Maart 2007

 

 

 INHOUD

 

·       Jaarvergadering

·       Het vak biologie in discussie!

·       Natuurwetenschappen in het lager onderwijs

·       De evolutietheorie in het onderwijs

·       Welk effect heeft de opwarming van het klimaat op de plantengroei?

·       Boshuis Ravels

·       Tip voor biodiversiteit

·       Met zonnige groeten

·       Stages - bijscholingen - symposia

·       Cyanobacteriën als voedsel

·       Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

·       Colofon

 

 

Jaarvergadering VOB - Zaterdag 5 mei 2007

 

Alle werkende leden van VOB worden uitgenodigd om op deze vergadering aanwezig te zijn die doorgaat om 14.00 uur in de Antwerpse Zoo.  Je wordt opgevangen aan de ingang.

 

Dagorde

- Verwelkoming door de uittredende voorzitter.

- Jaaroverzicht en financiële toestand.

- Verkiezing van een nieuw bestuur.

- Beelden uit de Galapagos.

 

Oproep: welke collega('s) met een hart voor het biologieonderwijs en kennis van wat (en wie) er reilt en zeilt binnen de onderwijswereld wil(len) zo wat om de twee maanden tijdens de bestuursvergaderingen  (in de Antwerpse Zoo) met de andere leden van het uitgebreid bestuur mee het beleid van VOB bepalen? 

Je krijgt hierbij de volle steun van de oudgedienden.  We bieden je een interessante bezigheid in een kameraadschappelijke sfeer en een onkostenvergoeding.

 

Kandidaten voor de functie van voorzitter, ondervoorzitter, secretaris, penningmeester of redacteur van BIO melden zich (ten laatste tegen 30 april) bij secretaris Vic Rasquin.

 

 

Het vak biologie in discussie!

 

Woensdag 14-02-2007 organiseerde het departement Onderwijs en Vorming een colloquium waarop de resultaten werden voorgesteld van de Vlaamse onderwijspeiling naar de mate waarin bepaalde eindtermen biologie bereikt werden in de A-stroom van de eerste graad.

 

Voor sommige onderdelen van de peiling waren de resultaten ondermaats.  Op de deeltoetsen die handelden over de basis van het leven en organismen werden zware onvoldoendes gehaald.  Het is niet mijn bedoeling in dit korte bestek hierover uit te wijden, deze resultaten kan ieder raadplegen op 'School-direct' of op de website van de minister.  Wel wil ik enkele bedenkingen uiten bij de reacties op deze resultaten door een panel dat was samengesteld uit enkele mensen uit de onderwijswereld.

 

In de handboeken staat veel te veel, de taal is veel te moeilijk en de leerkrachten willen alles onderwijzen wat in het handboek staat.

Auteurs van handboeken selecteren wat aangeboden kan worden in functie van een leerplan.  De auteurs zijn geïnteresseerde leerkrachten uit de eerste graad of ze geven les aan studenten die voor leraar studeren.  Veelal bieden ze de leerstof aan in basis, uitbreiding, verrijking.  Ik kan me moeilijk voorstellen dat de leerkrachten die handboeken schrijven voor hun eigen leerlingen de lat veel te hoog zouden leggen.

Maar misschien ligt de lat wel te hoog voor een aantal leerlingen die (door de elitaire keuze van de ouders) een studierichting kozen die niet in functie van hun capaciteiten was.

Het watervalsysteem, waarvan sommigen denken dat het niet meer bestaat, haalt hen wel in.  Ondertussen gaat voor het kind wel (kostbare) tijd verloren en worden andere vormen van intelligentie (emotionele, sociale…), die het zou kunnen ontplooien in andere afdelingen, niet gebruikt.

 

Meer dan 10 % van onze leerlingen hebben een moeder die de Nederlandse taal niet spreekt.  De kinderen hiervan hebben meestal speciale aandacht nodig en middelen (financiële) moeten worden aangereikt.

De taal spreken en begrijpen waarin je wordt onderwezen is enorm belangrijk in gelijk welk onderwijssysteem.

Volledig akkoord dat hieraan speciale aandacht moet worden besteed.  Maar het financiële prijskaartje mag niet ten koste van ASO-richtingen gebeuren.  ASO-scholen hoeven niet in de verdrukking te komen.  De leerlingenaantallen van de klassen zullen er automatisch stijgen (30-35) met in vele gevallen een niveaudaling tot gevolg.  Ik hoop dat de minister inziet dat niveaudalingen een nefaste invloed kunnen hebben op ons hele onderwijssysteem en ons naar Amerikaanse toestanden kunnen laten afdrijven.  Dat ouders zich gaan verenigen en goede leerkrachten gaan betalen voor stevig onderwijs is niet wat we nodig hebben in onze democratische (sociale) staat.

Onlangs was ik met een Comeniusproject te gast in Ducze, Turkije.  We bezochten er enkele technische scholen, spraken met de leerkrachten en waren er ook thuis te gast.  We vergeleken de inhoud van handboeken en bezochten de leerlingen in de klassen (elektriciteit, hout).  Onze groep was blij verrast met de positieve ingesteldheid en het algemene studieniveau van deze leerlingen.  Hier kwam duidelijk naar voor dat het idee van “hoge scholing” zeker doorgetrokken kan worden naar technische en beroepsafdelingen.

