November 2007

- Ivoor
-
Het mysterie van de voortplanting (deel II)
- ZOO-lessen
- Jaarboek 2008
- Biologie op internet
- KBIN
- Erratum
-
Likona Jaarboek
-
Onderwijstips
-
KAGM

Ivoor

Tijdens een vijfdaagse zoekactie (2006) naar ivoor werden 56 winkels en marktkramen bezocht door speurders.  In het totaal werden 350 voorwerpen uit olifantenivoor geregistreerd (waarvan 80 % in Brussel).  Meestal waren het beeldjes, halssnoeren en armbandjes. Bijna alle voorwerpen werden door de verkopers bestempeld als 'antiek', d.w.z. van vóór juni 1947 (Europese wetgeving!).

In 2004 werden onderzoeken verricht in verschillende landen van de E.U. Duitsland spande de kroon met 16444 inbeslagnames,  gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (8325), Frankrijk (1303),  Spanje (621) en Italië (461).

Het volledige rapport kan gedownloaded worden van www.traffic.org (Le commerce illegal et la vente d'espèces CITES en Belgique: ivoire d'éléphant et autres spécimens.) Meer informatie: www.eu-wildlifetrade.org (E.U.-website gestart in 2003).

Frans Desfossés (Edegem)

Het mysterie van de voortplanting (deel II)

In een vorige bijdrage hebben we gezien dat het eigenlijk tot laat in de negentiende eeuw geduurd heeft vooraleer men duidelijk wist dat bij het ontstaan van een nieuwe mens én een eicel én een spermatozoïde betrokken zijn. Maar hoe een bevruchting precies tot stand komt, is heel lang onbekend gebleven. In de tijd van mijn overgrootvader, Augustin Deconinck geboren in 1841, was dat zeker nog een mysterieuze gebeurtenis. En dat is nu toch niet zó lang geleden.

Om deze beknopte geschiedenis van de ideeën over de voortplanting makkelijk te begrijpen, is het nuttig om vooraf enkele sleutelbegrippen uit te leggen.

Om het heel scherp te stellen kunnen we de geleerden die zich in het verleden met de voortplanting bezighielden, indelen in twee groepen: de animalculisten en de ovulisten. De animalculisten zijn van oordeel dat de man een “zaaddiertje” in het lichaam van de vrouw brengt, waaruit dan een nieuw organisme ontstaat. De ovulisten denken net het omgekeerde en menen dat een nieuw individu gevormd wordt uit een eitje en dat niets van de man daarbij een rol speelt of dat zijn zaad ten hoogste een soort prikkel geeft.  

Binnen elk van die twee groepen kunnen we dan nog eens een onderscheid maken tussen de aanhangers van de preformatieleer en die van de epigeneseleer. De eersten nemen aan dat ofwel in een spermatozoïde ofwel in een eitje al een volwassene in een heel kleine gedaante – een “homunculus” – aanwezig is en dat dit mensje dan in de buik van de moeder groter wordt. De aanhangers van de epigeneseleer denken echter dat een vrouwelijke of een mannelijke voortplantingscel een organisme in potentie bevat waarvan alle onderdelen elk afzonderlijk zich geleidelijk aan ontwikkelen.

Animalculisten

Zowel Nicolaas Hartsoeker (1656-1725) als Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) waren animalculisten en dachten dat de spermatozoïden, die zij “dierkens” noemden, een voorgevormd organisme bevatten en dat de vrouwelijk geslachtsorganen of de eitjes alleen dienen voor de voeding van het nieuwe individu. Van Leeuwenhoek beschreef het zo: “Ende alhoewel ik voor desen hebbe geseid, dat de Vrouwelijke geslachten alleen maar zijn, omme stoffe te geven, waar door het mannelijk zaad gevoed ende groot gemaakt werd.” En dezelfde Van Leeuwenhoek verdedigt zijn opvattingen ook met klem: “Maar laat nu onsen Autheur [bedoeld is de Engelse botanicus Nejemiah Grew (1641-1712)] dit voegen by sijn 70 Autheuren, ja laat hem (soo hy wil en kan) met andere tot seventig maal seventig voor den dag komen, die alle het Ovarium ofte eyernest vast stellen, en seggen dat het mannelijk zaad niet in de Baarmoeder werd gestort, ik segge dat sy altemael gedwaalt hebben, ende dat sy noch alle dwalen, die seggen, dat menschen en dieren uit eyeren voortkomen, ende dat geen mannelijk zaad in de Baarmoeder komt, ja dat dit al van de onnoselste stellingen syn, die onder de Genees-meesters in swang gaan.”

