Woordje van de voorzitter
Samen met het bestuur
nodig ik de leden en hun familie uit op de algemene vergadering van de VOB die
op zaterdag 06 mei zal doorgaan in het KBIN te Brussel.
Zoals elk jaar zijn er
diverse activiteiten gepland, rondleidingen en workshops voor de hele
familie. Alle informatie
verschijnt in de volgende BIO en op onze website.
De algemene vergadering is
één van die activiteiten die ertoe bijdraagt dat je een beeld krijgt van wat
leeft binnen het vakgebied biologie.
Leerkrachten spreken vrijuit over hun vak en werksituatie. In onderstaande tekst probeer ik de
resultante van een aantal gesprekken en denkpistes van collega's te verwoorden.
De nieuwe visie op onderwijs
vraagt een multidisciplinaire, vakoverschrijdende aanpak met werkvormen die
creativiteit, actie, zelfwerkzaamheid en proefondervindelijk leren promoten.
Alle leerkrachten zijn het
hiermee eens zolang aan de inhoud van een vak niet wordt geraakt...en hier knelt
de schoen. Leren wij niets van
onze noorderburen waar een opeenvolging van onderwijshervormingen om
"vaardigheden" en "leren leren" de leerling eigen te maken resulteren in een
ernstige daling van het opleidingsniveau?
Heel wat nieuwe werkvormen
waarvan een aantal gericht zijn op het halen van sociale vaardigheden of het
bereiken van maatschappijgebonden vakoverschrijdende eindtermen nemen meer tijd
in beslag. Op zichzelf is daar
niets mis mee, maar de tijd die hieraan wordt besteed gaat dikwijls ten koste
van grondige studie van leerstofonderdelen die belangrijk zijn om in tijd en
ruimte dieper inzicht te verwerven in een vakgebied.
Het beleid, zowel
federaal, nationaal als Europees, levert enorm veel inspanningen om de
wetenschappen en het wetenschappelijk onderwijs te promoten: wedstrijden,
projecten, contactseminaries... duizenden euro's worden hierin gepompt maar aan
de andere kant laat dat zelfde beleid toe dat het wetenschapsonderwijs uren
moet inleveren of dat, onder de noemer van multidisciplinariteit, vakken worden
ingevoerd waarvan de bijdrage tot het wetenschappelijke denkproces nog moet
worden bewezen. Werden deze
wijzigingen op een wetenschappelijk juiste manier ingevoerd of zal, zoals in Nederland,
later de rekening worden gepresenteerd?
Er zijn veel minder
"roepingen" wetenschappen, veel leerlingen slagen er bovendien niet meer in om
abstracte begrippen naar een realistisch kader te vertalen op de korte
tijdspanne die ze krijgen. Op die
wijze wordt hen de basis voor het wetenschappelijke denken voor de voeten
weggemaaid. Voelen enkel
wetenschappers deze cultuurwijziging aan?
Slikken ze gewoon als ze de prachtige trilobiet van 375 miljoen jaar oud
op de schouw zien staan of de Iguanodons in het KBIN gaan opzoeken terwijl de
buurman beweert dat de aarde 6000 jaar geleden werd geschapen en die bovendien
onbereikbaar blijft voor enig argument?
Gedurende meer dan een
half millennium hebben wetenschappers een methode ontwikkeld om op een
kritische manier fenomenen te onderzoeken. Dank zij die methode komt beetje bij beetje informatie vrij
over de communicatie van levende wezens met hun planeet en met het "Hele
Al". Veel jonge mensen zullen niet
meer kunnen proeven van de manier waarop een wetenschapper op reis gaat in de
werkelijkheid en de technieken hanteert om werkelijkheid van niet-werkelijkheid
te scheiden. Veel jonge mensen
zullen het moeten stellen met een perceptie van de werkelijkheid voorgeschreven
door anderen, pseudo-wetenschappers, creationisten en andere intelligent designers.
