Juli 2005

INHOUD

 

Verslag jaarvergadering 2005

Op zaterdag 30 april hielden we onze jaarvergadering in de Antwerpse Zoo.
Voor deze gelegenheid gaf de Zoo gratis toegang aan het hele gezin van onze leden: er waren 43 leden, 28 echtgenoten, 25 kinderen jonger dan 12 jaar en 17 kinderen van 12 jaar en ouder.

We werden verwelkomd door Zoomanager Peter Van den Eijnde en voorzitter Ignace Nerinckx, waarna secretaris Vic Rasquin de VOB-activiteiten van het afgelopen jaar overliep. Zoals nu al zo vele jaren zijn de bestuursleden nauw betrokken bij de organi-satie en uitwerking van de Vlaamse Biologie-Olympiade en het Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen en sinds enkele jaren ook van de Europese EUSO-wedstrijd. In 2006 zullen VOB, samen met VeLeWe, trouwens instaan voor de organisatie van de Europese finale van deze wedstrijd in België.
Penningmeester Emiel Van Damme liet dan de jaarrekening voor 2004 goedkeuren:

Rubrieken Debet Credit
Liquiditeiten
53 785,34
Financiële opbrengsten
412,22
Verenigingsopbrengsten
5 262,35
Lidgelden
15,00
15 848,50
EUSO
164,25
4 208,46
EUSO-voorschot 2006
1 250,00
VBO-IBO
7 515,42
793,17
ZOO-abonnementen
75,00
90,00
Activiteiten
12 784,38
536,63
Administratie
1 349,38
Verenigingskosten
1 564,15
BIO
3 889,54
Jaarboek
6 078,36
Bestuursvergaderingen
476,08
Kapitaal
59 295,57
 
87 696,90
87 696,90


Ondertussen werden de familieleden gegidst in de verschillende klaslokalen waarna ze de dierentuin konden bezoeken. Onze leden kregen dan een overzicht van wat de Zoo aan het onderwijs te bieden heeft. De families werden weer verenigd voor de zeeleeuwenshow.
Na de middagboterhammetjes kon iedereen dan, o.l.v. zoogidsen, een exclusief bezoek brengen achter de schermen.

De hele dag werd prachtig georganiseerd door bestuurslid Frans Desfossés, zelf ook zoogids. Hij stelde ook de vragenlijst op waarmee een van onze leden een gratis bezoek aan de Zoo voor 25 leerlingen kon winnen, een gift van de Zoo. VOB gaf ook nog 3 prijzen.
Hier volgen de vragen en de antwoorden. Alle antwoorden konden in de Zoo zelf gevonden worden.