Nicolaas Hartsoeker dacht dat in de kop van een spermatozoïde een "mensje" zat.

Gewoonlijk illustreert men deze opvatting met een van Hartsoeker afkomstige tekening van een spermatozoïde in zijn Essai de Dioptrique (1694), met in de kop van de spermatozoïde een “homunculus” getekend.  Hartsoeker noch Van Leeuwenhoek hebben echter beweerd dat zij dat werkelijk in een “dierken” gezien hebben; zij hoopten alleen dat eens te vinden. Hartsoeker en Van Leeuwenhoek kunnen dus gecatalogeerd worden als animalculisten die aanhangers waren van de preformatieleer.

Ovulisten

Reinier de Graaf (1641-1673) dacht dat het eitje een volledige mens in miniatuur bevat en dat het zaad alleen als een soort “diergelijke geest” de groei tot een individu stimuleert. Hij en nog andere natuuronderzoekers uit die tijd waren ovulisten die voorstander waren van de preformatieleer. De Nederlander Jan Swammerdam (1637-1680), eveneens een ovulist, dacht dat het ei van een kikker al een heel kleine kikker bevat en andere ovulisten meenden dat zij heel kleine kuikens zagen in een nog onbebroed kippenei.  

In 1759 verscheen van de Duitse natuuronderzoeker Kaspar Friedrich Wolff (1733-1794) de verhandeling Theoria generationis, waarin hij een nauwkeurige beschrijving gaf van de ontwikkeling van het embryo in het kippenei. Zijn onderzoekingen hebben geleid tot een ernstige verdediging van de epigeneseleer. Een ei bevat geen volwassene in miniatuur, maar de ontwikkeling begint in een massa die zonder structuur en redelijk homogeen is en gradueel ontstaan dan geleidelijk alle organen. Gedurende zijn leven kon Wolff zijn tijdgenoten daarvan niet overtuigen, maar in de eerste decennia van de negentiende eeuw werden zijn opvattingen wel aanvaard.  

Door de onderzoekingen die de Italiaan Lazzaro Spallanzani (1729-1799) in de jaren 1768-1780 met kikkers deed, werd het duidelijk dat de zaadvloeistof heel belangrijk is. Hij begon zijn experimenten met vast te stellen dat eitjes genomen uit de buik van een parende wijfjeskikker niet tot ontwikkeling kwamen. Toen voorzag hij mannetjeskikkers van een broekje van een soort zijde waardoor hij tijdens de paring hun sperma kon opvangen. De door het omstrengelde wijfje in het water afgescheiden eitjes kwamen eveneens niet tot ontwikkeling. Maar als Spallanzani enkele druppels van het opgevangen sperma bij de eitjes bracht, ging die ontwikkeling wel door. Dat was wellicht de eerste kunstmatige bevruchting in de geschiedenis! Toch blijft Spallanzani een overtuigde ovulist en aanhanger van de preformatieleer: in het eitje zit ook bij mensen een klein mensje opgesloten en het contact met het sperma is voldoende voor de ontwikkeling van een nieuw organisme; de spermatozoïden, toen nog animalculen genoemd, spelen daarbij geen rol.

