Maart 2008

BIO viermaal per jaar, vóór of na het eten...

Zoals vermeld in het (laatste) januarinummer zal BIO voortaan slechts viermaal per jaar verschijnen: op 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december.
Even hebben we overwogen om dit mededelingenblad te vervangen door een elektronische nieuwsbrief, maar uiteindelijk vonden we het toch wenselijk een meer tastbaar contact met onze leden te onderhouden.
Als compensatie voor het wegvallen van twee BIO’tjes hebben we een vernieuwd en extra lijvig Jaarboek klaargestoomd: 300 blz. puur bioplezier op A4-formaat!

Voor informatie, heet van de naald, verwijzen we naar de rubriek ‘Nieuw’ op onze website.
Heb je prangende vragen of interessante tips, dan kan je die steeds kwijt op ons vernieuwd forum op diezelfde webstek. Registreren is wel noodzakelijk, anders wordt ons forum in de kortste keren overspoeld met reclame voor allerhande , weliswaar biologische, en voor de jeugd zeker aantrekkelijke (maar pedagogisch minder relevante) activiteiten...
De eenmalige registratieprocedure zelf is zeer eenvoudig; gebruikersnaam en wachtwoord kies je zelf.

In het verleden werd de nieuwe lidkaart meegestuurd met het januarinummer. Doordat dit nummer in de toekomst wegvalt, willen wij de nieuwe lidkaarten met het decembernummer versturen. Om dit mogelijk te maken zullen we verplicht zijn reeds in het septembernummer een oproep te versturen voor het vernieuwen van het lidmaatschap. Indien je dit dan dadelijk doet, zal je zeker over je nieuwe lidkaart beschikken bij het begin van het nieuwe jaar.

V.R.



Ongelukken in de biologielessen

Uit een Engels onderzoek over ongelukken tijdens biologielessen in het middelbaar onderwijs, bleek dat die vooral optreden tijdens chlorofylextracties.

De chlorofylextractie

We kennen deze demonstratie allen goed. Om de aanwezigheid van zetmeel in een belicht blad van een plant aan te tonen, moet het chlorofyl verwijderd worden. Dat kan gemakkelijk door het blad in verwarmde ethanol (alcohol) te brengen. Daarvoor kan gewoon de goedkope ontsmettingsalcohol gebruikt worden. De ethanoloplossing kan met een bunsenbrander verwarmd worden en daar schuilt het gevaar. Wanneer de alcoholdampen in contact komen met de gasvlam van de bunsenbrander, kan een ontploffing optreden met zeer kwalijke gevolgen. Als men dan toch een ethanoloplossing in een beker met een bunsenvlam wil verwarmen, moet men boven en passend in de beker een kolf gevuld met koud water plaatsen, zodat de gevormde alcoholdampen onmiddellijk tegen de onderkant van de kolf condenseren en de gevormde vloeistofdruppels weer in een alcoholoplossing vallen.

Maar eigenlijk is het vele malen eenvoudiger en veiliger om een vuurvaste beker met de alcoholoplossing te verwarmen op een elektrisch vuurtje. Een dergelijk vuurtje met één kookplaat kost misschien vijfentwintig euro en men heeft er dan jarenlang het genot van, want met vuurvaste bekers kan men er ook snel gewoon wat water mee verwarmen. Er bestaan ook zogenaamde elektrische bunsenbranders, waarbij in een schouwtje een spiraaldraad gloeiend gemaakt wordt, maar die toestellen zijn nogal prijzig.

Water verwarmen

Als leraar in een normaalschool moesten mijn studenten op stage. En wees er maar zeker van, ze kregen heel dikwijls lessen te geven waarvoor de stagemeester niet het nodige materiaal had of die ze zelf niet graag gaven, zoals bijvoorbeeld een dissectie van een konijn of de fosforproef.

