A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

NUCLEUS


of (cel)kern (meervoud "nuclei) is het grootste celorganel en komt voor in de neeste eukaryote cellen. De celkern heeft een bolvorm en wordt begrensd door een kernwand.

 

 

Lang heeft men gedacht dat de kern een met plasma gevulde ruimte was, waarin de chromatinedraden als een spaghettikluwen zweefden en waar de erfelijke informatie gekopieerd werd onder de vorm van mRNA. Het is maar sinds de laatste jaren dat men een idee krijgt van de complexiteit van deze structuur.

Via het gericht gebruik van antilichamen en van fluorescentiemarkers heeft men een iets beter zicht gekregen op de infrastructuur van de kern. Niettemin blijven er nog meer vragen dan antwoorden...

Onderstaand model geeft een overzicht van de huidige kennis ter zake

 

1. Kernwand
2. Lamina
3. Samenvoegen van mRNA-fragmenten tot mRNA
4. Splicing speckle
5. Paraspeckle
6. Biogenese van ribosomen
7. Cajal lichaampje
8. Heterochromatine
9. Splitsingslichaampje

10. Euchromatine
11. Transcriptie van mRNA
12. Kernporiecomplex
13. PML-lichaampje
14. Replicatie
15. Nucleolus

Doorsnede van een celkern

 

Kernwand:

deze bestaat uit twee membranen; de buitenste gaat gewoon over in het endoplasmatisch reticulum, terwijl de binnenste de met kernplasma gevulde ruimte begrenst. Ter hoogte van de kernporiecomplexen bestaat er een verbinding tussen buiten- en binnenmembraan.

De kernporiecomplexen zorgen voor de mogelijkheid van het uitwisselen van materiaal tussen kernplasma en cytoplasma (de begrenzende membraan is nagenoeg impermeabel). Zoals de naam het zegt gaat het om zeer complexe, eiwitrijke structuren, die het mogelijk maken dat grote onderdelen zoals ribosoomfragmenten de kern kunnen verlaten.

 

 

Lamina:

bestaat uit een dicht netwerk van ewitvezels, elk 30 - 100 nm dik. De lamina zit tegen de binennmembraan van de kernwand en heeft o.m. een ondersteunende functie. Verder is er een nauwe wisselwerking tussen de eiwitten van de lamina en de eiwitten van de chromatinedraden. Dit blijkt o.a. uit de hoge dichtheid van chromatine (heterochromatine) tegen de celwand.

 

 

 

Splicing speckle en paraspeckle:

splicing speckles zijn plaatsen waar mRNA-fragmenten worden samengevoegd. Vlakbij liggen paraspeckles, die waarschijnlijk ook een rol spelen in de vorming van mRNA


Cajal lichaampjes:


vermoedelijk de plaatsen waar basismateriaal voor de transcriptie en vorming van RNA wordt gesynthetiseerd


Euchromatine en heterochromatine:

Op een elektronenmicroscopische opname van de celkern wisselen donkere en lichte gebieden elkaar af. Het verschil in kleurintensiteit berust op een verschil in opvouwing: in het lichte gebied zitten de chromatinedraden minder dicht op elkaar. Actieve genen bevinden zich in lichte gebieden, terwijl inactieve genen in het donker liggen


PML-lichaampjes:

Spelen een rol in de regeling van de transcripties, geprogrammerde celdood en het herstellen van beschadigd DNA


Nucleolus:

of kernlichaampje speelt een rol in de productie en assemblage van componenten van ribosomen

 

 

[HOME] [CONTACT]