Dit is een gevaarlijke
maatschappelijke evolutie die veel wetenschappers bezighoudt. Een goed boek
hierover, geschreven op maat van leerlingen van de hoogste jaren secundair en
voor studenten, is: "Evolutie: triomf van een idee" van Carl Zimmer uitgegeven
bij Het Spectrum. Het boek beschrijft een wereld die begrepen kan worden
doormiddel van natuurwetenschappelijke feiten. ( Richard Hutton)
Het is een recht van onze
leerlingen om zich de momenteel beste methoden eigen te maken om op een
realistische manier de wereld te exploreren.
Een grondige studie van de
aarde en het leven staat garant voor een beter begrijpen en inschatten van de
gevolgen van een levenswijze, leert ons dat alle wezens in wezen één zijn en
geeft ons informatie over het moment dat we ooit diezelfde aarde zullen moeten
verlaten om een andere thuis te zoeken.
Het wetenschappelijk
denken en de technologische ontwikkelingen met de daarbij horende vernieuwingen
hebben het door de eeuwen heen soms moeilijk gehad. Ik neem aan dat door de huidige maatschappelijke
veranderingen dit weer een dergelijke moeilijke fase is waar we doorheen
moeten. Maar wees alert: blijf bij
de leerlingen streven naar inhoud en, hoe mooi een PowerPoint presentatie ook
is, eis dat ze wetenschappelijk correct is.
Het bestuur en ikzelf
wensen jullie allen veel blijdschap en voorspoed in het nieuwe jaar.
.
Groene planten geven zuurstof af ... maar zelden in de klas!
Soms wordt er gedacht dat kamerplanten in een woonkamer of in een
klaslokaal veel zuurstof afgeven en zo met dit gas de lucht "zuiver"
houden. Fiere burgemeesters van
iets grotere steden glimmen van trots als ze een nieuw park of een nieuw bos
– meestal een bosje – voor het publiek openstellen, waarbij ze dan
de bomenpartij als de "groene longen van de stad" of als de "grote
luchtzuiveraars" voorstellen. Maar
wat is er daarvan waar?
Tijdens de nacht ademt de plant, d.w.z. ze verbruikt zuurstofgas (O2)
en ze produceert koolstofdioxide (CO2). Aangezien het donker is, grijpt er geen
fotosynthese plaats en wordt het gevormde CO2 niet verwerkt in het
fotosyntheseproces.
We volgen nu verder de gebeurtenissen bij een groene plant die aan het
raam van een klaslokaal staat.
Het wordt na een donkere nacht stilaan licht en het fotosyntheseproces
komt op gang, d.w.z. de plant verbruikt nu CO2 en er wordt O2
geproduceerd. Natuurlijk blijven
de ademhalingsprocessen doorgaan: verbruik van O2 en vorming van CO2. Nu moeten we goed weten dat de chemische
reacties van de ademhaling en die van de fotosynthese plaatsvinden binnen de
cellen van bijvoorbeeld de groene bladeren van de plant. Dat wil zeggen dat in de vroege morgen
– bij het krieken van de dag – al het O2 dat binnenin de
bladcellen door de fotosynthesereacties geproduceerd wordt, onmiddellijk in de
ademhalingsreacties verwerkt wordt, en omgekeerd, dat al het CO2 dat
in de ademhalingsreacties gevormd wordt in de fotosynthesereacties verbruikt
wordt. De cellen van de bladeren
nemen immers bij een heel zwakke belichting geen CO2 uit de
omringende lucht voor het onderhouden van de fotosynthesereacties, omdat dit
gas in voldoende mate binnenin de cellen en dus in de onmiddellijke omgeving
ter beschikking staat. Terwijl er
nu geleidelijk door de ramen van de klas meer licht binnendringt, gaat dat
proces nog altijd door en verlaat er geen O2 de plant! Wel neemt door die toenemende
belichting de fotosyntheseactiviteit geleidelijk toe. Bij een bepaalde verlichtingssterkte wordt er dan wel net
evenveel CO2 door de ademhalingsreacties geproduceerd als er CO2
in de fotosynthesereacties verwerkt wordt. Op dit ogenblik is in de plant het zogenaamde
compensatiepunt bereikt: de ademhaling en de fotosynthese houden elkaar in
evenwicht en de plant neemt dan uit haar milieu geen CO2 op voor de
fotosynthese en ze geeft aan haar omgeving geen O2 af. Laten we dat toch nog eens heel
duidelijk verwoorden: de plant doet aan fotosynthese, maar geeft aan haar
omgeving geen zuurstof af!