Hoge scholing is een belangrijke troef voor onze gemeenschap en ons land.   Maar we moeten hoge scholing nastreven voor zowel ASO, TSO en ook BSO.  Anders, maar gelijkwaardig.  Misschien kunnen de budgetten van minister Fientje Moerman worden aangesproken om creatieve ideeën uit te werken die leiden naar dat soort van gelijkwaardigheid.

Terwijl de meeste mannelijke Turkse leerkrachten geen Engels praatten deden hun echtgenotes dit wel, want ze leerden een tweede taal, Europa in het vooruitzicht.

Een verfrissend bezoek in alle opzichten.

 

Niet levende materie, zeg maar fysica en scheikunde, moeten deel uitmaken van het aangeboden leerstofonderdelenpakket in de eerste graad.

Terloops hebben de fysici en scheikundigen de situatie geschat en het lobbyen begint.  De benaming “eindtermen natuurwetenschappen” geeft enige vrijgeleide. Nadien zullen wellicht echte leerstofonderdelen worden binnengebracht.  Worden deze leerstofonderdelen bovendien niet geïntegreerd met de levende materie gegeven (biologie) dan krijgen we een afgietsel van de natuurwetenschappen in de hogere cycli (derde graad) waar dikwijls de 'onderdelen' biologie, scheikunde en fysica apart worden gegeven.  Dat was, wat naar mijn mening, oorspronkelijk niet de bedoeling.

Rekening houdend met het abstractieniveau van de leerlingen, met hun ontwikkelingsgeschiedenis en met het aanschouwelijke karakter van het vak biologie is de biologie de ideale wetenschap om leerlingen zowel de levende materie als geïntegreerd de niet levende materie bij te brengen.  Op die wijze kunnen ze even goed en op het juiste moment klaar zijn om de abstractere scheikunde en fysica aan te kunnen.

Dat, vertrekkend van de aanschouwelijkheid van de biologie, levende en geïntegreerd de niet levende materie op een vakoverschrijdende manier kan worden gegeven bewijzen onze noorderburen met de uitgave van enkele pareltjes van handboeken.

Voorwaarde tot dit alles blijft een voldoende ruim urenpakket.

 

Wat niet ter sprake is gekomen is de bijdrage van de leerkrachten tot deze resultaten.

- Wordt de biologie niet al te dikwijls als opvulvak beschouwd bij het opstellen van de lesopdrachten?  Cfr. de vele leerkrachten met slechts één of twee uur biologie in hun opdracht.

- Zijn wij nog de met dieren, planten en andere materialen sleurende leerkrachten? Worden we niet overbevraagd?

- Is de leerlijn die in ons vak zit voldoende uitgebouwd om draagkracht te hebben? Wordt niet te veel leerstof al te snel vergeten na korte tijd?

- Hoe zit het met het instroomniveau, de basiscompetenties van onze leerkrachten?

- Welk resultaat zou de minister behaald hebben bij het invullen van de proef?

 

Dit zijn maar enkele opmerkingen en elk van deze opmerkingen is weer onderhevig aan kritiek en/of gedeeltelijke weerlegging.

Toch is het belangrijk dat wij als leerkrachten wetenschappen mee nadenken over het vak biologie en de wijze waarop we het onderwijzen.  Misschien moeten we na zelfreflectie dingen bijsturen, veranderen en optimaliseren.

De eigenlijke debatten kunnen beginnen…

 

Ignace Nerinckx (Muizen)

 

 

Natuurwetenschappen in het lager onderwijs

 

Dat ongeveer de helft van de kinderen met een wetenschappelijke ambitie zijn droom waarmaakt, wijst er volgens Robert Tai [Amerikaans hoogleraar didactiek van de wetenschappen] en zijn collega’s op dat de ervaringen in de lagere school een belangrijke invloed hebben op de latere beroepskeuze.  “Dat suggereert dat we kinderen al vroeg met wetenschap moeten in aanraking brengen, als we meer studenten naar wetenschappelijke richtingen willen lokken.  De kennismaking met wetenschap en de aanmoediging van de interesse ervoor mag niet worden verwaarloosd ten voordele van een grote nadruk op het louter voorbereiden op examens”, stellen de onderzoekers.

 

Kim De Rijck, wetenschapsjournaliste - “De Standaard” (1 juni 2006).

 

In de krant verscheen een verslag van een onderzoek over de invloed van de lessen natuurwetenschappen in het lager onderwijs.  Het besluit was dat bij leerlingen die al in het lager onderwijs met de natuurwetenschappen vertrouwd gemaakt worden, de kans verhoogt dat die leerlingen later een natuurwetenschappelijke richting inslaan.

 

Dat Vlaanderen een tekort heeft aan wetenschappers is een bekend gegeven.  We hebben geen materialen in onze ondergrond die ons welvaart en welzijn kunnen bezorgen, alleen onze hersenen vormen een grondstof die van onschatbare waarde is.  De industrie smeekt om ingenieurs en mensen die vertrouwd zijn met de informatie- en communicatietechnologie, zieken moeten soms weken wachten vooraleer ze bij een artsspecialist geraken, apothekers moeten hun zaak sluiten als ze op vakantie willen gaan, want er zijn geen vervangers beschikbaar, in de nabije toekomst zullen er tandartsen tekort zijn, scholen vinden met moeite leerkrachten wetenschappen, enz.

 

Als men zich afvraagt wat scholieren bezielt om na het middelbaar onderwijs toch in het hoger onderwijs een wetenschappelijke richting in te slaan, blijkt het nogal dikwijls dat die scholieren al in het lager onderwijs geïntrigeerd werden door alles wat met de natuur samenhangt.  Als men dus wil dat in het middelbaar en in het hoger onderwijs leerlingen meer wetenschappen studeren, zal men daarvoor al in de lagere school de basis moeten leggen.