Twee ongelukken waarmee mijn studenten geconfronteerd werden, zijn in mijn geheugen blijven hangen. Een student moest een biologieles geven waarbij een kleine hoeveelheid kokend water nodig was. De les moest gegeven worden in een nieuw biologielokaal waar er nog geen gasaansluiting was en er ook geen elektrisch vuurtje ter beschikking stond. De student besloot dan maar om wat water in een beker te verwarmen met een met vloeibaar gas gevulde aansteker voor sigaretten.

Ik was aanwezig in die les en hoe het precies gebeurd is weet ik niet, maar plots schoot de aansteker als een raket uit de handen van de student, viel op de grond en gleed over de vloer verder, gelukkig zonder iemand te treffen. Op een of andere manier was er een gaatje in het reservoir van de aansteker ontstaan en ontsnapte het gas langs die weg.

De fosforproef

Een tweede ongeluk was ernstiger. Een studente kreeg de opdracht om met de zogenaamde fosforproef het gehalte aan zuurstofgas in de lucht te bepalen. Ik was in die les niet aanwezig en wat er precies gebeurd is, weet ik niet, maar de studente kwam met haar handen in contact met brokjes brandende witte fosfor, wat haar heel ernstige en pijnlijke wonden bezorgde. Waarschijnlijk draagt die dame nog altijd de gevolgen van dat ongeluk. Ik heb ooit een collega ontmoet die me zijn handpalm toonde met een lelijk litteken erop, ook veroorzaakt door brandende fosfor. Murphy is bij praktische activiteiten nooit ver weg (“Als het verkeerd kan gaan, zal het verkeerd gaan.”).

Eigenlijk zou die fosforproef verboden moeten worden, er zijn te veel risico’s aan deze demonstratie verbonden. Mijn studenten kregen uitdrukkelijk het verbod om in een stageles deze demonstratie uit te voeren. Men kan benaderend het zuurstofgehalte van de lucht gemakkelijk bepalen, hetzij met staalwol in een reageerbuis of in een maatcilinder, hetzij met natriumdithioniet (zie Jaarboek VOB van 2001).

Walter Deconinck (Kortrijk)



Indeling van de organismen steunend op hun metabolisme

Er bestaan zoveel classificatiesystemen als er criteria zijn die men hanteert voor die classificatie.

Zo weten we dat al wat leeft gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van een reeks min of meer complexe koolstofverbindingen. Wanneer we vertrekken van de aard van de koolstofbron, kunnen we reeds een indeling maken in drie groepen:

  1. de koolstofbron is CO2 : in dit geval is het organisme autotroof
  2. de koolstofbron is een organische verbinding: het organisme is heterotroof
  3. de koolstofbron voor de opbouw van de eigen organische verbindingen kan zowel CO2 als externe organische verbindingen zijn: het organisme is mixotroof.

Voor de opbouw van eigen organisch materiaal is energie noodzakelijk. Nemen we de aard van de energiebron als criterium, dan komen we tot volgende indeling:

  1. de energiebron is (zon)licht: het organisme is fototroof.
  2. het organisme haalt de nodige energie uit de oxidatie van chemische verbindingen: in dit geval is het chemotroof.

De reductiereacties, die aan de basis van de synthese van celeigen materiaal liggen, kunnen ook aanleiding geven tot een classificatie. We hoeven alleen te kijken naar de elektronenbron:

  1. is dit een anorganische verbinding, dan is het organisme lithotroof.
  2. worden de elektronen bekomen via de oxidatie van organische verbindingen, dan is het organisme organotroof.

Verdere opsplitsingen kunnen we bekomen door combinatie van diverse selectiecriteria. Zo kunnen we bv. chemotrofen verder opsplitsen in chemolithotrofen, die dan weer verder kunnen onderverdeeld worden in chemolithoautotrofen en chemolithoheterotrofen...