Als we dus in de lessen plantenfysiologie de fotosynthese definiëren als
"het proces waarbij een groene plant uit haar omgeving CO2 opneemt
en er O2 aan afgeeft", dan is dat niet heel precies. Beter definiëren we dus de fotosynthese
als "het proces waarbij CO2 verwerkt en O2 geproduceerd
wordt".
Het compensatiepunt wordt dus bepaald door de belichtingssterkte en
bedraagt voor de planten van een bepaalde soort bijvoorbeeld 1000 lux.
Als de klas met het verder ingaan van de morgen steeds beter verlicht
wordt en de belichtingssterkte voor de planten steeds verder toeneemt, gaat de
fotosyntheseactiviteit intenser door en wordt er meer O2
gepro-duceerd dan er in de ademhalingsprocessen verwerkt wordt, en dan pas
geeft de plant eindelijk O2 af aan de omringende lucht. De hoeveelheid afgegeven O2
is natuurlijk dan wel afhankelijk van nog andere factoren, zoals de grootte van
de plant, meer bepaald van de bladeren, de heersende temperatuur, de CO2-concentratie
in het milieu, de beschikbare mineralen en de watervoorziening.
Als biologieleerkracht wijzen we in de klas misschien naar een
kamerplant die daar op de vensterbank "aan fotosynthese staat te doen". Welnu, we moeten dan wel weten dat de
belichtingssterkte achter glas in een klaslokaal, dat doorgaans maar van één
kant licht ontvangt, soms tien tot vijftig keer lager is dan in de open
lucht. In vele klaslokalen is de
belichting soms zo zwak dat het compensatiepunt niet eens bereikt wordt! De plant "staat aan fotosynthese te
doen", maar ze neemt dan toch O2 op uit de lucht van de klas! We staan daar dan te wijzen op een
fotosynthetiserende plant die aan de omringende lucht geen O2 afgeeft,
maar er O2 uit opneemt!
Eigenlijk overbrugt de plant maar het compensatiepunt als ze vlak bij
het raam staat en rechtstreeks zonlicht krijgt. Dan vormt de plant ook meer voedingsstoffen dan ze er in de
ademhaling verbruikt en kan ze groeien.
Als we in de klas demonstraties in verband met de fotosynthese willen
doen, moeten we in alle geval de planten heel sterk belichten. Als kamerplanten traag of bijna niet
groeien, is dat gewoon omdat ze niet genoeg licht krijgen. Je zou niet moeten
proberen om mooie kroppen sla te kweken op de vensterbanken van een
klaslokaal. In een serre waar
veelal nog bijkomend kunstmatig licht gegeven wordt, gaat dat natuurlijk wel.
We mogen dus vergeten dat we in onze klassen groene planten moeten
hebben om het "slechte" CO2 dat door de leerlingen uitgeademd wordt
op te nemen en om het "goede" O2 af te geven. Wel is het zo dat bepaalde schadelijke
gassen door bepaalde kamerplanten wel uit de lucht geabsorbeerd worden. En het oog wil ook wat... Als in een klaslokaal enkele uren veel
leerlingen hebben verbleven en daardoor het CO2-gehalte in de klas
gestegen en het O2-gehalte gedaald is, dan is er maar één remedie:
de klas ventileren door de ramen een vijftiental minuten open te zetten.
