ALLERGIE
Deze term werd voor
het eerst gebruikt door de Oostenrijkse kinderarts,
Clemens von Pirquet (1874
- 1929) en is afgeleid van het Grieks allos = "ander" en ergon = "werk".
Oner "allergie" verstaan we een overgevoeligheid
voor bepaalde stoffen (allergenen)
als gevolg van overmatige (= schadelijke) immuunreacties. De
stoffen die door het immuunsysteem gemaakt worden
om antigenen te bestrijden, heten antistoffen (of antilichamen). Een andere naam voor antistoffen
is immunoglobulines. Deze immunoglobulines zijn
verantwoordelijk voor de humorale afweerrespons.
Er zijn 5 hoofdgroepen immunoglobulines, te
weten IgA, IgD, IgE, IgG en IgM. Bij allergie
is IgE het belangrijkste immunoglobuline.
De meest voorkomende allergieën zijn van het
type I
Wanneer allergenen zich binden op een IgE
op de celmembraan van een mestcel,
zal deze mestcel haar inhoud (onder andere histamine,
serotonine en prostaglandine) uitstorten.
Activering van een mestcel door
een allergeen
Het vrijkomen van de histaminen, prostaglandinen
e.d. heeft een reeks reacties voor gevolg:
- vaatverwijding
(vasodilatatie van de bloedvaten in de huid)
- vernauwing van de bronchiën van de
longen
- afname van de hartactiviteit
Dit kan resulteren in:
- neusklachten: loopneus, niezen,
gezwollen neusslijmvlies
- moeilijke ademhaling:
piepende ademhaling
- rode ogen: conjunctivitis
- huidveranderingen:
roder worden, warmte afgeven, jeuk
- in ernstige
gevallen bloeddrukdaling en shock, in extreme
gevallen zelfs hartstilstand
Diagnostiek
Om erachter te komen of iemand allergisch is en
zo ja waarvoor, is het nodig dat de arts of allergoloog precies
weet welke allergenen er bestaan en waar ze vandaan
komen (de bron van de allergenen). Ook
moet de arts weten welke klachten bij welke allergie
horen.
Een onderzoek naar allergie begint met een
anamnese. De anamnese is een uitvoerig
vraaggesprek met de
patient over de leefsituatie. Belangrijke onderdelen
hierin zijn hobbies, werk, verhuizing, contact
met dieren en of er andere allergie-patienten
in de familie zijn.
Uit dit gesprek kan al nuttige informatie
komen over de soort allergie. De volgende
2 voorbeelden
zullen dit duidelijk maken.
Een persoon heeft last van een loopneus, rode
ogen en niesbuien. Deze klachten doen zich
vooral in
de zomer voor, als hij buitenshuis is. Daarnaast
zijn de klachten het ergst op warme, broeierige
dagen. Bij een vakantie naar Spanje in juli
was de man klachtenvrij.
Dit beeld wijst op hooikoorts (vooral voor
graspollen). In Spanje had hij geen last omdat
daar de grassen
al in juni uitgebloeid zijn.
Een tweede voorbeeld
is een kind dat ineens last krijgt van een
loopneus, niesbuien en
rode ogen.
Bij de anamnese blijkt dat de klachten ongeveer
tegelijkertijd zijn begonnen met een konijn
dat in de klas is gekomen.
Het is hier dus waarschijnlijk dat het kind
een allergie tegen konijnen heeft. Als het
konijn
in een andere klas wordt gezet, blijken de
klachten af te nemen.
De volgende stap in
het onderzoek is de huidtest.
Om inhallatie-allergenen te testen wordt
vlak onder de huid een heel klein beetje
allergeen
gespoten.
Dit wordt gedaan op de rug of op de binnenkant
van de onderarm. Ook kan een druppeltje
allergeen op de huid gebracht worden, waarna
het met
een krasje in de huid wordt gebracht. Na
ongeveer 15 a 20 minuten kunnen dan rode
plekken ontstaan
met
een zwelling, die ook nog kan gaan jeuken.
Is
dit het geval, dan is die persoon allergisch
voor de
ingespoten stof. Als de persoon niet allergisch
is, zal er dus ook geen reactie optreden.