    1. Enkele belangrijke dierentuinen werden geopend in de Europese steden:
      1752 Wenen; 1828 Londen; 1838 Amsterdam; 1843 Antwerpen.
    2. De boomdoorsnede aan het zalencomplex is van een mammoetboom.
    3. De zooklassen bevinden zich in het Neo-Vlaamse Renaissancegebouw. Aan de gevel prijkt een medaillon van Emiel Thielens, de architect van de 'Melkerij'
    4. De bronzen beeldengroep 'Gieren op een olifantskop' bevindt zich aan de hoofdingang.
    5. Na het faillissement van de Brusselse Zoo (Leopoldwijk 1879) werden twee olifanten overgebracht naar Antwerpen. J. Vekemans, de toenmalige directeur van de Antwerpse Zoo, deed dat te voet.
    6. Welk, nog altijd bestaand gebouw, is het oudste in de Zoo? De Egyptische tempel.
    7. In welk jaar werd de "Pedagogische Dienst' opgericht? Een hint: Planckendael werd twee jaar later aangekocht. 1954
    8. Kruis de pinguïnsoorten aan die in de Zoo leven. Macaronipinguïn, Koningspinguïn, Geelkuifpinguïn, Humboldtpinguïn.
    9. Als je boven de operatiezaal uit de lift stapt, vind je rechts drie laboratoria met elk een specifiek onderzoeksthema. Noem die thema's in de juiste volgorde, beginnend vanaf de lift. Parasitologie, bacteriën, DNA.
    10. Op de gevel van de 'Egyptische tempel', rechts-boven achter de pilaren, staan twee grote personages afgebeeld. Wie of wat stellen ze voor? Stad Antwerpen, Koning Leopold I.
    11. Zakpijpen horen bij de chordadieren omdat bij de larven een ruggenstreng aanwezig is.
    12. Gegeven: A tarbot B schol (pladijs) C stekelrog D tong. Tot de platvissen behoren A, B en D.
    13. De huidbedekking van amfibieën bestaat uit een dunne hoornlaag met slijm.
    14. De huid van reptielen heeft de volgende functie: bescherming bieden.
    15. Gegeven: A pelikaan B pinguïn C papegaaiduiker D struisvogel E kip
      Welke van die vogels kunnen niet vliegen? B en D
    16. Welke zoogdieren zijn niet behaard? Dolfijnen.
    17. Welke bewering is niet juist? Vrouwelijke muggen hebben grotere antennes dan mannetjes.
    18. Welk organisme is geen producent? Warkruid met zuigwortels in struikheide.
    19. Welk organisme is geen consument? Kamperfoelie om de takken van een lijsterbes.
    20. Welk organisme is geen reducent? Een regenworm eet rottende bladeren.

Slechts 13 leden deden mee. Dit zijn hun lidnummers en hun resultaten.

N260
16/20
V907
14/20
V175
11/20
M552
15/20
L375
14/20
G208
8/20
V950
15/20
C220
13/20
S605
8/20
L293
15/20
V475
12/20
anoniem
16/20
anoniem
7/20


Voor de kinderen jonger dan 12 was er ook een tekenwedstrijd. We ontvingen 7 kunstwerkjes, waarvoor door VOB 2 prijzen werden uitgereikt.

Het was een geslaagde dag, zodat het VOB-bestuur nog gezellig in de zon bleef nakaarten bij pot en pint nadat alle leden weer naar huis vertrokken waren.

Herman Snoeck (Antwerpen)



Natuurrapport 2005


De aandacht voor natuurbehoud moet exponentieel naar omhoog
Op 18 mei verscheen het Natuurrapport 2005, wat niet ongemerkt voorbijging in de media. De resultaten zijn helaas weer weinig bemoedigend. In Vlaanderen leven naar schatting 40 000 soorten wilde planten en dieren. Van slechts 9 % van deze soorten is de status gekend. Van deze soorten is ondertussen 6 % verdwenen en staat nog eens 28 % op de Rode Lijst. Veel van deze Rode-Lijstsoorten zijn aan een zeer specifieke habitat gebonden. De instandhouding van die habitat wordt bemoeilijkt door de verdere aantasting van de ruimtelijke en de milieukwaliteit. Indien niet spoedig de nodige maatregelen worden genomen zullen ook deze soorten verdwijnen.

Zeer negatieve cijfers komen uit het agrarische gebied en met name de akkers. Het aantal broedgevallen van de veldleeuwerik ging met 95 % achteruit en van de graspieper met 70 %. Ook grauwe gors, geelgors en gele kwikstaart worden steeds zeldzamer. De achteruitgang van akkervogels speelt zich af op Noordwest-Europees niveau, maar is in Vlaanderen nog sterker dan in de buurlanden. Een belangrijke oorzaak is de verdergaande intensivering en schaalvergroting in de landbouw. Daardoor vermindert de nestgelegenheid voor akkervogels, en ook de beschikbaarheid van onkruidzaden en ongewervelden en daarmee het voedsel voor die vogels.