Zetten we voor alle duidelijkheid alles nog eens alfabetisch op een rijtje

  • autotrofen: gebruiken CO2 als primaire koolstofbron. De meeste obligaat autotrofen zijn chemolithotroof of fotolithotroof.
  • chemotrofen: gebruiken chemische verbindingen als primaire energiebron.
  • chemolithotrofen: gebruiken chemische verbindingen als primaire energiebron en anorganische verbindingen zijn de elektronendonors voor de reductiereacties; zijn vaak autotroof.
  • chemolithoautotrofen: gebruiken CO2 als koolstofbron en halen de energie voor de synthese van hun organische verbindingen uit de oxidatie van anorganische verbindingen. Slechts een beperkt aantal soorten behoort tot deze groep, maar zij spelen wel een belangrijke rol in de koolstof-, stikstof- en zwavelcyclus.
  • chemolithoheterotrofen: gebruiken externe organische verbindingen als koolstofbron en halen de nodige energie voor hun synheseracties uit de oxidatie van anorganische verbindingen.
  • chemo-organotrofen: halen de nodige energie voor hun synthesereacties uit de oxidatie van organische verbindingen.
  • chemo-organoheterotrofen: gebruiken externe koolstofverbindingen als koolstofbron voor de synthese van celeigen materiaal en halen de nodige energie uit de oxidatie van organische verbindingen. Deze groep omvat een groot deel van de moneren, zwammen en alle dieren.
  • fototrofen: gebruiken licht als primaire energiebron; sommige zijn facultatief chemotroof.
  • fotoautotrofen: gebruiken licht als primaire energiebron en CO2 als primaire koolstofbron.
  • fotoheterotrofen: gebruiken licht als primaire energiebron en CO2 als primaire koolstofbron en externe organische verbindingen als primaire koolstofbron.
  • fotolithotrofen: gebruiken anorganische verbindingen als elektronendonors tijdens het fotosyntheseproces.
  • fotolithoautotrofen: gebruiken licht als energiebron voor de reductie van CO2. De elektronendonors zijn anorganische verbindingen. Tot deze groep behoren o.a. de planten en de cyanobacteriën.
  • foto-organotrofen: gebruiken organische elektronendonoren tijdens de fotosynthese.
  • heterotrofen: gebruiken externe organische verbindingen als primaire koolstofbron.
  • mixotrofen: halen de nodige energie vooral uit de oxidatie van anorganische verbindingen, maar kunnen zowel CO2 als externe organische verbindingen gebruiken als koolstofbron voor hun eigen materiaal.

Victor Rasquin (Kortrijk)

 



De Helix: aanbod 2008

Ben je op zoek naar methodische en inhoudelijke vernieuwing, verruiming en verdieping in verband met natuur- en milieueducatie?

Zoek je een zinvolle invulling voor een pedagogische studiedag, een vorming in het kader van Milieuzorg Op School, een natuurweek of milieuproject, vormingsdagen voor natuurgidsen of natuurouders, …?

De Helix, het natuur- en milieueducatiecentrum van de Vlaamse Overheid helpt je daarbij.

Aan de slag met afval

Inhoud
Een praktische vorming boordevol nieuwe ideeën, tips en opdrachten bruikbaar bij de organisatie van een milieudag bedoeld voor 11 - 14 jarigen. Tegelijkertijd krijg je als deelnemer meer achtergrondinformatie over het thema afval.
• Hoe kan je de jaarlijkse afvalberg geproduceerd door één Vlaming visueel voorstellen?
• Doorlopen van een circuit met verschillende praktische opdrachten o.a. papier maken van oud papier, determineren van verschillende soorten plastiek, compostdiertjes determineren, …
• Korte film over recyclage van batterijen, autobanden, plastiek, beeldschermen en blik.
• Educatief computerspelletje waarmee je kan testen hoe deskundig je bent in het sorteren en voorkomen van afval.
• Korte voorstelling van beschikbaar educatief materiaal voor secundair onderwijs en basisonderwijs: pak- je- afval, de compostkoffer, lespakket ‘composteren met kinderen’, cd- rom ‘afval minderen voor kinderen’ met lesfiches, cd-rom ‘iedere leerling voorkomt afval’, ‘bezoek aan een containerpark’.

