Januari 2003
INHOUD
Een jaartje uit, een jaartje in,
het einde - weer - een nieuw begin,
en wat meer dan ooit voordien
het leven aan de zonkant zien
Het VOB bestuur wenst jullie allemaal een gezond en fijn 2003.
Het voorbije jaar ging het onze vereniging weer voor de wind. We tellen meer dan 1200 leden uit alle regionen en van alle leeftijden. Piepjonge studenten en pas afgestudeerden vinden de weg naar VOB en de niet meer zo jongen, die van een welverdiende rust genieten, blijven onze vereniging steunen.
In 2002 vierden we feest. VOB bestond 25 jaar en nog eens 25 jaar eerder werd de Belgische Nationale Vereniging der leraren in de Biologie opgericht. Een uitgebreid verslag kon je lezen in de november-BIO. Uiteraard gaan we op de ingeslagen weg verder, op naar VIJFTIG JAAR VOB.
Op internationaal vlak blijven we Vlaanderen op de kaart zetten. Zowel in de Eucys wedstrijd in Wenen als op de Internationale Biologie Olympiade in Letland vielen we met Vlaamse kandidaten in de prijzen.De voorbereidingen voor de l4de Vlaamse Biologie Olympiade zijn volop bezig. De laureaten van de finale mogen hun beste beentje voorzetten van 8 tot 16 juli 2003 in Minsk (Wit-Rusland). We zijn ook gelukkig je te kunnen melden dat het Departement van Onderwijs opnieuw de verplaatsingsonkosten naar de Internationale Biologie Olympiade voor de deelnemende studenten en I begeleider op zich zal nemen.
Een datum die je alvast in je nieuwe agenda voor 2003 kan noteren: de jaarvergadering zal doorgaan op zaterdag 10 mei 2003.
Marleen Van Strydonck
Er rommelt wat in de wetenschappen
De nieuwe lessentabellen voor de derde graad ASO doen heel wat stof opwaaien.
Enkele bedenkingen.
Enerzijds doet de overheid grote inspanningen om het wetenschapsonderwijs te steunen en te promoten. We verwijzen hierbij naar het actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie en de rol van leerkrachten en naar de toespraak van Vlaams minister van Onderwijs en Vorming Marleen Vanderpoorten, gehouden ter gelegenheid van de Vlaamse Wetenschapsweek 2002. Daarnaast maakt de overheid ook geld vrij voor de Olympiades, zoals u in het nieuwjaarswoordje kon lezen.
Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat Vlaanderen wat wetenschappen en wiskunde betreft aan de wereldtop staat. Dit is zeer belangrijk omdat onze 'brains' de enige natuurlijke rijkdom uitmaken van Vlaanderen. Een dergelijke studie is een steun in de rug van de vele duizenden leerkrachten die dagelijks het beste van zichzelf geven om leerlingen op een hoog wetenschappelijk peil te brengen. Men merkt echter dat Vlaanderen zowel voor wetenschappelijk onderzoek als voor de arbeidsmarkt kampt met een tekort aan goede wetenschappers.
Daarom is het onbegrijpelijk dat de 'koepels' (= de inrichtende machten) in de nieuwe lessentabellen voor de 3de graad ASO een vermindering en een andere verdeling van het aantal uren wetenschappen voorstellen, zowel in de richtingen met wetenschappen in de naam, als in de richting zonder wetenschappen in de naam.
Het VOB bestuur volgt deze materie op de voet. We zullen per brief bij de desbetreffende 'koepels' onze ongerustheid uitspreken en ons standpunt hierover toelichten. We houden u uiteraard op de hoogte.
Marleen Van Strydonck (Borgerhout)
Plantentuin Meise
Op 2 oktober schreef onze ondervoorzitter een brief naar de Plantentuin in Meise omdat onze leden op vertoon van hun VOB-lidkaart geen gratis toegang meer kregen in de Plantentuin.Op 19 november kregen we antwoord:
Geachte,
Het is inderdaad zo dat de Nationale Plantentuin niet langer gratis toegang verleent aan VOB leden, louter op vertoon van hun lidkaart. Wij hebben immers een aantal gratis toegangen afgeschaft. In het verleden werd vaak gratis toegang verleend aan allerlei instanties, soms zelfs via mondelinge contacten. Het gevolg was dat de Nationale Plantentuin zelf geen overzicht meer heeft op wie er nu gratis toegang krijgt of niet. Het feit dat u hiervan niet op de hoogte werd gebracht is ondermeer hieraan te wijten.
Dit gezegd zijnde, wil ik er op drukken dat het nog steeds mogelijk is voor leerkrachten om de Nationale Plantentuin gratis te bezoeken. De afdeling Onderwijs van het Vlaams ministerie start immers met een officiële lerarenkaart. Op simpel vertoon van deze kaart kan de leerkracht in kwestie gratis toegang bekomen, eventuele begeleidende personen betalen het gewone tarief.Daarnaast krijgen leerkrachten die een bezoek
met hun klas reserveren twee gratis toegangstickets om hun bezoek voor te bereiden.
