Mei 2006
INHOUD

 

Exit BIO?

 

Beste Herman,


Ik las je vertwijfelde oproep voor het voortbestaan van het Bioblaadje en het jaarboek in Bio van 1 maart 2006.  Je hebt volkomen gelijk: als jullie er mee stoppen is het waarschijnlijk gedaan met de degelijke informatie die we als leerkrachten Biologie altijd hebben gekregen. 

 

Het zou ondankbaar zijn om daar niks tegenover te stellen.  Ik stel mij graag kandidaat voor artikels voor Bio en Jaarboek.  Door de zeer excentrische ligging van mijn woonplaats en mijn organische weerzin van grote steden en verplaatsingen met de auto (openbaar vervoer is geen optie gezien de onmogelijke reistijden) wil ik wel alle correspondentie beperken tot het electronische verkeer (met de geluiden van een heggenmus en het roodborstje in de achtergrond).


Enkele bedenkingen.

- Een mededelingsblad als Bio tweemaandelijks willen uitbrengen is, denk ik, met de  elektronische informatie die elke leerkracht ter beschikking staat, te ambitieus geworden.  Viermaal per jaar en één blaadje dikker zal de geestelijke nood wel lenigen.  Voor dringende info moet dan worden verwezen naar de website. 

- Het feit dat rubrieken als vragen en onderwijstips niet meer gelezen worden zou ik niet zien als een desappreciatie maar gewoon als een gevolg aan de overvloed aan informatie die ons tegenwoordig bereikt.

- Voor het Jaarboek is het misschien eens goed om te kijken in hoeverre er geen artikels kunnen in komen van  provinciale bijscholingen (Pedic, Eeckhout....) en de Dag van de Wetenschappen waar vaak interessante workshops en lessen worden gegeven.  Er zijn nog veel leerkrachten die dit niet meemaken wat al een interessante doelgroep oplevert.

- Kan er niet overwogen worden verhandelingen en thesissen aan de universiteiten of hogescholen in een kort artikel te 'vertalen'?  Veel leerkrachten houden er van op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen en zijn vaak in staat dat te vertalen naar het secundair.  Met alle permissie: dat blijft toch één van de sterktes van de leerkrachten Wetenschappen, dat ze nog altijd geïnteresseerd blijven en  willen bijleren.

Die voeding moet dan wel ook van bovenaf komen.  Interessante baanbrekende literatuur betekent ook heel vaak dure abonnementen (Nature, Science,  ... ).  Ik was daar vroeger op  geabonneerd maar dat werd gewoon te duur.  Hebben  jullie daar toegang toe?  Op het net circuleren meestal maar flauwe afkooksels (extracts) van de artikels.


Verder ben ik er van overtuigd dat er meer mensen dan je denkt bereid zijn om iets te schrijven voor de beide media.  Waarom geen oproep plaatsen in het volgende nummer?  Uit je artikel leidde ik af dat er vijf mensen waren die de boel recht hielden. Dus moeten er vijf bijkomen!

 

Met vriendelijke groeten,


Koen Verschoore (De Panne)

 

***

Dag collega Koen,

 

Hartelijk dank voor je hartverwarmende brief.  Ik wil hierop graag via BIO een antwoord geven op de punten die je hebt aangehaald, met de hoop dat er meteen nog een aantal andere collega's mee op de kar springen.

 

1. Ik verwacht artikeltjes, tips en andere bijdragen op herman.snoeck@antwerpen.be 

Collega's die nog niet e-mailen (en dat is geen schande) kunnen als van oudsher hun medewerking via de post opsturen.  Zorg wel voor een lettertype van minstens 12 punten, dat is gemakkelijk met woordherkenning in te scannen.

 

2. BIO zesmaal per jaar laten verschijnen is voorlopig nog niet zo'n probleem, en zeker niet wanneer als gevolg van deze oproep toch nog een paar andere collega's is de pen zullen gaan kruipen (hoop ik).  Bovendien moet er op 1 september een BIO aankomen met het programma van het Congres Wetenschappen.  Met 4 BIO's per jaar (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) zou daarvoor toch een extra tussen-BIO moeten verschijnen.

 

In elk geval stel ik hierbij de vraag aan elk lid van VOB:  "Vind je dat het aantal BIO's per jaar moet verminderen naar 4 of niet.  Mail me gewoon JA (= verminderen) of NEEN (6! 6! 6!).  Tijdens de jaarvergadering zal ik dezelfde vraag aan de aanwezigen stellen.

Ik weet niet of veel collega's al gewoon zijn om regelmatig www.vob-ond.be te raadplegen zodat ik weinig zekerheid heb of snelberichten wel het beoogde doel zouden hebben.

 

3.  I.v.m. de 'Vragen' en 'Onderwijstips' zul je waarschijnlijk wel gelijk hebben.  Laten we het dus maar houden bij wat nu af en toe gepubliceerd moet worden.

 

4.  Een uitstekend idee is om gegevens, die op provinciale bijscholingen rondgedeeld worden, ook te publiceren zoals dat gebeurt met teksten van het Congres Wetenschappen.  Het probleem is echter, dat we daarvan niet op de hoogte gesteld worden.

 

Hierbij dus een oproep aan alle verantwoordelijke organisatoren van provinciale bijscholingen biologie (en ik hoop dat ze allen lid zijn van VOB): "Maak jezelf kenbaar via mijn mailadres.  Zo kan ik je periodisch vragen of er tijdens de bijscholing interessante en publiceerbare/-klare teksten werden rondgedeeld."

 

5. Voor verhandelingen en thesissen van universiteiten en hogescholen moet je de juiste personen kennen en dat ligt op dit ogenblik wat moeilijk.  Stel dat we er toch aan een aantal zouden kunnen geraken, vinden we dan collega's die tijd genoeg hebben om deze werken naar het secundair toe te vertalen?