De ontdekking van de bevruchting  

In 1824 hernamen de Zwitserse fysioloog Jean-Louis Prévost (1790-1850) en de Franse chemicus Jean-Baptiste Dumas (1800-1884) de onderzoekingen van Spallanzani met kikkers. Zij toonden nu wel aan dat de spermatozoïden, die ze nu met een microscoop konden waarnemen, de rechtstreekse verwekkers zijn van de bevruchting. Zij vinden ook bij wijfjes van honden en konijnen eitjes in de baarmoederhoornen en denken dat ze daarmee het eitje van de zoogdieren gevonden hebben. Toch is het de Duitse embryoloog Karl Ernst von Baer (1792-1876) die in 1827 in een follikel van een teefje een eitje aangetroffen heeft. Hij vindt ook eitjes bij andere zoogdieren en in zijn memoires, gepubliceerd in 1866, schrijft hij: “Ik kan de ontdekking van het echte ei van de zoogdieren opeisen, inbegrepen dat van de mens.” Uit zijn memoires is echter niet af te leiden of hij daadwerkelijk een eicel bij de mens waargenomen heeft, vermoedelijk neemt hij met zekerheid aan dat zijn resultaten gelden voor alle zoogdieren en dus ook voor de mens.  

In de eerste helft van de negentiende eeuw zijn er nog altijd geleerden die niet aannemen dat de spermatozoïden een rol spelen bij de bevruchting. Maar door de steeds meer en meer algemeen aanvaarde celtheorie wordt toch tegen 1870 ingezien dat én de eicellen én de spermatozoïden cellen zijn die beide voor de bevruchting noodzakelijk zijn. Deze belangrijke stap werd in 1875 gezet door de Duitse bioloog Oscar Hertwig (1849-1922). In zijn dissertatie Beiträge zur Kenntnis der Bildung und Befruchtung des tierischen Eies [Bijdrage tot de kennis over de vorming en de bevruchting van het dierlijke ei] toont hij aan dat bij zee-egels de kop van een spermatozoïde een eicel binnendringt en dat dan de mannelijke en de vrouwelijke kern met elkaar versmelten. Onafhankelijk van Hertwig kon ook de Zwitserse bioloog Herman Fol (1845-1892) in 1879 eveneens het binnendringen van een spermatozoïde in een eicel beschrijven.  

Van de ontdekking van de spermatozoïden in 1674 tot de ontdekking van de bevruchting in 1875 verliepen tweehonderd jaar vooraleer het mysterie van de voortplanting opgelost raakte. Van dan af wordt de bevruchting beschouwd als een algemeen verschijnsel bij de organismen die zich geslachtelijk voortplanten.  

De grote bioloog August Weismann (1834-1914) kon in 1892 dan ook terecht schrijven dat voor alle organismen geldt: “De fysiologische waarde van de mannelijke cel en die van de vrouwelijke cel zijn gelijk, zoals 1 gelijk is aan 1.”

Walter Deconinck (Kortrijk)

Zoo-lessen

De nieuwe brochure "goed zoo!" oogt mooi maar vele collega's vinden hun onderwerp(en) niet vlot terug.

Vandaar een overzicht met telkens eerst de nieuwe en dan de oude titel(s).

– Zoo binnenste buiten: "algemene rondleiding".

– Koele kikkers zitten lekker in hun vel: naar keuze "amfibieën en reptielen" of "huid-bedekking".

– Creepy griezelbeesten: "vieze beesten" (= overwegend ongewervelden).

– Pas maar op of ik eet u op: les "voeding" of "rovers en hun prooi" of "camouflage".

– De ark van Noah: "bedreigde dieren" of "evolutie" of "natuurlijk evenwicht" of "natuurbehoud", al dan niet in combinatie met "de ark van Noah" (= computerprogramma).

– Atleten te water, te zee en in de lucht: "beweging bij gewervelden".

– De waarheid over de bloemetjes en de bijtjes: "voortplanting".

– Deze sterren staan niet in joepie: "Planetarium".

– De zoo backstage: "achter de schermen".

– Op maat van ...: "Vip à la carte". (Biedt de mogelijkheid andere onderwerpen aan te vragen, bv. "zoogdieren", "zintuigen", "gedrag" of "communicatie".)

