November 2005

INHOUD

 


Nieuws uit de Antwerpse Zoo

Het aquarium heeft een facelift ondergaan.
De nieuwe vloerbedekking werkt sterk geluiddempend ... en dat is een verademing!
Door het wegnemen van alle obstakels kan iedereen nu tot vlak voor de aquariumruiten staan. Dat, samen met het verdwijnen van de centraal gelegen kleine acrylbakjes, maakt de beschikbare ruimte veel groter. Een volledige klasgroep kan nu erg comfortabel voor diverse aquaria plaatsnemen. Dat geldt niet alleen voor het grote Noordzee-aquarium, maar ook voor de mangroven, de schuttervissen, het tropische rif, een rijke verzameling van cichliden, de sidderaal en de piranha's.
In het midden van het aquarium zijn drie achthoekige aquaria met zeewater geplaatst. De leerlingen kunnen daarrond een kring vormen. In het eerste aquarium zitten zeepaardjes. In het tweede vinden we prachtige voorbeelden van camouflage en mimicry: een zwarte hengelaarvis, een donkergekleurde echte steenvis en een lichtgrijze onechte steenvis. De leerlingen moeten vooraf weten dat ze naar drie vissen moeten zoeken, anders zien ze er maar één… of geen.
In het laatste centraal gelegen aquarium vinden we juweelkardinaalbaarzen, mesvisjes en poetsgarnalen.
Deze alinea is een beetje uitgebreid omdat vele naamplaatjes (voorlopig) ontbreken. Hopelijk worden die snel geplaatst.

Het nachtdierenverblijf is volledig vernieuwd. Gedaan met de kleine hokjes. De dieren zijn nu comfortabel gehuisvest in zeven ruime verblijven, biotopen zeg maar. Nieuwe gasten zijn de viscacha, vissende buidelrat, slanke tori en tamandoea. Reuzengalago, aardvarken, suikereekhoorn, nachtaap, luiaard en Nijlroezet kenden we al. Boven ieder verblijf worden continu foto's en tekeningen van de bewoners getoond, samen met een korte tekst. Aan de educatie is nog meer aandacht geschonken: via zinvolle, interactieve opstellingen kunnen de leerlingen bijkomende informatie inwinnen over leven in de schemering en tijdens de nacht.
Aan de visueel gehandicapten werd ook gedacht. Waar klikgeluiden te horen zijn, vinden die bezoekers een afbeelding in reliëf en een tekst in braille.
Gedaan niet de reukhinder: door de gewijzigde richting van de luchtstroom staan de bezoekers permanent in vers aangezogen lucht.

Vanuit de ruimte voor de ruiten van 'aquaforum' (= zeeleeuwenverblijf) is achteraan een nieuwe toegang tot het nachtdierenverblijf gemaakt. Daar is de lichtsterkte minder dan buiten, zodat de ogen al wat aangepast zijn aan het halfduister. Je komt dan buiten naast de tijgers (= de vroegere ingang).

Op www.zooantwerpen.be, de website van de Zoo, vind je meer informatie. Werkgroepen hebben een aantal taakbladen geactualiseerd. Die mogen vrij van het net gehaald worden. Wie een les aanvraagt, kan bij het gidsenlokaal een ingevuld exemplaar van die werkbladen bekomen. (Wel preciseren bij de aanvraag a.u.b.)

Vanaf midden september vinden de computerlessen terug plaats in het vertrouwde lokaal van de 'Melkerij'. Eind augustus is het nieuwe berenverblijf nog altijd niet af. Wie Antwerpen een beetje kent, weet dat 'den bouw' soms tijdslimieten erg rekbaar interpreteert.

Over het afzonderlijk betalen van de zoogidsen doen de wildste verhalen de ronde. Voor schoolgroepen blijft de oude regeling van kracht: de vergoeding voor de gids is inbegrepen. Schoolgroepen betalen dus niets extra. Als er een tweede gidsbeurt voor dezelfde groep - bv. een les in het planetarium - op het programma staat, wordt wel extra betaald voor die gids. Maar dat was vroeger ook al zo.
De 'kwakkel' is in het leven geroepen door een nieuwe regeling voor andere groepen. Die betalen nu extra voor de gids, schoolgroepen nooit.

