A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

ONTGIFTING

= omzetting van giftige (toxische) stoffen in niet giftige.

Tot toxische stoffen worden alle stoffen gerekend die een negatieve invloed hebben op de werking van cellen en organen. Bij toxines denken we in eerste instantie aan exogene (uitwendige) toxines, afkomstig uit een vervuild milieu en uit een op onverantwoorde wijze door de industriële landbouw geproduceerde voeding. Maar we worden ook belast met endogene (inwendige) toxines die door het lichaam, als onderdeel van het metabolisme (stofwisseling) zelf worden gemaakt. Vooral de darmen zijn een grote bron van toxines, vooral als de verschillende processen in de darmen niet goed verlopen.

Exogene toxines

De bronnen van exogene toxines laten zich als volgt indelen, de belangrijkste bovenaan:

  1. Voeding bevat bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen
  2. Milieu: water, lucht en bodemvervuiling
  3. Genotsmiddelen: roken, alcohol, drugs, koffie en thee (behalve groene en kruidenthee)
  4. Reguliere geneeskunde: medicijnen, bestraling en chemotherapie
  5. Lifestyle: luchtverfrisser, insectendodendedampen, cosmetica en sommige vermageringsproducten.
    Ziekten zoals kanker, hart en vaatziekten en diabetes zijn de laatste 100 jaar explosief in incidentie (aantal gevallen) toegenomen. Deze toename heeft bijna zeker te maken met de toenemende milieuverontreiniging en de verarming van ons voedsel waarin bovendien nog grote hoeveelheden landbouwgiften terecht komen.

Endogene toxines

Het lichaam produceert zelf ook veel toxines. Een groot gedeelte van deze toxines worden door de darmen geproduceerd. Het celmetabolisme produceert ook toxines, vooral vrije radicalen.
De darm vormt een grote bron van toxines omdat de darm eigenlijk de “buitenkant” van ons lichaam is en bovendien samen met de voeding veel toxines te verwerken krijgt. Het totale darmoppervlak van een volwassen persoon bedraagt 300 vierkante meter. Het is daarom niet vreemd dat 80% van de B-cellen (onderdeel van het immuunsysteem) die o.a. verantwoordelijk zijn voor de productie van immuunglobuline (gebruikt voor het merken van ziekmakers), in de darmen te vinden zijn.

Intestinale permeabiliteit (lekke darm syndroom) is een van de grootste bronnen van toxines vanuit de darmen. Bij een intestinale permeabiliteit zijn de tight junctions (eiwit complexen die de darmcellen bijeen houden) permeabel geworden zodat er macromoleculen, afkomstig van niet geheel verteerd voedsel, in de bloedbaan terecht kunnen komen, waar ze o.a. een immuunrespons veroorzaken en als toxische belasting door het lichaam worden gezien.

De ontgifting gebeurt in ons lichaam vooral

Ontgiftiging via de lever

De lever is in staat om toxines onschadelijk te maken door middel van verschillende processen. Toxines worden onschadelijk gemaakt door ze van structuur te veranderen (bio-transformatie, fase I) of door ze te binden (conjugatie, fase II) aan andere stoffen waardoor ze vetoplosbaar (uitscheiding via gal) of wateroplosbaar (uitscheiding via urine) worden gemaakt.

De lever breekt niet alleen toxines af maar zorgt er ook voor dat bepaalde hormonen worden afgebroken (gedeactiveerd). Het ontgiftingsproces in de lever (maar ook in de darmen) verloopt in twee fasen

Fase I ontgifting: biotransformatie

In fase I van de ontgifting worden toxines door een groep enzymen die behoren tot de groep cytochroom P450 onschadelijk gemaakt. Een deel van de toxines kan in zijn geheel worden afgebroken, andere worden omgezet een wateroplosbare of vetoplosbare vorm zodat ze door de nieren of via de gal kunnen worden uitgescheiden. Maar er zijn ook toxines die niet op deze manier kunnen worden verwerkt. Deze toxines worden qua structuur zo veranderd (bio-transformatie) dat zij door de volgende fase II goed kunnen worden afgebroken. Helaas is deze tussenvorm vele malen giftiger dan de oorspronkelijke toxine. Een juiste balans tussen de werking van Fase I en II is daarom heel belangrijk.