Doelgroep: Leerkrachten secundair onderwijs 1ste graad en basisonderwijs 3de graad, natuurgidsen, NME-werkers, en andere geïnteresseerden.

Duur: Halve dag

Natuurleerpad 'biotoopstudie in de directe schoolomgeving

Milieueducatie van de eerste graad secundair onderwijs.

Tijdens deze activiteit krijg je een antwoord op:
• Hoe organiseer je een biotoopstudie op het terrein zonder veel hulp van derden?
• Welke zijn de doelen van de terreinstudie en hoe begin je eraan?
• Hoe maak je de opdrachten gericht naar hoofd, handen en hart?
• Hoe stel je de werkblaadjes met opdrachten aantrekkelijk op?
• Hoe stimuleer je de leerlingen tot zelfstandig en onderzoekend leren?
• Welke praktische en organisatorische zaken moet je overwegen?
• Wat zijn de aandachtspunten voor het maken van het leerpad?
• Welk traject kies je best uit? Hoe kies je de stopplaatsen?
• Hoe organiseer je het groepswerk?
• Hoe kan je het onderzoeken van zowel biotische en abiotische factoren als de invloed van de mens integreren?
• Hoe evalueer je het natuurleerpad? En de biotoopstudie?

Doelgroep
Leraren secundair onderwijs 1ste graad, natuurgidsen, bosgidsen, NME-werkers, en andere geïnteresseerden.

Duur
Volledige dag

Decibels in de praktijk

Inhoud
In deze opleiding leer je een zeer praktijkgericht programma maken voor 14 - 16 jarigen waarin ze kennis maken met de eigenschappen van geluid en een andere kijk krijgen op de hen omringende decibels en de gevaren ervan.

Een aantal vragen over geluid worden reeds tijdens een inleidend gedeelte beantwoord en geïllustreerd met een powerpointpresentatie.
• Wat is geluid?
• Wat is een frequentie?
• Wat is een decibel?
• Waar situeert zich ons hoorbaar gebied?

Tijdens het praktijkgedeelte in de directe omgeving en verspreid over 4 locaties worden er praktische opdrachten uitgevoerd waarin volgende eigenschappen en vaardigheden aan bod komen:
• Gebruik van de decibelmeter en interpreteren van de metingen.
• Opstellen van een decibelschaal.
• Proefondervindelijk leren hoe geluid zich voortplant, versterkt, geabsorbeerd of gereflecteerd wordt.

Het tweede deel van de presentatie onthult de resultaten van de buitenopdrachten en de verklaringen worden uitvoerig besproken.
Hierna wordt er aandacht besteed aan de werking van het gehoor en de vraag wanneer geluid schadelijk is. Ook het mogelijk gevaar bij gebruik van walkmans, mp3-spelers en I-pods wordt toegelicht.

Doelgroep
Leerkrachten secundair onderwijs 2de graad, natuurgidsen, bosgidsen, NME-werkers, en andere geïnteresseerden.

Duur
Halve dag

Contactinformatie

NMEC “De Helix”
Hoogvorst 2
9506 Grimminge
Tel.: 054 31 79 50
Fax: 054 31 79 88
dehelix@lne.vlaanderen.be



VBNC De Nachtegaal - De Panne

Solitaire bijen en andere insecten in de duinen

Op 9 april komt Dries Laget vertellen over ‘Solitaire bijen en andere insecten in de duinen’. Reeds 14 jaar is hij actief lid van de Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubescherming en heeft van daaruit heel wat kennis opgedaan in verband met in verband met insecten, populaties, habitatkwaliteit...
Momenteel is hij bezig met wetenschappelijk onderzoek binnen een project over solitaire bijen, meer bepaald nestkastbewonende solitairen bijen.