 

Iets eenvoudiger is het om aan de hand van artikels in wetenschappelijke tijdschriften iets bruikbaars voor de lessen biologie te maken.  Frans Desfossés doet dit al jaren met het Duits tijdschrift Unterricht Biologie en VOB betaalt het abonnement.  Vroeger hadden we wel meer abonnementen, maar de personen die zich toen verbonden hadden om daaruit artikels te putten bleken nadien geen tijd te hebben.  Ik denk dat VOB wel terug bereid zou zijn om een aantal abonnementen te betalen, maar ik kan hierover slechts zekerheid hebben na de jaarvergadering.

 

In elk geval: collega's die zich verbinden om aan de hand van artikels uit een wetenschappelijk tijdschrift (dat ze zelf mogen kiezen) bruikbare gegevens voor BIO of het Jaarboek te schrijven mogen mij mailen, met opgave van alle gegevens over het tijdschrift dat ze voorstellen.

 

6.  Collega's, de kar die Koen heeft voorgeschoven staat klaar.  Wij bij VOB hopen dat er flink wat jongere leerkrachten komen meeduwen, zodanig dat BIO en het JAARBOEK ook in de toekomst nog datgene kunnen zijn voor de huidige en toekomstige biologieleerkrachten wat ze voor ons, die ouder en gepensioneerd werden met VOB, hebben betekend.

 

Beste groeten,

 

Herman Snoeck (Antwerpen)


 

 

Vlaamse Biologieolympiade 2006

 

Voor de preselectie schreven 1083 leerlingen in (3 minder dan vorig jaar) maar slechts 847  namen er effectief aan deel.  Dat is wel 88 meer dan vorig jaar.   De waren leerlingen van 121 collega's.  Hiervan zijn er 40 nog geen lid van VOB.  Zij werden aangeschreven.

 

Verdeling per universiteit:

KUL 127 ingeschreven
KULAK  247 ingeschreven
UHasselt 136 ingeschreven
UA 102 ingeschreven
UG 365 ingeschreven
VUB 106 ingeschreven

 

De hoogste score bedroeg 89,1 % (82,6 % in 2005), het gemiddelde lag op 32,56 % (vorig jaar 33,2 %). 

 

Een aantal leerlingen bleken de proef moeilijk te vinden.  De Vlaamse Biologieolympiade is en blijft natuurlijk een proef met als doel een eerste en noodzakelijke selectie te maken voor de finale en de Internationale Olympiade.  Het is dus geen gemakkelijke wedstrijd. 

Daaruit volgt meteen ook, dat de preselectie voor de biologieolympiade zeker GEEN proef is waarmee kan bepaald worden of een deelnemer geschikt is voor verdere studies wetenschappen, biologie in het bijzonder, laat staan als voorbereiding op bepaalde ingangsexamens voor de universiteit.

 

Hierna volgen, alfabetisch gerangschikt, de laureaten.  Hun leerkrachten zijn allen lid van VOB.

 

Caen Sofie, O.-L.-Vrouwecollege Antwerpen - Tom De Bruyn

De Bi²vre Felix, O.-L.-Vrouwecollege Antwerpen - Tom De Bruyn

De Taeye Leen, Koninklijk Atheneum Mariakerke - Pascal Casier

Degandt Benjamin, Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme

Deleu Lomme, Instituut Spes Nostra ASO - Hilde Martens

Delrue Vicky, Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme

Demaré Arnout, O.-L.-V.-Hemelvaartinstituut Waregem - Linda Van Braekel

Lambrecht Kim, Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme

Menu Jonathan, Sint-Aloysiuscollege Diksmuide - Greet Vandorpe

Persyn Dries, Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme

Rogge Seppe, O.-L.-V.-Hemelvaartinstituut Waregem - Linda Van Braekel

Thoma Daphné, Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme

Vandenbussche Simon, Klein Seminarie Roeselaere - Elke Viaene

Van Sloten Isabelle, O.-L.-Vrouwecollege Antwerpen - Tom De Bruyn

Vansteenkiste Pieter, Sint-Amandscollege Kortrijk - Robert Vantomme

 

De scores van deze vijftien finalisten liggen tussen 89,1 % en 72,1 % (respectievelijk 82,6 en 68,2 % vorig jaar).  Tijdens de stage (11+12 maart en 22+23 april) kregen ze een theoretische en/of praktische bijscholing over dissectie ongewervelden, plantenanatomie, plantenmorfologie, systematiek, microscopie, genetica, biodiversiteit, levenscycli en ongewervelden.  Op 29 april legden ze een eindproef af met een theoretisch en een praktisch gedeelte.

 

De proclamatie zal op 17 mei plaatsvinden.  Onze 2 finalisten mogen Vlaanderen vertegenwoordigen in Rio Cuarto in Argentinië.

 

Herman Snoeck (Antwerpen)


 

 

EUSO 2006

 

De vierde European Union Science Olympiad ging van 2 tot 8 april door in Brussel.  Uit 12 Europese landen kwamen in totaal 23 teams van 3 jongeren (geboortejaar '89-'90). Hun wetenschappelijk redeneervermogen en labovaardigheid werden 'getest' tijdens 2 geïntegreerde proeven.  De rest van de week werd 'België' bezocht.  Alles verliep in een sfeer van kameraadschap, iedereen verstond iedereen.

Een team van Duitsland, Letland en Nederland gingen met een gouden medaille naar huis.  Ons Waals team behaalde een zilveren medaille en het Vlaams team een bronzen.


