AIDS
is een aandoening die wordt veroorzaakt door een HIV- retrovirus. AIDS wordt gekenmerkt door een verminderde afweer, doordat HIV een deel van de T-lymfocyten besmet, namelijk de T4-cellen, ook wel CD4-cellen genoemd. Deze kunnen niet meer functioneren en doden de cellen die geïnfecteerd zijn met het aidsvirus niet meer.
Er wordt maar een klein deel van de T-lymfocyten besmet en toch richt het aidsvirus een enorme schade aan. Dit komt waarschijnlijk omdat de eiwitten van het aidsvirus zich hechten aan de cellen die HIV aanvallen. Deze worden dan door de cytotoxische T-lymfocyten aangezien als geïnfecteerde cellen (terwijl ze dat niet zijn) en worden gedood.

Lymfocyt geïnfecteerd met HIV-1 (groen)
HIV besmet niet alleen cytotoxische T-lymfocyten en helper-T-lymfocyten, maar ook macrofagen. De macrofagen kunnen dan geen micro-organismen meer doden.
Aids leidt bijgevolg tot een algemene immunodeficiëntie. Dit wil zeggen dat de specifieke afweer tegen bedreigingen voor het lichaam niet meer functioneert. We spreken van het aids-stadium als er per µl bloed nog slechts 200 T-helpercellen of minder worden aangetroffen.
Deze verminderde afweer leidt tot een grotere gevoeligheid voor infecties. De aidspatiënt wordt sneller ziek en kan aan meer ziekten tegelijk gaan lijden. Dit noemen we het aids related complex.
De volgende symptomen kunnen optreden als ziekten en symptomen:
- longziekten
- kanker (meer bepaald Kaposisarcoom)
- herpesinfecties
- acute necrotiserende ulceratieve gingivitis (tandvleesontsteking)
- Candida albicans proliferatie en andere schimmelinfecties
- chronische diarree
HIV kan zich bevinden in bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk. Bij iemand die geïnfecteerd is met HIV bevatten bloed en sperma een hoge concentratie van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie beduidend lager, maar overdracht via deze lichaamsvochten is wel mogelijk.
In andere lichaamsvochten kan het virus wel aanwezig zijn, maar in een veel te lage concentratie om een infectie te kunnen veroorzaken. Speeksel, zweet, traanvocht, urine en ontlasting zijn alleen gevaarlijk als er zichtbaar bloed in zit, en er risico is dat dit rechtstreeks in de bloedbaan van de ander terecht kan komen.
In de dagelijkse omgang met seropositieve mensen loopt men geen enkel risico. De kans op infectie bestaat bij onveilige handelingen met bloed, sperma, vaginaal vocht en voorvocht.
[HOME]
[CONTACT] |