VBNC ‘De Nachtegaal’
woensdag 9 april 2008 om 19u30
gratis - inschrijven vóór 2 april

De zee van toen

Je hoort menig visser en zeekenner vertellen dat de diversiteit van zeedieren sterk gedaald is de laatste decennia. “Het is niet meer zoals vroeger!”

Deze zin klinkt zeker bekend in de oren.
Guido Rappé komt ons aan de hand van oude vissersverhalen een beeld geven van de evolutie van fauna en flora aan onze Belgische kust. Hij verzamelde deze feiten en gegevens aan de hand van tientallen interviews.
Dank zij deze mondelinge overdracht kan er een mooi beeld geschetst worden tussen het heden en verleden.

VBNC ‘De Nachtegaal’
woensdag 28 mei 2008 om 19u30
inschrijven vóór 21 mei

Informatie of inschrijven bij:
VBNC De Nachtegaal, educatieve dienst, Olmendreef 2, 8660 De Panne
058/42 99 55 of
nachtegaal.anb@vlaanderen.be



Microscopie als hobby

Het Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie is een vereniging van hobbyisten die elke maandagavond aan microscopie doen in de bioruimte van de Universiteit Antwerpen, campus Groenenborger (Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen).

Dit jaar bestaat de vereniging 75 jaar. Voor die gelegenheid is er van 15 maart tot 20 april een tentoonstelling in de inkomhal van de universiteit (achteraan rechts). Hier kun je verleden en heden van de microscopie (als hobby) aanschouwen.

Je kunt de leden in de bioruimte aan het werk zien op zaterdag 15 maart en 19 april tijdens de opendeur van de universiteit.

Kijk op www.microscopie.be als je meer over deze vereniging wil weten.



A X AB —> O !?

Het ABO-systeem

Is een systeem van indelen in bloedgroepen dat in 1901 ontwikkeld werd door de Oostenrijkse arts Karl Landsteiner (Wenen, 14/06/1868 - New York, 26/06/1943).

Men onderscheidt 4 types: A, B, AB en O, waarbij het type bepaald wordt door het al dan niet voorkomen van bepaalde sachariden op de membraan van rode bloedcellen. Deze sachariden zitten vast op eiwitten en lipiden die deel uitmaken van de celmembraan van de rode bloedcel. Doordat hun aanwezigheid de vorming van antistoffen kan induceren, zijn het antigenen (agglutinogenen).

Personen die het antigen type A hebben behoren tot de bloedgroep A en zij die het antigen type B hebben behoren tot de bloedgroep B. Er zijn ook personen die beide antigenen hebben op de membraan van hun rode bloedcellen; deze personen behoren tot de bloedgroep AB. Tenslotte zijn er individuen die noch het antigen A, noch het antigen B hebben; zij behoren tot de bloedgroep O.

De antistoffen die reageren met de bewuste antigenen zijn serumeiwitten. Doordat de antistoffen meerdere ‘armen’ hebben, kunnen ze binden op antigenen van verschillende bloedcellen en deze zo samenhouden. Gebeurt dit op massieve schaal dan treedt er klontervorming op.

Iemand met bloedgroep A heeft in zijn serum de antistof (hemoagglutinine) anti-B en een persoon met bloedgroep B heeft de antistof anti-A. Personen met de bloedgroep AB hebben geen hemoagglutininen, daar waar individuen met bloedgroep O zowel anti-A als anti-B in hun serum hebben.

De vorming van de agglutinogegenen wordt bepaald door drie allelen waarvan de locus ligt op chromosoom 9; deze allelen zijn respectievelijk A, B en o. De allelen A en B zijn codominant, terwijl het allel o* recessief is.