 

Lof van de voedingsvezels

 

Voor biologen komt alles wat "des mensen" is voor onderzoek in aanmerking. Zo werd vastgesteld dat in de derde wereld een normaal gevoede volwassene dagelijks 300 tot 500 gram feces produceert, terwijl dat voor iemand in de zogenaamde beschaafde wereld maar 80 tot 120 gram is.  Dat verschil is volledig toe te schrijven aan het feit dat in de derde wereld in vergelijking met de westerse wereld veel meer groenten, peulvruchten, noten, fruit, grove graanproducten, e.d. gegeten worden. Die voedingsmiddelen bevatten relatief veel voedingsvezels die niet verteerd worden en een belangrijk aandeel van de feces uitmaken. In de derde wereld worden gemiddeld dagelijks 60 tot 120 gram vezels opgenomen en in de westerse wereld is dat maar 15 tot 20 gram.  Nu wordt vermoed dat de grotere opname van voedingsvezels tot gevolg heeft dat in de derde wereld bepaalde beschavingsziekten minder optreden, zoals zwaarlijvigheid, constipatie, te hoge bloeddruk, suikerziekte, te hoog cholesterolgehalte van het bloed, galstenen, appendicitis, divertikels van de dikke darm en dikkedarmkanker.

 

Voedingsvezels

 

De voedingsvezels zijn de zogenaamde ballaststoffen, die samen met de bouw-, brand- en beschermstoffen deel uitmaken van ons voedsel. Voor jonge leerlingen kan het volgende geheugensteuntje dienen.  Voedsel moet de vier B's bevatten:  bouwstof, brandstof, beschermstof, ballaststof.  Zie ook het bijvoegsel in BIO van mei 2005.

 

De voedingsvezels zijn uiteindelijk stoffen van de celwanden van plantencellen of die met die celwanden geassocieerd zijn: het niet-koolhydraat lignine (houtstof) en de koolhydraten cellulose (celstof), hemicellulose, pectine, gom- en slijmstoffen en bepaalde oligosachariden.  Deze stoffen hebben meestal geen vezelachtige structuur, maar toch worden ze in de voedingsleer voedingsvezels genoemd. Hun kenmerkende eigenschap is dat ze door spijsverteringssappen niet omgezet worden in stoffen die vanuit de darm het bloed binnendringen.

 

Twee soorten voedingsvezels

 

Eigenlijk zijn er twee soorten voedingsvezels: (1) de niet in water oplosbare vezels, zoals lignine, cellulose en hemicellulose (aanwezig in volkorengraanproducten, erwten, bonen, appelen en wortelen) en (2) de in water oplosbare vezels, zoals pectine (in appelen en citrusvruchten), gom- en slijmstoffen (in bonen, haver, prei, uien, bananen, aardappelen, brood). Maar alle voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong bevatten hoe dan ook voedingsvezels.

 

Constipatie

 

Bepaalde voedingsvezels – in het bijzonder de hemicellulosen – kunnen in sterke mate water binden waardoor de fecesmassa vergroot en brijachtig wordt, de darmpassage (darmtransit) sneller doorgaat (korte transittijd) en de defecatie gunstig beïnvloed wordt. Ook het ontstaan van aambeien wordt zo tegengegaan. Op deze waterbindende eigenschap berust de aloude raadgeving dat om constipatie of verstopping te vermijden men veel vezelrijke voedingsmiddelen moet eten.  In dit verband worden dan in noodgevallen bijvoorbeeld gedroogde pruimen, gedroogde vijgen en dadels aangeraden.  Een Nederlandse maag-darmarts vergeleek het defecatieproces met het uitknijpen van tandpasta uit een tube: uit een volle tube gaat dat makkelijk, uit een bijna lege moeilijk.  Vandaar ook de slagzin: "Om een darm goed te kunnen ledigen, moet men hem goed vullen."  Een huismiddeltje tegen diarree berust ook op de waterbinding van voedingsvezels, namelijk het innemen van geraspte appels, gerapste wortels of rijstwater. Een uitvoerig onderzoek van Amerikaanse artsen heeft nu wel uitgewezen dat een vezelrijke voeding bij constipatie niet altijd een makkelijke stoelgang oplevert en dat bepaalde personen zelfs eerder geconstipeerd raken als het relatief aandeel van de voedingsvezels heel hoog isƒ Dergelijke resultaten van geneeskundig onderzoek moeten ons niet verbazen, er is veel medisch onderzoek dat tegenstrijdige resultaten oplevert. Het menselijke lichaam is nu eenmaal geen machine zoals de goedwerkende motor van een auto, waar door een duwtje op het gaspedaal de auto altijd gaat rijdenƒ Elk individu heeft andere eigenschappen.  Wie in de gelegenheid is om een Winkler Prins Encyclopedie van het begin van de twintigste eeuw na te kijken bij de lemma's "tabak" en "roken", kan lezen dat het tabakroken in die tijd als een heilzaam middel voor lichaam en geest aangeprezen werd.  In die eeuw hing trouwens in veel huizen een pijpenrek met de slagzin: "Hij is geen man die niet roken kan!"  Vanaf de jaren 1960 weten we nu wel beter.

 

Het verband tussen voedingsvezels en bepaalde aandoeningen

 

Als ons voedsel relatief veel voedingsvezels bevat, treedt bij een eetmaal vlugger een verzadigingsgevoel op, zodat we niet te veel overtollig voedsel opnemen.  Voedingsvezels zijn dus een remedie tegen zwaarlijvigheid.  Het tegengaan van zwaarlijvigheid vermindert de kans op hart- en vaatziekten en op suikerziekte, een beschavingsziekte die vooral de ouder wordende mens belaagt.

 

Jarenlang voedselgebruik met te weinig voedingsvezels kan leiden tot de vorming van divertikels in de dikke darm; dit zijn uitstulpingen van het slijmvlies van deze darm (diverticulosis).  Ongeveer de helft van de volwassenen boven de 40 jaar zou daarmee geplaagd zitten.  Zolang die divertikels niet ontstoken raken, gepaard gaande met pijn aan de linkerkant van de buik (diverticulitis), is dat niet zo erg.

 

Of er een verband bestaat tussen een te geringe opname van voedingsvezels en kanker van de dikke darm is lang een twistpunt gebleven.  Het feit dat deze veelal noodlottige ziekte minder voorkomt in de derde wereld, waar men meer voedingsvezels inneemt, wijst in die richting.  In december 2005 werd nu in een gezaghebbend Amerikaans medisch tijdschrift het resultaat gepubliceerd van het onderzoek naar het effect van voedingsvezels op darmkanker.  In het totaal hebben 725 628 personen aan het onderzoek deelgenomen en het resultaat is dat de hoeveelheid vezels in het dieet geen invloed heeft op het ontstaan van darmkanker.