De meeste aan bossen gebonden broedvogels gaan er op vooruit. Veel heide en niet-geïntensiveerd grasland verbost en in het bosbeheer neemt de aandacht voor natuurbehoud toe. Het beleid streeft ernaar bomen ouder te laten worden, meer dood hout in het bos te laten en de boom- en struiklaag gevarieerder te maken. Toch tonen de resultaten van de bosinventaris dat het voor de meeste bossen nog veel beter kan. Dat de bosvogels het goed doen betekent nog niet dat dit ook voor de vegetatie en het bodemleven het geval is. Hoewel de emissies afnemen blijft in 61 % van de bossen de verzurende depositie hoger dan de kritische last. Voor de vermestende depositie is dit zelfs in 100 % van de bossen het geval. Vooral in de Noorderkempen en Zandig Vlaanderen zijn zowel de deposities als de kwetsbaarheid van bodem en vegetatie groot. Bij het niet meer overschrijden van de kritische last is het probleem overigens nog niet van de baan. Pas vanaf dan kan het herstel van de bodem beginnen; het herstel van het bodemleven en de vegetatie volgen nog later.

Heel wat populaties watervogels en vissen evolueren in de goede richting, onder andere dankzij de waterzuivering. De Europese Kaderrichtlijn Water stelt dat tegen 2015 alle Europese waterlopen een goede ecologische kwaliteit moeten halen. Uit het vismeetnet blijkt dat – ondanks de verbetering – nog maar 1 van de 250 meetpunten in beken en kleine rivieren deze waterkwaliteit bereikt. In de grote rivieren wordt ze nergens behaald. Op basis van de waterkwaliteitsmeetnetten werd geschat dat in 5 % van de meetpunten de nutriëntenvoorwaarden en in 3 % van de meetpunten de zuurstofvoorwaarden voor een goede ecologische kwaliteit worden gehaald. Terwijl de indicatoren vissen en nutriënten op een beperkte verbetering wijzen, is er voor de indicator zuurstof – een maat voor de organische belasting van het water – nog geen duidelijke trend. Ook het aantal vismigratieknelpunten evolueert in de goede richting: tot 2004 geraakte 7 % van de knelpunten op prioritaire waterlopen opgelost. Op Benelux-niveau werd echter afgesproken dat deze knelpunten tegen 2010 allemaal moeten opgelost zijn. De afstand tot de internationale afspraken blijft in alle gevallen bijzonder groot. Om ze te halen is een stroomversnelling nodig.

Reservaten hebben positieve effecten op de biodiversiteit. Hun oppervlakte verdubbelde op 10 jaar tijd. Op 1/1/2004 was 2,3 % van het Vlaamse grondgebied natuur- of bosreservaat. Dit cijfer blijft echter bescheiden in vergelijking met bijvoorbeeld de 9,7 % die in Nederland en de 5,2 % die in Noordrijn-Westfalen zijn gerealiseerd. Het percentage reservaat in Vlaanderen bevindt zich in de grootteorde van Greater London, dat een tien keer hogere bevolkingsdichtheid heeft. Het huidige aankoopritme is onvoldoende om de tegen 2007 voorziene nog steeds bescheiden 3,7 % te halen.

Het Vlaams Ecologisch Netwerk heeft als doelstelling grotere eenheden natuur te creëren. De eerste 85 000 ha die in 2003 werden goedgekeurd zijn opgebouwd uit bestaande planologische groengebieden en vormen dus nog geen meerwaarde. Tussen 2003 en augustus 2004 groeide de oppervlakte VEN tot 86 800 ha. Alleen een goed afgewogen afbakening van de bijkomende groengebieden kan effectief tot grotere eenheden natuur leiden.