 

We weten dat in de onderwijsloopbaan van een kind de kleuteronderwijzer(es) en de onderwijzer(es) uiterst belangrijke leerkrachten zijn.  Zij leggen het fundament voor elke daaropvolgende onderwijsvorm.  Als het voor een kind in het kleuter- of lager onderwijs misgaat, zal het kind daarvan voor de rest van zijn leven de kwalijke gevolgen dragen.  Een bewijs van die stelling leveren ons de vele problemen waarmee allochtone kinderen geconfronteerd worden.  Veel van die kinderen hebben al moeilijkheden in het basisonderwijs en in het middelbaar onderwijs worden die problemen nog groter.

 

In het lager onderwijs komt een of andere vorm van natuurwetenschappen aan bod in de lessen milieustudie, werkelijkheidsonderricht of wereldoriëntatie, waarin dan een eenvoudige inleiding in de biologie en de fysica gegeven wordt.  Nu heeft een onderwijzer(es) een bijna onmogelijke opdracht om dat heel goed te doen.  Hij of zij – en het is meestal een “zij” – moet les geven in wel tien vakken.  We dagen onze collega’s leerkrachten biologie uit om eens na te denken over wat ze ervan zouden vinden indien ze leerlingen zouden moeten leren lezen, rekenen, schrijven en lessen aardrijkskunde, geschiedenis, lichamelijke opvoeding, muziek zouden moeten geven… Het is heel begrijpelijk dat onderwijzers(essen) nogal dikwijls zich vooral inspannen om de “drie R’s” goed aan te leren (reading, writing and arithmetic – lezen, schrijven en rekenen).

 

Mijn ervaring als normaalschoolleraar heeft me geleerd dat de lessen natuurwetenschappen in de uitvoering – d.w.z. niet het lessenrooster op een geduldig stuk papier – nogal dikwijls zeer stiefmoederlijk behandeld worden.  Als een les rekenen of denkend lezen te lang uitloopt, is het dikwijls een les in de zaakvakken, zoals natuurkennis, die sneuvelt. In het licht van wat in de inleiding geschreven werd is dat toch heel jammer.

 

We zien maar één remedie: de leerkrachten van het kleuter- en lager onderwijs gesneden brood aanbieden, namelijk op maat gemaakte, uitgewerkte lessen en aangepast didactisch materiaal.  Dat vergt initiatief, mankracht en financiën.  We weten niet of inspecteurs, pedagogische begeleiders en andere verantwoordelijken voor de kwaliteit van het lager onderwijs voldoende beseffen hoe belangrijk het onderwijs natuurwetenschappen in het basisonderwijs is.  En misschien kan elke biologieleerkracht in zijn eigen school al de leerkracht van de lagere school spontaan hulp aanbieden, de kinderen en het onderwijs ten goede.

 

Walter Deconinck (Kortrijk)

 

 

De evolutietheorie in het onderwijs

 

In het BIO-nummer van januari 2007 wordt gevraagd naar informatie over de evolutietheorie, meer bepaald voor onderwijsdoeleinden.

 

Voor leerlingen

 

Recente gegevens over de evolutie van de mens staan in een onlangs verschenen boek dat zeer verhelderend en ongetwijfeld goed geschikt is voor leerlingen van het hoger middelbaar onderwijs: Carl ZIMMER: “Waar komen we vandaan?” (Standaard, Antwerpen. 2006. 176 blz.. 19,95 euro).

 

Veel lof kreeg ook het boek over de evolutie in het algemeen geschreven door Bas HARING: “Kaas en de evolutietheorie” (Houtekiet, Antwerpen. 160 blz.. 9 euro).  Een zogenaamd jeugdboek dat ook heel goed voor volwassenen geschikt is.

 

Voor biologieleerkrachten

 

De ietwat oudere brochure “Teaching About Evolution and the Nature of Science”, ongeveer 135 bladzijden en in 1998 uitgegeven door de Amerikaanse “National Academy of Sciences”, kan volledig gedownload worden vanuit de website:

http://www.nap.edu/readingroom/books/evolution98/

 

National Center for Science Education

 

Wie geïnteresseerd is in de discussie tussen de voorstanders van de evolutietheorie en die van het “Intelligent Ontwerp” (“Intelligent Design”; ID) vindt woord en wederwoord in de webstek van het “National Center for Science Education”: http://www.ncseweb.org 

Tik in de rechterkolom op de blauw weergegeven titel “Pandas Resources”: je komt op een uitvoerige tekst waarin onder meer kritisch de verschillende hoofdstukken van het boek “Of Pandas and People”, een fundamenteel werk van de “Intelligent Design”-beweging, besproken wordt.  Het laatste onderwerp in dezelfde kolom “Icons of Evolution?” bevat ook een discussie over de verhouding tussen de evolutietheorie aan de ene kant en de voorstanders van het creationisme en van het “Intelligent Ontwerp” aan de andere kant.

 

Nog steeds in dezelfde kolom ontmoet je een webstek waarin de evolutie en de evolutietheorie uitgelegd worden: “Understanding Evolution”. De tekst is rijkelijk geïllustreerd en in het bijzonder bestemd voor het middelbaar onderwijs. Hij gaat vergezeld van uitvoerige didactische raadgevingen, die je vindt onder de titel “Teaching evolution”.  Het geheel is voor de leerkracht biologie ongetwijfeld het “neusje van de zalm” en van de hoogste kwaliteit!  Daarenboven worden voortdurend nieuwe gegevens en ontdekkingen in verband met de evolutietheorie opgenomen.

