November 2006

 

INHOUD

 

·      De toekomst van de VOB
·      Biologie op het internet
·      Reis rond de wereld in 25 0000 jaar
·      De vertering van eiwitten
·      Haren van een zeeotter
·      Weet je wat ik zie als ik gedronken heb?
·      PIME
·      Hidrodoe
·      Eurekas
·      LIKONA jaarboek
·      Vragenrubriek
·      Onderwijstips
·      Koninklijk Antwerps genootschap voor micrografie
·      Colofon

 

De toekomst van de VOB

Heb je een artikel geschreven dat ook interessant is voor onze andere leden dan kun je dat insturen naar Vik Casteels (adres zie colofon) voor publicatie in ons volgend Jaarboek. Aarzel niet, van uitstel komt afstel. Tegen de kerstvakantie moeten de artikels binnen zijn.

Wij zoeken een nieuwe redacteur voor het Jaarboek!
Op de laatste bestuursvergadering van VOB heeft Vik meegedeeld dat dit het laatste Jaarboek is dat hij zal redigeren. Zie je het wel zitten om één keer per jaar dit jaarboek 'in elkaar te steken', maak je dan kenbaar bij de voorzitter. Uiteraard krijg je in den beginne alle ondersteuning van Vik.

Wij zoeken een nieuwe penningmeester!
Op diezelfde bestuursvergadering heeft Emiel Van Damme gevraagd om over een jaar de verenigingskas te mogen overgeven. Dit is dringend. Miel zal de nieuwe penningmeester gedurende een jaar inwerken (boek-houdingpakket enz. ). Onze voorzitter kijkt uit naar je kandidatuur.

Wie wordt de nieuwe redacteur van BIO?

Taakomschrijving: - in samenwerking met de penningmeester het ledenbestand in orde houden; - 6 maal per jaar BIO intypen; - adresstickers afprinten; - drukwerk, adresstickers plakken e. d. gebeurt in een beschuttende werkplaats; - BIO naar de post brengen; - in januari en maart lidkaarten met BIO mee verzenden; - in de loop van het jaar lidkaart en publicaties verzenden naar nieuwe leden (een 40-tal). De huidige redacteur geeft je graag alle informatie om deze taak met de minste moeite uit te voeren. Daar heeft hij al sinds 1992 kunnen aan werken. Voorzitter Ignace Nerinckx verwacht een kandidaat. Je maakt er meer dan 1000 collega's blij mee die hun BIO niet willen misse
n.


Biologie op Internet

Gratis encyclopedieën op het net

Voor de voorbereiding van een nieuwe les is een artikel uit een recente encyclopedie soms heel nuttig. Je vindt er gewoonlijk een goede, beknopte uitleg, gegeven door een deskundige en waarin ook de meest recente gegevens staan. Voor leerlingen kan het soms heel nuttig zijn om eerder een uitleg in een encyclopedie na te gaan, dan om te verdwalen in tientallen webstekken.


Wikipedia
De hiernavermelde gratis encyclopedieën zijn alle in het Engels. In het Nederlands kun je weliswaar via de webstek http://nl.wikipedia.org gratis Wikipedia raadplegen. Maar door het feit dat voor elk lemma heel dikwijls vrijwilligers met goede bedoelingen de uitleg geven of aanvullen, blijven soms toch kleine en grote fouten staan. Destijds stonden in het artikel over de fotosynthese al drie onnauwkeurigheden in de derde zin van de tekst: “In de thylakoïden in het chloroplast vind de fotosynthese plaats.” Dat moest natuurlijk zijn: “In de thylakoïden in de chloroplast vindt de fotosynthese plaats.” Je kunt natuurlijk ook de Engelse - http://en.wikipedia.org - of de Franse versie - http://fr.wikipedia.org - van Wikipedia raadplegen.


Winkler Prins
Voor streekgebonden informatie is weliswaar een aangekochte encyclopedie onmisbaar, zoals bijvoorbeeld de “Microsoft Encarta 2006. Encyclopedie Winkler Prins”. In het jaar 2007 verschijnt een nieuwe, bijgewerkte editie, die ongeveer 30 euro kost.
Men kan ook via het net met de Winkler Prins in de webstek http://nl.encarta.msn.com kennismaken. Onder de rubriek “Encyclopedie” kan men gratis de uitleg bij een beperkt aantal lemma’s lezen, bijvoorbeeld voor de term “bacteriën”. Voor de uitleg van de termen “spijsvertering”, “xyleem” en “fotosynthese” (zie verder) moet men een betalende “Online registratie” bezitten (ongeveer 35 euro per jaar).


Engelse gratis encyclopedieën

Naast de Engelse versie van Wikipedia zijn er nog een drietal andere Engelse encyclopedieën die men gratis kan raadplegen. Wie daarmee kennis wil maken kan bijvoorbeeld eens de uitleg bij de volgende lemma’s testen: spijsvertering (Engels: digestion), houtweefsel (xylem), fotosynthese (photosynthesis) en bacterie (bacterium). Deze encyclopedieën verwijzen meestal ook naar uitbreidingen, artikels of zaken die aangekocht kunnen worden. Maar voor een biologieleerkracht is de gratis verkrijgbare uitleg meestal voldoende.

