A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

ACCOMODATIE

(Van het Latijn "accomodare" = "aanpassen") is het vermogen van het oog om zich aan te passen aan de afstand van het voorwerp en zo een scherp beeld te blijven vormen op het netvlies. Deze aanpassing is het gevolg van het meer of minder krommen van de lens door het min- of meer ontspannen van de kringspieren. Deze spiertjes liggen ringvormig rond de lens en zijn via vezeltjes ermee verbonden.

Het oog van een jonge mens kan in minder dan een halve seconde scherpstellen vanop oneindig op een voorwerp dat slechts enkele cm van het oog verwijderd is. Dit stemt overeen met een verandering van ca. 15 dioptrie (1 dioptrie = 1/brandpuntafstand in meter).
Bij het ouder worden vermindert het accomodatievermogen, waardoor het nabijheidspunt (afstand tot het oog waarop een voorwerp nog scherp wordt waargenomen) verder komt te liggen dan de leesafstand.

 

Het voorwerp is veraf:

  • de kringspieren zijn ontspannen
  • vezeltjes zijn opgespannen
  • de lens is afgevlakt

 

 

Het voorwerp is dichtbij:

  • de kringspieren zijn samengetrokken
  • vezeltjes ontspannen
  • de lens is sterk gekromd

 

[HOME] [CONTACT]