Een constante doorheen het rapport is de vaststelling dat de inspanningen wel resultaten opleveren, maar dat deze nog veel te beperkt zijn om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. Nochtans werd op Europees niveau afgesproken om het verlies van biodiversiteit stop te zetten tegen 2010. Om dit te realiseren moet de aandacht voor natuurbehoud exponentieel naar omhoog. Dit geldt niet alleen voor het natuurbeleid, maar ook voor talrijke andere beleidsdomeinen en sectoren. Ook het onderwijs vervult een cruciale rol. Tot dit besluit kwam ook het Millenium Ecosystems Assessment dat in april j.l. door de Verenigde Naties werd voorgesteld. Indien het verlies van biodiversiteit niet stopt, worden de kansen van de toekomstige generaties ondermijnd.

Het volledige Natuurrapport 2005 (496 pp.) is digitaal beschikbaar op www.nara.be en kan gratis worden verkregen via nara@inbo.be of op het nummer 02/558 18 34. Naast het rapport is er nu ook een website Natuurindicatoren, die voor elke indicator een fiche met cijfermateriaal en beknopte achtergrondinformatie brengt: www.natuurindicatoren.be. Leerkrachten die het Natuurrapport actief gebruiken tijdens de lessen kunnen een pakje brochures Natuurrapport 2005 in vogelvlucht aanvragen voor hun leerlingen. Suggesties, commentaren, ervaringen mag u steeds doormailen naar myriam.dumortier@inbo.be.

Myriam Dumortier (Instituut voor Natuurbehoud)


Natuurbeleid alleen kan het verlies van biodiversiteit niet stoppen

Het Instituut voor Natuurbehoud brengt tweejaarlijks verslag uit over de toestand van de natuur in Vlaanderen (zie hierboven). Het Natuurrapport dient in de eerste plaats om het beleid te informeren. Het biedt ook een boeiend overzicht voor iedereen die meer wil weten over de biodiversiteit in Vlaanderen, de oorzaken van achteruitgang en de inspanningen en resultaten van het beleid.

Het recente rapport Millenium Ecosystem Assessment van de Verenigde Naties waarschuwt dat de degradatie van ecosystemen de welvaart en het welzijn van de toekomstige generaties bedreigt. De Europese Unie heeft het doel vooropgesteld om tegen 2010 de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen.

Wat is de stand van zaken in Vlaanderen?

Besluit: natuurbeleid alleen kan het verlies van biodiversiteit niet stoppen.



Biologie op Internet

Op www.west-vlaanderen.be/leefomgeving/ domeinen/activiteiten.htm vind je up-to-date gegevens over alle natuur- en milieueducatieve
activiteten die gratis georganiseerd worden in de West-Vlaamse provinciedomeinen, meestal op zondag.

Op www.argusmilieu.be kun je alle gegevens vinden om mee te doen aan de digitale fotowedstrijd 'Natuur & milieu in pixels'. Ook de leerlingen kunnen deelnemen. Zowel digitale opnamen als ingescande foto's worden aanvaard. De volwassen winnaar ontvangt € 1250, de jeugdige winnaar € 650. - Afsluitdatum 15/09/2005.


Bloeien zonder sproeien

Wist je dat

- op 1 januari 2003 in ons land 375 verschillende actieve stoffen als gewasbeschermingsmiddel en 108 actieve stoffen als biocide waren toegestaan?
- in 2001 in totaal 5,2 miljoen kilogram aan actieve stof als gewasbeschermingsmiddel werd gebruikt?
- tot 80% van de vernevelde sproeistoffen hun doel missen?
- sproeistoffen en hun afbraakproducten in combinatie met andere stoffen soms effecten op gezondheid en milieu hebben die vooraf niet bekend waren of onderzocht konden worden?
- particulieren jaarlijks 40 miljoen euro uitgeven aan bestrijdingsmiddelen?

Redenen genoeg dus om minder sproeistoffen te gebruiken, zowel thuis als voor professionele doeleinden.
Daarom stelden ARGUS en KBC in samenwerking met het Proefcentrum voor de Sierteelt te Destelbergen de dubbelbrochure samen ‘Bloeien zonder sproeien’. Beide brochures willen alternatieven voor het gebruik van sproeistoffen promoten en een mens- en milieuvriendelijk gebruik als het niet anders kan.