HighBeam Encyclopedia:
http://www.encyclopedia.com Zet de term waarvan je de uitleg zoekt in het zoekvenster en tik op “Research”. Je kunt dan een keuze maken uit een aantal onderwerpen die met je ingetikte term verband houden. In de gegeven uitleg kun je dan nogmaals bepaalde termen voor verdere uitleg aantikken. Bij elk onderwerp vind je onderaan de rubriek “newspapers and magazines articles”. Na aantikken wordt verwezen naar zeer gespecialiseerde tijdschriftartikels, die je na betaling kunt raadplegen, maar sommige artikels, aangeduid met “FREE ARTICLE”, kun je gratis lezen.

Encyclopedie msn. Encarta:
http://encarta.msn.com Tik eerst “Encyclopedia” aan in de bovenste balk, zet dan de term in het zoekvenster en tik op “Go”. Je krijgt een reeks onderwerpen te zien waaruit je een keuze kunt maken. Soms levert het aantikken geen resultaat op en moet er betaald worden voor verdere uitleg. Er zijn soms onder de rubriek “Multimedia” mooie afbeeldingen en korte films te zien. Tik dan in de bovenste balk “Dictionary” aan, plaats opnieuw de term in het zoekvenster en tik op “Dictionary”. Je krijgt dan een eenvou-dige uitleg en je kunt ook de uitspraak van het woord horen. Als je “Dictionary” vervangt door “Thesaurus”, zie je eventueel enkele synoniemen van het behandelde woord en in een linkerkolom ermee in verband staande begrippen.


The Free Dictionary:
http://encyclopedia.thefreedictionary.com Tik eerst in de balk op “Dictionary/Thesaurus”, zodat het vakje gekleurd wordt, tik dan de term waarvan je de uitleg zoekt in het zoekvenster, laat de aanduiding “Word/Article” onder het zoekvenster staan en tik dan op “Search”. Je krijgt dan een woordenboekbeschrijving van de term. Je kunt van daaruit ook andere termen die verband houden met de eerste term aantikken. Je kunt nu hetzelfde herhalen met de rubrieken “Medical dictionary”, “Columbia encyclopedia” en “Hutchinson encyclopedia”. Vanuit deze rubrieken krijg je meestal, maar niet altijd, een uitvoerige uitleg over de term.

Walter Deconinck (Kortrijk)


ARGUS op Internet

www.argusmilieu.info/blog
www.argusmilieu.be
info@argusmilieu.be

ARGUS informeert voor een duurzame en milieuvriendelijke samenleving. Op de ARGUSwebstek kun je terecht voor
- alle informatie over de activiteiten van ARGUS;
- informatie over de meest uiteenlopende milieu- en natuuronderwerpen.

Sinds deze zomer is daar ook een blog bijgekomen. In ARGUS blogt! brengt Sven Van den Eynde ‘brekend nieuws’ over actuele milieuthema’s (klimaatverandering, duurzame energie, eco-economie…), een link-lijst naar relevante webstekken en meer. Dit alles geïllustreerd met het fraaiste wat de natuur ons te bieden heeft (en toonbaar is voor alle leeftijden). Een greep uit recente berichten:
- Permafrost aan vervanging toe
- Elk nadeel heeft zijn voordeel
- Blauwe tong
- Over straalmotoren en slechtvalken
- iPod Vs. CD
- Klimaatporno
- Piekolie


Reis rond de wereld in 25 000 jaar

De verspreiding van de eerste primaten
De primaten worden verdeeld in twee grote groepen. De groep van de Strepsirrhini (Halfapen) bevat de lemuren, de loris en hun fossiele verwanten. De groep van de Haphlorhini bestaat uit de spookdiertjes en uit de apen, waartoe ook de mens behoort, en hun fossiele verwanten. We hebben slechts een vaag idee over de voorouders van de huidige primaten, evenals over die van andere moderne groepen zoogdieren, die plots opdoken aan het begin van een tijdperk dat het Eoceen wordt genoemd, zo’n 55 miljoen jaar geleden. Fossiele vondsten lijken aan te geven dat zij in de geschiedenis bijna gelijktijdig in Azië, Europa en Noord-Amerika verschenen. Meerdere scenario’s hebben geprobeerd de verspreiding van deze groepen over de verschillende continenten te verklaren. Uit resultaten van dit nieuw onderzoek blijkt geen van deze hypothesen overeind te blijven. Integendeel, er verschijnt een heel nieuw biogeografisch scenario.

De oplossing: koolstof!

Thierry Smith, paleontoloog bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, deed een nieuwe studie naar de verspreiding van de eerste primaten, in samenwerking met zijn Amerikaanse collega’s Kenneth D. Rose van de Johns Hopkins University en Philip D. Gingerich van de University of Michigan. 
Ze baseerden hun onderzoek op het genus Teilhardina, de oudste gekende primaat. Dit diertje van 10 cm groot, was een neefje van de huidige spookdiertjes in Maleisië. De drie onderzoekers konden zeer nauwkeurig het moment vergelijken waarop Teilhardina op elk van de drie continenten van het noordelijk halfrond verscheen. De ouderdom van de gesteentelagen met de fossielen kon namelijk bepaald worden door de aanwezige hoeveelheid koolstof-13 (een radioactieve vorm van C12).
Aan het begin van het Eoceen wordt een opvallende daling van de hoeveelheid koolstof-13 in de atmosfeer gemeten, die gepaard gaat met een periode van intense wereldwijde opwarming van ongeveer 100.000 jaar. Dit minimum aan koolstof-13 kan dus dienen als een merkpunt in de tijd.
In Azië verscheen Teilhardina vóór het koolstof-13 minimum, in Europa tijdens het minimum, terwijl de eerste Teilhardina in Noord-Amerika pas na het minimum verschijnt. Hieruit konden de onderzoekers een volledig nieuwe hypothese voorstellen: Teilhardina migreerde van Zuid-Azië naar Europa, via de straat van Turgai (een oude landverbinding over de zee die toen Europa en Azië scheidde), en daarna verder naar Noord-Amerika via Groenland.

