A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

ONGESLACHTELIJKE VOORTPLANTING

Ook wel vegetatieve voortplanting genoemd is een manier van voortplanten, waarbij hetnieuwe individu ontstaat uit een deel van het ouderindividu. Hierbij treedt er geen meiose op en is er geen versmelting van kernen.

Doordat er geen sprake is van genetische recombinate levert ongeslachtelijke voortplanting individuen op, die onderling genetisch gelijk zijn en die een kopie zijn van de ouder. In een stabiele omgeving hoeft dit geen nadeel te zijn, want het mechanisme biedt minder kans op (nadelige) mutaties.


Manieren van ongeslachtelijke voortplanting

Eencelligen

Deze organismen vermenigvuldigen zich meestal door gewone celdeling. Eerst deelt het kernamateriaal zich, waarna een celdeling volgt. Sommige eencelligen, zoals de ciliaten, kennen hiernaast ook een vorm van geslachtelijke voortplanting, waarbij kernmateriaal wordt uitgewisseld.

 
Deling van pantoffeldiertjes
 
Conjugatie van pantoffeldiertjes
(uitwisseling van erfelijk materiaal)

 

Planten

Zeer veel planten kunnen zich naast geslachtelijk ook ongeslachtelijk voortplanten. Dit kan door

Fragmentatie

Hierbij valt het oorspronkelijke plantenlichaam in stukjes uiteen, waarbij ieder stukje uitgroeit tot een nieuwe plant. Dit doet zich bv. voor bij (lever)mossen

Levermos

Produceren van uitlopers

Een mooi voorbeeld vormen de aardbeien: de plant vertoont uitlopers; waar deze de grond raken schieten ze wortel en op die plaats groeit een nieuw plantje.

 

 

Bollen

Een bol bestaat een bolschijf met rokken; verdikte bladeren waarin een grote hoeveelheid reservevoedsel is opgeslagen. Tussen deze rokken bevinden zich de knoppen.

In het voorjaar ontstaat uit één van deze knoppen (de eindknop) een nieuwe plant. Voor zijn groei gebruikt de plant het reservevoedsel uit de rokken, die daardoor verschrompelen. De knoppen waaruit geen plant is ontstaan, ontwikkelen zich tot nieuwe bollen. Deze kunnen in het najaar geplant worden en in het voorjaar uitgroeien tot nieuwe planten.

Lelies, tulpen, narcissen... zijn enkele voorbeelden van planten die zich op deze manier kunnen vermenigvuldigen.

De wortelstok of rhizoom is een ondergrondse, meestal horizontaal lopende, al of niet opgezwollen stengel. Het eind van de wortelstok buigt vaak weer omhoog en vormt zo een nieuwe plant.e onderscheiden stengelknollen en wortelknollen. Uit beiden kunnen nieuwe planten groeien.

Een stengelknol is een opgezwollen ondergrondse stengel met reservevoedsel. Naakte stengelknollen worden beschermd door een kurklaagje bij, bijvoorbeeld, de aardappel

 

Aardappel

Gerokte stengelknollen worden beschermd door vlezige delen, de oude bladscheden. Dat is het geval bij de
herfsttijloos, de krokus en de gladiool

Een wortelknol is een opgezwollen bijwortel met reservevoedsel. Uit de knolletjes ontstaan nieuwe planten.
Klaverzuring, dahlia en speenkruid zijn voorbeelden van planten die wortelknollen vormen

 
Speenkruid
 
Wortelknolletjes van speenkruid

Wortelstokken

De wortelstok of rhizoom is een ondergrondse, meestal horizontaal lopende, al of niet opgezwollen stengel. Het eind van de wortelstok buigt vaak weer omhoog en vormt zo een nieuwe plant., die op haar beurt weer een wortelstok vormt, enz.

 

Wortelstok

 

Ongeslachtelijk via zaad (apomixie)

Bij apomixis blijft de bevruchting van de eicel, en soms ook die van de centrale cel achterwege. In de eerste plaats vindt er in het vruchtbeginsel geen reductiedeling van de eicel plaats, waardoor de eicel diploïd blijft. Deze diploïde eicel kan zich vervolgens parthenogenetisch (d.w.z. maagdelijk, zonder bevruchting) gaan ontwikkelen tot een volwaardig embryo.

Het komt wijdverbreid voor in de grassenfamilie (veldbeemdgras), rozenfamilie (braam en lijsterbes), composietenfamilie (duizendblad, streepzaad, havikskruid, paardenbloem) en wijnruitfamilie (citrus).

 

Dieren

Bij parthenogenese ontwikkelt de eicel zich zonder bevruchting door een zaadcel tot een volledig individu.
De snelheid waarmee bladluizen zich op onze kamer- en tuinplanten kunnen vermenigvuldigen, is te danken aan parthenogenese.

Ook regeneratie kan leiden tot een nieuw individu. Zo kan een afgebroken arm van een zeester, weer uitgroeien tot een nieuw dier.

 

Regeneratie van een zeester

 

 

[HOME] [CONTACT]