Op deze manier kunnen wij op relatief eenvoudige wijze aan alle wensen voor een professioneel gebruik van de Nationale Plantentuin tegemoet komen. Op onze website: http://www.BR.fgov.be/ kan u, onder educatie, kennis maken met ons vernieuwd, en uitgebreid educatief aanbod.
Ik hoop dat dit antwoord voldoende duidelijk is, mocht u nog vragen hebben dan mag u altijd contact opnemen.Hoogachtend,
Dr. Gert Ausloos
Hoofd Educatieve dienstWe vroegen rond bij collega's: niemand bleek die fameuze lerarenkaart te kennen. Dus e-mailden we naar 'Klasse' en kregen prompt antwoord:
Geachte heer,
Het klopt dat het departement Onderwijs alle Vlaamse leerkrachten een lerarenkaart zal geven. Het betreft een nieuw initiatief, de kaart wordt met het februarinummer van Klasse meegestuurd, samen met de uitleg. De kaart wordt jaarlijks vernieuwd. Leerkrachten hoeven geen speciale aanvraag tot het departement te richten, wij maken gebruik van de adresbestanden van de betalingsdienst: al wie daarin opgenomen is, krijgt de kaart automatisch. Als u maandelijks het tijdschrift Klasse ontvangt, zult u dus ook deze lerarenkaart krijgen. Mocht dat niet het geval zijn, dan kan u vooralsnog contact opnemen met ons. De Plantentuin in Meise is inderdaad in onze bestanden opgenomen.
Met vriendelijke groeten,Geert Neirynck
redacteur Klasse en coördinator Lerarenkaart
N.v.d.r.: de Plantentuin ontvangt al 25 jaar onze BIO en VOB heeft er al meer dan eens een activiteit of een jaarvergadering belegd. En wij werden niet verwittigd omdat ze niet wisten dat onze leden gratis toegang hadden???
Tweede oproep
In het Bio-nummer van juli 2002 plaatsten we onderstaande oproep. Tot nu toe kregen we hierop NUL reacties. En we doen de oproep opnieuw, temeer omdat het doen van experimenten tijdens de les door de leerplannen wordt voorgeschreven.We komen stilaan in een periode waarin meer en meer ervaren leerkrachten op rust gaan (nou ja!) terwijl jonge collega's hun plaats komen innemen.
Daarmee verlaat een hele boel ervaring het klaslokaal en komt er iemand in de plaats die het allemaal weer van voor af aan moet gaan ontdekken en ervaren. Hier wil VOB een helpende hand reiken.We weten allemaal dat het uitvoeren van aangepaste en interessante proefjes in de klas veel werk met zich meebrengt: een geschikt experiment opzoeken, dat uitvoerbaar is met het materiaal en materieel waarover we kunnen beschikken en dat altijd lukt en duidelijke resultaten oplevert.
VOB wil al die interessante klasexperimenten (zowel leerlingen- als klassikale proeven) voor haar leden samenbrengen op cd-rom. Daarom deze oproep.
We vragen je om (leuke) experimenten die lukken, die je zelf 'verfijnd' hebt, die (vrij) gemakkelijk uit te voeren zijn met liefst eenvoudig (recup)materieel aan ons door te geven. Hiervoor vind je in deze BIO ook een formulier. Stuur zoveel mogelijk in. Wij verzamelen ze, klasseren ze en maken er een overzichtelijk geheel van.
Zo hopen we de cd-rom klaar te krijgen voor het Jaarboek 2004.Alle huidige en toekomstige collega's zullen je
eeuwig dankbaar zijn.
Komaan, gepensioneerde collega's (en jullie zijn met bijna 150), er is toch nog wel ergens een half uurtje te vinden om een experiment op papier te zetten! Natuurlijk mogen ook de leerkrachten die nog voor de klas staan hun ervaring meedelen!
VEREN
Structuur en functies
Een pen wordt gesteund door de holle spoel en de schacht. Deze laatste draagt baarden, waaraan baardjes bevestigd zijn, die onderling verbonden zijn door haakjes. Aan de basis van elk baardje staat een fijn, transparant vliesje. Elke pen vormt een dun plaatje, dat geen lucht doorlaat. (Probeer maar eens een kaars uit te blazen doorheen een gespreide vleugel.)
De dekveren staan dakpansgewijs ingeplant. Het water glijdt van het verenkleed af: zij zijn ondoordringbaar.
De donsveren staan onder de dekveren; het zijn structuren zonder haakjes die veel lucht vasthouden. Zij helpen bij het behouden van de constante lichaamstemperatuur (40 "C).
Veren zijn hoornige structuren gevormd in de opperhuid; alleen aan hun basis kunnen ze groeien.
KleurVogels hebben pronkveren in functie van hun geslachtsdimorfisme. De kleur kan ook te maken hebben met camouflage (seizoendimorfisme) of afschrikking (waarschuwingskleuren).
Als baarden en baardjes gevuld zijn met lucht, dan is de veer wit gekleurd.
