindelijk aan de bovenkant afschilferen, vernieuwt de opperhuid zich ongeveer één keer per maand. Het vermogen tot aanmaak van nieuwe cellen in de basale laag, maakt dat de huid bij een verwonding vrij snel dichtgroeit. De delingsactiviteit van de basale laag wordt door verschillende factoren bepaald. Bij jonge mensen verloopt de celdeling sneller dan bij ouderen. De afschilfering aan het oppervlak is, behalve op het behaarde hoofd bij roos en bij bepaalde huidziekten (zoals psoriasis), gewoonlijk niet zichtbaar.

De opperhuid vormt in zijn geheel een natuurlijke barrière tegen chemische stoffen en fysische invloeden zoals zuren, tegen uitdroging en beschadiging door zonlicht. De huid beschermt ons ook tegen het binnendringen van bacteriën, schimmels en virussen.

Huidpigmentatie

De kleur van de huid wordt voor een groot deel bepaald door het aanwezige pigment. Pigment of melanine is een bruine kleurstof die wordr aangemaakt door de pigmentcellen ( melanocyten) in de basale laag van de oppcrhuid. In de melanocyt wordt de pigmentkleurstof; het melanine, verpakt in kleine bolletjes, de melanosomen (pigmentkorrels). en zo afgegeven aan de hoorn- cellen (keratinocyten) van de huid. Pas wanneer het pigment zich in deze hoorncellen bevindt, is een huid zichtbaar gepigmenteerd. Ieder mens, blank of donker, heeft ongeveer evenveel pigmentcellen. De activiteit van deze pigmentcellen en de hoeveelheid en rijpheid van de melanosomen bepalen iemands huidskleur. Bij donkere rassen bevatten de pigmentcellen veel meer en rijpere melanosomen en zijn ook de hoorncellen veel voller beladen met melanosomen dan bij blanke rassen. Onder invloed van zonlicht neemt de activiteit en de pigmentproductie van de pigmentcellen toe.

 

[HOME] [CONTACT]