En onze burgemeesters die zo trots zijn op de nieuwe "groene longen van
de stad"? In de eerste plaats
dragen de bomen al bijna de helft van het jaar geen bladeren... En in de zomer is de zuurstofafgifte
van de bomen in verhouding tot de hoeveelheid stadslucht zo miniem dat dit ook
geen grote invloed heeft. De
verversing van de stadslucht moet vooral komen van grote luchtverplaatsingen,
zoals bij winderig weer. We mogen
niet vergeten dat 60 tot 70 % van de zuurstof in de lucht afkomstig is van de
fotosynthetiserende planten in de zeeÔn!
En dat er grote luchtverplaatsingen voor de verdeling van het
zuurstofgas kunnen zorgen, weten we onder meer op het ogenblik dat er zand uit
de Sahara met de regen op ons land neervalt.
En om te eindigen een plezierig toemaatje. Soms denkt men dat planten in een zieken- of slaapkamer
schadelijk zijn voor mens en dier omdat ze ademen en dus zuurstof onttrekken
aan de lucht. Welnu, een ademende
mens verbruikt per uur honderden keren meer zuurstofgas dan een
kamerplant. We mogen er dan ook
niet aan denken dat er ooit een biologieleerkracht het in zijn hoofd haalt om
zijn partner uit bed te zetten omdat hij of zij, zoals de ademende planten, zuurstof
verbruikt...
Walter Deconinck (Kortrijk)
Op zaterdag 11 februari vindt de jaarlijkse ontmoetingsdag van de
Antwerpse Koepel voor Natuurstudie plaats in het provinciehuis van Antwerpen (Koningin Elisabethlei). Er worden een aantal voordrachten
gehouden en er zijn infostanden van verenigingen en instellingen die zich met
natuurstudie bezighouden.
De toegang is gratis. Info:
mieke.hoogewijs@pih.provant.be, 03/259 12 42
HartsTocht
Vanaf half december
2005 tot begin november 2006 loopt in het Museum van Natuurwetenschappen
de
tentoonstelling HartsTocht. De tentoonstelling bestaat uit een
onderzoeks- en ontdekspel met interactieve installaties en anatomische
voorbeelden over volgende onderwerpen.
- Het hart en hoe het
werkt.
- Hart- en
bloedvaten-systeem.
- Het bloed.
- Hart- en vaatziekten
- Geschiedenis van onze
kennis van het hart.
Je leert alles wat je moet weten
over je hart, bloed en bloedvaten met behulp van films, microscopische opnames,
modellen op grote schaal, interactieve toepassingen, tests die je zelf kunt
uitvoeren, geplastineerde bloedvatensystemen, oude anatomische wassen beelden,
geprepareerde weefsels, chirurgisch materiaal en beelden uit de Oudheid.
Je kunt een bezoek voorbereiden met het didactisch
dossier dat je kunt halen op de webstek www.natuurwetenschappen.be.
Verdere informatie op 02/627 42 27 of op
www.natuurwetenschappen.be/educa (klik op 'lerarenkamer').
Woensdag 18 januari 2006 (11 tot 19 uur)
GRATIS TOEGANG voor
leerkrachten en hun gezin (max. 3 kinderen) voor een bezoek aan de
tentoonstelling HartsTocht. Maak
er een leuke gezinsuitstap van.
Uiteraard kunt u ook de tentoonstelling ïMosselen natuur' en de nieuwe
opstellingen ïIguanodons van Bernissart' en ïVan mensen en mammoeten' bezoeken
of de permanente zalen (her)ontdekken.
