A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

NEUROTRANSMITTER

Stof die de signaaloverdracht tussen neuronen onderling of tussen neuronen en andere celtypes mogelijk maakt.

 

In de eindknopjes van een neuron zitten talrijke blaasjes volgepropt met transmitter (1). Wanneer de impuls een eindknopje bereikt (2), wordt daar door exocytose neurotransmitter afgegeven (3) in de ruimte tussen de membranen van de producerende cel en de doelwitcel. Deze ruimte noemt men de synaptische spleet. De neurotransmitter migreert (4) naar de doelwitcel en bindt zich op receptoren (5) van de membraan van de doelwitcel (postsynaptische membraan), wat resulteert in een depolarisering van de postsynaptische membraan (6). De neurotransmitter komt weer vrij, wordt afgebroken in de synaptische spleet en de resulterende stoffen worden terug opgenomen door de presynatptische cel (7).

Is de doelwitcel een spiercel dan zal dit uiteindelijk een contractie van de spiercel voor gevolg hebben.

Impulsoverdracht via neurotransmitter


Voorbeelden van neurotransmitters zijn glutamaat, acetylcholine, dopamine...

 

 

 

 

[HOME] [CONTACT]