 

Evolutie in een notendop

 

Eveneens in de vorm van een overzichtelijk weergegeven uiteenzetting over de evolutie kun je vinden in de webstek: http://www.blackwellpublishing.com/ridley 

Tik daar in de linkerkolom op “Tutorials” in “Website Resources”.  Je kunt onder dezelfde titel ook een woordenlijst, de beschrijving van gedachte-experimenten en een geologische tijdschaal aantreffen.

 

You Tube

 

Er zitten ook enkele films in “You Tube”, de website van het internet waar iedereen een videofilmpje kan op plaatsen.  Er zijn er nu ook over evolutie, creationisme en “Intelligent Ontwerp”. 

Neem de webstek http://www.youtube.com en tik in het zoekvenster “Search” de identificatiecode “cdk007”.  In de aangeboden lijst van films zie je o.m. de films “Evidence for Evolution” (2.32 min) en “Evidence for Evolution. Part II” (5.56 min).  Je vindt in die lijst ook films uitgaande van voorstanders van het creationisme en van het “Intelligent Ontwerp”.  Als je in het zoekvenster de trefwoorden “Evolution”, “Theory of evolution” of “Darwinism Theory” intikt, krijg je eveneens allerlei korte en soms één uur durende films in verband met de hiervoor genoemde onderwerpen te zien.  Idem voor de namen van “Charles Darwin”, “Richard Dawkins”, “Daniel Dennett” en “Jared Diamond”. Veel rommel en verrassingen gegarandeerd.

 

Eugenie Scott

 

Eugenie Scott (°1955), een antropoloog, is sinds 1987 voorzitter van de “National Center for Science Education”.  Zij is een algemeen erkende deskundige omtrent de twistpunten tussen de evolutieleer, het creationisme en de “Intelligent Ontwerp”-beweging.  In 2004 verscheen van haar het boek “Evolution vs. Creationism. An Introduction” (Greenwood Press), waarvan in 2005 een nieuwe uitgave verscheen (University of California Press).  In 2006 publiceerde ze samen met Glenn Brauch de anthologie “Not in Our Classroom. Why Intelligent Design is Wrong for Our Schools” (Beacon Press).

 

Eugenie Scott schreef ook de inleiding van het in 2006 door de “National Science Teachers Association” uitgegeven boek “Virus and the whale: exploring evolution in creatures small and large”.  Deze inleiding (“Introduction”) geeft in een kort bestek (4 bladzijden) op een weloverwogen wijze haar ideeën weer over de relatie tussen de evolutieleer en de godsdienst(en).  Deze inleiding kan men volledig lezen op de webstek: http://www.nsta.org/main/pdfs/store/pb196xweb.pdf

 

Men kan ook een uiteenzetting (ongeveer 44 minuten) van haar horen in de website:

http://www.pointofinquiry.org/?p=47 en dan tikken op “DOWNLOAD MP3”.

 

Kenneth Miller

 

Een film met een uiteenzetting van de Amerikaanse, katholieke hoogleraar celbiologie Kenneth Miller (°1948) over het feit dat de “Intelligent Ontwerp”-theorie niet thuishoort onder de natuurwetenschappen, kan men horen op “You Tube”. 

Neem http://www.youtube.com en plaats in het zoekvenster “Ken Miller”.  Je kunt dan in de film “Ken Miller on Intelligent Design” de in 2005 gegeven lezing van Miller volgen.  Deze film duurt 1 uur 57 minuten en daarin neemt de lezing van Miller ongeveer 70 minuten in beslag, gevolgd door vragen uit het publiek die door de spreker beantwoord worden.  Een tweede film “Ken Miller on Apes and Humans” omvat een viertal minuten uit de volledige lezing en geeft een verslag over een merkwaardige vaststelling over de relatie tussen de mens en de mensapen.

 

Kenneth Miller is de auteur van het herhaaldelijk herdrukt boek “Finding Darwin’s God. A Scientist’s Search for Common Ground between God and Evolution” (New York, Harper Collins. 1999 en latere herdrukken).  Van dit boek kan men op het internet een uittreksel uit het laatste hoofdstuk lezen en afdrukken (14 bladzijden) via de webstek:

http://brownalumnimagazine.com/storydetail.cfm?Id=1838

 

Juridisch proces evolutie-Intelligent Ontwerp

 

In de lezing verwijst Ken Miller herhaaldelijk naar het proces “Tammy Kitzmiller, et al. tegen Dover Area School District, et al.”.  Dover, een plaatsje in de Amerikaanse staat Pennsylvania (1815 inwoners), kreeg in de jaren 2004 en 2005 nationale belangstelling. Het schoolbestuur van het “Dover Area School District”, verantwoordelijk voor enkele scholen, eiste dat de leerlingen van het openbaar onderwijs in de negende klas in de biologielessen konden kennis maken met de “Intelligent Design”-theorie, evenwaardig met het Darwinisme.  Enkele leraars wetenschap-pen en ouders, waaronder Tammy Kitzmiller, waren daarmee niet akkoord en spanden een proces in tegen het “Dover Area School District”, dat op 26 september 2005 begon.