Huidtest Deze
test werkt doordat er mestcellen in de huid
zitten. Deze mestcellen bevatten
histamine.
Als
een patient allergisch is, zal het allergeen
aan de IgE-antistoffen binden die op
de mestcellen zitten. De mestcel laat het
histamine vrij
en dit
geeft vervolgens bovenstaande klachten.
Deze huidtest kan dus uitsluitsel geven
wat de oorzaak is van bepaalde klachten,
bijvoorbeeld
een loopneus. Door bij de patient huisdierallergeen,
huisstofmijt en graspollen te testen
met de huidtest,
kan je zien welke van 3 de oorzaak is
van de klachten (of dat geen van drieen
de
oorzaak is).
Bij contactallergenen wordt een plakproef
gedaan. De patient krijgt dan pleisters
met de te onderzoeken
stof op zijn huid geplakt en na een bepaalde
tijd zal ook hier dan een reactie optreden.
De anamnese en de huidtest zijn de belangrijkste
hulpmiddelen van een allergoloog om een
allergie vast te stellen.
Als deze 2 onderdelen
echter niet genoeg uitsluitsel geven, zijn
er nog 2 andere
tests om een diagnose
te stellen.
* De RAST-test. Bij de RAST-test wordt
de hoeveelheid IgE tegen een bepaald
allergeen bepaald. De
uitslag wordt weergegeven in een aantal
plussen
(met
een maximum van 5+).
Wel moet bij deze test gezegd worden
dat het aantal plussen niet overeen
hoeft te
komen
met de ernst
van de klachten. Het kan zijn dat iemand
5+ is voor huisstofmijt, maar totaal
geen klachten
heeft.
* De provocatietest. Bij een provocatietest
wordt het allergeen in de neus gestoven
om zodoende
klachten op te wekken die in de natuurlijke
situatie ook
ontstaan. De provocatietest kan ook
gebruikt worden om te zien of een bepaalde
therapie
aanslaat. Als
een therapie aanslaat zullen de klachten
naar aanleiding van de provocatie met
het allergeen
veel minder
zijn.
Behandeling
De behandeling die het best werkt,
is het vermijden van het allergeen.
In sommige
gevallen is dit
makkelijk, denk maar aan huisdieren
de deur uit doen, of een
speciaal dieet volgen. Maar in andere
gevallen
is het onmogelijk, zoals bij hooikoorts. Als
het vermijden van het allergeen niet mogelijk
is, kan een arts medicijnen
voorschrijven.
Er zijn verschillende soorten medicijnen.
Ten eerste medicijnen die heel gericht
klachten verhelpen, zoals neussprays
en oogdruppels.
Daarnaast zijn
er voor hooikoortspatienten antihistaminica
(stoffen die zorgen dat er geen histamine
vrijkomt),
zoals
Allerfree. Een nadeel van medicijnen
is dat ze de oorzaak niet wegnemen,
maar alleen
de klachten
bestrijden. Je noet ze dan ook je hele
leven
gebruiken.
Een alternatief voor medicijnen
is hyposensibilisatie. Dit wel zeggen
dat je probeert de gevoeligheid
voor een allergeen te verlagen. De
manier waarop dit gedaan wordt, is
door kleine
hoeveelheden allergeen in de huid
te spuiten, waardoor
het
lichaam hier
andere antistoffen tegen kan maken
(de IgG antistoffen). Door dit regelmatig
te doen
(met oplopende doses
allergeen) zal het lichaam minder
tot niet meer reageren op het betreffende
allergeen.
De IgG
antistoffen die op deze manier ontstaan,
zullen ervoor zorgen
dat de IgE antistoffen niet meer
kunnen binden aan de mestcel, waardoor er
geen
histamine
meer vrijkomt.
Naast deze reguliere behandelingen
zijn er natuurlijk ook alternatieve
methoden
zoals
hypnotherapie
en accupunctuur. Over hoe en of deze
methoden werken
is niet veel bekend, maar dit kan
nog uitgezocht worden.
Tenslotte is
bij kinderen bekend dat ze over een allergie
heen kunnen
groeien.
Wat de
oorzaak hiervan
is, is ook nog niet bekend.
[HOME]
[CONTACT] |