1 Pigmentkleuren
- Als de melanoblasten in de opperhuid migreren naar het huidoppervlak, worden ze chromatoforen, die korrels melanine produceren. Dat melanine kleurt de keratine in baarden en baardjes zwart en grijs.
- De carotenoïden uit het voedsel blijven opgelost in de lipiden en worden naar de huid getransporteerd.
De pigmenten lossen op in de keratine van de veren en geven de kleuren geel, oranje, violet en blauw. De carotenoïden worden ook lipochromen genoemd.
- De porfyrines zijn zeer gevoelig voor daglicht (na twee dagen is een veer ontkleurd). Het touracine, een van de belangrijkste porfyrines, geeft een rode fluorescentie in U.V.-licht. Touracine lost op in alkalische oplosmiddelen, bv. in ammonia.
Door vermenging van touracine met carotinoïden ontstaat het hele gamma van tinten.2 Structuurkleuren
Afhankelijk van de lichtinval zorgen de optische kleuren (vooral de blauwtinten) voor metaalglanzende tot matte kleureffecten.
1 Baardjes van een papegaaiduif (Treron vemans): melanine aan de basis, gele lipochromen aan de punt.
2 Baardjes van de koolmees (Parus major): gele lipothrornen aan de basis, melanine aan de punt.
3 Structuur van een reflecterende baard zonder melanine; (4) met melanine.
De haartjes aan de baarduiteinden geven bepaalde pronkveren een veloursachtig uitzicht.
5 Structuur van een baard die een lakverf-effect oplevert, als het licht op de brede kant invalt.
6 Coupe van een blauw reflecterende baard van een pipra (Pipra coronata carbonata): melanine (zwart) + poreuze cellen (grijs).
7 Baard van geelgroen kopveertje van een tangara (Tangara chilensis): diffuus geel (witte punt) + poreuze cellen (grijs) + melanine (zwart).
8 Granaatpitta (Pitta granatina), baard van rugveertje met donkerviolette weerschijn: rode carotenoïden (witte punt) + melanine aan de basis (zwart) + centraal gelegen, poreuze cellen (grijs).© Tekeningen naar F. Franck, uit Grassé P. P., Traité
de Zoologie, 'Oiseaux' (rome XV), Masson. ParisFrans Desfossés (Edegem)
De structuur van eiwitten
De kristallisatie van eiwitten is een absolute voorwaarde voor het gebruik van de Röntgen verstrooiing. Het verstrooiingspatroon van één enkele molecule is namelijk te zwak om gemeten te worden. In een kristal zijn een groot aantal eiwitmoleculen geordend in een rooster en kunnen de verstrooiingspatronen van de verschillende individuele moleculen elkaar versterken. Eenmaal men een kristal heeft, wordt dat in een bundel X-stralen gezet. De elektronen in het kristal buigen de X-stralen af in een specifiek patroon. Dat patroon is functie van de manier waarop de elektronen in het kristal zitten, en kan ons een beeld geven van de posities van atomen in het kristal. Met die elektronendensiteiten kan men dan een model van het eiwit bouwen.
Tot nu toe deed men eiwitkristallen meestal groeien door heel veel groeicondities uit te proberen en te hopen dat men één keer prijs had. Elk laboratorium had zo zijn eigen trucs om kristallen te doen groeien en het had soms meer weg van magie dan van wetenschap. Tegenwoordig proberen kristallografen beter te begrijpen wat de processen zijn die achter de kristallisatie van eiwitten liggen, met uiteraard de bedoeling om meer eiwitten beter te kunnen kristalliseren.
De gewichtloosheid of micro-zwaartekracht die in de ruimte heerst heeft vaak positieve effecten op de kwaliteit van de kristallen men daar doet groeien. Door de afwezigheid van zwaartekracht treden er in de kristallisatieoplossingen geen stromingen (convectie) op en kunnen de kristallen op een beter geordende manier groeien. Met Röntgendiffractie-experimenten kan men dan ook een beter, gedetailleerder beeld van de eiwitten krijgen, wat weer leidt tot een beter begrip van hun functioneren.
Het wordt echter wel een erg kostbare zaak als we voor ieder eiwit dat we willen bestuderen een ruimte-experiment moeten doen. Door de afwezigheid van convectie in de ruimte kunnen de fundamentele processen die ten grondslag liggen aan de kristallisatie beter waargenomen worden. Door te begrijpen wat bepaalt hoe
een eiwit kristalliseert zullen we ook op aarde betere kristallen kunnen doen groeien.
De eiwitten die de VUB in het ruimtestation liet kristalliseren zijn de antilichamen van kamelen. Acht jaar geleden werd ontdekt dat kamelen een soort antilichamen hebben die anders en eenvoudiger zijn dan deze van alle andere zoogdieren. Het is slechts door een samenloop van omstandigheden dat deze ontdekking tot stand kwam en bovendien als waardevol en belangrijk werd ingeschat. Studenten biologie die alles in t werk stelden om hun practica "Immunochemie" te ontlopen brachten de assistent ertoe om antilichamen van kameelserum als studieobject te nemen in plaats van die van een konijn, een muis of mensen. Prof. Hamers van de VUB besefte toen hij de resultaten zag dat er iets heel bijzonders aan de hand was. Sindsdien zijn de antilichamen van kamelen uitgegroeid tot een onderzoekdomein met belangrijke implicaties in de biotechnologie en medische wetenschappen.