Wegens de heraanieg van het Astridplein kunnen autocars niet meer tot aan de ingang van de Zoo rijden. In de Carnotstraat zullen af- en opstapplaatsen voorzien worden. Ik zal vragen dat de Zoo hierover nauwkeurige informatie op het web plaatst.

Frans Desfossés (Edegem)


Stages – bijscholingen – symposia

Vroente-dag

Datum: zondag 20/11/2005 tussen 10 en 17uur
Plaats: Nec De Vroente, Putsesteenweg 129, 2920 Kalmthout 03/6201830
Onderwerp: superleuke doe-activiteiten voor groot en klein rond vogels
Programma: je krijgt de gelegenheid om onze collectie opgezette vogels eens van dichterbij te bekijken. Je leert in ons knutselatelier ook zelf winter-voedsel voor vogels maken. En heb je eens een roofvogel gezien en zijn braakballen onderzocht? Dit alles en nog veel meer leuke opdrachtjes (voor jong en oud!) dompelen je onder in de wondere vogelwereld.
Ook de unieke cultuurhistorische tentoonstelling “Graven, plaggen, steken” zal je aangenaam verrassen.
Onkosten: de toegang is gratis.
Info: devroente@lin.vlaanderen.be
www.devroente.be


Significante Belgische biologen

… van 800 v.C. tot 1950: slechts drie.

Als ik verder heb kunnen zien, dan is het omdat ik op de schouders van reuzen stond.
Isaac Newton (Een van de grondleggers van de natuurkunde1642-1727).

Kun je op het gebied van kunsten en wetenschappen bepalen wie op wereldvlak de meest significante personen geweest zijn? Welnu, Charles Murray, een Amerikaanse cultuurcriticus, heeft zich aan een dergelijke meting gewaagd en de resultaten van zijn onderzoek gepubliceerd in een in 2003 verschenen boek “Human Accomplishment”, dat in 2004 in het Nederlands vertaald werd onder de titel “Het menselijk genie. Streven naar het ultieme in kunst en wetenschap door de eeuwen heen”. Het boek werd uitgegeven door de Standaard Uitgeverij (Antwerpen).

De auteur onderzocht welke personen in de periode van 800 jaar v.C. tot 1950 significant waren voor de kunsten en de wetenschappen. Dat levert een oordeel op dat steunt op de mening van deskundigen uitgebracht in de tweede helft van de twintigste eeuw. Als eindpunt is het jaar 1950 genomen. Er wordt wel eens gezegd dat er voor de wetenschapsbeoefening in het bijzonder na het jaar 1950 meer personen actief zijn geweest dan het totaal van alle wetenschappers die ooit voor 1950 geleefd hebben. Dit betekent dat als bijvoorbeeld in het jaar 2050 nog eens de meting gedaan zal worden, een heel ander beeld zal ontstaan, want na 1950 is een reusachtig grote vooruitgang op het gebied van de wetenschappen geboekt, bijvoorbeeld op het gebied van de genetica, de neurowetenschappen, de bestrijding van ziekten, de ruimtevaart, enz.

Murray onderzocht twintig vakterreinen: biologie, geneeskunde, geowetenschappen, natuurkunde, scheikunde, sterrenkunde, technologie, wiskunde, Chinese, Indische en westerse wijsbegeerte, Chinese, Japanse en westerse kunst, Arabische, Chinese, Indische, Japanse en westerse letterkunde en westerse muziek.