Voor ïHartsTocht' zijn er
op vaste tijdstippen rondleidingen
en demonstraties van een natuuratelier voorzien. Ze duren elk 30 minuten. Het aantal deelnemers is beperkt. Tijdens het atelier spelen we geen
doktertje, maar bloedernstig zijn we ook niet. Aan de hand van een spel met experimenten maken we begrippen
zoals bloedsomloop, hartslag,
bloeddruk, bloedgroep, bloedgever duidelijk..
Kinderen kunnen deelnemen
aan animaties waarvan hun hartje sneller zal slaan. De leerkrachten krijgen een
didactisch dossier.
De Cardiologische Liga is aanwezig met een
infostand.
Milieuboottochten
Vanaf 6 maart tot 10 juni maakt de milieuboot dagelijks twee tochten in West- en Oost-Vlaanderen. Elke tocht duurt drie uur en
neemt de opvarenden mee voor een boeiende en leerrijke verkenning van het kanaal
Gent-Brugge-Oostende; het afleidingskanaal van de Leie, de ringvaart rond Gent,
het kanaal Gent-Terneuzen of de IJzer.
Tijdens de tocht worden alle aspecten van de
waterweg waarop bekeken, het rivierlandschap en het leven op, om en in het
water. 0p het dek maken de
leerlingen kennis met de WATERloop en haar verschillende functies. In het labo wordt de WATERkwaliteit
bepaald. Benedendeks komen de
thema's WATER-vervuiling en -zuivering, WATERgebruik en integraal WATERbeheer
aan bod én de eigen rol in de WATERcyclus. Naast verruiming van kennis en inzicht, staan ervaren en
beleven in dit programma centraal zodat de leerlingen na de tocht op een andere
manier naar WATER kijken en milieubewuster met WATER omgaan.
Op het schip is plaats voor 50 tot 60
deelnemers. De milieuboottochten
richten zich in de eerste plaats naar leerlingen van de 1ste graad van het
secundair onderwijs en naar studenten lerarenopleiding. Maar ook leer-lingen van de 2de en 3de
graad van het secundair onderwijs kunnen meevaren indien er voldoende plaats
is. Het programma aan boord wordt
iedere keer aangepast aan de leeftijd en de voorkennis van de leerlingen.
De deelnemende scholen krijgen, naast een pakket
lesfiches, ook 'Tips voor milieutrips' met suggesties voor andere educatieve
activiteiten over natuur, waterlopen en water die kunnen gecombineerd worden
met een milieuboottocht tijdens een daguitstap.
Stages – bijscholingen – symposia
Dit is een probleem waarmee elke leerkracht
wetenschappen te maken heeft: hoe het onderwijs in de wetenschappen
aantrekkelijker maken voor de leerlingen?
Het GRID project
Binnen het Europese GRID project worden zoveel
mogelijk initiatieven en interessante praktijkvoorbeelden uit geheel Europa
verzameld die bijdragen om het wetenschapsonderwijs aantrekkelijk te maken.
Die worden aangeboden op de website http://www.amitie.it/grid/
Je kunt zelf je eigen initiatief of project op deze
site voorstellen.
Datum:
woensdag 8 maart 2006
Plaats:
Imec - Leuven
Onderwerp: innoverende projecten rond wetenschappen op school
Programma: voorstelling van het
GRID project en de database van de projecten; informatie van het Vlaams beleid
i.v.m. het bevorderen van wetenschappen op school; 25 stands met concrete
projecten van Vlaamse scholen en/of universiteiten (waaronder enkele Comeniusprojecten);
praktische informatie rond het starten van projecten wetenschappen op school;
EU-activiteiten en initiatieven rond wetenschappen op school.
Onkosten: gratis, met middagbroodlunch.
Maximum 140 deelnemers.
Inschrijven, deelnemen met een project en info: yves.beernaert@educonsult.be; 0474/987 411.
8ste Wedstrijd voor wetenschappelijke
uiteenzettingen voor leerlingen uit de 1ste graad S.O.
Wie?
Leerlingen uit de 1ste graad S.O. in groepen van
2-5 jongeren.