Een goede raad: doe je aanvraag zo gedetailleerd mogelijk!

Frans Desfossés, zoogids.

Jaarboek 2008

Volgend jaar verschijnt de 29ste editie van ons Jaarboek.  In de loop van al die jaren hebben verschillende redacteurs gezwoegd om vaak moeilijk leesbare teksten en onduidelijke figuren toch in een keurige vorm te gieten.  Allen hebben dit op vrijwillige basis gedaan naast hun voltijdse job.  Zo ook onze laatste redacteur, Vik Casteels, die de lay-out heeft verzorgd van jaargangen 1993 tot 2000 en van 2004 tot 2007.  De mensen die Vik kennen, weten dat dit zeker niet zijn enige bijdrage was voor het biologieonderwijs!  We hebben er dan ook alle begrip voor dat hij de fakkel wou doorspelen aan iemand anders en danken hem tevens voor het geleverde werk.

Daar we vastgesteld hebben dat de meeste auteurs hun teksten nu digitaal opmaken in A4-formaat, zullen we volgend jaar overstappen op dit formaat voor ons Jaarboek.  Onze excuses aan die leden die graag een ganse collectie identieke Jaarboeken hadden gezien, maar het A4-formaat biedt toch heel wat praktische voordelen:

- tabellen en schema’s kunnen groter (en duidelijker) weergegeven worden;
- kopiëren voor klasgebruik kan zonder uitvergroten gebeuren;
- de redacteur heeft minder te kampen met lay-out problemen.

Ieder jaar is het bang afwachten of we wel voldoende kopij zullen binnenkrijgen. We doen dan ook nu weer een beroep op je medewerking: heb je ergens een tekst, werkbladen, toetsvragen, schema’s,... die bruikbaar zijn voor ons biologieonderwijs, stuur ze op in digitaal formaat (Word-formaat of RTF) naar onderstaande.  Gelieve rekening te willen houden met volgende criteria.
 

- Formaat: A4

- Marges:  boven : 3 cm, onder: 3 cm, links: 3 cm, rechts: 3 cm

- Lettertypes

    Titel: Ariel -  hoofdletters - vet - 16 pt.

    Ondertitel: Ariel - gewone letters - vet - 14 pt.

    Hoofding alinea: Ariel - gewone letters - vet - 12 pt.

    Tekst: Times  New Roman - 12 pt.

    Onderschriften bij afbeeldingen: Times New Roman - cursief - vet - 9 pt.

    Voetnoten: Times New Roman - cursief - 10 pt.

- Literatuurlijsten zoals in dit voorbeeld:   Asperges M., e.a., Planten en andere niet-dierlijke organismen, Uitgeverij Van In, 2002, 588 pp.

- Illustraties: op de juiste plaats in het digitaal document, resolutie minimaal 300 dpi.
 

Vic Rasquin (vrasquin@skynet.be)

Biologie op Internet

Online Biology Book

Veel informatie in het Engels.

http://www.estrellamountain.edu/faculty/farabee/biobk/biobooktoc.html

Piet Surinx (Borgloon)

KBIN

Vanaf 27 oktober hebben de dinosauriërs exclusief voor zich een zaal van 3000 m2 gekregen.  Enig in Europa!
Veel fossielen, 22 kleine en 7 grote skeletten en 11 dinosauriërs die op dezelfde manier liggen als toen ze meer dan een eeuw geleden ontdekt werden..

  Met je VOB-lidkaart heb je gratis toegang. En elke eerste woensdag van de maand kun je vanaf 13 uur gratis met de hele familie.

Erratum

Trage zaadcel


In de BIO van 1 mei heb ik getallen gegeven over de snelheid van menselijke zaadcellen. De snelheid in mm/s is juist, maar in de omrekening naar cm/min is een 1 in mijn toetsenbord blijven steken. De max. snelheid moet zijn: 15,6 cm/min.
De vergelijking met een pantoffeldiertje is wel correct.

Met dank aan collega Frans Bettens die de fout heeft gemeld.