Globale opwarming: een duwtje in de rug voor snelle verspreiding?

Thierry Smith en zijn collega’s hebben kunnen aantonen dat de verspreiding van Teilhardina van Zuid-Azië naar Noord-Amerika in minder dan 25 000 jaar gebeurde. Deze snelle verspreiding van het ene naar het andere continent was mogelijk dankzij landbruggen die in die tijd aanwezig waren. Tijdens die 25 000 jaar heeft Teilhardina zich ook met een grote snelheid aan zijn omgeving aangepast, waardoor drie verschillende soorten ontstonden op de drie continenten: T. asiatica in China, T. belgica in België en T. brandti in Wyoming. Deze drie soorten vertonen een evolutie in de morfologie van de tanden met een progressieve verkorting van de kaak, gecombineerd met een verandering in de voedingsgewoonten, net zoals ook de mens en zijn voorouders hebben doorgemaakt.
Maar dat is nog niet alles! De drie onderzoekers tonen ook aan dat, aangezien Teilhardina enkel in de bomen leefde, er in Groenland een ononderbroken gordel van wouden moet geweest zijn tijdens die erg warme periode. Het is aannemelijk dat de intense globale opwarming een belangrijke motor was voor de verspreiding van de eerste moderne zoogdieren, tenminste tussen Europa en Noord-Amerika.
Deze studie werd gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences van de Verenigde Staten. De onderzoekers werden gefinancierd door Federaal Wetenschapsbeleid, de National Geographic Society en de U. S. National Science Foundation.

Meer weten:
Thierry Smith, Kenneth D. Rose en Philip D. Gingerich (2006) - Rapid Asia–Europe–North America geographic dispersal of earliest Eocene primate Teilhardina during the Paleocene–Eocene Thermal Maximum. In: PNAS 2006 103: 11223-11227
De bekende Amerikaanse wetenschapsjournalist Carl Zimmer heeft een commentaar geschreven op het artikel. (http://scienceblogs.com/loom/2006/07/19/hopping_to_wyoming_1.php#more).

(Persmededeling KBIN)


De vertering van eiwitten

We weten dat eiwitten in de maag verteerd worden tot polypeptiden onder invloed van maagsap dat o. m. het proteïnase pepsine en waterstofchloride bevat. Als we een troebele colloïdale oplossing van wit van ei in contact brengen met pepsinepoeder in een zuur milieu en bij lichaamstemperatuur, zien we dat de troebeling verdwijnt, zodat we mogen zeggen dat het eiwit als het ware in oplossing gaat. Eigenlijk gebeurt er een omzetting van onoplosbaar eiwit in oplosbare polypeptiden.
We staan er meestal niet bij stil dat dit “oplossen” van eiwitten ooit eens ontdekt werd. Heel lang heeft men gedacht dat de maag zorgde voor het fijnmalen van het voedsel, dat dan zo maar opgenomen werd in de weefsels van de maag.

René Réaumur
De eerste geleerde die de activiteit van het maagsap onderzocht, was de Fransman René-Antoine Réaumur (1683-1757), bekend van de temperatuurschaal van Réaumur. Hij bracht in blikken kokertjes die van openingen voorzien waren, stukjes voedsel en liet die kokertjes dan inslikken door vogels. Na hun tocht door het lichaam werden de kokertjes opgevangen en onderzocht. Hij stelde vast dat bij zaadetende vogels de kokertjes afgeplat waren, maar dat bijvoorbeeld gekookte gerstkorrels niet verteerd waren. Bij vleesetende vogels bleef er van stukjes vlees uit dergelijke kokertjes niet veel over. Bij roofvogels kon Réaumur gebruik maken van hun gewoonte om uit te braken wat ze niet kunnen verteren. Zo liet hij een wouw kokertjes met vlees inslikken; na enkele uren werden de kokertjes uitgebraakt en dan kon hij vaststellen dat het vlees verteerd was.

Lazzaro Spallanzani
De proefnemingen van Réaumur in verband met de spijsvertering werden door de Italiaanse priester Lazzaro Spallanzani (1729-1799) hernomen, getoetst en sterk uitgebreid. Hij publiceerde in 1780 de resultaten van zijn onderzoekingen in het boek Dissertazioni di fisica animale e vegetabile, waarvan in 1783 het onderdeel dat over de spijsvertering handelde in het Frans vertaald werd en in 1786 in het Nederlands. De onderzoekingen van Spallanzani zijn zo degelijk uitgevoerd dat hij beschouwd wordt als de grondlegger van de experimentele fysiologie en één van de tien grootste biologen aller tijden.
Spallanzani liet ook van gaatjes voorziene blikken kokertjes met brokjes voedsel inslikken door vogels, katten, honden en andere dieren en kwam zo, net als Réaumur, tot de vaststelling dat in de maag vlees verteerd wordt onder invloed van maagsap en dat de knedende werking van de maagspieren eigenlijk maar een bijkomstige rol speelt.
Maar Spallanzani beperkte zich niet tot de studie van de vertering bij dieren. Hij deed ook experimenten op zijn eigen lichaam. Hij slikte bijvoorbeeld houten kokertjes met brokjes vlees in, ving die na hun doorgang door het spijsverteringskanaal op en stelde dan vast dat het vlees volledig uit de kokertjes verdwenen was. Hij braakte ook opzettelijk maagsap uit en onderzocht daarmee de vertering van vlees buiten het lichaam. Daarmee was Lazzaro Spallanzani de eerste die ongeveer 225 jaar geleden de kunstmatige vertering met eiwitten uitgevoerd heeft, een experiment dat biologieleerkrachten met pepsinepoeder makkelijk in de klas kunnen demonstreren.
We zullen in het Jaarboek 2007 van de VOB een artikel laten opnemen waarin de experimenten van Spallanzani uitvoerig besproken worden. Daarnaast beschrijven we ook enkele spijsverteringsproeven bestemd voor het lager en het hoger middelbaar onderwijs, met onder meer enkele proeven die in een, twee, drie in de klas uitgevoerd kunnen worden.