Volgende combinaties zijn mogelijk:

Allelen van de ouders
A
B
o
A
AA
AB
Ao
B
AB
BB
Bo
o
Ao
Bo
oo

Genotype AA en Ao → bloedgroep A
Genotype BB en Bo → bloedgroep B
Genotype AB → bloedgroep AB
Genotype oo → bloedgroep O

Normaal zou je dus verwachten, dat ouders slechts een kind met bloedgroep O kunnen krijgen, wanneer ze beiden het o-allel hebben. Dit is ook meestal zo, maar men kent gevallen waar de moeder bv. het genotype AA heeft en de vader het genotype AB en waar het kind toch de bloedgroep O heeft.

Dit kan, wanneer beide ouders recessief zijn voor het allel dat codeert voor het H-antigen, een voorloper van het A- of B-antigen.

Als het kind de allelencombinatie hh erft kan het deze voorloper niet produceren en dus ook niet de bewuste antigenen. M.a.w. het kind zal de bloedgroep O hebben.

Men spreekt hier van het Bombay-fenotype, naar de Indische stad, waar dit fenomeen voor het eerst werd beschreven.

(*) Meestal wordt het allel “o” met een hoofletter weergegeven. Ik verkies het gebruik van een kleine letter om er de nadruk op te leggen dat de aanwezigheid van een allel A of een allel B in het genotype (naast het allel o) automatisch de fenotypes “bloedgroep A” of “bloedgroep B” tot gevolg heeft.
Wanneer beide allelen samen voorkomen, resulteert dit in het fenotype AB, wat wijst op codominantie. Vandaar dat we zowel het allel A als het allel B met een hoofdletter schrijven

Victor Rasquin

Eerste selectieronde EUSO

Woensdag 30 januari kwamen 49 kandidaten opdagen voor de eerste selectieronde voor EUSO 2008 (European Union Science Olympiad). Deze theoretische proef ging door aan de VUB en de deelnemers kregen er 1:30 u. om 30 vragen op te lossen. Deze vragen waren gelijkmatig verdeeld over drie modules: biologie, chemie en fysica.

De vragen biologie en chemie lagen de kandidaten beter dan die van fysica; ze waren duidelijk niet vertrouwd met dergelijke probleemstellingen!

Zes deelnemers, die het beste scoorden, kwalificeren zich voor de tweede ronde. Deze bestaat uit een begeleid practicum en gaat door op woensdag 5 maart aan de VUB. Het doel van deze tweede ronde is de leerlingen te toetsen op praktische vaardigheden.

Worden eveneens toegelaten tot deze praktische proef:
6 leerlingen die voldoen aan de leeftijdsvoorwaarden (op 31 december 2007 nog geen 17 jaar zijn) en die binnen hun leeftijdscategorie het beste scoorden op

  • de eerste selectieronde voor de Vlaamse biologie-olympiade (2 leerlingen)
  • de eerste selectieronde voor de Vlaamse chemie-olympiade (2 leerlingen)
  • de tweede selectieronde voor de Vlaamse fysica-olympiade (2 leerlingen)

Uit deze groep van 12 worden dan uiteindelijk 3 laureaten geselecteerd, die samen met 3 Waalse collega’s België zullen vertegenwoordigen op de EUSO. Deze gaat door van 11 t.e.m. 18 mei in Nicosia (Cyprus).

Zij zullen het er opnemen tegen kandidaten uit een 18-tal landen van de Europese Unie.

Stilaan begint deze jaarlijks terugkerende olympiade bij onze leerkrachten bekend te raken en we wensen nogmaals te beklemtonen dat deelname aan deze olympiade absoluut geen extra belasting voor hen meebrengt. Inschrijven gebeurt on line en is kosteloos. Daarmee is voor de leerkracht de kous af! Je hebt dus geen excuus om je leerlingen niet te laten deelnemen...

Volgend jaar gaat de EUSO door in Murcia (Spanje).

Alle inlichtingen i.v.m. de selectie en de olympiade vind je op www.euso.be. De selectie is een initiatief van:
VOB-vzw, VeLeWe-vzw en KVCV-vzw

Victor Rasquin