Ze kiezen een teamnaam en laten zich begeleiden
door een leerkracht-raadgever.
Wat?
Het team maakt een wetenschappelijk werk i.v.m. een onderwerp van de
biologie, ecologie, fysica, geologie, archeologie, technologie...
Dit schriftelijk werk dient eenvoudig te zijn en begrijpelijk voor
leeftijdsgenoten en is bij voorkeur het resultaat van opzoekingwerk in
groepsverband.
Hoe?
Het schriftelijk werk wordt in vijfvoud ingeleverd vóór 1 februari 2006:
A4-formaat, minimum 5 en maximum 25 bladzijden.
Een zelfde vakkundige jury zal al de werken beoordelen en rangschikken.
De 5 best gerangschikte teams worden uitgenodigd om op woensdag 17 mei
2006 hun werk te komen voorstellen: gedurende 10-15 minuten zullen ze het
behandelde onderwerp kunnen bespreken waarbij ze gebruik mogen maken van
hulpmiddelen (dia's, foto's, video, film...). Na deze mondelinge uiteenzetting worden de kandidaten door
de jury ondervraagd i.v.m. hun kennis van het onderwerp, de geraadpleegde
bronnen en het onderzoekswerk dat verricht werd.
Prijzen
Onder de 5 teams die in de finale aantreden wordt € 500 verdeeld en elke
finalist krijgt een boekenpakket.
De leden van de teams die na de schifting gerangschikt worden op de
plaatsen 6 t.e.m. 20 krijgen een prachtig prijsboek.
45ste Wedstrijd voor wetenschappelijke
uiteenzettingen voor leerlingen uit de 2de en 3de graad S.O.
Wie?
Leerlingen uit de 2de en 3de graad S.O.,
individueel of in groepen van 2-5 jongeren.
De voordracht zelf gebeurt door maximum 3
kandidaten.
Wat?
Een wetenschappelijke uiteenzetting houden over een onderwerp uit de
biologie, ecologie, fysica, geologie, archeologie, technologie...
Deze uiteenzetting dient eenvoudig te zijn en begrijpelijk voor
leeftijdgenoten en is bij voorkeur het resultaat van opzoekingwerk.
Hoe?
De wedstrijd wordt in twee fasen georganiseerd.
Provinciale schiftingsproeven
Een zelfde vakkundige jury zal op een woensdagnamiddag in een gemeente
van elke provincie in de loop van maart en april 2006 de kandidaten horen. De jury zal daarbij letten op uitspraak
en taalvermogen; algemeen voorkomen; wetenschappelijke waarde van het onderwerp
en de uiteenzetting + proefondervindelijk werk; didactische waarde, helderheid
en duur van de uiteenzetting; kennis van het onderwerp en resultaten van
persoonlijk werk, toepassing van informatica en bibliografie.
Nationale finale
De 5 best gerangschikte kandidaten/teams van de provinciale schiftingen
worden uitgenodigd om op woensdag 17 mei 2006 hun werk te komen voorstellen: ze
zullen het behandelde onderwerp kunnen bespreken waarbij ze gebruik mogen maken
van hulpmiddelen (dia's, foto's, video, film...). Na deze mondelinge uiteenzetting worden de kandidaten door
de jury ondervraagd i.v.m. hun kennis van het onderwerp en de geraadpleegde
bronnen. Hiertoe moeten ze een tekst ter beschikking stellen van de jury en in
de mate van het mogelijke ook de geraadpleegde werken.
Prijzen
Onder de 5 finalisten wordt € 1500 verdeeld en elke finalist krijgt een
boekenpakket.
Elke deelnemer aan de provinciale schifting krijgt een prachtig
prijsboek. De best gerangschikte
kandidaat of groep uit het 3de en het 4de jaar S.O. die niet aan de finale
deelneemt ontvangt bovendien € 130.