VUB- Nieuwsbrief nr. 16
'Waarom'-vragen in het biologieonderwijs
Waarom heeft en vrouw tepels?
En waarom heeft een man tepels?
Goed vragen stellen in de les is niet zo gemakkelijk Elke vraag moet duidelijk en eenduidig zijn, zodat de leerlingen slechts één antwoord kunnen geven.
Dit artikel verscheen in het tijdschrift van de Belgische Nationale Vereniging der Leraren in de Biologie (1974 nr. 1) en werd met toestemming van de auteurs overgenomen en waar nodig aangepast.
Vragen stellen, en dan vooral denkvragen, is een belangrijk middel om de leerlingen tot zelfactiviteit te stimuleren. In leerboekteksten staan de vragen die in een les natuurwetenschappen gesteld kunnen worden meestal niet geformuleerd. Dit betekent dat de leerkracht de vragen zelf moet opstellen. Hierbij kunnen problemen rijzen voor vragen die beginnen met waarom en die betrekking hebben op de bouw, de functie en de gedragingen van biologische structuren (planten, dieren, mens, organen, stelsels). Het is de bedoeling van dit artikel die problemen te situeren en enkele middelen voor te stellen die in de klassenpraktijk tot een efficiënte oplossing kunnen leiden.1. 'Waarom -vragen in de biologielessen
Bij de bespreking van planten, dieren of de mens is het mogelijk dat bijvoorbeeld de volgende vragen in een klas gesteld worden:Vragenreeks I
1. Waarom ruiken de bloemen van de zandkool?
2. Waarom keren de bladeren van een plant zich naar het licht?
3. Waarom heeft een giraf een lange hals?
4. Waarom leeft de mol in onderaardse gangen?
5. Waarom trekken we de hand weg als we tegen een gloeiend voorwerp stoten?
6. Waarom stroomt het bloed rond in de bloedvaten?
Op de respectieve vragen kan het volgende antwoord komen:
Antwoordenreeks I
1. Omdat deze bloemen geurstoffen bevatten.
2. Omdat de onbelichte zijden van de bladstelen sneller groeien dan de belichte.
3. Omdat de giraf een nakomeling is van ouderdieren met een lange hals (of omdat de giraf afstamt van dieren met een lange hals).
4. Omdat deze gedraging overgeërfd is.
5. Omdat de extreme warmte een prikkel is die een reflex teweegbrengt.
6. Omdat het hart het bloed rondstuwt in de bloedvaten.In deze antwoorden komt tot uiting dat de vragen geïnterpreteerd werden als vragen naar oorzaken of naar oorzakelijke verklaringen. Dit zouden de antwoorden zijn van een wetenschapsbeoefenaar: hij beschouwt de waarom'vragen als 'hoe komt het-vragen en geeft een causale analyse. Ook bij de studie van fysische of chemische verschijnselen zou niemand eraan denken bij 'waarom-vragen iets anders dan een oorzaak als antwoord te zoeken of te geven.
Nu is het denkbaar dat de vragensteller niet tevreden is met de gegeven antwoorden.
Hij wil antwoorden horen in de volgende zin:
Antwoordenreeks 2
1. Om insecten aan te lokken.
2. Om meer licht te hebben.
3. Om bladeren van hoge bomen te kunnen eten.
4. Om beschermd te zijn tegen vijanden.
5. Om ons lichaam te beschermen.
6. Om alle organen te voorzien van voedingsstoffen en zuurstofgas.
De vraagsteller verwacht in dit geval verwijzingen naar doeleinden, bedoelingen, doelgerichtheden. Zijn 'waarom-vragen waren niet bedoeld als 'hoe komt het'-vragen, maar eerder als 'waartoe'-vragen.
Deze mentale instelling is gemakkelijk verklaarbaar. Van kindsbeen af hoort men 'waarom-vragen meestal stellen in verband met door mensen gestelde doelgerichte handelingen of in verband met doelgericht ontworpen toestellen of situaties. Dergelijke vragen worden dan terecht beantwoord door een finalistische of teleologische verklaring te geven.Enkele voorbeelden:
Waarom gaan de mensen naar de fabriek? (Om er hun brood te verdienen.)
Waarom gaan de kinderen naar school? (Om te leren.)
Waarom zijn er aan een kookpot twee oren? (Om die gemakkelijk vast te kunnen nemen.)
Waarom moet een stad verkeerspolitie erop nahouden? (Om de mensen te beschermen tegen ongelukken.)