'Alternatieven voor sproeistoffengebruik in en om het huis’ benadrukt hoe belangrijk het is om het gebruik van pesticiden in de tuin en in huis tot een minimum te beperken. Zo kunnen we onze gezondheid en die van onze huisdieren en de kwaliteit van onze leefomgeving beschermen. In de brochure lees je meer over de verschillende soorten chemische middelen en hun effecten op ons leefmilieu en onze gezondheid. Ze vertelt hoe je insectenplagen en het opschieten van onkruid kan voorkomen of hoe je ze behandelt met oog voor gezondheid en milieu. En moet je toch de grove middelen inschakelen? Dan krijg je tips om jezelf en anderen het beste te beschermen en het milieu zo min mogelijk te belasten.

Maar meer dan 60 % van de gewasbeschermingsmiddelen en bijna 40 % van alle bestrijdingsmiddelen worden in Vlaanderen ingezet in de land- en tuinbouw. Vandaar de tweede brochure met de ondertitel ‘Kies voor een mens- en milieuvriendelijke gewasbescherming’.
Bestrijdingsmiddelen hebben zonder meer een belangrijke bijdrage geleverd aan de uitbouw van een intensieve en productieve land- en tuinbouw. Maar in het verleden werd te weinig aandacht geschonken aan de negatieve bijwerkingen van die middelen op het milieu en de volksgezondheid. Dat is nu veranderd. Milieu- en consumentenorganisaties en de overheid oefenen druk uit om het gebruik van bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk te beperken. Ook de sector zelf werkt aan deze trend mee.

Info:
vraag een of beide gratis brochures in een KBC-bankkantoor of bij een KBC-verzekeringsagent of bestel ze bij ARGUS, Eiermarkt 8, 2000 Antwerpen (info@argusmilieu.be - € 1 verzendingskosten).



Gassen in het spijsverteringskanaal

Bij iedereen komen in het spijsverteringskanaal gassen voor en die worden ofwel door boeren (oprispingen) of via de endeldarm uit het lichaam verwijderd.

Normaal bevatten de darmen ongeveer 200 ml darmgassen. Per etmaal worden ongeveer 600 ml gas via de endeldarm verwijderd in ongeveer 15 porties van 40 ml. Maar er zijn grote individuele verschillen. Sommigen verwijderen meer porties – tot 25 per etmaal – en wel tot twee liter darmgassen en produceren dan tot 50 porties per etmaal.

Samenstelling

De darmgassen bestaan voor 99 % uit de reukloze gassen stikstof, zuurstof, koolstofdioxide, waterstof en methaan. De relatieve hoeveelheid van deze gassen is verschillend van individu tot individu, naargelang van de oorsprong van de gassen. De onaangename geur van darmgassen is te wijten aan sporen van aromatische producten die ontstaan bij de bacteriële afbraak van eiwitten en aminozuren in de dikke darm, zoals indool, skatool, mercaptaan of waterstofsulfide.