 

Hoeveel en waarin?

 

Er wordt aangeraden dat een volwassene met zijn dagelijkse voeding gemiddeld 25 tot 30 gram voedingsvezels zou opnemen. Veel volwassenen komen niet aan die hoeveelheid of bereiken maar de helft van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid.

 

Voedingsvezels komen rijkelijk voor in grove graanproducten (bruin- en volkorenbrood, roggebrood, ontbijtgranen, volkorenrijst), volkorenpasta (spaghetti, macaroni, lasagne), peulvruchten, noten, aardappelen, allerlei andere groente en fruit.  Maar opgelet: sommige soorten groente, zoals sla, maken op een eetbord een grote indruk, maar bevatten vooral veel water (96 % bij sla) en eigenlijk relatief weinig vezels.

 

Bij dit alles mag men natuurlijk niet vergeten dat groenten en fruit ook de ideale aanbrengers zijn van mineralen, vitamines en andere stoffen, zoals bijvoorbeeld anti-oxydanten, die ook voor ons lichaam onmisbaar of nuttig zijn.  Het zijn de noodzakelijke beschermstoffen, naast de brand-, bouw- en ballaststoffen.

 

Kijken kost niets

 

Etienne Joosten, hoogleraar geneeskunde van de Leuvense universiteit, heeft jaren geleden een eenvoudig middeltje aan de hand gedaan om na te gaan of we wel genoeg voedingsvezels opnemen.  Als de uitwerpselen in de toiletpot op het water blijven drijven, zitten we goed.  De verklaring hiervoor is eenvoudig.  Als we genoeg in water oplosbare voedingsvezels opnemen, tasten bacteriën van de darmflora deze vezels aan en vormen relatief veel gassen die zich mengen met de vaste bestanddelen van de voedselresten.  Daardoor is de soortelijke massa van de uitwerpselen lager dan één en drijven ze op het water.  Dat wil dus zeggen dat we niet alleen ons lichaam de kost moeten geven, maar dat we, als we ook nog gezond willen blijven, zo nu en dan ook eens onze ogen de kost moeten geven, zodat we kunnen zien hoe het zit met onze opname van voedingsvezels.

 

Via internet kun je ook met de vezeltest nagaan of je voldoende voedingsvezels inneemt.

Zie http://www.vig.be, dan de rubriek "Thema's & doelgroepen", dan het thema "Voeding", dan "Test jezelf" en tenslotte de "vezeltest online".

 

Walter Deconinck (Kortrijk)


 

Gehalte aan voedingsvezels

 

In een voedingsmiddelentabel wordt het gehalte aan voedingsstoffen en voedingsvezels van de voedingsmiddelen weergegeven per 100 gram eetbaar gedeelte. 

Een tabel die aangeeft hoeveel voedingsvezels er in een reële portie van een bepaald voedingsmiddel voorkomen, is natuurlijk interessanter.  Het spreekt vanzelf dat in de hieronderstaande tabel maar bij benadering de grootte van de porties en het vezelgehalte weergegeven worden. De porties van de voedingsmiddelen staan gerangschikt volgens hun afnemende hoeveelheid voedingsvezels.

Voedingsmiddel Portie Aantal gram vezel
 
Graanproducten  
Muesli, cornflakes 1/2 kopje 5 - 13
Grof volkorenbrood 1 snee (12 cm) 2 - 3
Bruine rijst 1 kopje 3,5
Bruin brood 1 snee (12 cm) 1,5
Wit brood 1 snee (12 cm) 0,5
Witte rijst 1 kopje 1
 
Groenten  
Verse erwten 1 kopje 9
Gedroogde erwten in portie soep 7
Gedroogde witte bonen 1 kopje 7
Sperziebonen (blik) 1 kopje 5
Gekookte aardappelen 1 kopje 5
Gekookte snijbonen 1 kopje 4
Broccoli 1/2 kopje 2
Gekookte spruitjes 1/2 kopje 2
Gekookte kool 1/2 kopje 2
Bloemkool 1/2 kopje 2
Wortels 1 kopje 2
Asperges 1/2 kopje 1,5
Spinazie 1/2 kopje 1
Tomaat 1 middelgrote 1
Sla, andijvie 1 kopje 1
     
Fruit    
Gedroogde vijgen drie 10
Gedroogde dadels tien 6
Verse vijgen drie 5
Gedroogde pruimen vijf 3
Banaan 1 middelgrote 3
Sinaasappel 1 middelgrote 3
Peer 1 middelgrote 2,5
Appel 1 middelgrote 2
Perzik 1 middelgrote 1,5


 

 Heeft tropisch hout groeiringen?

 

Op een dwarsdoorsnede van een boomstam of van een tak zien we groeiringen in de houtcilinder.  De grens tussen de groeiringen stemt overeen met een groeistilstand tijdens de winter of bij extreme droogte.  Het hout dat in de lente wordt gevormd (= de binnenzijde van de ring) bestaat uit wijde vaten.  Het zomerhout bevat engere vaten en vele houtvezels.  Door die opvolging zijn de 'jaarringen' duidelijk gescheiden.  

 

Waarom is 'groeiring' een betere benaming dan 'jaarring'?

 

- In zuidelijk Afrika hebben vele boomsoorten duidelijke groeiringen.  In Zambia bv. legt een kurkdroge periode van vijf maanden de boomgroei stil.  Daarentegen zullen in Oost-Afrika, waar twee regenseizoenen per jaar optreden, acacia's twee ringen per jaar vormen.

- Naar de evenaar toe worden groeiringen minder duidelijk zichtbaar.  Maar in Congo bv. valt gedurende twee maanden minder regen.  Door dat gewijzigde wateraanbod zal een ander groeiritme duidelijk zichtbaar zijn in de ringen. 