Wat beschouwt de auteur nu als een significant persoon binnen een bepaald vakterrein? Hij steunt zich daarbij op referentiewerken, zoals biografische woordenboeken, vakencyclopedieën, historische werken, chronologische lexica, enz. Een persoon wordt als significant aangezien als hij op zijn minst door vijftig procent van de referentiewerken die handelen over het vakterrein vermeld wordt. Elke persoon krijgt dan nog een indexscore gaande van 1 tot 100. Deze score werd berekend op grond van het aantal bladzijden of regels dat in de referentiewerken aan de persoon gewijd worden en op grond van een vergelijking met de meest significante persoon. Zo komt de auteur voor de twintig vakterreinen samen op een totaal van 4002 significante personen. Daar zitten vrijwel alle wereldberoemdheden bij die op een of andere manier bepaald hebben hoe we de resultaten van de kunsten en de wetenschappen beoordelen en hoe we vandaag leven.

Voor het vak biologie werden veertien referentiewerken onderzocht, wat een lijst van de 193 meest significante biologen opleverde. De eerste twintig - soms de giganten genoemd - zijn dan de volgende (tussen haakjes eerst de jaartallen van geboorte en afsterven en dan de indexscore): Charles Darwin (1809-1882; 100), Aristoteles (384-322 v.C.; 94), Jean Lamarck (1744-1829; 88), Georges Cuvier (1769-1832; 83), Thomas Morgan (1866-1945; 75), Carolus Linnaeus (1707-1778; 59), William Harvey (1578-1658; 51), Theodor Schwann (1810-1882; 48), Stephan Hales (1677-1761; 48), Jan Swammerdam (1637-1685; 47), Marcello Malpighi (1628-1694; 45), Claude Bernard (1813-1878; 45), Hugo de Vries (1848-1935; 44), Karl von Baer (1792-1876; 43), John Ray (1627-1705; 42), Ernst Haeckel (1834-1919; 41), Lazzaro Spallanzani (1729-1799; 38), Gregor Mendel (1822-1884; 38), Plinius de Oudere (23-79; 37), Albrecht von Haller (1708-1777; 37).

We vonden het de moeite om voor die twintig biologen eens de gemiddelde levensduur te berekenen. Die bedraagt 72 jaar, wat gezien de omstandigheden toch een opmerkelijk resultaat is. Zou de studie van de biologie - de leer van het leven - het leven verlengen?

Onder die eerste twintig significante biologen is er geen enkele Belg. Maar in de volledige lijst van 193 personen zijn er toch drie opgenomen.
• Edouard van Beneden (1846-1910; 21). Ontdekte dat bij elke diersoort het aantal chromosomen constant is, beschreef de meiose en stelde vast dat bij de bevruchting het aantal chromosomen weer diploïd wordt. Correspondeerde in de jaren 1870 met Charles Darwin.
• Albert Claude (1898-1983; 9). Ontwierp de techniek van de celfractionering en paste de elektronenmicroscoop aan voor biologische onderzoekingen. Kreeg samen met Christian de Duve en George E. Palade in 1974 de Nobelprijs.
• Jules Bordet (1870-1961; 2). Bestudeerde de immuniteit en werkte een methode uit voor het vaststellen van syfilis. Nobelprijs in 1911.

De Duitser Theodor Schwann, een van de twintig giganten, is wel vanaf 1838 tot 1848 hoogleraar geweest aan de universiteit van Leuven en van 1848 tot 1880 aan de universiteit van Luik.

We mogen uit de lijst van de significante chemici toch ook twee Belgen vermelden die voor de biologie belangrijk waren. Deze lijst omvat 204 significante personen, met vijf landgenoten: Jan Baptist van Helmont (1577-1644; 25), Jan Stas (1813-1891; 3), Leo Baekeland (1863-1944; 1), Ernest Solvay (1838-1922; 1) en pater Julius Arthur Nieuwland (1878-1936; 1). Jan van Helmont is ook in de geschiedenis van de biologie een bekende figuur wegens zijn proeven in verband met de fysiologie van planten en dieren. Pater Julius Nieuwland werd geboren in Hansbeke, een deelgemeente van Nevele, en week met zijn ouders op tweejarige leeftijd uit naar Amerika. Hij staat vooral bekend als uitvinder van de synthetische rubber neopreen, maar hij verdient ook hier een vermelding omdat hij vele jaren hoogleraar plantkunde was aan de katholieke universiteit van Notre Dame in de Amerikaanse staat Indiana en een belangrijke verzameling planten aanlegde.