Oorsprong van de gassen

De darmgassen hebben in hoofdzaak een dubbele oorsprong: ingeslikte lucht en afbraak van onverteerde of niet opgeslorpte voedselresten in de dikke darm. Er is ook een kleine hoeveelheid gas die vanuit het bloed naar het darmkanaal diffundeert.
Iedere keer als we iets eten of iets drinken wordt er 2 tot 3 ml lucht ingeslikt. Snel eten of drinken, knabbelen op kauwgom, sabbelen op hard snoepgoed, roken of een loszittend gebit kunnen evenwel aanleiding zijn tot grotere ingeslikte hoeveelheden. Door oprispingen kan al een groot deel van de ingeslikte lucht uit de maag verwijderd worden.
Het grootste deel van de darmgassen ontstaat door de afbraak van koolhydraten (sachariden) in de dikke darm. Het lichaam is niet in staat om alle koolhydraten die met het voedsel opgenomen worden te verteren, omdat er een tekort is aan de gepaste verteringsenzymen. Deze koolhydraten komen vanuit de dunne darm in de dikke darm terecht, waar onschadelijke bacteriën ze afbreken en waarbij waterstofgas, koolstofdioxide en bij ongeveer één derde van de individuen methaan gevormd wordt, afhankelijk van de samenstelling van de darmflora. In de dikke darm leven niet minder dan 100 000 miljard bacteriën, behorend tot meer dan 800 soorten. Die bacteriën hebben het daar goed: een warm, vochtig en voedselrijk milieu.
Vetten en eiwitten veroorzaken weinig gas. De gassen zuurstof en stikstof in de darmgassen zijn afkomstig van de ingeslikte lucht.

Gasveroorzakende koolhydraten (sachariden)

De darmgassen die in de dikke darm ontstaan, worden vooral gevormd door de bacteriële afbraak van de koolhydraten raffinose, lactose, fructose, sorbitol en zetmeel en van stoffen in de oplosbare voedingsvezels. De complexe suiker raffinose is in grote hoeveelheden aanwezig in bonen. Kleinere hoeveelheden worden aangetroffen in spruitjes, broccoli en andere koolsoorten, asperges en in sommige andere groenten. Lactose is een suiker die voorkomt in melk en zuivelproducten (kaas, consumptie-ijs). Bepaalde mensen vormen geen of te weinig van het enzym lactase, zodat de lactose niet afgebroken wordt tot de opslorpbare suikers glucose en galactose. De niet-verteerde lactose wordt dan door bacteriën omgezet in gassen. Fructose is aanwezig in uien, peren, vijgen, dadels, honing en als zoetstof in bepaalde dranken. Sorbitol wordt aangetroffen in vele fruitsoorten, zoals appels, peren, perziken en pruimen. Een deel van het opgenomen zetmeel in aardappelen, meelproducten zoals tarwe en noten wordt in de dikke darm door bacteriën afgebroken. Het zetmeel in rijst veroorzaakt geen gassen. Onoplosbare voedingsvezels verlaten bijna uitsluitend onveranderd de darm en leiden tot weinig gassen. Maar vele voedingsmiddelen bevatten oplosbare voedingsvezels, zoals in ontbijtgranen, bonen, erwten en de meeste fruitsoorten. De stoffen waaruit deze vezels opgebouwd zijn, worden in de dikke darm voor een deel tot gassen omgezet.

Waterstof en methaan vormen met zuurstofgas een explosief mengsel. Bij het verwijderen van poliepen in de darm door diathermie, waarbij een hoogfrequente elektrische stroom aangewend wordt, zijn al fatale ontploffingen gebeurd.

Overdreven gasvorming vermijden

Er zijn enkele middelen om overdreven gasvorming te vermijden.
1. Rustig eten, goed kauwen, niet drinken bij het eten, niet spreken met volle mond en stress bij het eten vermijden.
2. Kauwgom, hard snoepgoed en roken matigen of uitschakelen.
3. Beperkt gebruik van gashoudende dranken: spuitwater, coca, bier, limonade, schuimwijn, champagne.
4. Mijden van luchtige voedingsmiddelen: al te luchtig brood, eiwitschuim (meringue), choco-schuimpjes (chocomousse), luchtig gerezen gebakjes (éclair, soesjes), roerei.
5. Matig gebruik van voedingsmiddelen waaruit veel gas gevormd wordt: bonen, erwten, tarwe, zemelen, maïs, bloemkool, spruitjes, broccoli en andere koolsoorten, ui, schorseneren, prei, penen, sojascheuten, appels, abrikozen, bananen, meloenen, pruimen.

