ACTH
ACTH, internationaal gebruikelijke afkorting van adrenocorticotroop hormoon (v. wetensch. "adren" = bijnier; Lat. "cortex" = schors; Gr. "trepoo" = aandrijven), officiële naam thans corticotropine, ook nog vaak corticotrofine genoemd, een hormoon dat wordt gevormd door de voorkwab van de hypofyse.
ACTH zet de bijnierschors aan tot productie van bepaalde corticosteroïden, m.n. van glucocorticosteroïden (corticosteron en cortisol) en van androgene hormonen van de bijnierschors. Het verlaagt daarbij het gehalte aan vitamine C en aan cholesterol (grondstof voor de productie van bijnierschorshormonen). Daarnaast oefent ACTH invloed uit op de vetsplitsing; het kan uit depotvet vetzuren vrijmaken.
Productie en afgifte:
De productie van ACTH wordt nauwkeurig geregeld. Zij gaat omhoog bij allerlei factoren die het lichaam schade kunnen toebrengen (bijv. ernstige verwondingen of stress). De toenemende productie van bijnierschorshormoon voorkomt overmatige afweerreacties (en beschermt dus het lichaam). De gestegen concentratie van bijnierschorshormoon remt vervolgens de ACTH-productie af.

Werkingsmechanisme:
Vele hormonen oefenen hun werking uit via hetzelfde basismechanisme: interactie van het hormoon vindt plaats via specifieke receptoren op of in de celmembraan en deze interactie leidt tot activering van het enzym adenylase-cyclase; dit enzym katalyseert de omzetting van ATP in cAMP plus pyrofosfaat. cAMP zet een serie van enzymatische reacties in gang die leiden tot het hormoonspecifieke effect. Voor zover men thans weet geldt dit ook voor ACTH.
Medisch gebruik:
Als geneesmiddel wordt ACTH weinig gebruikt; het is mogelijk het al dan niet functioneren van de bijnierschors vast te stellen door middel van ACTH-injecties.
Structuur:
Corticotropine werd voor het eerst uit varkenshypofyse geïsoleerd door W.F. White (1953); de structuur vond Bell c.s. (1955). ACTH heeft een molecuulmassa van ca. 4500 en is een peptide, bestaande uit 39 aminozuren; het is gesynthetiseerd (1963). De structuur van corticotropine van de mens is in 1961 opgehelderd door T.H. Lee, A.B. Lerner en V. Buettner-Janusch.
Brokstukken van het ACTH-molecule blijken, bij ratten toegediend, invloed te kunnen uitoefenen op het herinneringsgedrag of de motivatie en op de herseneiwitten.
Bron: http://www.homepages.hetnet.nl/~b1beukema/acth.html
[HOME]
[CONTACT] |