We kunnen hier natuurlijk niet alle gegevens en de resultaten voor andere vakterreinen vermelden en verwijzen hiervoor naar het boek. Daarin worden nog heel wat andere interessante aspecten behandeld, zoals de bijdrage van vrouwen, joden en niet-westerse personen, de impact van de wetenschappelijke methode, de verspreiding van de wetenschap over de wereld, de mijlpalen van het wetenschappelijk onderzoek, enz.
Maar toch nog een toemaatje. De lijst voor de westerse letterkunde telt 835 significante personen met aan de top Shakespeare, Goethe, Dante, Vergilius en Homerus. En in die lijst prijkt toch een Vlaming die een tijdje in het Klein Seminarie van Roeselare biologieleraar is geweest, nl. Guido Gezelle (1830-1899) met indexscore 3.

Walter Deconinck (Kortrijk)


Plant daagt erfelijkheidswetten van Mendel uit

Onderzoekers hebben planten gevonden die de genetische fouten die ze normaal zouden moeten overerven van hun 'ouders', niet dragen. Ze weten ze zelfs te herstellen. Daarmee dagen de planten de klassieke erfelijkheidswetten van Mendel uit, meldt het vakblad Nature.

De wetten die Gregor Mendel midden de negentiende eeuw beschreef, worden nog altijd onderwezen. Mendel legde zich toe op het kruisen van de erwt, bestudeerde verschillende kenmerken die op twee manieren voorkwamen en bekeek elk kenmerk apart. Zo kon de zaadvorm glad of gerimpeld zijn, de zaadkleur groen of geel. Hij zag dat na kruising van twee planten elke 'nakomeling' de eigenschappen van één van de ouderplanten had.

Zijn experimenten vormden de basis van de erfelijkheidsleer. Die stelt dat genen, Mendels 'kenmerken', onafhankelijk van elkaar worden doorgegeven aan de volgende generatie. Mendel bepaalde ook dat alle mogelijke combinaties van die ouderkenmerken even waarschijnlijk zijn. Aan de hand van Mendel kun je de kans berekenen dat een genetische afwijking bij één van de ouders ook bij de nakomelingen zal voorkomen.

Onderzoekers bestudeerden nu een plant die die regeltjes niet volgde. Het ging om een gemuteerde plant met een defect gen dat verhindert dat de bloemen van de plant zich kunnen openen. Als elke ouderplant twee kopieën draagt van dat defecte gen, zouden de nakomelingen van die plant eveneens drager moeten zijn. Dat bleek echter slechts bij 90 procent het geval. Tien procent van de nakomelingen konden hun bloemblaadjes wel volledig openen. Een deel van de nakome-lingen lijkt het defect dat ze overerven van hun ouders dus te kunnen herstellen. "Erfelijkheid is dus flexibeler dan we dachten", aldus Robert Pruitt, geneticus van de Amerikaanse Perdue Universiteit. "De wetten van Mendel die je krijgt op school blijven fundamenteel correct, maar ze zijn niet absoluut."

" Dat er uitzonderingen bestaan op de wetten van Mendel is al langer geweten", zegt professor Jean-Jacques Cassiman van de KU Leuven. "Dat je dat nu ook met een concreet voorbeeld kunt aantonen is wel spectaculair. Dit betekent dat er een aanpassing nodig is van de wetten van Mendel voor bepaalde planten. Noem dit de uitzondering die de hoofdregel bevestigt. De onderzoekers hebben ontdekt dat het DNA tijdens de overerving kan worden gewijzigd en blijkbaar zelfs hersteld. Daardoor is de klassieke verdeling van de genen zoals je die verwacht volgens Mendel anders in 10 % van de gevallen. In 90 % van de gevallen klopt de verdeling van Mendel nog wel."