Walter Deconinck (Kortrijk)


Vragenrubriek

Vraag – Is jouw school al een MOS-school?
Surf naar www.milieuzorgopschool.be en/of zoek de pas verschenen MOSTERD-brochure tussen de andere papieren in de leerkrachtenkamer.
Ideeën voor een Milieuzorg-Op-Schoolactie zat!


Onderwijstips

Tip 425 - De graangodin

Beyens Louis, 2004 - De Graangodin: het ontstaan van de landbouw - Uitgeverij Atlas, ISBN 90 450 0367 8, 24,90 euro

Het vraagstuk van het ontstaan van de landbouw spreekt wellicht veel mensen aan, want het heeft ook met zeer veel aspecten van de wetenschap te maken. Populatiedynamiek, culturele en historische ontwikkelingen, stedelijke ontwikkelingen, landschappelijke ontwikkelingen, milieufactoren en geografie hebben allemaal te maken de manier waarop de mens aan zijn voedsel komt.

Het boek, dat leest als een roman, behandelt chronologisch vanaf het einde van de laatste ijstijd de mens die voedsel nodig heeft. De toendra in West-Europa evolueert tijdens het Mesolithicum naar een open parkbos. In het Nabije Oosten ontstonden tegelijkertijd de eerste boerengemeenschappen uit de jager-verzamelaargroepen. Het vochtiger worden van het klimaat met het oprukken van wilde eenkoorn, wilde gerst en pistachebomen als voorlopers van de rest van het bos was in Anatolië en het Nabije Oosten de cruciale factor die de kiem legde van het cultivatie-proces door de mens. De auteur beschrijft hoe dit proces verliep en hoe de mens ook schapen en geiten in het domesticatieproces ging betrekken.

In de volgende hoofdstukken wordt beschreven hoe sedentaire levenswijzen zich vanaf 7 000 voor Christus vanuit Anatolië en het nabije Oosten verspreiden naar West-Europa en naar het Iberische schiereiland. In de Lage Landen arriveren de eerste boerengemeenschappen rond 5 400 voor Christus.

Elk hoofdstuk begint met een anekdote die de auteur tijdens één van zijn vele reizen heeft meegemaakt. De korte hoofdstukjes in het boek worden ook telkens afgesloten met een filosofische reflectie over de vaststellingen in het hoofdstuk.
De rode draad van deze reflecties door heel het boek is terug te vinden in het laatste hoofdstuk waarin de grote overgang van jager-verzamelaar naar sedentaire landbouwer in vraag gesteld wordt. Hoe komt het immers dat het grootste deel van de wereldbevolking die vandaag in armoede leeft, meestal van de landbouw dient rond te komen. Was de echte drijfveer van de landbouw overlevingsdrang of het opbouwen van prestige door surplussen te produceren die dan weer noodzaakten tot bijkomende productie?

De meerwaarde van dit boek ligt in het holistische en geintegreerde karakter waarmee diverse deeldisciplines bij elkaar gebracht worden. In het boek zijn kaarten en tabellen opgenomen en er is ook een uitgebreide literatuurlijst waaruit geciteerd wordt in de tekst.

Tip 426 - Spinnen


Vanuytven, Herman, 2005 - Spinnen - Leven op acht poten - Panaman, C. Jorislaan 19, 2100 Antwerpen. ISBN 9080961116. 25,00 euro + 3,00 euro verzendkosten.

Een boek van 223 blz. met 108 originele kleurfoto's en 66 figuren waarin je alles zult vinden wat je over spinnen aan de weet wil komen. Tevens met een overzicht van alle in België en Nederland voorkomende spinnenfamilies met een opsomming van de soorten. Geen determineerwerk, maar wel een up-to-date naslagwerk, geschreven door iemand die al meer dan 20 jaar de inheemse spinnenfauna bestudeert. Hij is tevens beheerder en oprichter van www.arachnology.be. Ga daar ook eens kijken.