 

Hoogleraar Kenneth Miller, tegenstrever van het behandelen van “Intelligent Design” als een wetenschappelijke theorie, was een van de experten op het proces.  De katholieke hoogleraar biochemie Michael Behe, een fervente verdediger van het onderwijzen van “Intelligent Design” in de biologielessen, was een opponent.  Behe is de auteur van het in tien talen vertaalde boek “Darwin’s Black Box. The Biochemical Challenge to Evolution” (Simon & Schuster. Bijgewerkte editie in 2006).  Vertaald in het Nederlands: “Intelligent Design: de zwarte doos van Darwin” (Ten Have, Baarn. 1997 en latere drukken).  De ondervragingen op het proces zijn heel interessant om te volgen en het letterlijk verslag ervan kan je lezen in de webstek:

http://www.talkorigins.org/faqs/dover/kitzmiller_v_dover.html

Rechter John E. Jones vonniste op 20 december 2005 dat het onderwijzen van “Intelligent Design” in de biologielessen onwettelijk is.  Het vonnis beslaat 139 bladzijden en staat op het internet.  Het hele vonnis of delen ervan kunnen gedownload en afgedrukt worden vanuit de website:

http://en.wikisource.org/wiki/Kitzmiller_v._Dover_Area_School_District/1:Introduction

De bladzijden 64 tot en met 89, onder de titel “Whether ID is Science” en die makkelijk afzonderlijk afgedrukt kunnen worden, bevatten een uitvoerige verantwoording waarom “Intelligent Ontwerp” niet thuishoort bij de natuurwetenschappen en ook geen wetenschappelijke theorie is.

 

Walter Deconinck (Kortrijk)

 

 

Welk effect heeft de opwarming van het klimaat op de plantengroei?

 

Op 9 januari 2007 voorspelde het KMI 14 °C, een ongewoon hoge wintertemperatuur.  Ook in New York brak men met 22 °C alle records sinds men temperatuurmetingen uitvoert.

Ondertussen is het overduidelijk merkbaar dat de aarde aan een opwarming bezig is.  Zal dit enkel een effect hebben op de kostprijs van onze energiefactuur of onze skivakantie die in het water valt, of gaat de impact veel verder?

 

In de Nationale Plantentuin staat de studie en de conservatie van planten centraal.  Uiteraard volgt men hier, net zoals in andere botanische tuinen in de wereld, met verhoogde aandacht, de effecten van global warming in het algemeen en hun invloed op de plantenwereld.

Voorspeld wordt dat deze eeuw de gemiddelde temperatuur wereldwijd nog zal stijgen met 2 tot 4.5 graden, dat het zeeniveau een halve meter hoger komt te liggen, dat de intensiteit van klimaatfenomenen als El Niño en orkanen in intensiteit zullen toenemen, dat het poolijs smelt en men in Afrika en Azië extreme droogte zal kennen.

 

Op lokaal vlak betekent dit dat hier bij ons minder vorst zal optreden, de lente steeds vroeger zal komen, de gemiddelde jaartemperatuur wat hoger zal liggen, maar ook dat de winters veel natter zullen zijn met overstromingen tot gevolg en de zomers veel warmer en droger met waterschaarste.

 

Wereldwijd hebben de klimaatswijzigingen een impact op de wilde planten. 

·       Temperatuureffect - De gemiddelde minimum- en maximumtemperatuur zijn determinerende factoren voor de verspreiding van planten.  Palmbomen bijvoorbeeld kunnen geen vorst verdragen omdat hun hart (meristeem) bevriest.  Of nog, de zomertemperatuur bepaalt aan de poolcirkel tot hoe kort bij de noordpool bomen kunnen groeien.  De bomen van bij ons hebben dan weer een vorstperiode nodig voor hun bladval en hun nieuwe knoppen maar nog belangrijker om hun zaden achteraf te laten kiemen.

·       Neerslageffect - De hoeveelheid neerslag laat in Afrika de balans omslaan van grassavanne naar boomsavanne of woud.

 

Hetgeen ons nog het meest zorgen baart is het effect op de biodiversiteit.

·       Sommige soorten zullen niet meer meekunnen omdat ze eenvoudigweg niet snel genoeg hun verspreidingsgebied kunnen verleggen.  Soorten met een langzame levenscyclus of trage verbreiding zijn het meest kwetsbaar.

·       Geïsoleerde populaties worden bedreigd omdat ze nergens heen kunnen, ze zijn een doodlopende straat ingeslagen.  Denk maar aan arctische (pool-) en alpiene (berg-) soorten maar evenzeer kustsoorten die gevangen zitten tussen de stijgende zee en volgebouwde kustzone of endemen van eilanden.

·       De genetische variatie binnen de soort zal wijzigen omdat de selectiedruk door het veranderende klimaat in een bepaalde richting gestuurd wordt.

·       Invasieve planten zullen oprukken omdat zij handig gebruik zullen maken van snelle verbreiding in een nieuwe omgeving.  We zien nu al dat bepaalde soorten dravik (Bromus) tijdens natte zomers sneller uitbreiden.  Invasieve soorten worden bovendien nog een handje geholpen door de mens die door de globalisering planten al dan niet bewust over de hele wereld verspreid.