Nathalle Carpentier (De Morgen 24-03-2005)


Class@Poles

Aansluitend bij de Antarcticawedstrijd Pole-Position die in vorige BIO werd aangekondigd stelt de wedstrijd Class@Poles zich tot doel aan ondernemende schoolteams de weg te tonen naar ‘bereikbare’ gebieden voor poolonderzoek. De wedstrijd richt zich tot de tweede graad S.O..

Doel
(1) Een rake vraag stellen die verband houdt met een brede waaier aan thema’s in poolonderzoek,;
(2) Een project en expeditie (of expedities) ontwerpen, die het antwoord kunnen brengen.
‘ Junior onderzoekers’ (in totaal 4), voorgedragen door de winnende klassen, zullen hun vraag ‘meenemen’ op een expeditie, omkaderd door reeds ervaren jonge onderzoekers.

Deze expeditie (in Noord-Noorwegen - Pasen 2006) verloopt in twee etappen of ‘Legs’, elk een twaalftal dagen lang. De eerste Leg vertrekt op de Svartisen gletsjer, juist op de poolcirkel. Via de Lofoten eilanden en de Lyngen Alpen wordt koers gezet naar Tromsoe. Vandaar vertrekt een tweede ploeg naar de basissen in Longyearbyen en Ny Alesund, op de westkust van Spitsbergen. De expeditie houdt via Internet nauw contact met de klassen.

Spelregels
1. Tegen uiterlijk 13 januari 2006 leggen de deelnemende klassen hun wetenschappelijke vraag en hun project van expeditie(s) voor, evenals een presentatie- en motiveringsbrief van de junior onderzoeker.
2. Op 27 januari zal een jury, waarin onderzoek en onderwijs vertegenwoordigd zijn, de klassen uitroepen die zich geplaatst hebben voor de finale op 8 februari 2006. Deze finale omvat een openbare voorstelling van elk project door de junior onderzoeker.
Eerste prijs: deelname aan Leg 2 (Spitsbergen) voor een jonge Vlaming en een jonge Franstalige. Tweede prijs: deelname aan Leg 1 (idem).

Details van de wedstrijd (thema’s, formaat van de voorstellingen, enz.) zijn te vinden op de website van het project Class@Poles die gelinkt is aan de site van de International Polar Foundation http://www.educapoles.org

Verdere informatie bij Sandra.Vanhove@polarfoundation.org, anneleen.foubert@ugent.be of jeanpierre.henriet@ugent.be.


Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

Het KAGM houdt elke maandag van 20 tot 22 uur een werkavond in de bioruimte van de UA, campus Middelheim (ex-RUCA), Groenen-borgerlaan 171, 2020 Antwerpen.
De bioruimte is te bereiken vanaf parking 2, tussen de gebouwen U en S langs het hellend vlak naar beneden.
Iedereen die geïnteresseerd is in microscopie als hobby is van harte welkom. Hieronder het programma voor de volgende maanden.
(P preparaat maken; C causerie; D diversen).

07/11 – D Boekenverkoop
14/11 – P Allerlei preparaten
21/11 – P Histologisch preparaat
28/11 – D Ditjes en datjes
05/12 – D Snijden met mechanisch microtoom
12/12 – P Plantaardig preparaat
19/12 – D Projectie van kristallen
07/01 – D Jaarvergadering


 

Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.

- Werkende leden: 15 €
- Studenten: 7 €
- Gepensioneerden: 8 €
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 €

Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.

Voorzitter
Ignace Nerinckx
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Muizenhoekstraat 6,
B-2812 Mechelen

e-mail: ignace.nerinckx@pandora.be

Ondervoorzitter

Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 – 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be

Secretaris
Victor Rasquin
Minister De Clercklaan 2 – 8500 Kortrijk
E-mail: [email]

Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be

Redacteur Jaarboek
Vik Casteels
Witveld 1 - 2811 Leest
e-mail : Vik.Casteels@advalvas.be

Adreswijzigingen en lidkaarten

Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 – 2020 Antwerpen
E-mail: herman.snoeck@antwerpen.be