Frans Desfossés (Edegem)

LIKONA Jaarboek

Jaarlijks publiceert het provinciebestuur het LIKONA-jaarboek, een jaarlijks overzicht van de natuurstudie in Limburg, samengesteld aan de hand van wetenschappelijke werken over de natuur in Limburg.  Het zijn voornamelijk de vrijwilligers van LIKONA, de Limburgse Koepel voor natuurstudie, die hiervoor zorgen.

In deze zestiende editie komende volgende onderwerpen aan bod.

-      De mergelgrotten van Hinnisdael te Vechmaal, geologisch erfgoed in de schaduw

-      Het natuurbehoud in het Vlaamse Natuur-reservaat de Mangelbeekvallei

-      De veranderingen in de korstmosflora in de provincie Limburg.

-      Haalt de Jeneverbes het jaar 2025 in Limburg?

-      De Zinkboerenkers en andere zinkplanten in Wezel, Lommel en Overpelt.

-      Enkele opvallende kevers uit de Limburgse bossen met de vermelding van Cicones variegatus (nieuw voor Vlaanderen).

-      De verspreiding van vissen in enkele vloeiweiden en spijssloten in Noord-Limburg.

-      Reptielen op het voormalige spoortraject te Lanaken.

-      De Middelste Bonte Specht (Dendrocopos medius).
 

Zoals jaarlijks bevat ook deze editie nog een bespreking van meer dan tachtig publicaties over uiteenlopende aspecten van natuurstudie in Limburg van het afgelopen jaar.

Beheerplannen voor natuurterreinen, evaluatie van natuurverbindingen, waarnemingen van zeldzame paddenstoelen, planten, vlinders, resultaten van afvissingen en bijzondere vogelwaarnemingen zijn maar een greep uit de vele becommentarieerde artikels.

Van elke LIKONA-werkgroep is er een jaarverslag opgenomen waarin de bijzondere resultaten van het afgelopen jaar worden voorgesteld.  Een schat aan informatie voor iedereen die met de Limburgse natuur begaan is.

Bestellen

Het jaarboek (96 p.) is op een prachtige manier vormgegeven met talrijke mooie kleurenfoto's en duidelijke, overzichtelijke schema's en tabellen.
De kostprijs is € 10 en je kunt het afhalen of aanvragen in Het Groene Huis.  Na het betalen van de factuur krijg je het boek toegestuurd.
De vorige jaarboeken zijn nog in voorraad voor wie zijn/haar reeks wil vervolledigen.

LIKONA-secretariaat
Provinciaal Natuurcentrum, Het Groene Huis
Domein Bokrijk, 3600 Genk
tel. 011 26 54 62, fax 011 26 54 55
e-mail: likona@limburg.be

Onderwijstips

Tip 433 - NVOX

NVON, de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (www.nvon.nl), geeft 10 maal per jaar een tijdschrift uit.  
Als lid van VOB kun je, via onze zuster-vereniging VeLeWe, een abonnement voor 2008 op dit tijdschrift nemen voor het gunsttarief van 17,50 euro per jaar, exclusief verzendingskosten.   
Op het Vlaams Congres van Leraars Weten-schappen zal een proefexemplaar van het tijdschrift (nummer van oktober) voor de geïnteresseerden beschikbaar zijn.

  Leden die interesse hebben, kunnen dit met een mailtje melden aan de ondervoorzitter, Marleen Van Strydonck. Zij zal je gegevens dan doorspelen aan VeLeWe.

  marleen.vanstrydonck@skynet.be

Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

05/11 – P  Bladcoupes van Ginkgo biloba 

12/11 – D  Voorbereiding 75 jaar KAGM

19/11 – D  Mooie micro-opnamen

26/11 – P  Pseudoschorpioenen

03/12 – P  Vruchtjes van het Boerenwormkruid

10/12 – C  Contrastverhogende technieken voor microscopie

17/12 – P  Een gramkleuring uitvoeren

07/01 – D  Jaarvergadering