Verkeerdelijk wordt deze gedachtengang dan ook overgeplant op structuren of gedragingen van planten en dieren, waarvan men gaat denken of waarvan men verwacht dat ze ook doelgericht gebouwd zijn, doelgericht functioneren of doelgericht reageren. Deze finalistische beschouwingswijze komt in de tweede antwoordenreeks vooral tot uiting door het gebruik van het woord 'om' dat de betekenis heeft van 'met het doel van'. Welnu, een dergelijke finalistische of teleologische beschouwingswijze wordt in de natuurwetenschappen niet aanvaard als een verantwoord uitgangspunt voor natuurwetenschappelijk onderzoek.Om te voorkomen dat leerlingen in het biologieonderwijs een dergelijke finalistische instelling zouden verwerven, is het stellen van waarom-vragen m. b.t. structuren, fysiologische functies of gedragingen van dieren of planten af te keuren. Dit bezwaar geldt ook voor 'waarom-vragen m.b.t. de bouw en de strikt fysiologische aspecten van het menselijk lichaam. In al deze gevallen is de kans zeer groot dat de leerlingen een 'waarom'-vraag niet interpreteren als een vraag naar oorzaken, maar als een vraag naar doeleinden. Ervaringen uit de klassepraktijk wijzen trouwens deze verkeerde interpretatie uit: 'waarom'-vragen lokken bijna altijd een antwoord uit dat begint met 'om'.
2 'Hoe komt het dat'-vragenWaardoor kan de 'waarom'-vraag dan vervangen worden als zij verkeerd géinterpreteerd kan worden?
Als een 'waarom'-vraag bedoeld is als een vraag naar een oorzaak of naar een oorzakelijke verklaring, begint men de vraag met 'hoe komt het dat...'. Enkele voorbeelden:
Hoe komt het dat het bloed in de bloedvaten rondstroomt?
Hoe komt het dat er tandbederf optreedt bij een te groot suikerverbruik?
Hoe komt het dat de onderste takken van een den in een dennenbos afsterven?
Hoe komt het dat vliegen gevaarlijke dieren zijn?De meeste vroegere voorbeeldvragen keren hier niet terug, omdat de oorzakelijke verbanden die erin gevraagd worden in het aanvankelijk biologieonderwijs niet aan de orde zullen komen. Het is immers zo dat in het biologieonderwijs voor jonge leerlingen de causale analyse van biologische verschijnselen nog maar sporadisch uitgevoerd wordt. De omschakeling van 'naar-oorzaak-vragendewaarom-vragen naar 'hoe komt het dat-vragen is niet alleen wenselijk voor biologische problemen maar ook voor vragen die op fysische of chemische verschijnselen betrekking hebben. Enkele voorbeelden.
Hoe komt het dat een brandende kaars onder een stolp na enige tijd uitdooft?
Hoe komt het dat de telefoondraden 'S zomers doorhangen?
Hoe komt het dat het wasgoed bij winderig weer snel droogt?
Het komt er dus op aan dat een leerkracht de gewoonte aanneemt om vragen te beginnen met 'hoe komt het dat' als deze vragen gesteld worden om oorzaken of oorzakelijke verklaringen van natuurwetenschappelijke verschijnselen op te sporen.3. Aanpassingen
Door de omvorming van 'naar-oorzaakvragende-waarom'-vragen in 'hoe komt het dat'-vragen is het probleem van de 'waarom'vragen nog niet opgelost.
Laten we de vragenreeks aan het begin van dit hoofdstuk en de daarbijhorende afgekeurde tweede antwoordenreeks nog eens onderzoeken. We kunnen vraag en antwoord ook in de volgende uitspraken verenigen.
1 De bloemen ruiken om insecten aan te lokken.
2 De bladeren keren zich naar het licht om meer lichtenergie te kunnen opvangen.
3 De giraf heeft een lange hals om de bladeren van hoge boomtakken te kunnen bereiken.
4 De mol leeft in onderaardse gangen om te ontsnappen aan zijn vijanden.
5 We trekken de hand weg om ons lichaam tegen verwondingen te beschermen.
6 Het bloed stroomt rond in het lichaam om alle organen van voedingsstoffen te voorzien.
Dergelijke met 'om' geformuleerde uitspraken kan men in vulgariserende geschriften over biologie vaak aantreffen. Welnu, deze uitspraken zijn door het gebruik van het woord 'om' alle foutief opgesteld omdat zij, zoals hierboven uiteengezet, een finalistische beschouwing bevatten.
De doelgerichtheid kan uit deze zinnen gemakkelijk worden weggenomen door het woord 'om' te vervangen door één van de volgende woorden: 'en', zodat', 'waardoor', 'waarmee', 'met het gevolg dat'.
De besproken uitspraken veranderen dan:
1 De bloemen ruiken zodat de insecten erdoor aangelokt worden.
2 De bladeren keren zich naar het licht en vangen aldus meer licht op.
3 De giraf heeft een lange hals, waardoor ze de bladeren van hoge boomtakken kan bereiken.7
4 De mol leeft in onderaardse gangen zodat hij tegen vijanden beschermd is.
5 Wij trekken onze hand weg met het gevolg dat ons lichaam beschermd blijft tegen verwondingen.
6 Het bloed stroomt rond in het lichaam en voorziet aldus alle organen van voedingsstoffen.Deze uitspraken drukken nu geen verband van doelgerichtheid uit, maar wel van oorzaak/gevolg.