Walter Deconinck (Kortrijk)


Haren van een zeeotter

Veronderstellen we dat een zeeotter 160 000 haren heeft per cm2. Dat zijn er 1600 per mm2. Op een zijde van het vierkant (1 mm) zouden er dan 40 haartjes naast elkaar kunnen voorkomen. Een haartje zou dan een diameter van 1000 µm: 40 = 25 µm mogen hebben. Dan zouden de haartjes wel tegen elkaar aangedrukt staan. Dat kan uiteraard niet, want de zeeotterpels moet veel lucht kunnen bevatten.
Die 25 µm leek ons erg dun - vergeleken met een mensenhaar - en daarom vroegen we aan Alex, een verzorger van de zeeotters in de Antwerpse Zoo, of hij een plukje haar van een zeeotter kon bemachtigen. Dat was geen probleem. Jan Uitdewillegen is een lid van het KAGM, gespecialiseerd in fotomicrografie en in het nauwkeurig meten door een microscoop. Hij heeft de diameter van verschillende haartjes berekend. Van de dunne haartjes werden vier verschillende Ø's bepaald: gladde haartjes hebben een Ø = 7,5 µm en 10,8 µm, geschubde haartjes Ø = 15,5 µm en 22 µm. (De Ø van een rode bloedcel van de mens = ± 7,5 µm. )

Diameters van mensenhaar
Op de schedel is de beharing het dichtst: tot 320 haartjes per cm2. De dikte van een mensenhaar hangt af van de plaats waarop dat haar staat: Ø hoofdhaar = 71 µm, Ø snorhaar = 115 µm, Ø bakkebaard = 125 µm, Ø kinhaar = 125 µm, Ø schaamhaar = 121 µm.
Als we een gemiddelde maken voor de diameter van zeeotterhaar (14 µm), mogen we zeker stellen dat er gemakkelijk 150 000 haartjes per vierkante centimeter kunnen voorkomen. Eén haartje van een zeeotter is bijna tienmaal dunner dan een mensenhaar.

Frans Desfossés (Edegem)


Weet je wat ik zie als ik gedronken heb?

Allemaal beestjes…. Insecten zijn niet weg te denken uit ons dagelijks leven. Zonder insecten zou ons leven er immers helemaal anders uitzien of misschien zelfs onmogelijk worden. Vele insecten zijn ongelooflijk mooi en hebben dikwijls intrigerende gewoonten en leefwijzen. Je kunt dit zelf ervaren op je ontdekkingstocht doorheen deze tentoonstelling. Na een korte kennismaking met onze inheemse insecten leer je meer over de bouw en de functie van de verschillende lichaamsonderdelen van het insect. De enorme verscheidenheid aan voedingswijzen wordt geïllustreerd met voorbeelden uit de wereld van deze ongewervelden én met die van de meer gekende gewervelde dieren, zoals vogels en zoogdieren.

Naast een beperkt stukje theoretische achtergrond zul je ook heel wat elementen zelf kunnen ervaren door te kijken, voelen, luisteren, ruiken,.... Je kunt zelf uitproberen hoe insecten hun partner lokken: een ware uitdaging en minder makkelijk dan je denkt. Daarnaast kun je de wereld een keertje bekijken door de ogen van een insect en kun je ontdekken wat er juist gebeurt als een insect een bloem bezoekt.

Omdat insecten de grootste diergroep op onze wereldbol vormen, maken we enkel uitgebreid kennis met kleurrijke groepen zoals vlinders en libellen, met de soortenrijkste insectenorde (namelijk de vliesvleugeligen) en met de sterk geliefde lieveheersbeestjes.
Een leuk extraatje is dat je ook heel wat boeiende tips krijgt om insecten een handje te helpen in je eigen tuin of school.

Tentoonstelling van 18 november 2006 tot 11 februari 2007. Gratis toegang! Nec De Vroente, Putsesteenweg 129, 2920 Kalmthout, 03/6201830 http://www.devroente.be, devroente@lin.vlaanderen.be
Openingsuren: weekdagen 9-17 uur, weekend en feestdagen 14-17 uur. (gesloten van 25 dec tot en met 1 januari)


PIME

In de wolken
Veldkoffer met proefjes rond lucht en weer voor de eerste graad S. O.
Vanaf november kan de veldkoffer uitgeleend worden bij het PIME en vier andere uitleenposten in de provincie Antwerpen. Je vindt er materialen in waarmee leerlingen via proefjes de luchtkwaliteit kunnen onderzoeken, bv. "Is de regen nog zuur? "; "Zitten er veel stofdeeltjes in de lucht? "; "Wat is smog, ozon of broeikaseffect? " Er zitten ook experimenten in om zelf wolkjes te maken, donder en bliksem na te bootsen en zonne- en windenergie op te wekken. Deze koffer werd ontwikkeld door de medewerkers van het PIME en ANNET (Antwerps Netwerk voor natuur- en milieueducatie).
Uitleenvoorwaarden en uitleenposten zijn dezelfde als voor de andere veldkoffers, zie www.pime.be (rubriek uitleendienst).