Als men aan veel gifstoffen bloot staat, is fase I actiever dan normaal. Als fase II van de ontgifting op normale snelheid loopt of iets te traag is dan zullen de in Fase I gevormde supertoxines (de tussenvorm) in het lichaam achter blijven en nog meer schade aanrichten dan de oorspronkelijke toxines. In zo’n geval spreekt men van een pathologische (ziekmakende) ontgiften.

Fase I produceert door het werkingsmechanisme veel vrije radicalen. Het is daarom belangrijk om te zorgen voor voldoende anti-oxidanten: vitamine B, C en E, etc. Glutathion is de belangrijkste component in de lever bij het onschadelijk maken van virje radicalen.

De kern van het ontgiftingsproces van fase I wordt gevormd door de cytochroom P450 enzymen. Deze enzymen behoren tot tien verschillende cytochroomgroepen en zijn in 35 verschillende genen geprogrammeerd. De ontgiftingscapaciteit van fase I is daardoor duidelijk erfelijk bepaald.
Verschillende toxines worden door verschillende cytochroom P450 enzymen bewerkt.
Zo zitten er enzymen in het complex die actief zijn bij het deactiveren van hormonen; weer andere worden gebruikt voor de afbraak van toxines die ontstaan bij het eten van de bruine korst van gebakken vlees...

Fase II ontgifting: conjugatie

Fase II in het ontgiftingsproces probeert gifstoffen te neutraliseren, of te binden (conjugatie) aan andere stoffen waardoor de gifstoffen oplosbaar worden en door de nieren of met de gal uitgescheiden kunnen worden. Vetoplosbare toxines die via de gal worden uitgescheiden leggen een grotere weg af voordat ze in de ontlasting terecht komen dan water oplosbare toxines die via de nieren en de urine het lichaam verlaten. Dat is een nadeel van ontgiften via de gal.

Fase II kent in totaal zeven mogelijkheden van conjugatie: glutathion conjugatie, methylering, sulfatie, sulfoxidatie, acetylering en glucorondatie. Een aantal toxines wordt via slechts een van deze paden gebonden, andere door meerderen.
Voor conjugatie is veel bio-energie (ATP) noodzakelijk. Indien de mitochondria in de levercellen te weinig ATP produceren, zal Fase II onvoldoende functioneren. Zoals reeds eerder is uitgelegd ontstaat er dan een situatie waar de supertoxische tussenvorm, geproduceerd door fase I, in het lichaam achter blijft en zo het lichaam vergiftigd.

Glutathion conjugatie
De primaire ontgifting van fase II verloopt via glutathion conjugatie. Veel toxische stoffen, waaronder zware metalen, pesticide en chemische oplosmiddelen zijn allen in vet oplosbaar, waardoor ze moeilijk zijn uit te scheiden. Uitscheiding via de gal van vet oplosbare toxines heeft als nadeel dat ze opnieuw door het lichaam getransporteerd moeten worden. Glutathion conjugatie maakt vet oplosbare toxines water oplosbaar waardoor ze via de nieren en de urine uit gescheiden kunnen worden.

Aminozuur conjugatie
Via deze ontgiftingsmogelijkheid worden toxines onschadelijk gemaakt door een binding met een aminozuur. Daarna kunnen zij in een water oplosbare vorm door de nieren uitgescheiden worden. De aminozuren, glycine, taurine, glutamine, arginine en ornithine worden hiervoor gebruikt. Het meest effectieve aminozuur is glycine. Een lage inname van eiwitten (eiwitten worden afgebroken in aminozuren) en een tekort aan vitamine B6 kunnen dit conjugatie proces verstoren.

Methylering
Bij methylering wordt er een methylgroep aan een toxine gebonden. S-adenosylmethionine (SAMe) treedt vaak op als methyldonor (is in staat een methylgroep af te staan). SAMe wordt door het lichaam gemaakt uit B6, B12 en Betaïne. Methylering wordt ook als ontgiftingsmechanisme in de hersenen gebruikt.

Sulfatie
Sulfatie is het binden van toxinen aan zwavelhoudende componenten. Sulfatieprocessen vinden onder meer plaats bij de ontgifting van een aantal geneesmiddelen, additieven, zware metalen en toxinen die door een onevenwichtige darmflora worden gevormd. Sulfatie zorgt er voor dat toxinen wateroplosbaar worden gemaakt, waardoor deze gemakkelijker kunnen worden uitgescheiden. Voorts vindt sulfatie plaats bij de uitscheiding van normale lichaamsstoffen zoals steroïde hormonen (oestrogenen), schildklierhormonen en neurotransmitters. Een groot aantal factoren beïnvloedt de sulfatie. Sulfatie wordt onder meer geremd door tekorten aan methionine, cysteïne of molybdeen en overschotten van molybdeen of vitamine B6 (> 100 mg per dag).