Als wij elk gevolg afzonderlijk bekijken, stellen we vast dat telkens iets beschreven wordt dat op één of andere manier bijdraagt ofwel tot het levensbehoud van het individu, ofwel tot het behoud van de soort.
Welnu, als een karakteristieke structuur, functie of gedraging van een organisme tot gevolg heeft dat dit organisme in zijn leefmilieu kan blijven voortbestaan of als individu of als soort, noemt men deze karakteristiek een aanpassing.
De geur van de bloem, de groeirichting van de bladeren, de hals van de giraf, de levensgewoonten van de mol zijn aanpassingen.
Het valt voor die organismen gunstig, voordelig of nuttig uit, dat zij die eigenschap bezitten. De termen gunstig, voordelig of nuttig worden hier dus gebruikt in relatie tot het voortbestaan van het individu of de soort.
Elk organisme vertoont honderden aanpassingen en de gedetailleerde studie van welk organisme ook wijst telkens uit hoe talrijk en precies geregeld die zijn.
Enkele bekende voorbeelden van aanpassingen (Karakteristiek - Voordelig gevolg):
De bek van vleesetende vogels is haakvormig. Gemakkelijker bemachtigen van prooien.
De poten van sommige watervogels hebben zwemvliezen. Gemakkelijker voortbewegen in het water.
Warmbloedige dieren (vogels en zoogdieren) hebben veren of haren. Bescherming tegen warmteverlies.
Sommige bloemen vormen nectar die door insecten als voedsel gebruikt kan worden. Verzekeren van de bestuiving.
Zaden van sommige plantensoorten zijn gevleugeld. Verzekeren van de plantenverspreiding.
Plantenwortels groeien naar beneden. Bereiken van water en minerale zouten.
Sommige bosplanten hebben bollen of knollen met reservevoedsel. De ontwikkeling is mogelijk vooraleer de bladeren aan de bomen staan.
Veel vissen hebben een spoelvorm. Gemakkelijke voortbeweging, bemachtigen van prooi of ontsnappen aan vijanden.
Veel dieren hebben dezelfde kleurpatronen als hun milieu (schutkleur). Ontsnappen aan vijanden of gemakkelijker benaderen van prooien.Als we nu nogmaals de afgekeurde 'waarom'vragen en de finalistisch gerichte antwoorden onderzoeken, blijkt het dat de vraagsteller eigenlijk wil weten op welke wijze een bepaalde karakteristieke structuur, functie of gedraging werkelijk een aanpassing is. Onze vraagsteller wil nagaan of een bepaalde karakteristieke eigenschap een betekenis heeft voor het voortbestaan van de soort of het individu.
Welnu, voor dergelijke vragen stellen wij een formulering voor die begint met één van de volgende uitdrukkingen:
'Welk voordeel heeft het dat...? 'Welk nut heeft het dat...?'
'Wat is het gunstig gevolg van...?
'Welke betekenis heeft ... ?
De bespreking van de aanpassingen van een organisme of van een groep van organismen kan een interessante dimensie toevoegen aan de studie van planten, dieren of de mens in het biologieonderwijs. Vragen naar de manier waarop een karakteristieke structuur, functie of levensgewoonte van betekenis kan zijn als aanpassing kunnen veelal zeer goede denkvragen zijn.Enkele voorbeelden van dergelijke vragen uit een les over de mol:
Welk nut heeft het dat de mol in onderaardse gangen leeft?
Welk voordeel biedt de spoelvorm van dit dier?
Welk nut heeft het dat zijn neusgaten gesloten kunnen worden?
Welke voordelen bieden zijn sterk ontwikkelde voorpoten?
Welk gunstig gevolg heeft het dat zijn tanden puntig zijn?Toch moeten we waarschuwen voor het gevaar van eventuele speculaties bij sommige eigenschappen van planten en dieren. Niet elke karakteristiek is een aanpassing. De aanpassingswaarde ervan kan ook nul of negatief zijn. In het laatste geval kan het dier in een bepaald milieu uitsterven.
Hoe de aanpassingen bij de organismen ontstaan zijn is eigenlijk het onderwerp van de onderzoekingen over evolutie. De bespreking van die samenhang zou ons hier evenwel te ver voeren.4 En toch 'waarom'-vragen
De bovenstaande uiteenzetting betekent nu niet dat voorgesteld wordt de 'waarom'-vraag uit onze lespraktijk te weren.
We stellen voor dergelijke vragen wel te gebruiken, als ze betrekking hebben op doelgerichte handelingen van de mens, d.w.z. menselijke uitingen waarbij een beoogd resultaat bereikt wil worden en waarbij doelvoorstelling of doelbewustheid aanwezig zijn. Enkele voorbeelden.
Waarom strooit een boer mesttoffen op de akkers?