Bouwen aan de toekomst!
Nieuw programma in het PIME voor tweede en derde graad secundair onderwijs
Met het nieuwe programma Bouwen aan de toekomst! wil het PIME jongeren uitdagen om een duurzaam huis te ontwerpen. Door het uitvoeren van opdrachten rond de thema’s compost, geluid, zonne-energie, windenergie en zuiver water maken de leerlingen kennis met milieu- en portemonneevriendelijke tech-nologieën en kunnen ze zich wapenen om bewuste keuzes te maken. Om het allemaal concreter en beter verteerbaar te maken, mogen de leerlingen dromen over hun eigen huisje met tuintje. Ze richten zelf hun toekom-stige huis in en we stimuleren hen uiteraard om milieuvriendelijk te werk te gaan rekening houdend met de praktische en financiële kant. Het samengestelde bouwplan gaat achteraf mee naar de klas en we rekenen op de leerkracht om samen met de leerlingen verder te bouwen aan het plan en een duurzame toekomst. Bouwen aan de toekomst! duurt minimaal 2 uur en is bestemd voor de leerlingen van 4, 5 en 6 ASO en TSO. Via deze formule concreti-seren we vakoverschrijdende eindtermen milieueducatie, burgerzin, leren leren en sociale vaardigheden naast uiteraard ook vakgebonden eindtermen zoals natuurweten-schappen. Het programma biedt ook heel wat mogelijkheden binnen het kader van Milieuzorg Op School, de Vrije Ruimte en geïntegreerde proeven.

(H)eerlijk duurt het langst!
Spelformule rond duurzame voeding voor derde graad S. O.
(H)eerlijk duurt het langst! is een discussiespel over bewuster omgaan met voeding en drank. De opdrachten zijn gebaseerd op de duurzaamheidscriteria van www.milieukoopwijzer.be: afvalarm, biologisch, vrij van genetisch gemanipuleerde organismen, eerlijk, vleesarm, seizoens-/streekgebonden en energiezuinig. De deelnemers discussiëren over die criteria en ontdekken hoe ze via hun eigen consumptiegewoontes kunnen bijdragen aan een duurzamere samenleving. Het spel kan met 16-18-jarigen in het PIME gespeeld worden onder begeleiding van een gids. Het vormt een mooie aanvulling op een rondleiding in de interactieve tentoonstelling Straffe kost want het vertaalt de principes van duurzame voeding nog concreter naar de praktijk.
Reken op een halve dag voor deze combinatie. Het spel is ook digitaal te verkrijgen zodat leerkrachten het spel zelf kunnen begeleiden op school. Je kunt de handleiding, spelbord en fiches downloaden via www.pime.be (rubriek documentatiecentrum) of je kunt een versie op cd-rom aanvragen (tegen onkostenvergoeding € 3) via karin.keustermans@pime.provant.be of 015/30 61 28.
Het spel werd ontwikkeld door medewerkers van Kleur Bekennen, Milieuzorg Op School, het PIME, de Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze VELT en Oxfam-Wereld-winkels.

Inlichtingen
PIME vzw, Mechelsesteenweg 365, 2500 Lier,
info@pime.provant.be,
www.pime.be
015/31 95 11


Hidrodoe

Hidrodoe is een interactief waterDOEcentrum in Herentals. Met meer dan 80 experimenten en weetjes over water, is Hidrodoe een unieke belevenis voor klein en groot. In de Waterwereld kun je zelf experimenteren met water. In de Watermaker neemt de spannende 3D-film “Teruggespoeld’ je mee doorheen het fascinerende proces van de drinkwaterproductie. De thema’s die in Hidrodoe aan bod komen zijn vakoverschrijdend: van biologische, fysische of chemische eigenschappen tot geschiedkundige, technologische, maatschappelijke en zelfs taalkundige aspecten van water! Hidrodoe is daarom de perfecte leer-uitstap over water voor zowel leerlingen van het basis-, secundair en bijzonder onderwijs. Hidrodoe is volledig rolstoelvriendelijk.

Lespakketten voor het secundair onderwijs.
Deze lespakketten kun je als leerkracht gratis downloaden van het internet. Op www.hidrodoe.be vind je kant-en-klare zoektochten voor leerlingen van de 1ste en 2de graad secundair onderwijs. Deze zoektochten zijn een interessante leidraad tijdens het bezoek aan Hidrodoe. Je kunt ook zelf een zoektocht samenstellen op maat van de leerlingen. Hiervoor zijn didactische suggesties en achtergrondinformatie voorzien, volledig volgens de eindtermen.
Aparte dagen voor basis-en secundair onderwijs.
Bezoekdag voor leerlingen van het secundair onderwijs: dinsdag.
All-in formule voor secundaire scholen Onder leiding van een educatieve medewerker krijgt elke groep leerlingen een compleet pakket op maat.
- Ontdekking van de Waterwereld met zoektocht (kant-en-klaar of door de leerkracht samengesteld op website)
- Bezoek aan de Watermaker
- Afsluitend spel naar keuze (afgestemd op graad en eindtermen)

De scholenfolder
Daar staat alles in over een geslaagd en leerrijk bezoek aan Hidrodoe! De scholenfolder kun je aanvragen via info@hidrodoe.be of op het gratis nummer 0800-90 300.
Hidrodoe, Haanheuvel 7, 2200 Herentals, (achter Netepark en Bloso-centrum)
Hidrodoe is elke dag open van 09.30 tot 17.00 uur. Gesloten op woensdag en zaterdag.