- Ook externe invloeden kunnen opgespoord worden door vergelijking van de breedte van de groeiringen.  Bv. na een plaag van treksprinkhanen is er niet veel groei te bespeuren (biotische stress).

- Teakhout uit Indonesië en Thailand heeft duidelijke groeiringen, terwijl ebbenhout geen zichtbare ringen heeft.  Het gemakkelijk kunnen zien van ringen is dus ook afhankelijk van de boomsoort.  Bij teakhout zijn tevens externe invloeden merkbaar: de jaren van El Niño bv. zijn makkelijk te herkennen.

- Ondanks het gelijkmatige klimaat in het Amazonebekken hebben toch ± 40 % van de bomen groeiringen.  Enkele maanden per jaar staan daar grote gebieden onder water door de regenval in het Andesgebergte.  Sommige bomen onderbreken dan hun groei (waterstress, een voorbeeld van abiosche stress).

 

De voorgaande gegevens komen van dr. Valérie Trouet, die promoveerde aan de KU Leuven met een proefschrift over groeiringen in tropisch hout.  Momenteel werkt zij aan de Pennsylvania State University, waar zij onderzoekt wat groeiringen verraden over vroegere klimaatveranderingen en bosbranden.

 

Frans Desfossés (Edegem)


 

 

Nieuws uit de Antwerpse Zoo

 

In het aquarium heeft de vernieuwing een mooi sluitstuk gekregen.  Dr. Philippe Jouk en zijn voltallige groep medewerkers hebben gezorgd voor een groot aantal monitoren boven de aquaria.  Daarop zijn foto's te zien van de vissen, hun wetenschappelijke naam en de gangbare Nederlandse, Franse, Engelse en Duitse naam.

 

De bezetting van de aquaria is voor een deel gewijzigd tegenover mijn berichtje in een vorige BIO.  Tussen in- en uitgang van de zaal is een mooi aquarium geplaatst met Malawi-cichliden.  Sommige mannetjes hebben eivlekken, waardoor de vrouwtjes aangelokt worden.  Als ze die 'eitjes' in de aarsvin willen afpakken, krijgen ze een lading zaadcellen in hun mond.  Vermits ze daar de echte eitjes bewaren, worden die daar bevrucht.  Een zeer mooi voorbeeld om te gebruiken in de lessen over gedrag, communicatie en evolutie.

 

Het eerste achthoekige middenaquarium wordt nu bewoond door zeepaardjes en mesvisjes.  Je leerlingen kunnen op eenvoudige wijze de zeepaardjes seksen.  De mannetjes hebben een bolle buik; de vrouwtjes hebben een hoekige buiklijn met onderaan een kort legbuisje, waarmee de eicellen worden overgedragen in de broedbuidel van het mannetje.  Daar worden de eicellen bevrucht.

In het tweede middenaquarium zitten steenvissen.  De hengelaarvis is niet meer te zien.

In het derde middenaquarium zijn juweel-kardinaalbaarzen te bewonderen, die in symbiose leven met de erg prikkende diadeemzee-egel.  De vissenlarven worden tussen de naalden gebracht en worden daar gevoed door de ouders.

 

Het middenaquarium vóór de halfcirkelvormige gang is ingericht als mangrove.  Achteraan in dat aquarium is een ondiep gedeelte aangelegd, wat een ideale mogelijkheid biedt om de slijkspringers te observeren.  In het diepere water vooraan zwemmen o.a. jonge kogelvisjes rond.

 

Als je langs de zeewaterkant het halfrond binnengaat, heb je links twee aquaria met koraalvissen.  Om hier een sterke stroming te verkrijgen, wordt in eik aquarium 20 000 liter zeewater per uur rondgepompt.  Dat wordt aangevuld door regelmatig een hoeveelheid samengeperste lucht door het water te blazen.  Verder is er weer een mangrove, nu gevuld met zoet water, waarin schuttervissen levende krekels uit de klimop schieten (elke dinsdag, donderdag en zondag).  Het water wordt permanent gefilterd, maar door een technisch hoogstandje is dat niet te zien.  Bij de schuttervissen lopen enkele zoetwaterkreeftjes over de zandbodem.

 

Tegenover de schuttervissen is een groot aquarium met cichliden opgesteld.  Hier vallen de maanvissen en de discusvissen het eerst op.  Dan is er even een onderbreking met een zeewateraquarium, bewoond door ondermeer koraalduivels.  Daarop volgen dan uitsluitend zoetwateraquaria.  De sidderaal en de pauwoogrog zijn naar hier verhuisd.  De sidderaal is uniek voor Belgische aquaria; en er is sinds een maand een 2de exemplaar bijgekomen.

 

Na de piranha's en de zwarte pacu is er een Afrikaanse karperzalm bijgekomen: de tijgervis.  Karperzalmen komen uitsluitend voor in Afrika en Zuid-Amerika.  Een mooi voorbeeld om de theorie van Wegener aan te toetsen.

 

Het reptielenhuis wordt grondig vernieuwd en - door de drastische verruiming van de terraria - worden hier o.a. jonge komodovaranen verwacht.  Alle terraria krijgen individuele temperatuurregeling, zelfs één tot 45 ÁC.  Op gebied van amfibieën wil de zoo zich profileren in de kweek van pijlgifkikkers.  Onze verzorgers hebben met succes een kweekprogramma opgestart.  Dat is niet vanzelfsprekend, als je weet dat de metamorfose zes maanden in beslag neemt en dat de larven omnivoren zijn.

Tijdelijk zijn er op een tussenverdieping boven het aquarium een aantal reptielenterraria ingericht.  Die zijn te bezoeken door groepen, als de toegangsdeur achteraan het aquarium geopend wordt met een 'button'.  Verwittig dus de gids bij de kennismaking, als je die ruimte graag bezoekt.