Acetylering
Conjugatie aan Acetyl-CoA vindt onder meer plaats bij het elimineren van sulfonamiden zoals bepaalde soorten antibiotica. De mogelijkheden tot acetylering zijn in grote mate erfelijk bepaald. Dit verklaart de grote verschillen in individuele reacties op dergelijke medicijnen. Er is nog niet veel bekend over de mogelijkheid om acetylering te stimuleren. Wel is bekend dat deze afhankelijk is van vitamine B1, B5 en C.

Glucuronisatie
Glucuronisatie, het binden van toxinen aan glucuronzuur, is afhankelijk van het enzym UDP-glucuronyl transferase (UDPGT). Glucuronisatie wordt door het lichaam onder meer gebruikt om medicijnen af te breken. Salicylzuurverbindingen, menthol, vanilline, benzoaten, hormonen en bilirubine (Gilbert's syndroom) zijn voorbeelden van stoffen die langs deze weg onschadelijk gemaakt kunnen worden. Een gelige huidskleur en gelig oogwit kunnen duiden op onvoldoende glucuronisatie activiteit. D-limoneen (citrusvruchten behalve grapefruit, dillezaad, karwij) stimuleert de activiteit van UDPGT.

Sulfoxidatie
Sulfoxidatie is het proces waarbij zwavelhoudende moleculen, uit bijvoorbeeld geneesmiddelen en voedingsstoffen, worden gemetaboliseerd. Het is tevens de manier waarop het lichaam sulfiden (conserveermiddelen) onschadelijk maakt. Bij dit proces worden sulfiden door het enzym sulfiet oxidase omgezet in sulfaten, die met de urine kunnen worden afgevoerd. Dit proces is onder meer duidelijk verstoord bij mensen met astma, die overgevoelig reageren op sulfiet in de voeding. Het enzym sulfiet oxidase is mede afhankelijk van molybdeen.

Ontgiftiging in de darm

Het lichaam kan ook ontgiften via de darm. Dat werkt bijna op dezelfde manier als de ontgifting via de lever. Ook de darm kent een Fase I (biotransformatie) en een Fase II (conjugatie). Maar er zijn ook verschillen. Er ontbreken een aantal Fase I P450 enzymen, o.a. voor het afbreken van cafeïne en bovendien komt fase II methylering in de darmen nauwelijks voor.

Ontgifting via de nieren

De mens heeft twee nieren, ze zitten aan de bovenkant van de buikholte, een beetje aan de achterkant. De nieren filteren het bloed en zorgen voor de afvoer van water oplosbare toxines. Deze worden via de urine uit gescheiden.
Bij een normaal verlopend ontgiftingsproces is de urine goudgeel, helder en ruikt bijna niet. Urine met een afwijkende kleur die bovendien sterk ruikt kan op een ontgiftingsstoornis duiden. De urine wordt rose als er bilirubine in terecht komt. Bilirubine is een afbraak product van hemoglobine (rode bloedvloeistof). Donkerbruine urine kan ook worden veroorzaakt door een leverstoornis, maar ook door te weinig water drinken.

Ontgifting via de huid en de longen

De huid is in staat om vet oplosbare toxines uit te scheiden. (DDT, zware metalen zoals lood) Een aantal huidaandoeningen zoals psoriasis, wordt in verband gebracht met een te hoge toxische belasting in het lichaam. De uitscheiding van gifstoffen door de huid kenmerkt zich door:

  1. zweet dat een andere kleur heeft dan normaal, bijvoorbeeld door gelige of blauwige kringen in de kleren
  2. nachtelijke transpiratie
  3. onaangename lichaamsgeur.

Longen kunnen gifstoffen opnemen maar ook uitscheiden. Bij de uitscheiding via de longen gaat het dan om vluchtige toxines. Een te hoge toxische belasting kan klachten veroorzaken als: astma, allergische bronchitis en longemfyseem.

Bron: http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/cvs.me.ontgifting.lever.1.html

 

[HOME] [CONTACT]