 

Tot slot nog enkele voorbeelden van planten die nu reeds bedreigd zijn door de klimaatswijziging:

De dubbele kokosnoot of coco de mer (Lodoicea maldivica) is een bijzondere palm waarvan de zaden de allergrootste zaden zijn in de plantenwereld (tot 30 kg).  De mens is al generaties lang gefascineerd door deze zaden, waardoor de zaden door souvenirjagers geroofd worden.  De plant komt enkel op de Seychellen voor, heeft 2 jaar nodig om te kiemen en minstens 25 jaar om vruchten voort te brengen. De eilandengroep wordt overspoeld door invasieve plantensoorten en door de klimaatswijziging komen bosbranden er als maar vaker voor.  Een cocktail van factoren die maakt dat dit één van de meest bedreigde planten te wereld is geworden.

De witte prairieorchidee (Platanthera leucophaea) komt enkel voor in de moerassen en veengebieden van de Amerikaanse staat Illinois.  Daar merkt men de laatste jaren een sterke daling van de neerslag waardoor deze gebieden langzaam droger worden.  Voor deze orchidee en andere familieleden ziet de toekomst er niet bepaald rooskleurig uit.

Zelfs de boshyacint (Hyacinthoides nonscripta), het prachtige bolgewas dat door zijn massale aanwezigheid onze bossen met blauwe voorjaarstapijten kleurt, ontsnapt niet aan de bedreigingen.  In Groot-Brittannië waar de helft van de populatie voorkomt worden de bolletjes massaal uit de bossen geroofd door bloembolverkopers, maar daarnaast spelen nog twee andere factoren een rol in het voortbestaan van deze soort.  Door de opwarming van het klimaat slaagt de Spaanse hyacint om ook buiten onze tuintjes te overleven en te hybridiseren met de wilde boshyacint met alle gevolgen van dien.  Daarnaast zorgen de zachte lentes ervoor dat soorten zoals fluitenkruid of paardenbloem, die normaalgezien pas beginnen groeien nadat de boshyacint zijn seizoen al achter de rug heeft, de concurrentiestrijd aangaan om open plekken in het bos te veroveren.

 

Meer info: 'Climate change may threaten more than one million species with extinction'

www.conservation.org/xp/news/press_releases/2004/010604.xml

 

(Persmededeling Nationale Plantentuin)

 

 

Boshuis Ravels

 

In het bezoekerscentrum Boshuis Ravels (aan de rand van het Gewestbos Razels) staat een permanente interactieve tentoonstelling over de geschiedenis van het bos en over de natuur in het algemeen.

Klassen uit de 1ste graad S.O. kunnen volgende projecten meemaken.

 

Dagprojecten (¤ 3,00 per leerling, met een minimum van ¤ 60,00 per klas)

- Biotoopstudie 'Het water'

- Biotoopstudie 'Het bos'

- Biotoopstudie 'De heide'

- De bloem

 

Halve-dagproject (¤ 1,50 per leerling, met een minimum van ¤ 30,00 per klas)

- Natuurzoektocht met foto's

 

Er zijn ook allerhande binnen- en buitenateliers mogelijk.

Meer info en reservering: Bezoekerscentrum Boshuis Ravels, Jachtweg 27, 2380 Ravels, 014/65 88 88 (Brigitte Van Dongen - 0478/438 104), boshuisravels@belgacom.net

Vrije toegang op zondagen van 13.00-18.00 uur.

 

 

Tijd voor biodiversiteit!   

 

Wedstrijd voor leerlingen van 6 tot 18 jaar georganiseerd door de federale overheidsdienst Leefmilieu en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

 

Biodiversiteit is het geheel van planten, dieren, zwammen en andere levensvormen op aarde.  Biodiversiteit gaat niet enkel over snoezige hamsters of kleurrijke bloemen, ze zorgt zomaar eventjes voor alles wat we nodig hebben om te overleven en ons goed te voelen: zuurstofgas, voedsel, geneesmiddelen, zuivere lucht en water, een vruchtbare bodem en nog zoveel meer.  Dit alles wordt echter in gevaar gebracht door de activiteiten van de mens. 

 

Tijd om er iets aan te doen, tijd voor biodiversiteit!  Wat zou jij doen om de achteruitgang van natuur en biodiversiteit te stoppen? 

Zaet je ideeën op een tekening, of maak er een knutselwerk, een film, een gedicht, een essay, webpagina’s, een blog of enig ander (kunst)werk over.

 

Je kunt zowel in je ééntje deelnemen als met je klas. 

Er worden individuele en klassikale prijzen voorzien in de leeftijdscategorieën 6-9 j., 10-12 j., 13-15 j. en 16-18 j.  Vergeet niet je naam, leeftijd, adres, telefoonnummer en eventueel e-mailadres te vermelden.  Als je met je klas deelneemt, vermeld je naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van je school alsook je leerjaar en hoeveel klasgenoten je hebt.

 

Zend je werk vóór 1 mei 2007 naar Tijd voor biodiversiteit, KBIN, Vautierstraat 29, 1000 Brussel of via e-mail naar biodiversiteit@natuurwetenschappen.be.

De winnaars zullen worden uitgenodigd voor de prijsuitreiking, maar ook de anderen blijven niet in de kou staan. 

Hou in elk geval de websites www.natuurwetenschappen.be en www.health.fgov.be in de gaten.

 

Wil je meer info over biodiversiteit, of wat inspiratie om aan je uitdaging te beginnen, dan kun je gratis volgende werkjes bestellen.

° Biodiversiteit in België: een overzicht

° Biodiversiteit in België: opmars van exoten

° Biodiversiteit in België: van vitaal belang (verschijnt in maart/april)

° Bombyboek: elke dag zijn biodiversiteit (verschijnt eind maart)

Leerkrachten kunnen voldoende exemplaren aanvragen voor al hun leerlingen.