 

De tekst over de mammoetboom (zie bijvoegsel in vorige BIO) heb ik opgesteld, omdat relatief veel collega's de vraag over de boomschijf (wedstrijdje na de jaarvergadering 2005 in de zoo) niet correct beantwoord hebben en de tekst 'DNA-onderzoek in de Antwerpse zoo' is een, zo letterlijk mogelijke, vertaling van een Engelstalige poster die te zien is bij de labo's (eerste verdieping) boven de operatiezaal.  De gegevens kunnen m.i. in de klas aangehaald worden als toepassingen op DNA-onderzoek.

 

Frans Desfossés (Edegern)


 

 

Mieren en termieten

 

Mieren en termieten worden soms in één adem genoemd maar behoren tot verschillende orden.  Om de verschillen duidelijk te maken, hebben we de specifieke kenmerken verwerkt in een tabel.

 

Mieren                                                                                     Termieten


Classificatie

Orde vliesvleugeligen, Familie mieren                     Orde termieten, verwant aan kakkerlakken en bidsprinkhanen


Verspreiding

Alle continenten, van tropen tot koude gebieden      Hoofdzakelijk tropen en subtropen


Nesten
 

Ondergrondse en heuvelnesten, uit bodem- en        Ondergrondse en heuvelnesten, uit bodemdeeltjes,

plantenmateriaal, luchtig gestapeld, papiernesten,    uitwerpselen en speeksel, sterk en duurzaam, boom-

geweven bladnesten                                              nesten en papiernesten


Kolonie

Fertiel (koningin), fertiele ♂♂                               Fertiel (koningin), fertiel (koning)

Steriele ♀♀   (werksters)                                         Steriele ♂♂ en ♀♀ (soldaten, werkers, werksters)


Seksleven

Koningin kan ± 10 j. worden, ♂♂ sterven na de         Koningin kan ± 20 j. worden. Koning kan jaren oud  worden

bruidsvlucht     


Grootste
soort

Bij de trekmier Dorylus wilverthi kan de koningin        Bij Macrotermes natalensis kan de koningin 14 cm

6 cm lang zijn                                                       lang zijn     


Vleugels (bij seksueel ontwikkelde dieren)

Voor- en achtervleugels duidelijk verschillend            Voor- en achtervleugels ongeveer gelijk


Gedaanteverwisseling

Volkomen (ei, larve, pop,  Imago)                           Onvolkomen (geen pop stadium)


Kleur van het lichaam

Meestal erg gepigmenteerd (zwart, bruin, roodbruin)  Meestal zwak gepigmenteerd (witgeel-achtig)


Verbinding borststuk-achterlijf

Wespentaille                                                         Breed


Antennes

Grote eerste geledingen en dan enkele kortere         Ongeveer tot 30 gelijke, korte geledingen


Mondwerktuigen

Bijtend met krachtige bovenkaken, korte bovenlip     Bijtend met krachtige bovenkaken, lange bovenlip


Voeding

Levende en dode planten delen, schimmels, diertjes Levende en dode plantendelen, schimmels

 

Unterricht Biologie (nr. 306) noemt enkele historische 'ingrepen' door termieten.

-     Het op papyrus genoteerde erfgoed van Oud-Egypte zouden ze grotendeels vernietigd hebben.

-     De isolatie van de elektrische kabels, voor de bediening van de sluizen van het Panamakanaal, zouden ze doorgeknaagd hebben, waardoor de scheepvaart een tijd lang verlamd was.

-      In ± 1930 zijn Amerikaanse geelvoetige termieten met een lading hout accidenteel in de haven van Hamburg aangekomen.  Vanuit verwarmde haveninstallaties (± 20 ha) hebben ze zich verspreid over Hamburg Altona en in de Neustadt.  Massale schade werd aangericht aan buiten- en binnenkant van gebouwen.  Soms was het hout achter de verflagen volledig weggevreten.  In de 50-er jaren werden de termieten in Hamburg-Antona uitgeroeid; in andere stadsdelen blijft het nog altijd opletten geblazen.

-      In de VSA en Australië veroorzaken termieten jaarlijks zoveel schade, dat professionele verdelgers van termieten worden ingehuurd.  Zie op internet:                 

  www.termitealert.org/;  www.terminix.com

  www.doityourselftermitecontrol.com

  www.epestsupply.com

-      Didgeridoos zijn 120 à 150 cm lange stammetjes van eucalyptushout die uitgehold zijn door termieten.  Aboriginals beschilderen die 'werkstukken' en bouwen ze om tot houtblaasinstrumenten.

 

Frans Desfossés (Edegem)


 

 

Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brusselse Gewest

 

Van Landuyt, W. et al.  2006.  Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest.  Instituut voor natuur- en bosonderzoek, Nationale Plantentuin van België & Flo.Wer.

 

Deze Atlas verscheen eind februari en vervangt voor het Vlaams landsgedeelte de in 1972 gepubliceerde en sindsdien herdrukte Atlas van de Belgische en Luxemburgse Flora.

Dit nieuw werk is echter in alle opzichten superieur aan het vorige, mede door de inzet van 21 auteurs en 6 redacteurs, die er 33 jaar aan gewerkt hebben.

- 840 pagina's met verspreidingskaarten en bespreking (biotoop, areaal, verspreiding in Vlaanderen, bijzonderheden) van de (volgens de index) 1220 plantensoorten die geïnventariseerd werden, gerangschikt volgens hun wetenschappelijke naam (erg praktisch!).  Er is ook een index met de Nederlandse namen.

- Inleidende hoofdstukken met extra informatie over de historiek van het project, de methodiek, de globale veranderingen in deze flora (o.m. werden ditmaal ook de ubiquisten opgenomen),  een Rode lijst met bedreigde vaatplanten en de geografische aspecten van de plantenverspreiding.