Eurekas


Wetenschappen zijn de laatste jaren niet zo populair geweest bij jongeren zodat deze minder spontaan kozen voor een wetenschappelijke of technische studierichting. Vanuit verschillende invalshoeken wordt gepoogd om hierin een ommekeer te brengen en 2006 kan een trendbreuk worden. Uit recente cijfers blijkt immers dat het aantal inschrijvingen voor wetenschappelijke studierichtingen voor het academiejaar 2006 flink is toegenomen, zowel aan de universiteiten als aan de hogescholen.

Het project Eurekas is één van de initiatieven dat een bijdrage levert om jongeren warm te maken voor technische en wetenschappelijke studierichtingen. Aangezien de beroepskeuze gemaakt wordt in het secundair onderwijs, is het van belang om de interesse voor wetenschappen, techniek en technologie te ondersteunen in een fase waar jongeren over hun toekomst nadenken.

Laat uw leerlingen zien dat wetenschappen ‘fun’ kunnen zijn, doe ze experimenteren en … geef ze kans om schitterende prijzen te winnen!

Eurekas wil jongeren met meer plezier laten omgaan met wetenschappelijke, technische en technologische vakken en hen ook warm maken voor een wetenschappelijke of technische studierichting en beroepskeuze.

Wie mag deelnemen? Eurekas richt zich tot jongeren van 12 tot 18 jaar om met een groepje (min. 4 tot max. 6 deelnemers) een wetenschappelijk experiment uit te voeren en online te zetten. Alle leerlingen uit het secundair onderwijs, ongeacht de richting, kunnen meedoen. Wanneer het project online staat, krijgen de deelnemende leerlingen en leerkracht/begeleider een gratis filmticket. Ze maken bovendien kans op één van de Eurekas-Awards, waaraan prachtige prijzen verbonden zijn.

Eurekas brengt geen bergen extra werk mee voor leerkrachten. Het ingestuurde experiment kan gekaderd worden binnen het leerplan. Meedoen aan een wedstrijd tijdens de lessen kan voor leerlingen een extra stimu-lans zijn om actief bezig te zijn met weten-schappen. Leerkrachten kunnen bepaalde delen van de leerstof eens op ‘een andere manier’ aanreiken. Het experiment zelf moet niet noodzakelijk origineel bedacht zijn. Op de website van Eurekas staan heel wat voorbeelden ter inspiratie. De experimenten worden bij voorkeur uitgevoerd met eenvoudige, voor iedereen toegankelijke hulpmiddelen en materialen. Het is niet de bedoeling om meetinstrumenten te gebruiken die enkel in een labo beschikbaar zijn.

Een stappenplan voor de jongeren. Hierin staat beschreven hoe zij stap voor stap te werk moeten gaan en hoe de wedstrijd concreet verloopt. Het wedstrijdreglement en de categorieën waarin experimenten kunnen ingediend worden om kans te maken op één van de Awards vind je hier ook.

Brug tussen onderwijs- en bedrijfswereld. Niet alleen leerkrachten worden bij het project betrokken; er zijn ook wetenschaps’meters’ en ‘-peters’. Dit zijn mensen die binnen een bedrijf, hogeschool of universiteit professioneel bezig zijn met wetenschappen. Zij staan klaar om vragen van experimenteergroepjes (leerlingen en leerkracht) via mail te beantwoorden.

Een wedstrijd betekent ook … winnaars! Het project wordt afgesloten met de Eurekas-Awards in mei 2007 waar de winnaars bekend gemaakt worden. Een professionele jury bepaalt een aantal genomineerden maar ook de deelnemers mogen hun stem uitbrengen. Jongeren zullen zeker warm lopen voor de prijzen: tv’s, kleding- en/of multimediacheques, MP3-spelers, tickets voor Hidrodoe en Technopolis, een wetenschappelijke maar originele uitstap. De winnaars van de Eurekas-Awards van 2006 waren in hun nopjes met hun prijzen!

Eurekas 2006. De eerste Eurekas wedstrijd werd georganiseerd in het schooljaar 2005-2006. Aan de hand van vragenlijsten, die door de deelnemers werden ingevuld, hebben we de factoren die een les wetenschappen/ techniek aangenaam maken voor meisjes in kaart gebracht. Voor meer info hierover kunt u terecht bij annemie. van. gompel@khk.be. Deze gegevens, gecombineerd met de kennis van het departement Natuurkunde en Sterrenkunde; academische lerarenopleiding (K. U.Leuven), zijn verwerkt in een didactisch pakket. Dit pakket is zeker een aanrader wanneer je als leerkracht wetenschappen aan projectwerk doet met de leerlingen. Je kunt nog steeds een exemplaar aanvragen.

Alles wat u moet weten over Eurekas vindt u op www.eurekas.be. Het Eurekas-team kunt u bereiken via mail info@eurekas.be of op nr. 014/56 21 56.
Wees snel, spreek uw leerlingen erover aan en surf naar onze website want slechts de eerste 100 experimenten komen in aanmerking voor de Eurekas-Awards! Inschrijven kan nog tot 5 maart 2007.
Op aanvraag bezorgen wij u graag posters (A3 of A4) en folders.