Je kunt bestellen door te bellen naar 02/524 95 26, te e-mailen naar mieke.vandevelde@health.fgov.be

of te schrijven naar FOD Leefmilieu, DG-5, bureau 2C37, Victor Hortaplein 40 bus 10, 1060 Brussel. Vergeet niet je adres en het aantal gewenste exemplaren te vermelden.

 

 

Met zonnige groeten

 

Elke dag komt ze op en gaat ze weer onder en we denken er nauwelijks over na.  Of het nu bewolkt is of nacht: de zon schijnt altijd.  De zon is er gewoon, vanzelfsprekend, een trouwe ster, handig om de dag van de nacht te onderscheiden en lekker aan het strand op vakantie.

De stralende vuurbol fascineert de mens al eeuwen.  De prehistorische mens wist al dat de zon een belangrijke energiebron was voor het leven op aarde.  In verschillende culturen was de zon een god, een bijzondere verschijning die aanbeden werd door mensen.  Er werden dan ook talloze offers gebracht aan de zon.

Bijna alle leven op aarde is afhankelijk van de zon.

De zon is een onuitputtelijke energiebron waarmee we water kunnen opwarmen, ons huis mee kunnen verwarmen of waarmee we elektriciteit kunnen opwekken.  Dit gebeurt allemaal gratis en voor niets, ook in het vaak bewolkte België. 

Toch heeft de zon ook iets mysterieus.  Het is een onaards verschijnsel, dat vraagt om een verklaring.  De Vroente in Kalmthout geeft van 3 maart t.e.m. 4 november waar mogelijk antwoorden in de tentoonstelling "Met zonnige groeten" met een tijdelijke uitbreiding over zonne-energie van 3 t.e.m. 26 maart.  Je kunt er zelf experimenteren met zonne-energie.  Gratis toegang!

 

NEC De Vroente, Putsesteenweg 129, 2920 Kalmthout (03/620 18 30).  Openingsuren: weekdagen 9-17 uur, weekend en feestdagen 14-17 uur.  Uitzonderlijk gesloten op 2 juli.

 

 

Stages – bijscholingen – symposia

 

Biologie heet van de pers

 

Datum: woensdag 18 april 2007

Plaats: UA, Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk

Programma: drie lesgevers stellen op een ook voor geïnteresseerde leerlingen verstaanbare manier de essentie voor van hun recent doctoraat

- Macho's of Don Juans: de voortplantingstechnieken bij de mannelijke bonobo's.

- Genetisch-ecologisch onderzoek ten behoeve van de conservatie van de rivierdonderpad en het bermpje, twee inheemse zoetwatervissoorten.

- Biomechanische determinanten bij de normale ontwikkeling van de bipedale gang bij de mans.

Onkosten:  ¤ 28,00

Inschrijving: www.ua.ac.be/cno

Info: 03/820 29 60, cno@ua.ac.be,

 

 

Vliebergh-Sencieleergangen

 

Datum: 23-24 augustus

Plaats:  K.U.Leuven

Onderwerp: 'Microscopie in de klas' (voor 1ste, 2de en 3de graad)

Programma: zie www.kuleuven.be/vliebergh

Onkosten: ¤ 40-50

Info: vsc@avl.kuleuven.be - 016/32 94 09

 

 

Een studiedag op je eigen school

 

Op vraag komen de medewerkers van NMEC De Helix voor jou en je collega's een van onderstaande workshops uitwerken in je school.  Een minimum van 10 deelnemers is vereist.  De vorming is gratis.  Enkel verplaatsingsonkosten worden aangerekend.

 

Aan de slag met afval (een programma voor 11–14 jarigen)

 

Duur: een halve dag

Doelgroep: leerkrachten S.O. 1ste graad

Inhoud

Een praktische vorming boordevol nieuwe ideeën, tips en opdrachten bruikbaar bij de organisatie van een milieudag.  Tegelijkertijd krijg je als deelnemer meer achtergrondinformatie over het thema afval.

·       Hoe kun je de jaarlijkse afvalberg geproduceerd door één Vlaming visueel voorstellen?

·       Doorlopen van een circuit met verschillende praktische opdrachten o.a. papier maken van oud papier, determineren van verschillende soorten plastiek, compostdiertjes, …

·       Korte film over recyclage van batterijen, autobanden, plastiek, beeldschermen en blik.

·       Educatief computerspelletje waarmee je kunt testen hoe deskundig je bent in het  sorteren en voorkomen van afval.

·       Korte voorstelling van beschikbaar educatief materiaal voor secundair onderwijs en basisonderwijs: pak- je- afval, de compostkoffer,  lespakket ‘composteren met kinderen’, cd- rom ‘afval minderen voor kinderen’ met lesfiches, cd-rom ‘iedere leerling voorkomt afval’, ‘bezoek aan een containerpark’.  

 

Biotoopstudie in de directe schoolomgeving (een programma voor 12-14 jarigen).

 

Duur: een volledige dag

Doelgroep: leerkrachten S.O. 1ste graad

Inhoud

Deze activiteit is een praktische uitwerking van enkele vakgebonden eindtermen biologie en vakoverschrijdende eindtermen milieueducatie van de eerste graad secundair onderwijs.

Vanuit praktijkvoorbeelden en de creativiteit van de deelnemers ontwerpen we met alle deelnemers een natuurleerpad waarbij de kinderen zelfstandig en actief de biotoopstudie van het bos of van andere biotopen in de directe omgeving kunnen uitvoeren.