- Met de literatuurlijst, een bijlage met per soort nog meer info (kilometerfrequentieklasse, trendindex, Rode lijst categorieƒ), een naamlijst van de 1393 plantenwaarnemers (ik heb er verscheidene VOB-leden in aangetroffen) werd het een 1008 pagina's en 5,4 cm dik boek, 35 cm x 25 cm groot,  erg verzorgd, stevig en in meerkleurendruk uitgegeven.

- Uit de gegevens kun je, in vergelijking met de vorige Flora, (spijtig genoeg) de teloorgang van de akkerflora en de bedreiging van de waterplanten afleiden en zie je welke nieuwkomers zich ondertussen (soms als echte 'pest') in Vlaanderen hebben ingeburgerd.

 

Als je van planten houdt zul je met plezier in dit boek lezen en interessante gegevens kunnen opzoeken over elk plantje dat je onderweg gevonden hebt.  Alleen zul je dat thuis moeten doen, want de balans geeft voor het boek een massa van 5,235 kg aan.

 

Dit gewichtig werk kost slechts  € 59,00.  Je kunt het reserveren per mail: sales@br.fgov.be en afhalen in de Tuinwinkel van de Nationale Plantentuin (Meise).  De verzendingskosten bedragen € 13,00.

 

Herman Snoeck (Antwerpen)


 

 

Stages – bijscholingen – symposia

 

Vogels en vogeltrek

 

Datum: groepen (maximum 15 personen en minimum 14 jaar) donderdag 18 mei (14 uur en 18.30 uur), zondag 21 mei (11 uur en 14 uur), zondag 28 mei (14 uur).

Individueel: zondag 28 mei (11 uur).

Plaats: KBIN, Vautierstraat 29, 1000 Brussel

Programma: Walter Roggeman, hoofd van de vogelringdienst, geeft een overzicht van het ringwerk dat al 75 jaar aan het Insituut gecoùrdineerd wordt, met jaarlijks 600 000 geringde vogels.

Onkosten, info en verplichte inschrijving:

02/627 42 52; www.natuurwetenschappen.be


 

 

Met de klas naar de Plantentuin

 

1ste, 2de en 3de graad S.O.

 

Wat aten de dino's?

Een atelier over 500 miljoen jaar plantenevolutie!  Hoe zagen de eerste landplanten er uit?  Hoe maakten zij het mogelijk dat ook dieren op het land konden leven?  Waar komt steenkool vandaan?  Wat zijn paardenstaarten en wolfsklauwen?  Hoe komt het dat geen enkele dino ooit een bloemplant gezien heeft en wat aten plantenetende dino's dan wel?

Regenwoud

Toppunt van biodivertiteit.  Nergens anders vind je zoveel verschillende levensvormen bij elkaar.  Noodzakelijke klirnaatsomstandigheden om een regenwoud te laten groeien.  Planten uit het regenwoud: rubberboom,  koffiestruik, bananenplant.  Begrippen:  FSC, Max Havelaar, fair-trade, epifyten, plankwortels...

 

2de graad S.O.

 

Overleven onder alle omstandigheden

Vernuftige aanpassingen van planten aan de omstandigheden waaraan ze blootgesteld kun-nen worden: koude, droogte, hitte, nattigheid, belagers, brand, voedselschaarste, zout ...

Een planeet vol planten 

In dit atelier komen alle grote biomen aan bod: regenwoud, woestijn, mediterraan bioom, taiga en gematigd en irnmergroen loofbos.

 

3de graad S.O.

 

Planten in ons leven

Leerlingen ervaren dat planten in elk facet van hun dagelijks leven opduiken. Dat we planten opeten weet iedereen, maar we kleden er ons ook mee, transporteren, beschutten, genezen, verzorgen, ontspannen en we geraken er zelfs mee aan een lief.    

De sleutels van het leven

Een atelier specifiek ontworpen op vraag van leerkrachten biologie die classificatie op het leerplan staan hebben.  Wat is systematiek, wie houdt er zich mee bezig, waar is het goed voor, hoe kan je planten indelen en hoe kan je als niet-onderzoeker zelf planten op naam brengen?

 

Praktisch

De ateliers duren ongeveer 2 uur.  Maximaal aantal deelnemers is 60 (in 3 groepen).    Er dient minimum één volwassene per 10 leerlin-gen aanwezig te zijn.  De prijs van een atelier bedraagt 75 euro per groep van max. 20 leerlingen inclusief toegang, gids en materiaal.  Begeleiders hebben gratis toegang (1 begeleider per 5 leerlingen).  Begeleiders in overtal betalen het volwassenengroepstarief.

Een rondleiding met gids in het park (max. 15 personen) kost 38 euro + 1 euro inkomgeld per leerling.

Als VOB-lid heb je gratis toegang op vertoon van je lidkaart.

 

Reservatie en informatie: Nationale Plantentuin van België, Domein van Bouchout, 1860 Meise, 02/260 09 70, www.plantentuinmeise.be  ,  info@br.fgov.be

Op de website staan ook infobladen bij lesonderwerpen.


 

 

Natuurfotografie voor jongeren

 

Jongeren tussen 14 en 17 jaar oud zijn van harte welkom op de gratis workshops digitale natuurfotografie die ARGUS samen met de natuurfotografenvereniging BVNF organiseert op een zaterdagvoormiddag in een bezoekerscentrum bij een interessant natuurgebied.

Doorwinterde natuurfotografen geven een korte uitleg over de knepen van het vak (compositie, belichting, diafragma, brandpunt, ...). Daarna kunnen ze buiten alle opgedane kennis in de praktijk omzetten. Achteraf volgt bij een drankje een bespreking van de opnames.

De foto's kunnen vast meedingen in de wedstrijd 'ARGUS-fotograaf van het jaar'.

Pentax stelt voor de workshops reflexcamera's en lenzen ter beschikking. Wie een digitaal toestel heeft, brengt het mee en ontdekt hoe men er meer uit kan halen!