Inschrijven en info
Voor beide wedstrijden vóór 1 februari 2004 bij Natuur en Wetenschap,
Baalsebaan 287, 3128 Baal, 016/53 73 75
Frimoutprijs van het Gemeenschapsonderwijs
Inschrijven mogelijk tot 31 januari. Inschrijvingsformulier elektronisch
beschikbaar op
Alweer een nieuwe
spelling
Samenstellingen met tussen -n
abrikozenboom, apenstaartje, bananenschil,
berenklauw, berkenstam, dennenboom, druivensuiker, eendenkroos, eikenboom,
elfenbankje, haaienvin, kattenkruid, kersenpit, kippenei, mierennest,
paardenbloem, paardenstaart, paddenstoel, perenboom, reuzenhaai, ribbenkast,
ruggengraat, slakkenhuis, soortenarm, sparrenboom, spinnenweb, strottenhoofd,
tulpenbol, uilenbal, wilgenkatje.
Samenstellingen zonder tussen -n
agavefamilie, bioritmestoornis, chiasmestructuur,
cicadegezang, cysteaaltje,
gedaantever-wisseling, groentesoep, heidebrand, hindekalf, kamillebloem,
kastanjeboom, kuddedier, lindeboom, mangrovebos, melissekruid, microbecultuur,
nachtschadefamilie, proteaseremmer, seksediscriminatie, steppegras,
vitaminegebrek, ziektebestrijding.
Uitzonderingen (meestal versteende uitdrukkingen)
beresterk, elleboog, ereprijs, hazewind, kinnebak,
kruizemunt, lievevrouwebedstro, zonne-energie.
Met of zonder hoofdletter?
Eskimo, evenaar, indiaan, noordzeekrab,
Noordzeekust, pygmee, quartair, shetlandpony, tertiair, Waddeneilanden,
Werelddierendag, X-benen, zuidelijk halfrond.
Veelgebruikte afkortingen
a.s. (aanstaande), a.s.o.,
a.u.b., ABN, ACOD, ADHD (attention deficit hyperactivity disorder), aids, az
(algemeen of academisch ziekenhuis), AZG (Artsen Zonder Grenzen), b.I.o.
(buitengewoon lager onderwijs), bama (bachelor-masterstelsel), bv. (ook bijv.),
Bloso, blz., BMI (body mass index), bo (basisonderwijs), BOB, bs (basisschool),
BSE (Boviene Spongiforme Encefalopathie), bso (beroepssecundair onderwijs),
bulo (buitengewoon lager onderwijs), buso (buitengewoon secundair onderwijs),
ca. (circa), cal (calorie), cd, cd-rom, chemo (chemotherapie, chemokuur), CLB
(Centrum voor Leerlingenbegeleiding), CT-scan (computerized tomography-scan),
CVA (cerebrovasculair accident), CVS (chronischevermoeidheidssyndroom), dino, DNA, dr. (doctor), EHBO, e-mail, e-mail'en, epo, et al., expo,
e-zine (electronic magazine), fax, FM, geco (gesubsidieerde contractueel, ook
gesco), gft, gg (genetisch gemanipuleerd), ggz (geestelijke gezondheidszorg),
gsm, gsm'en, h.o. (hoger onderwijs), hiv, hobu, hokt, ICT, info, ing.,
internet, intro, IQ, ir., ivf, kca (klein chemisch afval), kga (klein gevaarlijk
afval), ki (kunstmatige inseminatie), kine, kso (kunstsecundair onderwijs), kt
(karaat), lab (ook labo), laser, lso (lager secundair onderwijs), MKZ (mond-
en-klauwzeer), mld. (miljard), mln. (miljoen), mo (middelbaar onderwijs), mr.
(meester), mug, O-benen, OVAM, p. (pagina, ook pag.), petfles, pmd, PMS
(premenstrueel syndroom), pp. (pagina's), prof. (professor), PS (postscriptum),
rem (rapid eye movement), SARS (severe acute respiratory syndrome), sms,
sms'en, so (secundair onderwijs), soa, SOS, t/m (tot en met), tbc, tgov.