Deze oefening geeft je ideeën en tips om in de eigen schoolomgeving, in een bos of park in de buurt een leerpad te maken. Eens ontworpen kan het meerdere jaren gebruikt worden zonder veel extra werk en intense begeleiding.

Tijdens deze activiteit krijg je een antwoord op volgende vragen.

·       Hoe organiseer je een biotoopstudie op het terrein zonder veel hulp van derden?

·       Welke zijn de doelen van de terreinstudie en hoe begin je eraan?

·       Hoe maak je de opdrachten gericht naar hoofd, handen en hart?

·       Hoe stel je de werkblaadjes met opdrachten aantrekkelijk op?

·       Hoe stimuleer je de leerlingen tot zelfstandig en onderzoekend leren?

·       Welke praktische en organisatorische zaken moet je overwegen?

·       Wat zijn de aandachtspunten voor het maken van een natuurleerpad?

·       Welk traject kies je best uit? Hoe kies je de stopplaatsen?

·       Hoe organiseer je het groepswerk?

·       Hoe kan je het onderzoeken van zowel biotische en abiotische factoren als de invloed van de mens integreren?

·       Hoe evalueer je het natuurleerpad? En de biotoopstudie?

 

Decibels in de praktijk (een programma voor 14-16 jarigen)

 

Duur: een halve dag

Doelgroep: leerkrachten S.O. 2de graad

Inhoud

Een zeer praktijkgericht programma waarin je kennis maakt met de eigenschappen van geluid en een andere kijk krijgt op de ons omringende decibels en de gevaren ervan.

Een aantal vragen over geluid worden reeds tijdens een inleidend gedeelte beantwoord en geïllustreerd met een powerpointpresentatie.

·       Wat is geluid?

·       Wat is een frequentie?

·       Wat is een decibel?

·       Waar situeert zich ons hoorbaar gebied?

Tijdens het praktijkgedeelte in de directe omgeving en verspreid over 4 locaties worden er praktische opdrachten uitgevoerd waarin volgende eigenschappen en vaardigheden aan bod komen:

·       Gebruik van de decibelmeter en interpreteren van de metingen.

·       Opstellen van een decibelschaal.

·       Proefondervindelijk leren hoe geluid zich voortplant, versterkt, geabsorbeerd of gereflecteerd wordt.

Het tweede deel van de presentatie onthult de resultaten van de buitenopdrachten en de verklaringen worden uitvoerig besproken.

Hierna wordt er aandacht besteed aan de werking van het gehoor en de vraag wanneer geluid schadelijk is. Ook het mogelijk gevaar bij gebruik van walkmans, mp3-spelers en I-pods wordt toegelicht.

 

Info: NMEC De Helix, Hoogvorst 2, 9506 Geraardsbergen, 054/317952 www.dehelix.be, dehelix@lne.vlaanderen.be,

 

Cyanobacteriën als voedsel

 

De cyanobacterie Spirulina was de traditionele voeding van de Azteken in Mexico en de Kanembou in Tsjaad.  Dit 'blauwwier' groeit in warme streken in ondiepe alkalische zoutmeren.

 

Spirulina is voedzaam: 65 % eiwitten, 15 % sachariden, 6 % vetten (o.a. linolzuur), 7 % mineralen en sporenelementen, 2 % vezels, 5 % water, vitamines.

 

Spirulina is gemakkelijk te telen in een in beweging gehouden vloeibare voedingsbodem van water met KNO3, K2HPO3, FeSO4, NaHCO3 en NaCl bij een temperatuur tussen 20-35 °C en geeft een opbregst van 6 g droge stof per m2 per dag.

 

Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

             

Het kagm houdt elke maandag van 20 tot 22 uur een werkavond in de bioruimte van de UA, Groenenborgercampus (ex-RUCA), Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen. De bioruimte is te bereiken vanaf parking 2, tussen de gebouwen U en S langs het hellend vlak naar beneden.

Iedereen die geïnteresseerd is in microscopie als hobby is van harte welkom. Hieronder het programma voor de volgende maanden. (P preparaat maken;  C causerie;  D diversen).

 

05/03 – P  Levermossen  

12/03 – P  Textielvezels 

19/03 – P  Vitaalkleuringen met protozoa

26/03 – D  Tips and tricks of the trade 

02/04 – D  Plankton onder de microscoop 

16/04 – P  Een plantenpreparaat

23/04 – C  Fasecontrast, interferentiemicroscopie, köhlerbelichtring 

07/05 – C  Blauwwieren 

 

Colofon

 

 

Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.

- Werkende leden: § 15
- Studenten: § 7
- Gepensioneerden: § 8
- Verenigingen, scholen e.a.: § 15


Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,Hoge Weg 234 - 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 euro met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.

Voorzitter
Ignace Nerinckx
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Muizenhoekstraat 6 -2812 Mechelen

e-mail: ignace.nerinckx@pandora.be

Ondervoorzitter

Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 - 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be

Secretaris
Victor Rasquin
Minister De Clercklaan 2 - 8500 Kortrijk
E-mail: [email]

Penningmeester

Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 - 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be

Redacteur Jaarboek
Vik Casteels
Witveld 1 - 2811 Leest
e-mail : Vik.Casteels@advalvas.be

Adreswijzigingen en lidkaarten

Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 - 2020 Antwerpen
E-mail: herman.snoeck@antwerpen.be