LIKONA jaarboek

Voor het 15de jaar maakt LIKONA in zijn jaarboek een balans op van de toestand van de Limburgse natuur. Omdat in maart dit jaar het Nationaal Park Hoge Kempen (NPHK), het eerste nationaal park in Vlaanderen, het levenslicht zag, is er voor gekozen om de bestaande kennis over de natuurwaarden van het nieuwe park anno 2005 bij mekaar te brengen.

In de heringerichte groeve Kikbeekbron kan de wandelaar de rijke geologische geschiedenis van grind tot wit zand waarnemen. De huidige waarde van het NPHK is mede bepaald door het gevoerde terreinbeheer. Reeds meer dan 30 jaar wordt er op de heideterreinen gebrand, geplagd, gekapt en gebrand. De opgedane ervaringen zijn hier neergeschreven. De plantenlijst van het NPHK telt 517 soorten waarvan in de natte heide pareltjes opvallen zoals zonnedauw en klokjesgentiaan. Voor een aantal insectenfamilies is het NPHK ‘de’ plek van Vlaanderen. Van de 65 bekende soorten libellen in Vlaanderen zijn er in de vallei van de Zijpbeek alleen al 40 verschillende geteld. Ook voor sprinkhanen, dagvlinders en mieren heeft het NPHK een relatief zeer groot belang voor de Vlaamse biodiversiteit. Met bijna 1000 keversoorten is dit de grootste soortenlijst in één gebied in Vlaanderen.

Maar ook voor niet-insecten is het NPHK een paradijs. De Ziepbeek en de Asbeek zijn met hun zuiver stromend water en sterk verval gedroomde voortplantingsplaatsen voor de Beekprik. De droge heide is de plek voor de Gladde Slang. Van de 53 UTM-hokken waarin de soort voorkomt in Vlaanderen, liggen er 29 in het NPHK. De vogellijst omvat 106 soorten waaronder interessante bossoorten zoals de Zwarte Specht en verschillende roofvogels. Op de heide broeden 135 paren van de de zeldzame Nachtzwaluw, een kwart van de Vlaamse broedpopulatie. Al deze artikelen geven een totaalbeeld van de enorme natuurlijke rijkdom van het NPHK. De gegevens kunnen fungeren als een nulmeting voor de verdere evoluties in de komende jaren.
Zoals jaarlijks bevat ook deze editie van het jaarboek nog een bespreking van meer dan tachtig publicaties van het afgelopen jaar over de meest uiteenlopende aspecten van natuurstudie in Limburg. Beheerplannen voor natuurterreinen, evaluatie van natuurverbindingen, waarnemingen van zeldzame paddenstoelen, planten, mieren, resultaten van afvissingen en bijzondere vogelwaarnemingen zijn een greep uit de vele becommentarieerde artikels. Van elke LIKONA-werkgroep is er een jaarverslag opgenomen waarin de bijzondere resultaten van het afgelopen jaar worden voorgesteld. Het jaarboek bevat een schat aan informatie voor iedereen die met de Limburgse natuur begaan is en vormt een onmisbaar naslagwerk voor wie de natuurlijke rijkdommen van het eerste Vlaamse nationaal park wil verkennen: http://www.limburg.be/likona/publicatiejaarboek2003.html

Het jaarboek (160 p. ) is mooi vormgegeven met talrijke kleurenfoto’s en duidelijke, overzichtelijke schema’s en tabellen. Je kunt het jaarboek bestellen door € 10 over te schrijven op rekeningnummer 000-0400447-31 van het Provinciaal Natuurcentrum, Ontvangsten, Domein Bokrijk, 3600 Genk met de vermelding 'LIKONA Jaarboek 2005'.
De vorige jaarboeken zijn nog in voorraad voor wie zijn/haar reeks wil vervolledigen.
LIKONA-secretariaat: Provinciaal Natuurcentrum, Het Groene Huis, Domein Bokrijk, 3600 Genk, tel. 011 26 54 62, fax 011 26 54 55, likona@limburg.be


Vragenrubriek

Antwoord 36/5/288 – Klauwen of nagels?

In ons handboek voor het eerste jaar schrijven we op p. 84 over het konijn: "Voor- en achterpoten hebben scherpe nagels". Op p. 110 schrijven we over de kat dat ze scherpe klauwen heeft. Toch is Macro/micro een uitgave van Wofters Plantijn. Uw opmerking in de laatste BIO is dus niet correct, maar dat is niet zo erg. Wel belangrijk vind ik dat u zich inspant voor een correcte terminologie, dat gebeurt m. i. veel te weinig. Van Dale definieert nagel als een hoornachtig bedeksel op de bovenzijde van de laatste vingerleden van voet en hand. Een klauw noemt hij een scherpe, kromme, zijdelings samengedrukte, veelal intrekbare nagel van roofdieren en roofvogels. Volgens hem heeft een kat klauwen, terwijl een hond nagels heeft. Van Dale is uiteraard geen bioloog.