Waarom moeten we de vogels beschermen?
Waarom moeten we vliegen uit het huis weren?
Waarom legt men ijzeren bruggen op rollen?
De 'waarom'-vraag kan ook verder worden gebruikt als de leerkracht wil nagaan waarom een leerling een bepaalde term gebruikt. De verwachte verklaring is immers een definitie van de term en die is het resultaat van een door mensen vastgelegde afspraak. In het antwoord wordt naar de definitie verwezen. Enkele voorbeelden:
Waarom is de walvis een zoogdier?
Waarom noem je dit plantendeel de vrucht?
Waarom is dit punt het steunpunt van de hefboom?
5. Besluit
In dit artikel werd een voorstel gedaan omtrent een nauwkeuriger formulering van sommige vragen in de klas. Dit voorstel kan als volgt worden samengevat.
1 Vragen naar oorzaken of oorzakelijke verklaringen van biologische, fysische of chemische verschijnselen: de vraag beginnen met 'hoe komt het dat'.
2 Vragen naar eventuele gunstige gevolgen voor het levensbehoud van het organisme of voor het voortbestaan van de soort: de vraag beginnen met 'welk nut heeft het dat', of 'welk voordeel heeft het dat', of 'welk gunstig gevolg heeft'.
3 Vragen naar het doel van menselijke handelingen: de vraag beginnen met 'waarom'.
Madeleine Bossier (Brugge)
Walter Deconinck (Kortnjk)
Stages - bijscholingen - symposia
Ontmoetingsdag Ankona
Datum: zaterdag 8 februari 2003 (hele dag)
Plaats: Provinciehuis, Koningin Elisabethlei 22, 2018 Antwerpen
Onderwerp: zesde ontmoetingsdag Antwerpse Koepel voor Natuurstudie
Programma: zie www.ankona.be
Onkosten: gratis, maar inschrijven is noodzakelijk
Info: natuur@provant.be of Dirk de Beer 03/259 1236Zon en huid
Datum: woensdag 26 februari 2003 (14.0016.30 uur)
Plaats: VUB - Pleinlaan I - 1050 Brussel
Info: IDLO-VUB - mw. J. Petrus, Pleinlaan 2, 1050 Brussel jpetrusvub.ac.be (02/6293654)
Natuur en Wetenschap
5de Wedstrijd voor wetenschappelijke uiteenzettingen (1ste graad S.O.)
Een onderzoeksgroep van maximum 5 leerlingen maakt een geschreven wetenschappelijk werk over een onderwerp naar keuze (biologie, ecologie, fysica, geologie, technologie, archeologie...), bij voorkeur het resultaat van eigen opzoekingswerk.
Uit deze werken kiest de jury vijf finalisten(ploegen) die tijdens de finale op 7 mei 2003 gedurende 10-15 minuten het behandelde onderwerp komen presenteren en waarover ze door de jury zullen ondervraagd worden.Prijzen:
- een boek voor elke deelnemer van de gerangschikte groepen 6 tot 20;
- een boekenpakket voor alle finalisten van de gerangschikte groepen I tot 5;
- geldprijzen voor de finalisten (minimum € 50).42ste Wedstrijd voor wetenschappelijke uiteenzettingen (2de en 3de graad S.O.)
Een onderzoeksgroep van maximum 5 leerlingen maakt een geschreven wetenschappelijk werk over een onderwerp naar keuze (biologie, ecologie, fysica, geologie, technologie, archeologie...), bij voorkeur het resultaat van eigen opzoekingswerk.Deze werken worden tijdens de provinciale schiftingen in maart of april 2003 (met telkens dezelfde jury) voorgesteld en verdedigd.De vijf best gerangschikte kandidaten van de provinciale schiftingen zullen tijdens de finale op 7 mei 2003 gedurende 12-15 minuten het behandelde onderwerp voorstellen aan een jury van universiteitsprofessoren, pedagogisch adviseurs en vakspecialisten en ze worden ondervraagd.
Prijzen:
- op de provinciale schiftingen een boek voor elke deelnemer en een geldprijs van € 130 voor de best gerangschikte kandidaat of groep uit 3 en 4 die niet aan de finale deelnemen;
- op de nationale finale een boekenpakket voor alle finalisten en geldprijzen (minimum € 150).Voor beide wedstrijden moet ingeschreven worden vóór 1 februari 2003.
Info en inschrijvingsformulieren: Natuur en Wetenschap, Baalsebaan 297, 3128 Baai (Tremelo) - 016/53 73 75
Wie heeft iets gezien of gehoord?
Een oproep aan de deelnemers van het VOB-verjaardagsfeest.
Bij het naar binnen rijden in Alden Biesen had onze collega Christiane Pourvoyeur een autoongeluk. Daardoor moest ze naar het hospitaal worden vervoerd.Christiane zoekt getuigen die het ongeval hebben zien gebeuren of die iets gehoord hebben van de portier.Dank bij voorbaat voor een telefoontje op het nummer 02/2683563.