(tegenover), tgv, tso (technisch secundair onderwijs), tv, ufo, unief, uv,
uv-licht, uz (universitair ziekenhuis), VLOR (Vlaamse Onderwijssraad).
En verder ook nog...
afterpil, agaragar, aidsbesmetting, aizheimer-patiënt,
ballonkatheter, biggenkruid, brownbeweging, creutzfeldt-jakobsyndroom,
cro-magnonmens, di-ethylether, downsyndroom, duivenboon, ganzenbloem,
gausscurve, giraffennek, Guineese biggetjes, hartkatheter, hiv-virus, hodgkin,
ivf-behandeling, kattendoorn, kattenkruid, koolstof 14-methode, krabbenscheer,
lisdoddenfamilie, maag-darm-kanaal, mond-en-klauwzeer, neanderthaler,
pekingmens, re-infectie, reuzenpaddenstoel, salkvaccin,
savooiekool, schapengras, schapenzuring, slangenwortel, sporenplant,
thuja, vliegenzwam, vossenbes,
wiggenbeen, x-as, X-benen, X-chromosoom, x-stralen, Y-chromosoom, yuca
(maniok), yucca (plant), zwanenbloem.
Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie
(P preparaat maken; C causerie; D diversen).
09/01 – D Jaarvergadering
16/01 – P Een
plantenpreparaat
23/01 – P TracheeÔn
van een bij
30/01 – D Grote
microtoommessen slijpen
06/02 – P Preparaten
van mosblaadjes
13/02 – D Diverse
cameratypen op de micro-scoop - Beeldbewerking.
20/02 – P Een
plantenpreparaat
27/02 – P Doorsnede
bij
06/03 – D Dia's van
micrografische opnamen
Lidgeld
(per kalenderjaar)
je ontvangt het Jaarboek en BIO en een
lidkaart met vrije toegang tot de Zoo, Planckendael,
de Plantentuin in Meise, het Zwin, het KBIN,
het Arboretum in Kalmthout, het Afrikamuseum
in Tervuren.
- Werkende leden: 15 €
- Studenten: 7 €
- Gepensioneerden: 8 €
- Verenigingen, scholen e.a.: 15 €
Jaarboek en BIO
Stort het lidgeld op nr. 068-0 666 550-90 van de Vereniging voor het Onderwijs
in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie
p.a. E. Van Damme,Hoge Weg 234 8200 Sint-Andries (Brugge)
Om het driemaandelijks tijdschrift ZOO van de Antwerpse dierentuin te ontvangen
voeg je bij je lidgeld een supplement van 12,39 € met de vermelding
ZOO. Let wel: ZOO verschijnt in juli, oktober, januari en april.
Voorzitter
Ignace Nerinckx
(Vrij
Gesubsidieerd Onderwijs)
Muizenhoekstraat 6,
B-2812 Mechelen
e-mail: ignace.nerinckx@pandora.be
Ondervoorzitter
Marleen Van Strydonck
(Officieel Onderwijs)
Te Boelaerlei 119/1 2140 Borgerhout
E-mail: marleen.vanstrydonck@ua.ac.be
Secretaris
Victor Rasquin
Minister De Clercklaan 2 8500 Kortrijk
E-mail: [email]
Penningmeester
Emiel Van Damme
Hoge Weg 234 8200 Sint-Andries (Brugge)
E-mail: emiel.vandamme@skynet.be
Redacteur Jaarboek
Vik Casteels
Witveld 1 - 2811 Leest
e-mail : Vik.Casteels@advalvas.be
Adreswijzigingen en lidkaarten
Herman Snoeck
Jan van Rijswijcklaan 277 2020 Antwerpen
E-mail: herman.snoeck@antwerpen.be