A. S Romer schrijft in zijn standaardwerk "De gewervelde dieren " (Aula pockets nr. 466467, pag. 178): "De klauw, die V-vormig is en een puntig uiteinde heeft, vertegenwoordigt de basisvorm; een nagel is hiervan in wezen een verbrede modificatie. '


A Klauw van een carnivoor
B Nagel van een typische primaat 
C Nagel van de mens


Volgens mij hebben niet alleen roofdieren en roofvogels klauwen. Eekhoorns, uilen en sierschildpadden bv. hebben toch ook duidelijk klauwen. En voor mol en das bv. spreekt men van 'graafklauwen'. Algemeen kan men een 'verloedering' in het taalgebruik vaststellen. In het bijschrift van de mooie foto van een libel die door zonnedauw wordt gevangen, wordt de libel 'roofdier' genoemd. De foto staat op de kalender bij de maand augustus. Regelmatig wordt een 'rover' verward met een 'roofdier' - bij vertalingen van BBC- en National Geographicprogramma's bv., maar van Natuurpunt had ik dat niet verwacht!

Frans Desfossés (Edegem)

Ondertussen kregen we reeds een reactie binnen op bovenstaand artikel: In navolging tot het artikel 'Klauwen of nagels?' van A. Desfossés, ben ik zelf wat in de boeken gedoken. Alle Tetrapoda bezitten klauwen. Dit zijn (meestal gebogen, puntige) gekeratiniseerde strukturen afgeleid van de huid. Een nagel is inderdaad een verbrede modificatie van een klauw. Wanneer een nagel dermate sterk is ontwikkeld, dat ze het gewicht van het dier kan dragen (i.e . als het dier a.h.w. op de nagels loopt), spreekt men van een hoef..

Een hond heeft inderdaad geen nagels, maar klauwen ... Maar ... heeft een paard dan een kop of een hoofd, en poten of benen ? Soms steken de spelregels van de taal een stok in de wielen.


Diederik D'Hert (Koksijde)

In DSWETENSCHAP, een wekelijkse bijdrage van De Standaard, staan interessante en actuele artikels. Toch laat men ook daar af en toe 'steken vallen'. Zo werd een dromedaris kameel genoemd, en werd een bootsmannetje een kever i. p.v. een wants. In de bijlage van 8 juni 2006 staat een mooie R. E.M. -foto van een stukje miljoenpoot. De titel is echter: 'Duizendpoot komt pootjes tekort. " Die fout wordt wel meer gemaakt, bv. bij de V. R.T. Het Engelse millipede of millepede is geen duizendpoot, maar een miijoenpoot (klasse Diplopoda). Een duizendpoot is in correct Engels a centipede (klasse Chilopoda). In Angelsaksische landen wordt het aantal poten blijkbaar iets nauwkeuriger geteld.

Frans Desfossés (Edegem)


Vraag 36/6/289 - Elektrische vissen
Collega Walter Deconinck heeft gereageerd op mijn artikel i. v.m. de elektrische spanning en stroomsterkte bij een sidderaal (BIO juli 2006). In een kopie van 'Aquariumwereld' (jaargang 56/03/80) lees ik een tekst van de heer Peter de Batist. Erg knap geschreven en goede informatie... maar er staat niets in over de sterkte van de stroomstoot en over de manier waarop die verkregen wordt.
In dezelfde brief worden ook titels vermeld van publicaties over elektrische vissen:
- 'Natuur & Techniek', 2001, jaargang 68, aflevering 5;
- "Scientific American", Vol. 203(4): p. 115-124, october 1960 en idem Vol 208(3), p. 50-59.
De vraag is nu: «Welke collega wil informatie opzoeken en een verklaring formuleren i. v.m. die stroomsterkte? " Graag reacties via BIO.

Frans Desfossés (Edegem)


Onderwijstips

Tip 431 - Determineerkaart grassen

In april werd door het Agentschap voor Natuur en Bos een map uitgegeven met daarin een zoekkaart en 25 fiches over de meest algemene grassen die in Vlaamse graslanden voorkomen. De sleutel op de zoekkaart is zo opgebouwd dat je aan de hand van relatief eenvoudige kenmerken deze soorten met een redelijke zekerheid kunt identificeren.
De map wordt je toegezonden na betaling van € 11,25 (verzendingskosten inbegrepen) op rekening 091-2206052-10 van Agentschap voor Natuur en Bos, Algemenen ontvangsten, Kon. Albert II-laan 20/8, 1000 Brussel. Vermeld als reden van betaling 'Determinatietabel grassen'. Meer inlichtingen op www.bosengroen.be


Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie


06/11 – P Houtcoupes
13/11 – D Objecten in gepolariseerd licht
20/11 – P Blad van de lisdodde
27/11 – P Doorsnede van een filmnegatief
04/12 – P Histologisch preparaat
11/12 – P Dekveertjes van een kolibrie
18/12 – P Bladsteel van een waterlelie
08/01 – D Jaarvergad
ering

 

Colofon

Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.

- Werkende leden: € 15
- Studenten: € 7
- Gepensioneerden: € 8
- Verenigingen, scholen e.a.: € 15


Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.

Voorzitter
Ignace Nerinckx
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Muizenhoekstraat 6,
B-2812 Mechelen

e-mail: ignace.nerinckx@pandora.be

Ondervoorzitter

Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 – 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be

Secretaris
Victor Rasquin
Minister De Clercklaan 2 – 8500 Kortrijk
E-mail: [email]

Penningmeester

Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be

Redacteur Jaarboek
Vik Casteels
Witveld 1 - 2811 Leest
e-mail : Vik.Casteels@advalvas.be

Adreswijzigingen en lidkaarten

Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 – 2020 Antwerpen
E-mail: herman.snoeck@antwerpen.be