Bestellen kan o.a. via Herman.Vanuytven@pandora.be

Tip 427 - De Milieukoopwijzer

De website Milieukoopwijzer maakt het scholen makkelijk om een eco-efficiënte keuze te maken bij hun aankopen. In veel gevallen wíllen aankoopverantwoordelijken wel milieuvriendelijk aankopen, maar hebben ze gewoon niet de tijd of de technische kennis om die keuze te maken.
Volgens het vertrouwde recept geeft de website van Bond Beter Leefmilieu een ranglijst van de producten op basis van milieucriteria en een overzicht van leveranciers uit de buurt.

De Milieukoopwijzer sluit naadloos aan bij Milieuzorg Op School (MOS), dat sinds 1995 milieuvriendelijke acties op scholen stimuleert. Voor Vlaamse administraties en overheids-instellingen kadert de koopwijzer in het programma Interne Milieuzorg. Steden, gemeenten en provincies worden benaderd vanuit de invalshoek van de samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse overheid.
De site behandelt nu zeven verschillende productgroepen: drank en dranktoestellen, papierwaren, bureaumateriaal, maaltijden en tussendoortjes, schoonmaakmiddelen, waterbesparing en verlichting. Tegen het najaar 2005 zal de productgroep waterbesparing nog uitgebreid worden met informatie over infiltratietegels en andere waterdoorlatende verhardingen.

Meer info
Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen vzw, Tweekerkenstraat 47, 1000 Brussel, tel. 02/282.17.20, via info@milieukoopwijzer.be of op www.milieukoopwijzer.be

Tip 428 - Jonger&wijzer

De gids voor verantwoord verbruiken

Door middel van het project Jonger&wijzer proberen het UNEP en de UNESCO aan jongeren (vanaf 16 jaar) duidelijk te maken dat het voor elk van ons mogelijk is om ons streven naar een betere wereld heel concreet om te zetten in dagdagelijkse acties.
De pas verschenen brochure hierover, met een heleboel informatie en suggesties, is een prima basis voor vakoverschrijdende thema's als natuur- en milieubeleid in de 3de graad S.O.
Verkrijgbaar bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Cel Natuur- en Milieueducatie en -Informatie, mw. Magda D'Hondt, Koning Albert ll-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.
magda.dhont@lin.vlaanderen.be


Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

Het KAGM houdt elke maandag van 20 tot 22 uur een werkavond in de bioruimte van de UA, campus Middelheim (ex-RUCA), Groenen-borgerlaan 171, 2020 Antwerpen.
De bioruimte is te bereiken vanaf parking 2, tussen de gebouwen U en S langs het hellend vlak naar beneden.
Iedereen die geïnteresseerd is in microscopie als hobby is van harte welkom. Hieronder het programma voor de volgende maanden.
(P preparaat maken; C causerie; D diversen).
04/07 – P Testikel van een kater.
18/07 – P Diatomeeën.
25/07 – D Allerlei.
01/08 – P Pollen uit honing
22/08 – D Vers-planktononderzoek.
29/08 – C Analoge en digitale fotografie.
05/09 – D Tips en weetjes i.v.m. microscopie.


 

 

Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.

- Werkende leden: 15 €
- Studenten: 7 €
- Gepensioneerden: 8 €
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 €

Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.

Voorzitter
Ignace Nerinckx
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Muizenhoekstraat 6,
B-2812 Mechelen

e-mail: ignace.nerinckx@pandora.be

Ondervoorzitter

Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 – 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be

Secretaris
Victor Rasquin
Minister De Clercklaan 2 – 8500 Kortrijk
E-mail: [email]

Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be

Redacteur Jaarboek
Vik Casteels
Witveld 1 - 2811 Leest
e-mail : Vik.Casteels@advalvas.be

Adreswijzigingen en lidkaarten

Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 – 2020 Antwerpen
E-mail: herman.snoeck@antwerpen.be