 

Zaterdag 13 mei, 10 tot 13 uur

Bezoekerscentrum De Vroente aan de Kalmthoutse Heide, Putsesteenweg 129, 2920 Kalmthout

Zaterdag 20 mei, 9 tot 12 uur

Bezoekerscentrum Beisbroek, Zeeweg 96, 8200 Brugge

Zaterdag 27 mei, 10 tot 13 uur

Gemeentelijk Ontmoetingscentrum Baljuwhuis, Kammeersweg 2, 1570 Galmaarden

(De workshops in Oost-Vlaanderen en Limburg zijn reeds voorbij.)

 

Meer informatie / inschrijvingen: ARGUS, info@argusmilieu.be, www.argusmilieu.be, tel: 03/ 202 91 21


Vragenrubriek

 

Vraag 36/3/286 – Leeft een sinaasappel?

 

Wanneer is een plant dood?  M.a.w. leeft een sinaasappel, wortel... of niet.?

 

Paul Decoene (St.-Andries)

 

 

Antwoord 36/3/286 - Leeft een sinaasappel?

 

Een plant(endeel) is dood wanneer die geen enkel van volgende kenmerken meer vertoont:

 

- ademen (aëroob of anaëroob);

- zich voeden (heterotroof of autotroof);

- zich vermeerderen (geslachtelijke voortplanting of ongeslachtelijke vermenigvuldiging);

- groeien;

- gewaar worden (reageren op prikkels);

- (autonoom bewegen).

 

Een sinaasappel en een wortel (peen) zijn levende onderdelen van een plant.

 

-  De sinaasappel wordt (ook geplukt) rijp en uit de pitten ontstaat een nieuwe plant.

-  In de wortel (een deel van een tweejarige plant die in de grond blijft zitten) worden sachariden omgezet en er groeit het 2de jaar een nieuwe plant uit die bloeit en vruchten met zaden vormt.

-  Een aardappel die in het licht bewaard wordt kan groen worden m.a.w. die reageert op lichtprikkels.  Uit een aardappel ontstaat een nieuwe aardappelplant.

 

Herman Snoeck (Antwerpen)

 

 

Vraag 36/3/287 - Cellen?

 

Bij het bestuderen van plantencellen zijn er dikwijls leerlingen die vragen of die kleine, langwerpige bolletjes in sinaasappelen cellen zijn.  Wat moet ik hierop antwoorden?

 

Paul Decoene (St.-Andries)

 

 

Antwoord 36/3/287 - Cellen?

 

De 'bolletjes' in een sinaasappel zijn geen cellen maar sapzakjes.

De sapzakjes zijn multicellulaire kegelvormige structuren die met een (lange) dunne steel groeien vanuit de rugkant van de epidermis (opperhuid) die elk partje omhult.  Ze zijn alle radiaal naar het midden van de sinaasappel gericht.

Elk sapzakje is omhuld met een epidermis waarop een cuticula met wasafzettingen.  Het zakje is met cellen gevuld.  Elke cel heeft een grote vacuole waarin het sap zit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                  

 

 

Microscopisch onderzoek.

-   Zorg voor een sinaasappel waarvan de partjes gemakkelijk van elkaar loslaten.

-   Pel één partje vrij.

-   Knip met een schaar de epidermis open langs de puntige binnenkant.

-   Trek de epidermis open zodat de sapzakjes naar buiten steken.  Mogelijk breekt het binnenste en komen er in de breuk al sapzakjes vrij te zitten.

-   Peuter met een pincet een sapzakje vrij en trek het los bij het steeltje.

-   Leg het sapzakje op een voorwerpglaasje.

-   Prik met een naald het sapzakje aan het ene uiteinde vast en scheur voorzichtig met een tweede naald de epidermis in de lengte open.

-   Trek met de twee naalden de scheur uit elkaar.

-   Leg een dekglaasje op het object en druk voorzichtig aan met een gommetje (= een squash-preparaat).

-   Bekijk met een vergroting van 100 x.  Zoek de uitgesmeerde inhoud van het sapzakje.  De celwanden van de saphoudende celletjes zijn duidelijk te zien.

 

Een eidooier is wel één (heel grote) cel.

 

Herman Snoeck (Antwerpen)


 

 

Onderwijstips

 

Tip 429 - Tip voor onze collega's in Limburg

 

Milieu & Natuur is het gratis driemaandelijks tijdschrift van de provincie Limburg.  Hierin worden natuurgebieden besproken, wandelingen en andere natuuractiviteiten aangekondigd, milieuwetgevingen toegelicht, kortom alles over milieu & natuur.

Je kunt een abonnement aanvragen bij Marc Claes, Provinciaal Natuurcentrum, Het Groene Huis, Domein Bokrijk, 3600 Genk.


 

Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

  (P preparaat maken;  C causerie;  D diversen).

 

08/05 – D  Vers plankton onder de microscoop

15/05 – P  Houtcoupes

22/05 – P  Blijvend preparaat van algen

29/05 – D  Allerlei

12/06 – P  Naald van Pinus pinea

19/06 – P  Doorsnede van een diafilm

26/06 – P  Stengel Pelargonium sp.

03/07 – P  Stengel Begonia sp.

 


 

 

Lidgeld (per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael, de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN, het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum in Tervuren.

- Werkende leden: 15 €
- Studenten: 7 €
- Gepensioneerden: 8 €
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 €

Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € met de vermelding ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.

Voorzitter
Ignace Nerinckx
(Vrij Gesubsidieerd Onderwijs)
Muizenhoekstraat 6,
B-2812 Mechelen

e-mail: ignace.nerinckx@pandora.be

Ondervoorzitter

Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 – 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be

Secretaris
Victor Rasquin
Minister De Clercklaan 2 – 8500 Kortrijk
E-mail: [email]

Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 – 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be

Redacteur Jaarboek
Vik Casteels
Witveld 1 - 2811 Leest
e-mail : Vik.Casteels@advalvas.be

Adreswijzigingen en lidkaarten

Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 – 2020 Antwerpen
E-mail: herman.snoeck@antwerpen.be