Volledige verzameling BIO
In de Provinciale Bibliotheek en Cultuurarchief (Jan Van Eyckplein 1, 8000 Brugge) is er nu een volledige collectie van het Mededelingenblad BIO aanwezig. Vanaf het eerste nummer van januari 1971 tot heden. De verzameling is opgenomen onder het nummer 2.858 P.Als onze vereniging in 2052 haar honderdjarig bestaan viert zullen deze "BlO-tjes" misschien nog van pas komen om een beeld te geven van de geschiedenis van het biologieonderwijs in Vlaanderen.
Gevonden en verloren
Tijdens het congres wetenschappen aan de Kulak
- verloren in aula C 801: het pennenzakje van collega Dannie Vermeulen (09/282 73 56.);
- gevonden in het restaurant: een modieuze bril. Bel naar Herman Snoeck (03/238 5115)
Onderwijstips
Als je een tip weet die zeker ook andere collega's kan interesseren stuur die dan naar de redacteur.
Tip 409 - Het menselijk genoom op cd-rom
Bij het recente novembernummer van Unterricht Biologie zit een gratis cd-rom over het menselijk genoom, algemeen over het DNA en RNA en over de verschillende celorganellen.Enkele Duitse chemiegiganten sponseren het project en volgens de informatie in het tijdschrift kan iedereen de cd-rom gratis bekomen via het internet: http://www.fvdhgp.de
Terwijl je op de cd-rom wacht, kun je de informatie downloaden via het internet: www.genomic-explorer.de Ik heb persoonlijk al aan enkele collega's de informatie doorgespeeld en iedereen was zeer enthousiast.
De cd-rom speelt ludiek in op programmapunten biologie van de derde graad. Geef deze informatie dus ook door aan je leerlingen. Zij zullen al wel eens de tekst tweemaal moeten lezen. Waarschijnlijk is de collega
Duits eveneens geïnteresseerd.Doen!
Frans Desfossés (Edegem)Tip 410- Belgian Fauna and Alien Species
Dit geïllustreerd boek bevat in 297 pagina's de verhandelingen (in het Engels, Frans of Nederlands) van het symposium "Status en trends van de Belgische fauna met bijzondere aandacht voor uitheemse soorten" dat in december 2001 doorging aan het KBIN. Het is wellicht het eerste boek waarin zoveel gegevens werden samengebracht over exotische soorten in België.
Verkrijgbaar bij Marc Peeters, KBIN, Vautierstraat 29, 1000 Brussel (€25 + verzendkosten, voor deelnemers aan de symposium € 20 + verzendkosten).
(Dit werk staat in het zopas verschenen boek Planten & andere niet -dierlijke organismen nog als 'in voorbereiding' maar het is er dus al.)
Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie
http://www.kagm.bewoner.antwerpen.be
Het KAGM vergadert elke maandagavond van 20 tot 22 uur in de bioruimte van het RUCA (UA), Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen. De bioruimte is te bereiken vanaf parking 2, tussen de gebouwen U en S, langs het hellend vlak naar beneden.
Iedereen die geïnteresseerd is in microscopie is van harte welkom. Meer informatie verkrijgbaar bij de redacteur van BIO.
Hieronder het programma voor de volgende maanden. (P preparaat maken; C causerie; D diversen).
06/01- Jaarvergadering (D)
13/01 - Collembolen (P)
20/01 - Veren (P)
27/01 - Preparaten bekijken (D)
03/02 - Cyanobactenën (P)
10/02 - Diatomeeën (P)
17/02 - Inbedden in paraffine (praktijk) (D)
24/02 - Spintmijten (P)
03/03 - Bloem Datura (P)
Errata Jaarboek 2002
Blz. 79: Vernon Kellogg (1867-1937)
Blz. 99: Probleemstelling - De lamp van mijn bureaulamp valt uit. Hoe komt dat ?
Zoekgeraakt
Volgende collega's zijn verhuisd en vergaten ons hun nieuwe adres te melden. Als je weet waar een van hen nu woont verwittig dan de redacteur. Dank bij voorbaat.
Manke De Rooze - voorheen Kempenhof in Hasselt.
Joris Decaluwé - voorheen Beiaardlaan in Grimbergen.11
![]()
Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.
- Werkende leden: 15 €
- Studenten: 7 €
- Gepensioneerden: 8 €
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 €
Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van deVereniging voor het Onderwijs in de Biologie,de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,
Hoge Weg 234 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € (500 BEF) met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.
Voorzitter
Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be
Ondervoorzitter
Michel Asperges
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Grote Steenweg 54 3400 Ezemaal
E-mail: michel.asperges@skynet.be
Secretaris
Vic Rasquin
Minister De Clercklaan 2 8500 Kortrijk
E-mail: [email]
Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be
Redacteur Jaarboek
Laurent Inghelbrecht
Aartrijksestraat 4 8211 Aartrijke
E-mail: laurent_inghelbrecht@hotmail.com
Adreswijzigingen en lidkaarten
Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 2020 Antwerpen
Telefoon na 19 uur: 03/238 51 15